Zoekresultaat: 12 artikelen

x
Artikel

De eeuwige discussie over de toetsingsomvang bij beklag tegen niet-vervolging

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden beklag tegen niet-vervolging, vervolgingsbeslissing, modernisering Wetboek van Strafvordering, slachtofferrechten, bestuursprocesrecht
Auteurs Mr. dr. W. Geelhoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het project Modernisering Strafvordering beoogt de vervolgingsbeslissing op meerdere punten te wijzigen. Dat geldt echter niet voor de manier waarop het hof in beklagzaken de beslissing tot niet-vervolging moet toetsen. De toetsingsomvang blijft waarschijnlijk het beste als ‘vol’ te karakteriseren, hoewel andere interpretaties niet zijn uitgesloten. Deze bijdrage werpt een blik op eerdere discussies over de toetsingsomvang in beklagzaken. Verder wordt, aan de hand van een beschouwing van de procedure van administratief beroep, het argument verworpen dat in beklagzaken een marginale toetsing zou moeten worden gehanteerd vanwege het feit dat de beklagprocedure gelijkenis vertoont met bestuursrechtelijke procedures.


Mr. dr. W. Geelhoed
Mr. dr. W. (Pim) Geelhoed is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2019
Auteurs Dr. Robby Roks en Mr.drs. Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

Dr. Robby Roks
Gastredacteur dr. R. Roks is als universitair docent werkzaam bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen.

Mr.drs. Marit Scheepmaker
Mr. drs. M.P.C. Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.

    De auteur gaat in op de definitie van het begrip ‘zwaar ongeval’. Hij constateert dat de uitwerking van dit begrip in de rechtspraak nog weinig aandacht krijgt. Uit diverse rapporten kan worden opgemaakt dat zich in de praktijk weinig voorvallen voordoen die onder de noemer ‘zwaar ongeval’ vallen. Het is dus de vraag of eventuele gebreken in de naleving van het Brzo wel zo vaak kunnen leiden tot een zwaar ongeval. Dat wringt vooral in strafzaken, waar hoge eisen moeten worden gesteld aan het bewijs dat niet alle maatregelen zijn getroffen om te voorkomen dat een zwaar ongeval kan plaatsvinden.


Mr. J. Barensen
Mr. J. Barensen is advocaat bij Ploum in Rotterdam.
Artikel

Criminele geldstromen en ICT: over innovatieve werkwijzen, oude zekerheden en nieuwe flessenhalzen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2018
Trefwoorden cybercrime, organized crime, money laundering, bitcoin, financial crime
Auteurs Dr. Edwin Kruisbergen, Dr. Rutger Leukfeldt, Prof.dr. Edward Kleemans e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we analyze how organized crime offenders use IT to handle their money flows. How and to what extent do offenders use IT-facilitated possibilities, such as bitcoin, to launder their money? The empirical data consist of thirty large-scale police investigations. These thirty cases are part of the Organized Crime Monitor, an ongoing research project into the nature of organized crime in the Netherlands. One of the most striking findings is the fact that cash is still king – even for online drug dealers who get paid in digital currencies.


Dr. Edwin Kruisbergen
Dr. E.W. Kruisbergen is als onderzoeker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Rutger Leukfeldt
Dr. R. Leukfeldt is senior-onderzoeker cybercrime bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en lector Cybersecurity in het mkb bij de Haagse Hogeschool.

Prof.dr. Edward Kleemans
Prof. dr. E.R. Kleemans is hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Robby Roks
Dr. R. Roks is universitair docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open De aard en aanpak van georganiseerde cybercrime

Bevindingen uit een internationale empirische studie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2018
Trefwoorden cybercrime, traditional organized crime, organization structure of cybercrime groups, policing cybercrime
Auteurs Dr. Geralda Odinot, Dr. Christianne de Poot en Dr. Maite Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    Worldwide, the digitalization of society is proceeding rapidly and this brings new forms of crime. The threats arising from different types of cybercrime are real and constantly evolving, as the internet with its anonymity and borderless reach, provides new opportunities for criminal activities. This article describes some results from an international empirical study aimed to gather more insight on the link between cybercrime and organized crime as well as on the question whether cybercrime is organized. It shows how cybercriminals cooperate with each other and what this organization structure looks like.


Dr. Geralda Odinot
Dr. G. Odinot is wetenschappelijk onderzoeker en trainer forensisch interviewen How2Ask. Ten tijde van de uitvoering van het onderzoek waarop dit artikel is gebaseerd, was zij werkzaam als onderzoeker bij het WODC.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is als senioronderzoeker verbonden aan het WODC. Zij is tevens hoogleraar Criminalistiek aan de Vrije Universiteit en lector Forensisch onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie.

Dr. Maite Verhoeven
Dr. M.A. Verhoeven is als beleidsmedewerker Rechtshandhaving & Ketensamenwerking Cariben verbonden aan het ministerie van Justitie en Veiligheid. Ten tijde van de uitvoering van het onderzoek waarop dit artikel is gebaseerd, was zij werkzaam als onderzoeker bij het WODC.

Jouko Barensen
Jouko Barensen (1975) is sinds vorig jaar strafrechtadvocaat bij Ploum Lodder Princen in Rotterdam. Daarvoor was hij negen jaar officier van justitie bij het parket in Den Haag.

    De rechter oordeelt ogenschijnlijk snel dat voorwerpen waarvan is bewezenverklaard dat zij zijn witgewassen wederrechtelijk voordeel zijn en miskent hierdoor het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel, namelijk dat alleen de criminele verdiensten mogen worden afgepakt. De rechter moet de schatting van het WVV voldoende motiveren en onderzoek doen naar het daadwerkelijke WVV van betrokkene.
    De verbeurdverklaring is een mogelijk alternatief voor de ontnemingsprocedure in geval van witwassen: voorwerpen kunnen worden afgepakt zonder dat het bezit ervan ten laste wordt gelegd, zonder dat de verdachte het nog bezit of in een situatie waarin een verdachte het bij een ander heeft veiliggesteld.


Mr. T. Groenendijk
Mr. T. Groenendijk is werkzaam bij de Belastingdienst/FIOD in Amsterdam.

Prof. dr. Edward Kleemans
Prof. dr. E.R. Kleemans is hoogleraar Zware Criminaliteit en Rechtshandhaving aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Gewone beroepen en georganiseerde criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2011
Trefwoorden organized crime, occupations, opportunity, concealment
Auteurs Henk van de Bunt, Krista Huisman en Karin van Wingerde
SamenvattingAuteursinformatie

    There is a large – and still growing – body of criminological literature on the relationship between crime and work. However, the exact nature of that relationship often remains diffuse. In this article we explored the relationships between organized crime and work. Based on analysis of the forty most recent cases of the Organized Crime Monitor we distinguished between two types of relations connecting organized crime and work. First, crimes can be based in the occupation of the offender when the occupation provides concrete opportunities to offend or facilitates the crimes of others. Secondly, the occupation of the offender can also be used as a shield concealing the illegal behavior or identity of the offender.


Henk van de Bunt
Prof. dr. H.G. van de Bunt is hoogleraar criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam, vandebunt@frg.eur.nl.

Krista Huisman
Drs. K. Huisman is wetenschappelijk onderzoeker, sectie criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam, k.huisman@frg.eur.nl.

Karin van Wingerde
Drs. C.G. van Wingerde is wetenschappelijk onderzoeker, sectie criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam, vanwingerde@frg.eur.nl.
Titel

Identiteitsfraude op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 07 2006
Trefwoorden Identiteitsfraude, Werkgever, Identiteit, Illegaal, Werknemer, Arbeidsmarkt, Uitzendbureau, Fraude, Identiteitsdocument, Paspoort
Auteurs Barensen, J. en Eijkelenboom, J.A.

Barensen, J.

Eijkelenboom, J.A.
Artikel

Telefoontaps als netwerkdata?

Mogelijkheden en beperkingen om telefoontaps te gebruiken voor SNA van georganiseerde criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2009
Trefwoorden sociale netwerkanalyse, telefoontaps, georganiseerde criminaliteit
Auteurs Willem-Jan Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    The literature on using Social Network Analysis (SNA) in criminological research is expanding. The SNA perspective already changed the way we look at organized crime. More often organized crime is referred to as changeable social networks instead of hierarchical structured organizations like the Italian or American mafia. In this respect, SNA seems to lack behind in empirical research on organized crime. Mainly, this is due to the lack of suitable network data on organized crime. For obvious reasons, commonly used methods of gathering network data – such as questionnaires – are less suitable for research on organized crime. Suspects of organized crime have not much to gain from talking about their ‘comrades in crime’. Alternative data need to be explored. Wiretaps from criminal investigations are one such source. In this contribution the SNA perspective is used to present an overview of the possibilities and limitations of using wiretaps for SNA. It follows that wiretaps from criminal investigations should be regarded as ego-centered network data. Therefore, research questions and objective for both criminal investigations as well as scientific research should be directed to the personal networks of suspects instead of the network as a whole.


Willem-Jan Verhoeven
Willem-Jan Verhoeven is universitair docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Contactadres: Criminologie/OMV, Erasmus Universiteit Rotterdam, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam. E-mail: verhoeven@frg.eur.nl.
Artikel

Analyse van het Zuid-Nederlandse xtc-netwerk

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2009
Trefwoorden sociale netwerkanalyse, xtc-netwerk, xtc-handel, crimineel macronetwerk
Auteurs Dr. Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    The social network approach is gaining influence among criminologists studying organized crime and terrorism. The theoretical concept, however, still needs further elaboration. To this end, concepts developed within the field of economic sociology could provide a substantial contribution. Economic sociologists have, among other things, focused on the role of social networks with regard to the completion of economic transactions. They regard mutual trust built through personal relations as an essential part of economic transactions, particularly if these imply certain risks for the parties involved. In other words, before transactions materialize, the parties must first be able to establish trustworthy personal relations. Based on these ideas, Spapens introduced in 2006 the theoretical concept of the criminal macro network, being a social network consisting of individuals able and willing to engage in illegal activities. The capital of each member of the criminal network consists, on the one hand, of his links, defined as information relations, within the network. On the other hand, a person’s position is determined by personal knowledge and skills. It is assumed that executing an actual illegal activity – e.g. drug production, trafficking human beings, bank robbery – requires cooperation between a subset of members of the criminal network, the criminal group.An extensive study of xtc production in the south of the Netherlands between 1996 and 2004 revealed the existence of a ‘xtc network’ consisting of individuals interconnected by social relations. The macro network proved to be relatively stable over time. The composition of the criminal groups, however, changed regularly. This was not only explained by shifting business opportunities, but also by the efforts of the police and the Public Prosecution Service leading to convictions and the dismantling of criminal groups. Better knowledge of the functioning of the criminal macro network can provide valuable contributions to criminological understanding of organized crime. These insights are of course also of great practical importance for law enforcement agencies.


Dr. Toine Spapens
Dr. Toine Spapens is als senior onderzoeker verbonden aan de vakgroep Strafrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Tilburg. Contactadres: Universiteit van Tilburg, Vakgroep Strafrechtswetenschappen, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg. E-mail: a.c.spapens@uvt.nl.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.