Zoekresultaat: 222 artikelen

x
Artikel

Access_open Het effect van een pro Justitia-rapportage op de bewijsbeslissing: een empirische verkenning

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Pro Justitia, Guilt, Conviction, Forensic mental health report
Auteurs Roosmarijn van Es MSc., Dr. Janne van Doorn, Prof. dr. Jan de Keijser e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A forensic mental health report is requested in about 30% of more serious cases presented to the criminal court. These reports can be used at sentencing and advise the judge on criminal responsibility, recidivism risk, and possible treatment measures, but is not a formal factor in decisions about guilt. The current study focuses on the (unwarranted) effect of forensic mental health information on conviction decisions. Using an experimental vignette study among 155 criminology students, results show that when a mental disorder is present, conviction rates are higher than when such information is absent. In line with the story model of judicial decision-making, additional analyses showed that this effect was mediated by the evaluation of guilt rather than by the evaluation of other physical evidence. Implications for further research and practice are discussed.


Roosmarijn van Es MSc.
Roosmarijn van Es is promovenda bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden. Haar onderzoek richt zich op de rol van informatie in pro Justitia-rapportages in rechterlijke beslissingen over bewijs en straf.

Dr. Janne van Doorn
Janne van Doorn is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. Jan de Keijser
Jan de Keijser is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.
Discussie

Van big five naar high five?

Plaats en invloed van de rechtssociologische hoogleraren aan de Nederlandse juridische faculteiten

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Rechtssociologie, Juridische opleidingen, Eén inleiding voor studenten, Samenwerking tussen hoogleraren, Sociaal wetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. Mr Nick Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    In From big five to high five the author analyzes the developments of sociology of law at the law faculties in the Netherlands since the 1970ies until today. Focusing on the professors (‘chairs’) he argues that after a strong start with five prominent scholars the discipline is now placed in the periphery of the law curriculum. Sociology of law is ‘intellectually strong, but institutionally weak’.
    The author encourages the present generation professors (‘chairs’) to cooperate more. He claims that writing one modern Dutch Introduction to Sociology of law is crucial to win the hearts and minds of the law students. Furthermore, he suggests that collaborative research projects contributes to the visibility of sociology of law in policy arenas and public debates.


Prof. Mr Nick Huls
Nick Huls is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden. Van 2001 tot 2006 was hij lid van de redactie van Recht der Werkelijkheid. Zijn huidige onderzoeksbelangstellingen zijn de schuldenproblematiek tijdens corona, vechtscheidingen en probleemoplossende rechtspraak.
Artikel

Access_open De gelegenheid te baat nemen?

Criminaliteit in tijden van corona en sociale onthouding

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Corona, Crime, Lockdown, Opportunity theory, COVID-19
Auteurs Dr. Edwin Kruisbergen, Marco Haas MA, Drs. Joanieke Snijders e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    To control the COVID-19 outbreak Dutch government opted for a so-called intelligent lockdown. The virus as well as the lockdown caused significant personal and societal damage. It also created, however, a unique natural experiment. How did the forced stay in affect the crime levels? This article presents empirical data on crime trends during the lockdown. Initially, the general crime level decreased sharply. However, the general crime level quickly returned to pre-lockdown levels. Different types of crime displayed divergent trends, e.g. property crimes decreased sharply whereas online crime rates increased considerably. These trends fit rather well with an opportunity theoretical approach regarding crime.


Dr. Edwin Kruisbergen
Edwin Kruisbergen is onderzoeker Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en Kenniscoördinator DG Politie en Veiligheidsregio’s, Ministerie van Justitie en Veiligheid. Als onderzoeker vooral actief op de terreinen georganiseerde criminaliteit en opsporing.

Marco Haas MA
Marco Haas is teamleider van het Informatie-analyseteam (IAT) van DG Politie en Veiligheidsregio’s (Ministerie van JenV) en de politie. Het IAT is een gecombineerd team van politie, JenV en het CBS dat op basis van data-analyse politiethema’s onderzoekt ten behoeve van beleids- en besluitvorming.

Drs. Joanieke Snijders
Joanieke Snijders is informatieanalist bij het Informatie-analyseteam (IAT) van DG Politie en Veiligheidsregio’s (Ministerie van JenV) en de politie. Projectcoördinator van de ontwikkeling van een datagedreven monitor die maatschappelijke ontwikkelingen volgt en de mogelijke invloed daarvan in kaart brengt.

Ron Maas MMO
Ron Maas is teamleider Informatie-analyseteam (IAT) en Hoofd Nationale Briefing, Politie.
Artikel

Access_open Witwassen als bedrijfsmatige activiteit: de verborgen netwerken van witwassers

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden money laundering, financial facilitators, networked criminology, organized crime
Auteurs Jo-Anne Kramer, Arjan Blokland en Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    The Financial Action Task Force reported that money launderers may operate in professional money laundering networks. Whether such money laundering networks operate in the Netherlands is unclear. In this article the authors therefore explore whether professional money launderers collaborate in network structures and the business-like manner in which they offer their services. Business-like refers to their involvement in multiple cases, the amount of repeat customers, and excludes family relations. The research is based on Dutch police registrations of 236 professional money launderers. Our results suggest that professional money laundering networks are indeed active in the Netherlands and that money launderers in these networks offer their services in a business-like manner to a varying extent. An important caveat to the current findings is that the criminal cases analyzed predominantly pertain drug-related offenses, leaving the existence and professionalism of money laundering networks in other types of crime, like large-scale fraud, a question open for future research.


Jo-Anne Kramer
J. Kramer MSc is onderzoeker en docent Criminologie bij de Vrije Universiteit Amsterdam en was als junior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is research fellow bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en Operationeel Specialist bij de Nationale Politie.
Artikel

Defaunatie en de coronapandemie

Overexploitatie bezien vanuit een groen criminologisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Trefwoorden defaunation, corona, wildlife trade, excess, ecological interaction
Auteurs Dr. Daan van Uhm
SamenvattingAuteursinformatie

    The overexploitation of nature has led to anthropogenic defaunation, which results in complex socioeconomic, political and ecological consequences. Influenced by the economic growth of modernization and the interconnectedness of globalization, zoonotic diseases emerge as incalculable side effects of defaunation. By rejecting anthropocentric worldviews, this article critically examines anthropogenic defaunation and the causes and consequences of the coronavirus pandemic from a green criminological perspective.


Dr. Daan van Uhm
Dr. Daan van Uhm is als universitair docent verbonden aan de sectie criminologie van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Artikel

Wie houdt de wacht?

Veranderingen in toezicht tijdens de jongvolwassenheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden parental monitoring, self-control, delinquency, social control
Auteurs Dr. Jessica Hill MSc en Prof. dr. mr. Arjan Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    In this study we examine whether parental monitoring remains a protective factor in the lives of emerging adults, as well as the extent to which monitoring in other settings replaces the protective role of the parents. We use data collected for the TransAM project, a longitudinal survey of 970 emerging adults (18-24 years) to examine monitoring in a range of different contexts using an instrument based on Stattin and Kerr’s parental monitoring scale (2000). Results indicate that whilst parental control plays a protective role in the first years of emerging adulthood, we find no evidence that monitoring in other settings replaces the protective role of parents. However, monitoring of the self, i.e., self-control, has an increasingly strong relationship with delinquency during emerging adulthood.


Dr. Jessica Hill MSc
Dr. J.M. Hill (MSc) is universitair docent criminologie aan de Vrije Universiteit, Amsterdam.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is als bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en als senior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Online jeugdcriminaliteit en ‘verkeerde vrienden’: wanneer is de samenhang het sterkst?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden cyber delinquency, cyber offenders, peer deviance, social network
Auteurs Yaloe van der Toolen MSc, Dr. Marleen Weulen Kranenbarg en Prof. dr. Frank Weerman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates whether cyber delinquent behaviour of school friends, other offline friends and online contacts is related to cyber delinquent behaviour of individuals, and whether this relation differs for cyber dependent, cyber enabled and traditional crime. We used both direct and indirect measures of cyber delinquency of friends. We employed data from the first wave of a large-scale study on the causes of online delinquency among Dutch juveniles (n=889; mean age=16.8 years). The results suggest that both direct and indirect measures of levels of friend delinquency were related to levels of individual cyber offending. However, indirect measures had a stronger association with individual online delinquency than direct measures. This suggests that respondents make incorrect estimates of their friends’ levels of online delinquency. Moreover, no differences were found in the strength of the relation between individual online offending and indirect measures of online offending of school friends, offline friends and online friends. This suggests that friends of different types all play an important role in individual online offending.


Yaloe van der Toolen MSc
Y. van der Toolen MSc is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Dr. Marleen Weulen Kranenbarg
Dr. M. Weulen Kranenbarg is universitair docent Criminologie bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Jonge veelplegers en hun worsteling om te stoppen met criminaliteit

Een vierfasenmodel

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden desistance, young repeat offenders, maturation, longitudinal study
Auteurs Prof. dr. Ido Weijers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents findings from a longitudinal study of 81 young recidivists examined over fifteen years. By the age of 25, 50 percent had desisted for at least three years. 60 percent had had no new police contacts during the last two years. Four stages could be distinguished in the desistance process. Apart from a small number of explicit persisters, all of the young adults did consciously consider whether the benefits of their criminal activities outweighed the disadvantages. With just a few exceptions, the decision to quit was not motivated by an altruistic goal, nor by extreme fear, but mainly motivated by the feeling of being too old for criminal life and by striving for a pleasant self-esteem. It is concluded that when young adult recidivists give up crime, this must be seen as an extreme and extremely late form of maturation.


Prof. dr. Ido Weijers
Prof. dr. I. Weijers is emeritus hoogleraar jeugdstrafrecht en jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht.
Article

Access_open Giving Children a Voice in Court?

Age Boundaries for Involvement of Children in Civil Proceedings and the Relevance of Neuropsychological Insights

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age boundaries, right to be heard, child’s autonomy, civil proceedings, neuropsychology
Auteurs Mariëlle Bruning en Jiska Peper
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decade neuropsychological insights have gained influence with regard to age boundaries in legal procedures, however, in Dutch civil law no such influence can be distinguished. Recently, voices have been raised to improve children’s legal position in civil law: to reflect upon the minimum age limit of twelve years for children to be invited to be heard in court and the need for children to have a stronger procedural position.
    In this article, first the current legal position of children in Dutch law and practice will be analysed. Second, development of psychological constructs relevant for family law will be discussed in relation to underlying brain developmental processes and contextual effects. These constructs encompass cognitive capacity, autonomy, stress responsiveness and (peer) pressure.
    From the first part it becomes clear that in Dutch family law, there is a tortuous jungle of age limits, exceptions and limitations regarding children’s procedural rights. Until recently, the Dutch government has been reluctant to improve the child’s procedural position in family law. Over the last two years, however, there has been an inclination towards further reflecting on improvements to the child’s procedural rights, which, from a children’s rights perspective, is an important step forward. Relevant neuropsychological insights support improvements for a better realisation of the child’s right to be heard, such as hearing children younger than twelve years of age in civil court proceedings.


Mariëlle Bruning
Mariëlle Bruning is Professor of Child Law at Leiden Law Faculty, Leiden University.

Jiska Peper
Jiska Peper is Assistant professor in the Developmental and Educational Psychology unit of the Institute of Psychology at Leiden University.
Artikel

Access_open Geen VOG, geen werk? Een studie naar VOG-aanvragen en werkkansen na vrijlating

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Certificate of conduct, Employment, Prisoners, re-entry, prisoner re-entry
Auteurs Dr. Anke Ramakers
SamenvattingAuteursinformatie

    It is unclear to what extent criminal record screening policies can explain low employment rates after release. This descriptive study provides more insight into this matter by examining whether ex-prisoners applied for a certificate of conduct, found employment and whether this job was found without such a certificate. To answer these questions interview data on ex-prisoners (N=931) are combined with data on criminal record screenings. Only 6 percent applied for a certificate, half of which were granted. Many ex-prisoners did not report any employment, but almost all working ex-prisoners found this job without a certificate. These findings bring nuance to discussions on the role of criminal record screening after release.


Dr. Anke Ramakers
Anke Ramakers is universitair docent criminologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek is gericht op de arbeidsperspectieven van daders en de gevolgen van gevangenisstraffen en sociaal beleid voor re-integratie.
Artikel

Bezoek in Nederlandse gevangenissen

De stand van zaken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Bezoek Visitation, Detentie Imprisonment, Leefklimaat Prison climate, Detentie-ervaringen prison experiences
Auteurs Maria Berghuis MSc, Dr. Hanneke Palmen en Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
SamenvattingAuteursinformatie

    Prison visitation is important for protecting against social isolation during imprisonment. It is also essential for maintaining contacts that are important for life in prison and after release. It is therefore not surprising that both nationally and internationally important policy measures and scientific research have been undertaken on the topic. Nationally, however, limited scientific research is available regarding how many, how often and from whom prisoners receive visits, how visits are experienced and the possible effects of visitation, thus leaving many questions unanswered. Meanwhile, in the past ten years great changes have been made to visitation in Dutch prison policy and practice. Given these recent developments, both scientists and practitioners could benefit from an overview of the current state of affairs of visitation. This article aims to bridge the gap between research, policy and practice by summarizing findings from the Life in Custody study. This study includes a description of how visitation is organized legally, at the policy level and in practice, a thorough review of prior research on visitation and an analysis of the most recent national data on the prevalence and frequency of visitation, while considering important differences between prisoners and prisons.


Maria Berghuis MSc
Maria Berghuis MSc is promovenda Criminologie aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van het Instituut voor Strafrecht & Criminologie in Leiden.

Dr. Hanneke Palmen
Dr. Hanneke Palmen is universitair hoofddocent Criminologie aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van het Instituut voor Strafrecht & Criminologie in Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van het Instituut voor Strafrecht & Criminologie in Leiden.
Artikel

De rol van slachtoffercompensatie in de publieke waardering van strafoplegging

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden victim compensation, criminal justice system, public opinion, punishment
Auteurs Dr. Janne van Doorn, Prof. dr. mr. Maarten Kunst, Dr. Jelle Brands e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the current study it was investigated to what extent the presence or absence of victim compensation influences public judgments about punishment by the general public. Results show that whether or not the victim is awarded compensation, both in the case of physical assault and burglary, did not influence the extent to which the general public agrees with the punishment imposed by the judge. Participants do consider it important that a victim has the opportunity to apply for compensation for non-material damage suffered.


Dr. Janne van Doorn
Dr. J. van Doorn is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Prof. dr. mr. Maarten Kunst is Hoogleraar aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Jelle Brands
Dr. J. Brands is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden

Prof. dr. Jan de Keijser
Prof. dr. J. de Keijser is Hoogleraar aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Restorative justice en normconform gedrag: een systematische review

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Herstelrecht, Regelnaleving, normconform gedrag, restorative justice
Auteurs Dr Marieke Kluin en Dr Selma Albayrak
SamenvattingAuteursinformatie

    Restorative justice has developed into a recognized sanction or intervention in several countries. Literature shows that restorative justice is experienced as a procedural just approach by participants. Furthermore, a strong rejection of the behavior of the violators would reinforce reintegrative shaming in the process. Finally, stopping crime (desistance) could be achieved if the restorative justice approach would include reconstructing the self-image of the participants. This systematic literature review examines to what extent restorative justice contributes to compliant behavior by individuals and corporations. Although direct effects of restorative justice on compliance and recidivism fail to appear, procedural justice and reintegrative shame are positively affected. The results offer practical implementations and challenges for further research.


Dr Marieke Kluin
Dr. Marieke Kluin is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr Selma Albayrak
Selma Albayrak studeert criminologie aan de Universiteit Leiden en de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Transitcriminaliteit en logistieke knooppunten in Nederland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2019
Trefwoorden Drug trafficking, airports, seaports, security checks, corruption
Auteurs Renushka Madarie MSc en Dr. Edwin Kruisbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands functions as an important source and transit country for international organized drug trafficking. This is in part due to its large logistical nodes in the world economy, like the airport and the seaport. Based on in-depth analyses of sixteen cases of the Dutch Organized Crime Monitor, this article explores how drug traffickers operate at logistical nodes, in particular airports. The results demonstrate that organized crime groups deploy mainly three types of tactics to traffic drugs, namely defying, avoiding, and neutralizing security checks. Occupational embeddedness is manifested through several job-related factors. Autonomy, mobility, and the similarity between legitimate duties and criminal activities facilitate discrete engagement in organized crime activities during work time. Port employees are also attractive to organized crime groups because of their job-related social capital and knowledge.


Renushka Madarie MSc
R. Madarie MSc. is als promovendus verbonden aan het NSCR te Amsteram

Dr. Edwin Kruisbergen
Dr. E.W. Kruisbergen is als onderzoeker verbonden aan het WODC.
Artikel

Access_open Het Tijdschrift voor Criminologie in de eerste twee decennia van de 21e eeuw: een kwantitatieve (netwerk)analyse

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2019
Trefwoorden co-author, social network analysis, historical criminology
Auteurs Prof. dr. mr. Arjan Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    Building on prior quantitative analyses by Rovers (1999) and Rovers and Boers (2009), the present article provides a quantitative overview of 60 years Dutch Journal of Criminology, with an emphasis on the period 1999-2018. Dutch criminology is beginning to lose sight of its first generation of researchers. Males still dominate the top 25 most published authors. A social network analysis of the co-author network on the one hand reveals a significant proportion of singletons. Many of the remaining authors on the other hand, are included in one giant component that links authors directly or indirectly by co-authorship.


Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior-onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Waarom is er verschil in jeugdoverlast tussen buurten?

Een ‘mixed method’-onderzoek naar de voorspellende waarde van buurtkenmerken in relatie tot jeugdoverlast

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2019
Trefwoorden sociale desorganisatie, Jeugdoverlast, Hangplek, vrije tijd
Auteurs Floris Bots MSc en Dr. Joris Beijers
SamenvattingAuteursinformatie

    The matter for this research is the request from the municipality of Eindhoven to map youth nuisance in the city of Eindhoven and to find explanations for differences between neighborhoods in order to provide policy makers with guidance. Quantitative and qualitative methods tested the social disorganization theory. Factors that may explain youth nuisance are a high degree of ethnic heterogeneity, low neighborhood participation and a high level of physical deterioration. In addition, youngsters who have unstructured leisure time prefer a place to hang out where there is no social control. Policy makers can use these insights to design their neighborhoods.


Floris Bots MSc
Floris Bots MSc is afgestudeerd in de master Sociology: Contemporary Social Problems.

Dr. Joris Beijers
Dr. Joris Beijers is docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 18 maart 2019 en 22 mei 2019.

    In 2016 the Dutch Government Commission of Reassessment of Parenthood (GCRP) proposed a wide array of legal changes to Family Law, e.g. with regard to legal multi-parenthood and legal multiple parental responsibility. Although the commission researched these matters thoroughly in its quest towards proposing new directions in the field of Family Law, multi-parents themselves were not interviewed by the commission. Therefore, this article aims to explore a possible gap between the social experiences of parents and the recommendations of the GCRP. Data was drawn from in depth-interviews with a sample of 25 parents in plus-two-parent constellations living in Belgium and the Netherlands. For the most part the social experiences of parents aligned with the ways in which the GCRP plans to legally accommodate the former. However, my data tentatively suggests that other (legal) recommendations of the GCRP need to be explored more in depth.
    ---
    In 2016 stelde de Nederlandse Staatscommissie Herijking ouderschap voor om een wettelijk kader te creëren voor meerouderschap en meeroudergezag. Ondanks de grondigheid van het gevoerde onderzoek ontbraken er gegevens omtrent de ervaringen van de meerouders zelf. Dit artikel levert een bijdrage in het vullen van deze leemte door inzage te geven in de (juridische) ervaringen van 25 ouders in meerouderschapsconstellaties in België en Nederland.


Nola Cammu MA
Nola Cammu is PhD Candidate at the Law Faculty of the University of Antwerp.
Werk in uitvoering

Law in action in strafzaken

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden perceived procedural justice, fair process effect, perceived everyday discrimination, criminal defendants, empirical-legal research
Auteurs mr. Lisa Ansems
SamenvattingAuteursinformatie

    This PhD project uses a mixed method design to study perceived procedural justice among defendants in Dutch single-judge criminal cases. To find out whether defendants are concerned with perceived procedural justice and to get a better grasp on the concept, the first empirical project reviewed here is an interview study among defendants conducted in 2017. In this study, defendants were interviewed after their court hearings about perceived procedural justice during their court hearings. The second empirical project, which started in January 2019, zooms in on experiences of defendants with a non-western migration background. Using a questionnaire, I examine whether and how perceived everyday discrimination affects defendants’ perceptions of and reactions to procedural justice during their court hearings. I am currently designing a third empirical study, which entails a scenario experiment among people with a non-western migration background. I plan to manipulate the level of perceived procedural justice during a hypothetical court hearing to examine its influence on, for instance, people’s trust in judges, and again assess whether people’s reactions to perceived procedural justice differ depending on their levels of perceived everyday discrimination. At the end of my dissertation, I plan to connect the empirical findings to the legal domain by assessing possible normative implications.


mr. Lisa Ansems
Lisa Ansems is als promovenda verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht. Voorafgaand aan haar promotietraject studeerde zij rechten (bachelor en Legal Research Master, beide in Utrecht).
Toont 1 - 20 van 222 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.