Zoekresultaat: 31 artikelen

x

Klaas Aantjes
Klaas Aantjes is cassatieadvocaat bij AantjesZevenberg Advocaten in Rijswijk.
Artikel

Scheidslijnen tussen kansschade, proportionele aansprakelijkheid en de omkeringsregel

Enkele praktische opmerkingen over verschillen tussen deze drie leerstukken naar aanleiding van HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2786

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden aansprakelijkheid, bewijs, kansschade, beroepsfout, schade
Auteurs Mr. J. den Hoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het hier te bespreken arrest, waarin aan de orde was of een ziekenhuis aansprakelijk is voor schade als gevolg van een te laat uitgevoerde operatie, geeft aanleiding voor enkele gedachten over en praktische wenken voor de afbakening van kansschade, proportionele aansprakelijkheid en de omkeringsregel ten opzichte van elkaar. De drie figuren komen hier samen. Getracht wordt de grenzen nader in kaart te brengen.


Mr. J. den Hoed
Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster Advocaten te Haarlem.
Boilerplates etc.

Beëindigingsbedingen zijn helemaal het einde, of toch niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Opzegging, Ontbinding, Duurovereenkomst, Boilerplate, Ongedaanmakingsverbintenissen
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Een veel gekozen boilerplateclausule in contracten is de beëindigingsclausule. Niet altijd wordt echter duidelijk gemaakt welke wijze van beëindiging partijen beogen: een vorm van ontbinding in de zin van artikel 6:265 BWof een bijzondere contractuele beëindigingsvorm? Auteurs bespreken de leerstukken van opzegging en ontbinding en bespreken in dat kader de voors en tegens van veel gekozen beëindigingsclausules.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Finaliteit bij hoofdelijkheid? Een gewaarschuwd mens telt voor twee

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden hoofdelijke aansprakelijkheid, massaschadeclaim, regres, art. 6:14 BW, schikking
Auteurs Mr. D.J. Beenders, Mr. A.D. Polkerman en Mr. W. Hofstee
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoofdelijkheid kan het bereiken van een schikking met een finaal karakter voor een individuele (hoofdelijke) schuldenaar compliceren, specifiek in geval van zogenoemde massaschadeclaims. Een individuele schikking met een schuldeiser raakt regresvorderingen van de overige hoofdelijke schuldenaren op de schikkende schuldenaar in beginsel niet. De auteurs beschrijven hoe een schikkende schuldenaar ook finaliteit in deze regresverhouding kan trachten te bevorderen en zij geven diverse wenken in dit verband die in de praktijk mogelijk van pas komen.


Mr. D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders zijn advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. A.D. Polkerman
Mr. A.D. Polkerman zijn advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. W. Hofstee
Mr. W. Hofstee zijn advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Uitleg in commerciële verhoudingen naar Nederlands en Engels recht: de betekenis van ‘business common sense’ als gezichtspunt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden uitleg, Haviltex, commerciële verhoudingen, rechtsvergelijking, Engels recht
Auteurs Mr. drs. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de Nederlandse uitspraak Parkking Ontwikkeling B.V. c.s./Alberts q.q. en de Engelse uitspraak Wood v Capita Insurance Services, respectievelijk gewezen door de Hoge Raad en het Supreme Court. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de vraag of, en zo ja in welke mate, in uitlegkwesties in professionele, commerciële verhoudingen rekening gehouden wordt met ‘zakelijke logica’, ofwel ‘business common sense’. Met andere woorden: kent de rechter gewicht toe aan het argument dat het vanuit commercieel oogpunt onwaarschijnlijk is dat een van beide partijen een bepaalde uitleg heeft voorgestaan?


Mr. drs. M. van Kogelenberg
Mr. drs. M. van Kogelenberg is werkzaam als universitair docent privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De dwingende bewijskracht van onderhandse akten en de leer van de verklaringsfictie

Het belang van art. 157 Rv nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Dwingende bewijskracht, Akte, Verklaringsfictie, Bewijsverklaringsclausule, 157 Rv
Auteurs Mr. L.A. van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn artikel bespreekt mr. L.A. van Amsterdam de dwingende bewijskracht die art. 157 Rv aan onderhandse akten toekent. Komt deze bewijskracht (ook) toe aan een bepaling in een ‘standaardakte’ dat bepaalde documentatie of informatie is verstrekt, of moet - zoals in de procespraktijk nog wel eens wordt betoogd - een dergelijke clausule als een ‘verklaringsfictie’ worden aangemerkt? Mr. Van Amsterdam gaat in op de achtergrond en het belang van art. 157 Rv, behandelt rechtspraak waarin de leer van de verklaringsfictie een rol speelt, en plaatst enkele kanttekeningen bij deze leer


Mr. L.A. van Amsterdam
Mr. L.A. van Amsterdam is advocaat bij NautaDutilh
Artikel

Copy, paste

Over de uitleg van boilerplate-bedingen en wat kunnen we leren van het Amerikaanse recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2016
Auteurs Mr. J.W.A. Dousi
Auteursinformatie

Mr. J.W.A. Dousi
Mr. J.W.A. Dousi is promovendus bij de Radboud Universiteit Nijmegen en legal counsel bij Koninklijke FrieslandCampina N.V.
Artikel

De eerste klap is een daalder waard; de torpedo in de (internationale) procespraktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2015
Trefwoorden torpedo, EEX-Verordening, kartelschade, Engeland, litispendentie
Auteurs Mr. D.J. Beenders en Mr. W. Hofstee
SamenvattingAuteursinformatie

    Het procesrecht kan dienend zijn bij het maken van strategische keuzes. Een voorbeeld hiervan betreft het lanceren van een zogenoemde ‘torpedo’, op basis waarvan een procespartij (preventief) kan beïnvloeden voor welk forum een procedure gaat lopen. In dit artikel analyseren de auteurs dit fenomeen in de kartelschadepraktijk en concluderen zij dat rechters in Nederland, Duitsland en Engeland niet snel genegen lijken te zijn om torpedoacties een halt toe te roepen.


Mr. D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. W. Hofstee
Mr. W. Hofstee is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen

    Een discussie over de schaderegeling bij whiplashzaken (WAD graad I en II) zou als uitgangspunt moeten hebben dat de slachtoffers erkend worden in hun (soms ook blijvende) klachten en beperkingen. Het is bekend dat in deze zaken een (aantoonbaar) medisch substraat ontbreekt, maar dat betekent niet dat de klachten niet reëel zijn of daardoor niet aan een ongeval kunnen worden toegerekend. Als de klachten een zekere ernst hebben, dan kunnen daaruit ook beperkingen voor bijvoorbeeld het verrichten van arbeid voortvloeien gedurende een lange looptijd. In juridisch opzicht is de ‘whiplashdiscussie’ al gevoerd: deze heeft (te) kort gezegd in het voordeel van het slachtoffer uitgepakt. Daarmee zijn we er echter nog niet: we zouden moeten proberen de schaderegeling in deze kwesties te verbeteren.


Mr. J.F. Schultz
Mr. J.F. Schultz, re is letselschadespecialist bij Pals groep letselschadespecialisten.
Artikel

Stuiting van verjaring per e-mail

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2014
Trefwoorden stuiting, schriftelijkheidsvereiste, e-mail, art. 3:37 BW, ontvangsttheorie
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw en Mr. A.M. Morssinkhof
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijkjurist is geneigd vast te houden aan de oude gewoonte om verjaring per brief te stuiten. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre dat noodzakelijk is. Daarnaast worden enkele vragen opgeworpen die in het geval van stuiting van de verjaring spelen in het kader van art. 3:37 BW. Geconcludeerd wordt dat het niet nodig is om e-mail bij stuiting links te laten liggen, mits goed wordt nagedacht over het veiligstellen van bewijs dat de schuldenaar is bereikt.


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw en mr. A.M. Morssinkhof zijn advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Mr. A.M. Morssinkhof
Contracten maken

De klachtplicht vergeleken met het leerstuk estoppel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Estoppel, klachtplicht, rechtsverwerking, clean hands
Auteurs J.H. Mr. dr. Ermers
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel omvat een rechtsvergelijkende beschouwing over de klachtplicht van de koper c.q. schuldeiser en het common law leerstuk estoppel, de leer dat men niet terug kan komen op een eerder ingenomen standpunt als de positie van de wederpartij daardoor onredelijk wordt bezwaard. Zowel bij estoppel als bij de klachtplicht ligt de ratio in het verantwoording nemen voor gedragingen van de wederpartij die de rechthebbende heeft uitgelokt. Evenals bij estoppel komt het bij de klachtplicht aan op de vraag of de positie van de schuldenaar onredelijk bezwaard wordt. Sleutelbegrippen daarbij zijn nadeel en clean hands bij de schuldenaar.


J.H. Mr. dr. Ermers
Mr. dr. J.H. (Jeroen) Ermers promoveerde 7 maart 2014 aan de Open Universiteit op het proefschrift ‘Estoppel vanuit civil law perspectief’. Hij is als docent verbonden aan de Open Universiteit en werkzaam als jurist bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Dit artikel omvat een bewerking van (met name) hoofdstuk 10 van zijn dissertatie (Zutphen: Uitgeverij Paris 2014).
Artikel

Het semi-dwingendrechtelijke karakter van de klantenvergoeding bij het einde van de agentuurovereenkomst nader belicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden handelsagent, agentuurovereenkomst, klantenvergoeding, goodwillvergoeding, dwingendrechtelijk
Auteurs Mr. ir. M.J. Sturm
SamenvattingAuteursinformatie

    De regeling van de klantenvergoeding ex art. 7:442 BW is semidwingendrechtelijk van karakter. De mogelijkheden om via het internationaal privaatrecht de regeling te omzeilen zijn beperkt, terwijl ook anderszins die mogelijkheden lijken te ontbreken.


Mr. ir. M.J. Sturm
Mr. ir. M.J. Sturm is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

De implementatie van de richtlijn betalingsachterstanden: een kritische beschouwing en enkele wenken voor de praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden betalingsachterstand, betalingstermijn, handelsrente, implementatie, effectiviteit
Auteurs Mr. R. van Tricht en Mr. D.J. Beenders
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs is de wet ter implementatie van de Richtlijn betalingsachterstanden in werking getreden. Bij de wijze waarop de wetgever de richtlijn in het Burgerlijk Wetboek heeft geïmplementeerd, is een aantal vermogensrechtelijke kanttekeningen te plaatsen die niet bijdragen aan het beoogde doel van wet en richtlijn: het verminderen van betalingsachterstanden.


Mr. R. van Tricht
Mr. R. van Tricht is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam. E-mail: rene.vantricht@debrauw.com.

Mr. D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam. E-mail: daan.beenders@debrauw.com.
Praktijk

Et Dieu crea le contrat

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2012
Trefwoorden maatschap, ontstaan overeenkomst, duurrelatie, mededinging, boete, matiging
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht wordt wel eens vergeleken met een gereedschapskist. Om te weten welk gereedschap nodig is, is doorgaans een diagnose van het probleem noodzakelijk. De auteur bespreekt drie arresten, waarin partijen de aard van hun relatie onbenoemd hadden gelaten. In het eerste arrest neemt de rechter een maatschapsverband aan, in het tweede een duurrelatie waarvan de opzegging in strijd blijkt met het mededingingsrecht, en in het derde een oneigenlijk boetebeding waarop de regels over de matiging van boetes van toepassing zijn.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Casus

Artikel 6:234 BW of de moeizame relatie van de Nederlandse wetgever met Europese regelgeving

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2012
Trefwoorden algemene voorwaarden, terhandstelling, dienstenrichtlijn, E-commercerichtlijn
Auteurs Mr.drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 6:234 BW is sinds de invoering in 1992 tweemaal gewijzigd ter implementatie van Europese richtlijnen en is herschreven in het kader van wetsvoorstel 31 358. De schrijver analyseert de wetswijzigingen en de gevolgen die deze wijzigingen voor de praktijk hebben. Daarnaast geeft de schrijver best practice rules voor de omgang met de informatieverplichting van artikel 6:233 onder b BW.


Mr.drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

    Recensie van het proefschrift van van Stekelenburg waarin wordt onderzocht welke criteria de rechter in Nederland, Duitsland en de VS aanlegt bij het aanvaarden en waarderen van elektronisch bewijs. Schrijver geeft een aantal praktijkvoorbeelden van manipulatie van digitale bewijsstukken en bespreekt of speciale wettelijke eisen moeten worden gesteld aan digitaal bewijs of dat het Nederlandse bewijsrechtstelsel wederpartij en rechter voldoende middelen biedt om manipulatie te ontdekken.


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma. Hij dankt Linda de Lange voor haar onderzoekswerkzaamheden
Artikel

Mogelijkheden van bewijsvergaring; recente ontwikkelingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2011
Trefwoorden art. 21 Rv, art. 22 Rv, art. 162 Rv, art. 843a Rv, art. 3:15j BW
Auteurs Mr. G.J.R. Kalsbeek en Mr. P.N. Malanczuk
SamenvattingAuteursinformatie

    Gelijk hebben en gelijk krijgen zijn twee verschillende dingen. Bewijs is in dat verband van groot belang. Om een goede inschatting te kunnen maken van een rechtspositie en eventuele proceskansen is het belangrijk het beschikbare bewijs in kaart te brengen. In de praktijk is een ontwikkeling waar te nemen waarbij de mogelijkheden om bewijs te vergaren steeds ruimer worden toegepast. In deze bijdrage behandelen de auteurs de verschillende mogelijkheden om bewijs te vergaren die van belang zijn voor de ondernemingsrechtspraktijk, zowel tijdens als voorafgaand aan een procedure. In dit kader wordt aandacht besteed aan de eigen bevoegdheid van de rechter om informatie te verzoeken (art. 22 Rv), het voorlopig getuigenverhoor, de openlegging van boeken en bescheiden (art. 162 Rv), de vordering tot openlegging van de administratie (art. 3:15j BW) en de vordering tot inzage of afgifte van bescheiden (art. 843a Rv) alsmede het conceptwetsvoorstel op dat punt.


Mr. G.J.R. Kalsbeek
Mr. G.J.R. Kalsbeek is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.

Mr. P.N. Malanczuk
Mr. P.N. Malanczuk is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.
Praktijk

Algemene voorwaarden, klachtplicht en exoneratie: contractanten, wees duidelijk en volledig!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2011
Trefwoorden algemene voorwaarden, informatieplicht, Dienstenrichtlijn, klachtplicht, bekwame tijd, uitleg, Haviltex
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De schrijver bespreekt twee arresten waarin de Hoge Raad rechtsduidend optreedt. In het Attingo-arrest overwoog de Hoge Raad dat niet aan de informatieplicht van algemene voorwaarden op grond van artikel 6:234 BW is voldaan indien de wederpartij van de gebruiker van de algemene voorwaarden de algemene voorwaarden moet googelen. In het arrest Ploum/Smeets II heeft de Hoge Raad gezichtspunten gegeven aan de hand waarvan kan worden getoetst of binnen bekwame tijd is geklaagd. Daarnaast overwoog de Hoge Raad in dat arrest dat de rechter contractsbepalingen binnen de Haviltex-toets taalkundig mag uitleggen bij gebreke van stellingen van partijen die een andere uitleg rechtvaardigen dan de taalkundige uitleg.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Artikel

Omkering van de bewijslast

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden stelplicht, bewijslast, omkering van de bewijslast, bevrijdend verweer, klachtweer
Auteurs Mr. E.J. Bellaart en Mr. D.E. Alink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van 23 april 2010 van de Hoge Raad betreft naar de mening van auteurs een voorbeeld van toepassing van een bijzondere regel van omkering van de bewijslast op grond van art. 150 Rv in het kader van een vernietigingsprocedure van een arbitraal vonnis. Het arrest maakt, in meer algemene zin, duidelijk dat de omkering van de bewijslast niet een omkering van de stelplicht betekent. Als sprake is van een bevrijdend verweer dient daarop een beroep te worden gedaan, ongeacht de omkering van de bewijslast. Het arrest schijnt ook licht op andere bevrijdende verweren waarbij de bewijslast is omgekeerd, zoals de klachtplicht ex art. 7:23 BW.


Mr. E.J. Bellaart
Mr. E.J. Bellaart is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau (Civiel) van de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. D.E. Alink
Mr. D.E. Alink is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau (Civiel) van de Hoge Raad der Nederlanden.
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.