Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 165 artikelen

x
Article

Access_open The Promotion of Equality and Prevention of Unfair Discrimination Act 4 of 2000: Proposals for legislative reform to promote equality through schools and the education system

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Transformative pedagogy, equality legislation, promotion of equality, law reform, using law to change hearts and minds
Auteurs Anton Kok, Lwando Xaso, Annelize Steenekamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we focus on how the education system can be used to promote equality in the context of changing people’s hearts and minds – values, morals and mindsets. The duties contained in the Promotion of Equality and Prevention of Unfair Discrimination Act 4 of 2000 (‘Equality Act’) bind private and public schools, educators, learners, governing bodies and the state. The Equality Act calls on the state and all persons to promote substantive equality, but the relevant sections in the Equality Act have not been given effect yet, and are therefore currently not enforceable. We set out how the duty to promote equality should be concretised in the Equality Act to inter alia use the education system to promote equality in schools; in other words, how should an enforceable duty to promote equality in schools be fashioned in terms of the Equality Act. Should the relevant sections relating to the promotion of equality come into effect in their current form, enforcement of the promotion of equality will take the form of obliging schools to draft action plans and submit these to the South African Human Rights Commission. We deem this approach inadequate and therefore propose certain amendments to the Equality Act to allow for a more sensible monitoring of schools’ duty to promote equality. We explain how the duty to promote equality should then play out practically in the classroom to facilitate a change in learners’ hearts and minds.


Anton Kok
Anton Kok is Professor of Jurisprudence at the Faculty of Law of the University of Pretoria.

Lwando Xaso
Independent,Lawyer,Lawyer, writer and historian

Annelize Steenekamp
Independent,Lawyer

Michelle Oelofse
University of Pretoria,Academic associate,LLM candidate (University of Pretoria)
Essay

Drugsgebruik, exces en criminaliteit

Een historisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Trefwoorden history of drugs, tobacco, drug policy, civilizing process, opium
Auteurs Dr. Stephen Snelders
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the problem of excessive drug use from a historical perspective. Cultural ambivalence towards excessive use of alcohol, tobacco, and drugs has roots going back into the seventeenth century. A case study is presented of the introduction and adaptation of tobacco in the Dutch republic. Dutch national and colonial drug regulation is discussed. It is concluded that regulations have been primarily motivated by anxieties about excessive behaviour among the labouring classes, endangering public order, and non-white users in the colonies. This has led to criminalization of excessive behaviour, and to the creation of a criminal underground economy.


Dr. Stephen Snelders
Dr. S.A.M. (Stephen) Snelders is research fellow aan de Faculteit Bètawetenschappen en het Freudenthal Instituut/History and Philosophy of the Sciences van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Wie zijn jeugdige veelplegers?

Een onderzoek naar aantallen en kenmerken op basis van politieregistraties en zelfrapportage

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Juvenile delinquency, Frequent offending, Research methods, Self reports, Police registrations
Auteurs Prof. dr. Frank Weerman, Prof. dr. Gerben Bruinsma, Prof. dr. Wim Bernasco e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to provide more insight in prevalence and aetiology of juvenile frequent offending, employing police registered data as well as self-report information. We combined data about 519 youths that participated in a self-report study in the region of The Hague with police register data (the HKS system) from the police unit of The Hague. The results indicate that a substantial part of youths that report a large amount of offenses themselves are not formally known as ‘juvenile frequent offender’. Causal factors derived from four major criminological theories can be found in a more pronounced way among juvenile frequent offenders than among youths that incidentally commit offenses. In general, there are similarities between the characteristics of juvenile frequent offenders defined by police register data and those defined by self-reports, but, on average, frequent offenders that are known by the police spend more time unstructured socializing with friends. We conclude that research using the method of self-report is well capable to find juvenile frequent offenders, and that this method also leads to useful information about the causes of their delinquent behaviour.


Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Gerben Bruinsma
Prof. dr. G.J.N. Bruinsma is emeritus directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en emeritus hoogleraar Omgevingscriminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Wim Bernasco
Prof. dr. W. Bernasco is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Ruimtelijke analyse van criminaliteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L. Pauwels is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Gent.
Titel

De Arubaanse rechter oog-in-oog met het ontvoerde kind

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden internationale bevoegdheidsrecht, internationale kinderontvoering, Haags Kinderbeschermingsverdrag, artikel 429c Rv, Koninkrijk
Auteurs Mr. G. Jacobs
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft de resultaten weer van een literatuurstudie naar de rechterlijke bevoegdheid in zaken van internationale ouderlijke kinderontvoering voor de periode 1965-2019. Hierbij is het oude en huidige internationale bevoegdheidsrecht van Nederland geanalyseerd en is ook onderzocht of deze regelingen door de Arubaanse rechter gebruikt kunnen worden.
    Uit het onderzoek is gebleken dat de rechters van Aruba en Sint Maarten enkel het HKV 1961 kunnen gebruiken als grondslag voor hun internationale bevoegdheid. Dit omdat een beslissing op een teruggeleidingsverzoek een kinderbeschermingsmaatregel is die binnen het materieel toepassingsgebied van het HKV 1961 valt. Valt de ontvoering ook binnen het formeel toepassingsgebied van het verdrag, dan betekent dit dat de rechters van Aruba en Sint Maarten hun internationale bevoegdheid kunnen vaststellen op grond van artikel 9 HKV 1961.
    Ook kan de Arubaanse rechter zijn internationale bevoegdheid ontlenen aan artikel 429c lid 3 RvNA (met toepassing van het ‘distributie bepaalt attributie’-beginsel).


Mr. G. Jacobs
Mr. G. Jacobs is jurist en klachtenfunctionaris bij het Instituto Medico San Nicolas te Aruba.
Article

Access_open The Effectiveness Paradigm in Financial Legislation – Is Effectiveness Measurable?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden effectiveness, effectiveness measurement methodologies, financial legislation, legislative objective, product approval governance
Auteurs Jeroen Koomans
SamenvattingAuteursinformatie

    How can you determine if financial legislation is effective? This article seeks to identify three characteristics that make up the basis for an effectiveness review, being the determination what the legislative objective is, who is it aimed at and what approach is taken to achieve this objective. Determining the legislative objective may prove to be a challenging undertaking, and the uncertainties that come with that affect the other two characteristics as well. And even if a clear legislative objective can be established, how can you be sure that its achievement was in fact attributable to the legislation under review? What do you compare your results to absent a baseline measurement and how can the vast number of variables that affect the effectiveness of the legislation under review be accounted for, if at all? Is effectiveness in financial legislation at all measurable and, when measured, what is its value in practice?


Jeroen Koomans
Jeroen Koomans is affiliated to the University of Amsterdam FEB Academy for Banking and Insurance and employed by ABN AMRO Bank N.V.

Hanneke Ackermans-Wijn
Mr. dr. J.C.E. Ackermans-Wijn is raadsheer in het team familie- en jeugdrecht in het Hof ’s-Hertogenbosch.
Annotatie

Gedeeltelijke beëindiging en het toetsingsmoment in ontslagzaken

HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:283 (werkneemster/Schoonmaakbedrijf Victoria B.V.) en ECLI:NL:HR:2020:284 (werknemer/werkgever)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Gedeeltelijke ontbinding, Ex tunc, Ex nunc, Vermindering arbeidsduur, Wijziging arbeidsvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 februari 2020 wees de Hoge Raad een tweetal beschikkingen waarin de vraag naar de mogelijkheid van gedeeltelijke ontbinding en het toetsingsmoment van ontbindingsbeschikkingen in hoger beroep centraal stond. Op beide punten was nadere richting gewenst. De Kolom-beschikking kon vermoeden dat een belangrijke stap gezet was richting de mogelijkheid van een gedeeltelijke ontbinding. Niets blijkt minder waar, getuige het oordeel in de Victoria-beschikking, of toch…? Ook de vraag naar het toetsingsmoment van ontslagzaken in hoger beroep heeft de gemoederen beziggehouden. De Hoge Raad komt niet tot een uniform antwoord. Gaat het om een afgewezen ontbindingsbeschikking, dan is de toetsing in hoger beroep ex nunc; gaat het om een toegewezen ontbindingsbeschikking, dan is de toetsing ex tunc. Deze bijdrage onderwerpt de twee beschikkingen aan een nadere analyse.


Mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate
Mr. dr. D.M.A. (Vivian) Bij de Vaate is universitair docent bij de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open What does it mean to be ‘illiberal’?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2020
Trefwoorden Liberalism, Illiberalism, Illiberal practices, Extremism, Discrimination
Auteurs Bouke de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Illiberal’ is an adjective that is commonly used by scholars. For example, they might speak of ‘illiberal cultures’, ‘illiberal groups’, ‘illiberal states’, ‘illiberal democracies’, ‘illiberal beliefs’, and ‘illiberal practices’. Yet despite its widespread usage, no in-depth discussions exist of exactly what it means for someone or something to be illiberal, or might mean. This article fills this lacuna by providing a conceptual analysis of the term ‘illiberal practices’, which I argue is basic in that other bearers of the property of being illiberal can be understood by reference to it. Specifically, I identify five ways in which a practice can be illiberal based on the different ways in which this term is employed within both scholarly and political discourses. The main value of this disaggregation lies in the fact that it helps to prevent confusions that arise when people use the adjective ‘illiberal’ in different ways, as is not uncommon.


Bouke de Vries
Bouke de Vries is a postdoctoral research fellow at Umeå University and the KU Leuven.
Artikel

Access_open Legal and Political Concepts as Contextures

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Concepts, Contextualism, Essentially Contested Concepts, Legal Theory, Freedom
Auteurs Dora Kostakopoulou
SamenvattingAuteursinformatie

    Socio-political concepts are not singularities. They are, instead, complex and evolving contextures. An awareness of the latter and of what we need to do when we handle concepts opens up space for the resolution of political disagreements and multiplies opportunities for constructive dialogue and understanding. In this article, I argue that the concepts-as-contextures perspective can unravel conceptual connectivity and interweaving, and I substantiate this by examining the ‘contexture’ of liberty. I show that the different, and seemingly contested, definitions of liberty are the product of mixed articulations and the development of associative discursive links within a contexture.


Dora Kostakopoulou
Dora Kostakopoulou is a member of the Scientific Committee of the Fundamental Rights Agency of the EU and Professor of European Union Law, European Integration and Public Policy at Warwick University.
Artikel

Het gebruik van oligarchische clausules bij benoeming en ontslag door Nederlandse beursvennootschappen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden corporate governance, bindende voordracht, ontslag, ontstentenis, aandeelhouders
Auteurs Mr. B. Kemp en Mr. A.S. Renshof
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit ons onderzoek volgt dat een ruime meerderheid van de Nederlandse beursvennootschappen de bevoegdheid van de aandeelhoudersvergadering om bestuurders te benoemen en ontslaan beperkt door het gebruik van zogeheten oligarchische clausules. Hieruit worden in deze longread enkele conclusies getrokken, waaronder dat oligarchische clausules worden gebruikt als correctie op het aandeelhoudersvriendelijke wettelijke uitgangspunt.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en als universitair docent verbonden aan Maastricht University. Hij is daarnaast redacteur van dit tijdschrift.

Mr. A.S. Renshof
Mr. A.S. Renshof is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    This article engages in a comparison of the regulation of PR in the Netherlands and the UK (specifically England and Wales). The latter is a good comparator as it operates a similar regulatory approach to the Netherlands, that of conditional acceptance of PR, the condition being (prior) consent. Furthermore, the UK boasts a more detailed and mature legal framework that continues to be tested through caselaw, and thus offers insight into how a regulatory approach conditional upon the (prior) consent of the deceased can fare.
    The article starts with a brief exposition of the new Dutch guidelines and the current legislative position in the Netherlands vis-à-vis posthumous reproduction (part II). Likewise, the relevant UK guidelines and legislative position are summarized (part III). This article draws out the similarities and differences between the two regimes, as well as engaging in a critical analysis of the regulations themselves. It then looks at how the UK regime has been challenged in recent years through caselaw in anticipation of the issues that might confront the Netherlands in future (part IV). The article concludes (part V) that the key lesson to be drawn from the UK experience is that clarity and consistency is crucial in navigating this ethically, emotionally, and time sensitive area. Further, that both the UK and the Netherlands can expect demand for more detailed and precise regulatory guidance as requests for the procedure increase, and within evermore novel circumstances.

    ---

    Dit artikel vergelijkt de regulering van postume reproductie (PR) in Nederland en het Verenigd Koninkrijk (in het bijzonder Engeland en Wales). Laatstgenoemde is daarvoor zeer geschikt, aangezien het VK een vergelijkbare reguleringsbenadering heeft als Nederland, namelijk de voorwaardelijke acceptatie van PR, waarbij (voorafgaande) toestemming de voorwaarde is. Bovendien beschikt het VK over een gedetailleerder en volwassener juridisch kader dat continu wordt getoetst door middel van rechtspraak. Dit kader biedt daarmee inzicht in hoe een regulerende benadering met als voorwaarde (voorafgaande) toestemming van de overledene kan verlopen.
    Het artikel vangt aan met een korte uiteenzetting van de nieuwe Nederlandse richtlijnen en de huidige positie van de Nederlandse wetgever ten opzichte van postume reproductie (deel II). De relevante Britse richtlijnen en het wetgevende standpunt worden eveneens samengevat (deel III). Vervolgens worden de overeenkomsten en verschillen tussen de twee regimes naar voren gebracht, met daarbij een kritische analyse van de regelgeving. Hierop volgt een beschrijving van hoe het VK de afgelopen jaren is uitgedaagd in de rechtspraak, daarmee anticiperend op vraagstukken waarmee Nederland in de toekomst te maken kan krijgen (deel IV). Tot slot volgt een conclusie (deel V) waarin wordt aangetoond dat de belangrijkste les die uit de Britse ervaring kan worden getrokken, is dat duidelijkheid en consistentie cruciaal zijn bij het navigeren door dit ethische, emotionele en tijdgevoelige gebied. En daarnaast, at zowel het VK als Nederland een vraag naar meer gedetailleerde en precieze regelgeving kunnen verwachten naarmate verzoeken om deze procedure toenemen, met daarbij steeds weer nieuwe omstandigheden.


Dr. N. Hyder-Rahman
Nishat Hyder-Rahman is a Post-doctoral Researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Molengraaff Institute for Private Law, Utrecht University.
Artikel

Participatie in circulaire gebiedsontwikkeling

Over het creëren van alternatieve ruimtes door professionele stadmakers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Circular City, Sustainable Development, City Makers, Co-creation, The Netherlands
Auteurs Linda van de Kamp PhD, Michaela Hordijk PhD, John Grin PhD e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    We analyze two citizen collectives of ‘professional city makers’ who have shaped participation in circular area development in anticipation of the Dutch Environment and Planning Act. The activities of professional city-makers form an interesting new phenomenon that requires attention as well as the implications: it is precisely through the professionalism of the city-makers’ efforts that there is a regular tension in the participation process between their role as citizen and professional in their contact with the government. We therefore discuss how the participation of professional city-makers in area development exposes different paradoxes that must be taken into account in the further implementation of the Environment and Planning Act. In short, we argue that participation in the Act is presented in a traditional way and does not fit the new role of citizens in area development in the 21st century.


Linda van de Kamp PhD
Linda van de Kamp is cultureel antropoloog en universitair docent aan de afdeling Sociologie van de Universiteit van Amsterdam.

Michaela Hordijk PhD
Michaela Hordijk is Universitair Hoofddocent aan de afdeling Sociale Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies van de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Kennisactieprogramma Water.

John Grin PhD
John Grin is Hoogleraar beleidswetenschap en systeeminnovaties aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam.

(dr.ig.) Gert-Joost Peek PhD
Gert-Joost Peek is lector Gebiedsontwikkeling en Transitiemanagement aan de Hogeschool Rotterdam. Daarnaast is hij eigenaar van SPOTON Consulting en is hij als fellow Ruimtelijke procesorganisatie verbonden aan de Amsterdam School of Real Estate (ASRE). Hij is bestuurslid van I’M BINCK.

Frank Alsema MA
Frank Alsema is kwartiermaker Stadslab Buiksloterham, regisseur, producer en entrepeneur.

Saskia Müller MA
Saskia Müller is ondernemer en kwartiermaker Stadslab Buiksloterham.
Artikel

Access_open Using Case Studies for Research on Judicial Opinions. Some Preliminary Insights

Tijdschrift Law and Method, november 2019
Trefwoorden case study, judicial opinions, empirical legal research, qualitative methods, research on judicial opinions
Auteurs Mateusz Stępień
SamenvattingAuteursinformatie

    There is a pressing need to develop a research methodology for studying judicial opinions that goes beyond both dogmatic analyzes and the established positions developed within philosophy of law and legal theory (e.g. the hermeneutic and argumentative approaches). One possible way is to adopt or modify methodologies developed within empirically oriented social sciences. Most social science textbooks devoted to methodology of empirical research deal with case studies. So far, this research framework developed within the social sciences has not been applied directly to judicial opinions, though they have been used for some empirical legal research studies. Even et first sight, case study research would appear to have potential for use with judicial opinions. The aim of the paper is to answer the question, how and to what extent can case study methodology developed within the social sciences be fruitfully used to examine judicial opinions? The general answer is undoubtedly positive (case studies can bring new, non-trivial threads to the research methodology on judicial opinions), though with many serious and far-reaching reservations.


Mateusz Stępień
Assistant Professor, Department of Law and Administration, Jagiellonian University, Cracow, Poland.
Artikel

Het vereiste van de zwaarwegende grond bij opzegging van duurovereenkomsten: niet dood en begraven

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden duurovereenkomst, opzegging, zwaarwegende grond, maatschappelijk belang, netwerkbedrijven
Auteurs Mr. I.S.J. Houben en Mr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    Ondanks het uitgangspunt dat een duurovereenkomst waarvoor geen wettelijke of contractuele opzeggingsregeling geldt in beginsel opzegbaar is, is opzegging soms alleen mogelijk bij een voldoende zwaarwegende grond. De aanwezigheid van een maatschappelijk belang kan een indicatie zijn dat een voldoende zwaarwegende grond is vereist.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent bij de afdeling Burgerlijk Recht van de Universiteit Leiden en (sinds 9 mei 2019) raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is als universitair docent werkzaam bij de afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden.
Article

Access_open The Singapore International Commercial Court: The Future of Litigation?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international commercial court, Singapore, dispute resolution, litigation
Auteurs Man Yip
SamenvattingAuteursinformatie

    The Singapore International Commercial Court (‘SICC’) was launched on 5 January 2015, at the Opening of Legal Year held at the Singapore Supreme Court. What prompted the creation of SICC? How is the SICC model of litigation different from litigation in the Singapore High Court? What is the SICC’s track record and what does it tell us about its future? This article seeks to answer these questions at greater depth than existing literature. Importantly, it examines these questions from the angle of reimagining access of justice for litigants embroiled in international commercial disputes. It argues that the SICC’s enduring contribution to improving access to justice is that it helps to change our frame of reference for international commercial litigation. Hybridisation, internationalisation, and party autonomy, the underpinning values of the SICC, are likely to be the values of the future of dispute resolution. International commercial dispute resolution frameworks – typically litigation frameworks – that unduly emphasise national boundaries and formalities need not and should not be the norm. Crucially, the SICC co-opts a refreshing public-private perspective to the resolution of international commercial disputes. It illuminates on the public interest element of the resolution of such disputes which have for some time fallen into the domain of international commercial arbitration; at the same time, it introduces greater scope for self-determination in international commercial litigation.


Man Yip
BCL (Oxon).
Contracten maken

Access_open Leren exonereren: een aantal gezichtspunten ten aanzien van het contractueel reguleren van aansprakelijkheid

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Exoneratie, Schadeplichtigheid, Verzuim, Opzet of bewuste roekeloosheid, Beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Prof. mr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de rol die exoneraties in b2b-verhoudingen spelen besproken en formuleert de auteur regels die bij het opstellen van een goede exoneratiebepaling van nut kunnen zijn. De auteur wijst op het belang van het juridisch (logistiek) kwalificeren van de overeenkomst, de vraag of de schadeplicht voortvloeit uit een temporeel of kwalitatief ten achter blijven en op de uitleg van exoneraties. Onderzocht wordt ook of toetsing van het beding aan de beperkende werking van de redelijkheid veel verschilt van de norm ‘onredelijk bezwarend’ uit artikel 6:233 sub a Burgerlijk Wetboek en de omstandigheden die in de rechtspraak een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of een exoneratie terzijde moet worden gesteld.


Prof. mr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counseling aan de Open Universiteit, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.
Artikel

Access_open De achterkant van het openbaar bod

Over de opkomst, ontwikkeling en normering van de pre-wired back-end

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden openbaar bod, pre-wired back-end, minderheidsaandeelhouders, activa/passiva-transactie, fusie
Auteurs Mr. J. Barneveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Pre-wired back-end structuren zijn in de overnamepraktijk ontwikkeld om na een openbaar bod tot 100% controle te komen. In dit artikel staan de opkomst en normering van die structuren centraal. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan de market practice om back-end-transacties aan additionele voorwaarden te onderwerpen.


Mr. J. Barneveld
Mr. dr. J. Barneveld is advocaat bij De Brauw in Amsterdam en dit jaar werkzaam bij Wachtell, Lipton, Rosen & Katz in New York.
Artikel

‘We maken wat mee zeg…’

Mentale weerbaarheid binnen de werkcontext van de districtsrecherche

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Weerbaarheid, Recherche, Stressoren, Copingstrategieën
Auteurs Dr. Henk Sollie
SamenvattingAuteursinformatie

    This study provides an in-depth analysis of the resilience of criminal investigators in the Netherlands. Observational studies within three criminal investigation teams and 45 interviews with investigators and team leaders revealed that confrontations with human suffering, decision-making, and dirty and physically demanding circumstances at the crime scene can sometimes be (very) challenging. However, investigators have relatively little difficulty with the strain resulting from the operational stressors to which they are exposed during investigations. They know how to apply different coping strategies to reduce stress. However, this does not apply to organisational stressors. The way in which their work is organised regularly causes tension, dissatisfaction and frustration. The research highlights that investigators suffer more from these organisational stressors than from the stressors that can be associated with criminal investigations. Attention should therefore be focused on strengthening their ‘internal resilience’, the article makes a number of recommendations to support this.


Dr. Henk Sollie
Dr. Henk Sollie is onderzoeker en adviseur bij Twynstra Gudde.
Artikel

De tweeconclusieregel en beginselen van burgerlijk procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden tweeconclusieregel, rechtsstrijd in hoger beroep, beginselen van behoorlijk procesrecht
Auteurs Frank Kroes
SamenvattingAuteursinformatie

    Beginselen van behoorlijk procesrecht nemens sinds de dagen van Van Boneval Faure een plaats in in het burgerlijk procesrecht en winnen nog steeds aan belang. Aan de tweeconclusieregel, die de mogelijkheden om de rechtsstrijd in hoger beroep te wijzigen of uit te breiden aan banden legt, liggen met name de beginselen ten grondslag van toegang tot de rechter, hoor en wederhoor, berechting binnen een redelijke termijn en de partijautonomie. Ook de uitzonderingen op de regel laten zich goed verklaren uit beginselen van behoorlijk procesrecht.


Frank Kroes
Mr. Chr.F. Kroes is advocaat in Amsterdam en werkzaam bij Baker McKenzie.
Artikel

Een held valt niet – morele dilemma’s als een gevierde insider in de fout gaat

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2018
Trefwoorden hero, moral entrepreneur, Bill Cosby, Jimmy Savile, Gerrit Achterberg
Auteurs Dr. Frank van Gemert en Danaé Stad MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Bill Cosby, Jimmy Savile and Gerrit Achterberg lived in different periods, in the US, UK, and the Netherlands. They were heroes because of what they accomplished during their professional careers but all three turned out to have committed serious crimes. Disclosure is painful, not only for the hero who comes to fall but also for the community that finds itself redefining moral standards when losing a celebrated insider. For this reason, the crimes of these three men have been concealed and kept secret for years. In comparing the three cases, this article tries to find out who decides on keeping the hero on his feet, how this is done, and if this changes over time.


Dr. Frank van Gemert
Dr. Frank van Gemert is universitair docent bij de sectie strafrecht en criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Danaé Stad MSc
Danaé Stad MSc studeerde criminologie aan de VU en is werkzaam bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Amsterdam-Amstelland (RIEC-AA).
Toont 1 - 20 van 165 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.