Zoekresultaat: 34 artikelen

x
Artikel

Empirisch-juridisch onderzoek in Nederland

Bespiegelingen over de stand van zaken in de rechtswetenschap, het juridisch onderwijs en de rechtspraktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Empirical methods, Legal research, Legal education, Legal practice, Legislation
Auteurs Dr. Nieke Elbers, Mr. dr. Marijke Malsch, Dr. Peter van der Laan e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical Legal Studies (ELS) is research in which legal questions are answered using empirical research methods. Traditionally, lawyers conduct normative, non-empirical research. Lately the legal discipline is increasingly interested in ELS. It is argued that we need more ELS. This raises the question to what extent Dutch researchers and practitioners conduct and apply ELS. In this article, we investigate the state of affairs of ELS in the Netherlands. We look at three different areas: legal research, legal education and legal practice. The data we use are legal PhD theses, legal course material, legislative proposals, and questionnaire data from legal practitioners. The methods are a systematic review, a quantitative content analysis, and a questionnaire research. Our study on legal research shows that researchers do apply empirical methods, but mainly the researchers with an education in social science. Our study on legal education shows that lawyers receive hardly any training on empirical research methods. Finally, our research on legal practice shows that practitioners and legislators struggle to apply empirical legal research. We plead for investments to enhance the production and usage of ELS, to prevent wrongful judicial decision-making, to generate effective legislation, and to create scientific innovation.


Dr. Nieke Elbers
Nieke Elbers is als postdoc onderzoeker verbonden aan het NSCR als projectleider Empirical Legal Studies (ELS).

Mr. dr. Marijke Malsch
Marijke Malsch werkt als senior onderzoeker bij het NSCR.

Dr. Peter van der Laan
Peter van der Laan werkt als senior onderzoeker bij het NSCR. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar sociaal pedagogische hulpverlening aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit.

Prof. dr. Arno Akkermans
Arno Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en directeur van het NSCR.
Artikel

Naar een blauwe criminologie?

Over illegale visserij, visfraude en criminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2018
Trefwoorden illegal fishing, fish fraud, organization crime, green criminology, blue criminology
Auteurs Prof.dr.mr. Wim Huisman, Kees Camphuysen en Prof.dr.mr. Catrien Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Illegal (IUU) fishing is a relatively understudied area within criminology. In this article the authors briefly describe what IUU fishing entails, what is known about the consequences of such fishing, and will list law enforcement issues. They illustrate how illegal fishing can be organized in different ways, and will give some examples of fish fraud. The authors also discuss the (massive) measurement issues. The ecological impact of IUU fishing constitutes an important reason for more research into this phenomenon.


Prof.dr.mr. Wim Huisman
Prof.dr.mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit.

Kees Camphuysen
K. Camphuysen is senior onderzoeker aan het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ).

Prof.dr.mr. Catrien Bijleveld
Prof.dr.mr. C. Bijleveld is hoogleraar Methoden en Technieken van Criminologisch Onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam en directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Het besluitvormingsproces van civiele rechters in procedures over de gevolgen van een (echt)scheiding met een beschuldiging van seksueel kindermisbruik

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Family law, Child sexual abuse, Divorce, Custody and access
Auteurs Anne Smit MSc., Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. dr. mr. Masha Antokolskaia
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to provide insight into allegations of child sexual abuse in the context of divorce, and related, proceedings by analyzing the decision-making process of civil judges. To this aim, interviews with 13 judges and 11 lawyers were conducted and a focus group was organized with different specialists. It is concluded that in the eyes of the judges, allegations of child sexual abuse in this context are not rare, and some of the professionals signal an increase of allegations in the last decade. The presence of an allegation poses a dual issue: it points out problems within the family, as well as causes problems for the child. This dual nature makes it even more complex for judges to make decisions, especially concerning contact between father and child. The validity of the allegation becomes less important than its presence when judges consider the children’s best interests. The judges’ aim to create conditions for the family within which the child’s safety is best protected, can as an unwanted consequence delay the process, which in itself can be damaging for the child.


Anne Smit MSc.
Anne Smit is promovenda bij het NSCR waar zij werkt aan haar proefschrift ‘Allegations of Sexual Abuse of Children in Divorce Procedures: Towards Evidence-Based Guidelines’.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Prof. dr. mr. Masha Antokolskaia
Masha Antokolskaia is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen- en familierecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

    De studie beoogt aan de hand van 87 dossiers van gezag- en omgangsonderzoeken door de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) meer inzicht te krijgen in situaties waarin de ene ouder de andere ouder in het kader van een (echt)scheiding beschuldigt van seksueel misbruik van kinderen. De dossiers zijn gekoppeld aan bijbehorende civielrechtelijke beschikkingen en het Justitiële Documentatiesysteem. Hierdoor is de problematiek van verschillende kanten belicht. Uit het onderzoek blijkt dat het over het algemeen complexe zaken zijn, waarin naast de BSKM nog meer problemen zijn binnen de gezinnen. De aard van het vermeende seksueel misbruik is ernstig, en de kinderen gemiddeld jong. Regelmatig is de beschuldiging geuit bij politie en hulpverlening vóór de rechtszaak en het raadsonderzoek. De rechtszaken betreffen over het algemeen procedures omtrent gezag, verdeling van zorg- en opvoedingstaken en omgang. Vrijwel nooit is vast te stellen of het seksueel kindermisbruik heeft plaatsgevonden. Slechts drie ouders zijn veroordeeld voor het misbruik. Eén vader is vrijgesproken, twee vaders zijn niet nader vervolgd omdat zij ten onrechte als verdachte waren aangemerkt. Civiele rechters die beslissingen moeten nemen over de kinderen staan voor een dubbel dilemma: het al dan niet serieus nemen van de beschuldiging kan schadelijke gevolgen hebben voor kinderen, en daarnaast kan, vanwege de onzekerheid over de gegrondheid, een beslissing tot nader onderzoek ook schadelijk zijn omdat dit het proces verlengt. De RvdK adviseert de rechtbank regelmatig om definitieve beslissingen omtrent de kinderen aan te houden, in afwachting van bijvoorbeeld hulpverlening of een ondertoezichtstelling. Het is echter doorgaans niet de waarschijnlijkheid van het SKM, maar de gevolgen van de beschuldiging zelf waar de RvdK zijn zorgen regelmatig over uit. Hierdoor lijkt het dat de beschuldiging, en niet het potentiële misbruik, een katalysator is voor onwenselijke gevolgen voor de kinderen.
    ---
    This study aims to provide insight into allegations of child sexual abuse in the context of divorce and related proceedings by reviewing 87 files concerning investigations by the Dutch child protective service (CPS). These files are linked to the court rulings about the families in question, as well as the criminal record database. This makes it possible to look at this problem from various angles. The study shows that the cases are generally complex, in which aside from the allegations of sexual abuse, other issues existed within the families. The nature of the alleged abuses were serious, and the children were relatively young. Often an allegation was made to the police and social work organizations before the civil proceeding and investigation by the CPS. The proceedings generally concerned matters relating to the custody of and access to the children. It was very rarely possible to determine whether the child sexual abuse had actually taken place. Only three fathers were convicted of the abuses concerned. One father was acquitted and two fathers were wrongfully identified as suspects. Civil judges who have to make decisions about the children are faced with a double dilemma: firstly, the decision of whether or not to take the allegation seriously can have damaging consequences for the children involved. Secondly, the choice to proceed with further investigation and aid within the family, due to uncertainty as to the veracity of the allegation(s) in question, can lead to a prolonged process that damages the child. The study shows that the CPS often advises the court to postpone definitive decisions about the children so that social work organizations can provide more information on the matter at hand. However, the study also shows that it is generally not the potential abuse, but the allegation itself that the CPS expresses concern about.


Anne Smit MSc.
Anne Smit is a PhD Candidate at the VU University Amsterdam. She is currently writing her PhD dissertation on the topic: ‘Allegations of Sexual Abuse of Children in Divorce Procedures: Towards Evidence-Based Guidelines’.

Masha Antokolskaia
Masha Antokolskaia is a professor of family law at the VU University Amsterdam. She is head of the Amsterdam Centre of Family Law (ACFL), as well as a member of the Commission on European Family Law (CEFL) and of the Executive Council of the International Society of Family Law. Her main fields of interest are comparative family law, European family law, empirical family law studies and history of family law.

Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is the director of the Netherlands Institute for the Study of Crime and Law Enforcement (NSCR). Prior to this she worked as a senior researcher at NSCR. Her research activities focus on research into criminal careers and (experimental) research into the effectiveness of interventions, juvenile sex offenders, historical trends and the intergenerational transmission of delinquent behaviour. Catrien Bijleveld is also a member of the Royal Dutch Academy of Sciences (KNAW).
Artikel

Boef zoekt vrouw

Mitigerende factoren bij het oordeel over samenwonen met een delictpleger

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden Partner, Samenwonen, Criminaliteit, Relatie
Auteurs Dr. Joris Beijers, Dr. Jan-Willem van Prooijen en Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In a vignette study, we investigated the extent to which factors may mitigate the relative ‘unattractiveness’ of one-time offenders as cohabitation partners. These factors include having a job, not having a criminal record and the amount of time that has passed since the offence was committed. This was done by asking students to advise a hypothetical person whether he or she should start cohabiting with his or her partner who had offended once. The factors of interest were systematically varied. Our findings showed a more positive cohabitation advice when the offender had committed the offence relatively long ago. Our findings also showed a more positive cohabitation advice when the offender was employed. This is an important finding, as this may indicate that being employed also helps ex-offenders getting their lives back on track with respect to cohabitation.


Dr. Joris Beijers
Dr. J.E.H. Beijers is als docent verbonden aan de Universiteit Utrecht, afdeling Sociologie.

Dr. Jan-Willem van Prooijen
Dr. J.W. van Prooijen is als universitair hoofddocent verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, sectie Sociale & Organisatiepsychologie, en is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar Methoden en Technieken aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Veroordeeld tot (g)een baan

Hoe delict- en persoonskenmerken arbeidsmarktkansen beïnvloeden

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden employment experiment, employment chances, labour market, conviction, ethnicity
Auteurs Dr. Chantal van den Berg, Dr. Lieselotte Blommaert, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Previous research showed that job applicants with a criminal record have lower chances of obtaining employment compared to job applicants with no criminal record. At the same time empirical studies showed that having a job is especially beneficial for ex-delinquents, as employment was found to lower recidivism. The current study uses an experimental design to look into the influence of a criminal record on employment chances. For this purpose, 520 resumes and motivation letters were sent in response to vacancies published on the internet. All were identical except for the stated offence type (no offence, violent offence, property offence, or sexual offence), duration between conviction and application, business sector and ethnicity of the applicant. Results show no effect for type of offence or no offence on employment chances. However, a strong effect is found for ethnicity. Ethnic minorities with no conviction were even found to have lower chances of receiving a positive reaction compared to applicants with a Dutch name and a conviction for a violent offence.


Dr. Chantal van den Berg
Dr. C.J.W. van den Berg is onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Lieselotte Blommaert
Dr. E.C.C.A. Blommaert is postdoctoraal onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar Methoden en Technieken aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Stijn Ruiter
Prof. dr. S. Ruiter is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Sociale en ruimtelijke aspecten van deviant gedrag aan de Universiteit Utrecht.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr Catrien Bijleveld is directeur van NSCR en Professor of Research Methods in Criminology aan de VU University Amsterdam.
Artikel

Analysemethoden en technieken voor criminologisch onderzoek

Oude trends en nieuwe ontwikkelingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Qualitative research, Criminology, Multivariate analytical methods, Size and causes of crime, Mixed methods
Auteurs Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the developments in the use of analytical methods and technics for criminological research in the Netherlands since the beginning of the eighties. The author focuses on quantitative research methods. While classical multivariate technics like (M)AN(C)OVA, canonic correlation analysis and LISREL were dominant until the beginning of the new century, new multivariate analytical methods appeared from 2005 onwards. Especially the analysis of life course trajectories of criminal offenders caught on. The author also discusses various methods to measure the size of crime, like randomized response and capture-recapture, as well as methods identifying the causes of crime. In this latter field the use of fixed-effects methods and the propensity score matching technic has expanded considerably in the last couple of years. When it comes to explaining why people commit crime, quantitative methods do not suffice. The author argues that thorough quantitative methods can reveal the context in which criminal acts occur. The wider use of so-called mixed methods (quantitative as well as qualitative) could contribute to a deeper understanding of crime and stimulate theoretical development. In doing so these methods contribute considerably to understanding why people commit crime.


Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld
Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld is directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar Criminologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Redactioneel

Historische criminologie: een vakgebied

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Trefwoorden History, social change, comparative analysis, crime trends, crime patterns
Auteurs Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld, Prof. dr. Margo De Koster en Prof. dr. Manon van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Throughout history people have committed theft, fraud and murder. However, the frequency and severity of crimes are not static, but varies across time and space. The ways in which people respond to crime also change over time: penalties such as banishment, corporal punishment and capital punishment were frequently imposed in early modern Europe, but do not exist here anymore. Our thinking about crime and crime control changed over time as well. In addition to so-called hard crimes such as theft and homicide, various kinds of conduct were – in some times and periods – labeled as criminal (adultery, fornication and blasphemy). In crime control, state formation resulted in the emergence and expansion and professionalization of police forces and judicial systems, which development was accompanied by increasing interactions and interplays between supranational governments, private crime fighters, and informal forms of social control. Criminologists study fluid phenomena which vary across time and space. This makes exchange of knowledge and research cooperation between historians and criminologists particularly fruitful, or as Paul Knepper put it: ‘From what has been done so far, one thing is clear enough: the most interesting criminology arises at the point that history and criminology meet’ (Knepper, 2013, 2081).


Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek en directeur van het NSCR.

Prof. dr. Margo De Koster
Prof. dr. M. De Koster is universitair docent historische criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Vrije Universiteit Brussel.

Prof. dr. Manon van der Heijden
Prof. dr. M.P.C. van der Heijden is hoogleraar Comparative Urban History aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Gevangenisstraffen van moeders en de belangen van kinderen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Imprisonment of mothers / Detentie van moeders, Alternative sentencing of mothers / Alternatieve straf voor moeders, Children’s interests / Belangen van kinderen
Auteurs Prof. dr. Doret De de Ruyter, Drs. Sanne Hissel en Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    A substantial number of children are confronted with the detention of their mothers. Empirical research shows that these children’s well-being is seriously affected, although no study has been able to assess whether a mother’s detention as such causes long-term damage. On the basis of children’s interests, this article defends the principle that mothers who are actively involved in raising their children should not receive a prison sentence but an alternative punishment, unless continuing care is detrimental to the children or if the legal order or interests of society and its citizens would be disproportionally threatened. The article ends with several practical implications.


Prof. dr. Doret De de Ruyter
Prof. dr. Doret de Ruyter is hoogleraar Theoretische pedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam en opleidingsdirecteur Pedagogische wetenschappen.

Drs. Sanne Hissel
Drs. Sanne Hissel is postdoc onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld is hoogleraar Onderzoeksmethoden in de criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, adjunct professor aan het Griffith University Key Centre for Research en directeur van het NSCR.
Artikel

Jong en laat ouderschap en delinquentie van de kinderen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2012
Trefwoorden early parenthood, motherhood, children, delinquency
Auteurs Joris Beijers MSc, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. Terence Thornberry
SamenvattingAuteursinformatie

    International studies show that children of teenage mothers are at elevated risk for offending. This study investigates the effect of early and late parenthood of mothers and fathers on offspring delinquency. The results confirm results from earlier studies and show that early fatherhood does not add to offending risk over and above early motherhood. Factors like family instability, family size and parental delinquency do not account for the association between early motherhood and delinquency. The elevated risk of offending applies to all children of young mothers, not just to the first-born children. Late parenthood is not associated with offspring delinquency.


Joris Beijers MSc
J.E.H. Beijers, MSc is onderzoeker bij het Phoolan Devi Instituut aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. Terence Thornberry
Prof. T.P. Thornberry is hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Department of Criminology & Criminal Justice aan de University of Maryland.
Artikel

Het effect van werk op de criminele carrière van jeugdige zedendelinquenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden juvenile sex offender, life-course criminology, employment, fixed and random effects model, typologies
Auteurs MSc Chantal van den Berg, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld, Prof. dr. Jan Hendriks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper delinquent development from age 12 to 29 of 498 juvenile sex offenders is analyzed. Fixed and random effects models are used to determine the effect of employment and of the stability of employment on the criminal career. We first show that juvenile sex offenders have limited access to the labor market, with stagnating participation rates from age 25 on, many different and short contracts. In spite of this, employment reduces offending, and having stable employment has an additional reducing effect on crime. We also looked at three types of sex offenders (child abusers, peer abusers and group offenders), who have a different background and for whom therefore effects could differ. We found no difference for offender types in the effect of employment on offending. The effects of employment stability, however, were due to only child abusers experiencing significant effects of continuity. We conclude that for juvenile sex offenders employment impacts similarly on offending as was found in previous studies among high-risk groups.


MSc Chantal van den Berg
C.J.W. van den Berg, MSc is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Jan Hendriks
Prof. dr. J. Hendriks is klinisch psycholoog bij De Waag in Den Haag, bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bijzonder hoogleraar forensische orthopedagogische diagnostiek en behandeling aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. Irma Mooi-Reçi
Dr. I. Mooi-Reçi universitair docent bij de afdeling Sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Jeugdige zedendelinquenten

Lange termijn criminele carrières en achtergrondkenmerken

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2011
Trefwoorden juvenile sex offender, developmental criminology, criminal career, trajectory analysis, personality and background characteristics
Auteurs Chantal van den Berg MSc., Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. dr. Jan Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper delinquent development from age 12 to 32 of 498 juvenile sex offenders is analyzed. Trajectory analysis distinguished five groups: adolescence-limited, adolescence-limited late bloomers, low chronic, high chronic and high declining. These groups are shown to differ on personality, family and background characteristics and type of sampling offenses.Our first conclusion is that juvenile sex offenders generally do not persist in sexual offending. Although the adolescence-limited and low chronic group correspond to Moffitt’s taxonomy, the offenses and characteristics of the groups do not. Therefore, our second conclusion is that juvenile sex offenders criminal careers only partly fit this general theory for delinquent behavior. A special theory for juvenile sex offending is required.


Chantal van den Berg MSc.
C.J.W. van den Berg, MSc. is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), cvandeberg@nscr.nl.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, cbijleveld@nscr.nl.

Prof. dr. Jan Hendriks
Prof. dr. J. Hendriks is bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en klinisch psycholoog bij De Waag in Den Haag, j.hendriks@vu.nl.
Artikel

De overdracht van gewelddadige delinquentie tussen drie generaties mannen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2011
Trefwoorden intergenerational transmission, delinquency, violence, timing
Auteurs Steve van de Weijer MSc., Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. dr. mr. Arjan Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    The transmission of violent delinquency between men from three consecutive generations is examined. Men with violent fathers are shown to have an increased risk to become violent offenders. This transmission of violent delinquency is larger than the transmission of non-violent delinquency. Moreover, it is shown that the timing of the paternal violent crime plays an important role in the intergenerational transmission of violent delinquency. The results are more in line with dynamic theories than with static theories. Though, more research is necessary to examine the precise mechanisms behind the intergenerational transmission of violent delinquency.


Steve van de Weijer MSc.
S.G.A. van de Weijer, MSc. is promovendus aan de Vrije Universiteit Amsterdam, s.vande.weijer@vu.nl.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, cbijleveld@nscr.nl.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden, ablokland@nscr.nl.
Artikel

‘Uitgediende hetaeren, verjaagde concubines en in den steek gelatenen’

De opsluiting van vrouwelijke bedelaars eind negentiende eeuw

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Geschiedenis, Vrouwelijke bedelaars, Rijkswerkinrichting
Auteurs Drs. Marian Weevers en Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    The backgrounds of the female vagabonds and beggars at the end of the 19th century show that contrary to their male counterparts, these females originated almost exclusively from the lower echelons of society. Their professions and those of their parents and husbands were low and ill-paid. Disease was prevalent, mortality was high and many of them had physical or psychological problems. Most of them were single and 25 percent had children out of wedlock. 20 Percent was convicted for mostly minor crimes. Because of their behaviour it is likely that they were not accepted by their family and received no support from the church or other institutions for relief of the poor. To beg and get convicted to RWI-placement may have been their only remaining survival strategy once they were old and ill.


Drs. Marian Weevers
Drs. M.H.A.C. Weevers is historica, mhac.weevers@planet.nl.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, cbijleveld@nscr.nl.
Artikel

Sekse en straftoemeting

Een experiment

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Experiment, Straftoemeting
Auteurs Catrien Bijleveld en Henk Elffers
SamenvattingAuteursinformatie

    Over 700 students judged fictitious descriptions of court cases, in which the gender of the offender was systematically varied, as well as a number of aspects pertinent to theories that explain disparities in sentencing between females and males. The results show that females indeed received shorter sentences than males, and that this difference could be attributed to the fact that male student-judges gave women shorter sentences and differential sentencing for violent crimes. We found mixed support for the chivalry as well as for the perceptual shorthand theory. More research is needed, in more realistic settings, to explain gender differences in sentencing.


Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, cbijleveld@nscr.nl.

Henk Elffers
Prof. dr. H. Elffers is hoogleraar empirische bestudering van de strafrechtpleging, afdeling Strafrecht en Criminologie, Vrije Universiteit Amsterdam, en senior onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam, helffers@nscr.nl.

    In the nineteenth century in the Netherlands, tramps and beggars were sent to Veenhuizen to work there as a form of punishment and rehabilitation. To investigate the background of these banished men, the authors drew a systematic 5% sample out of 6.000 men who were banished between 1896-1901. Using information from the so-called ‘signalements’-cards that were compiled, the authors found that the Veenhuizen men were not uneducated, unskilled workers, but on the contrary, often had some kind of (semi-)skilled profession. Many did not have a permanent abode, and only a few had (ever) been married. At on average 45 years of age, the Veenhuizen convicts were old for the era they lived in. As such these men lacked and had probably at some point in their lives lost societal as well as social ties, and had gone adrift.
    Recidivism was high. While the Veenhuizen measure may have been effective in delivering society from the blemishes that these men represented, but in general it didn't turn these men into fully participating citizens.


M. Weevers
Drs. Marian Weevers is historica en is werkzaam als beleidsadviseur bij de afdeling sociaal en economisch beleid van de gemeente Leiden.

C. Bijleveld
Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld is hoogleraar Methoden en Technieken van Criminologisch Onderzoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving in Leiden.
Artikel

‘Thans zal met kracht het breien van kousen worden voortgezet’

Vrouwelijke bedelaars en landlopers in de RWI te Leiden 1886-1907

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2010
Auteurs M. Weevers en C.C.J.H. Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is based on research in the archives of the Rijkswerkinrichting in Leiden, the Netherlands, which served as a penitentiary for female vagabonds and beggars between 1886 and 1907. At an average 48 years of age, women were old; about four in ten were confined more than once. Contrary to males in similar institutions, females were almost exclusively from the lower echelons of society, and very few had ever been married. While material conditions in confinement compared positively to the living conditions before confinement, mortality was high. Women, like female detainees these days, mostly performed menial work that offers little prospect for successful reintegration. Most had probably led rough lives, with alcohol abuse, poverty and familial strife. The confinement of these women probably served more as a temporary respite than as a solution for these women's problems.


M. Weevers
Drs. Marian Weevers is historica en is werkzaam als beleidsadviseur bij de afdeling sociaal en economisch beleid van de gemeente Leiden.

C.C.J.H. Bijleveld
Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld is hoogleraar Methoden en Technieken van Criminologisch Onderzoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving in Leiden. De auteurs danken Frans van Poppel voor zijn hulp bij berekeningen en het afzetten van cijfers tegen populatiewaarden, en G.L. en L.G. van Eendenburg voor het beschikbaar stellen van hun elektronische database. Wij danken Margot De Koster voor haar nuttige commentaar en suggesties op een eerdere versie van dit stuk, en Eric Nollkaemper voor zijn assistentie bij de analyse van het voedselpatroon.
Titel

Jeugdige zedendelinquenten: Jong geleerd, oud gedaan?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 01 2005
Trefwoorden Zedendelict, Delinquent, Recidive, Strafbaar feit, Slachtoffer, Geweldsdelict, Registratie, Aangifte, Misbruiker, Politie
Auteurs Bijleveld, C. en Hendriks, J.

Bijleveld, C.

Hendriks, J.
Titel

Wat er in je hoofd en je hart zit weet niemand: Gedetineerde vrouwen in Nederland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 04 2007
Trefwoorden Gedetineerde, Kind, Moeder, Gevangenis, Personeel, Aanbeveling, Ministerie van justitie, Ouders, Recidive, Balans
Auteurs Slotboom, A.-M. en Bijleveld, C.

Slotboom, A.-M.

Bijleveld, C.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.