Zoekresultaat: 61 artikelen

x

    Sinds 2014 kunnen zorginstellingen de rechter vragen een vertegenwoordiger voor een cliënt te benoemen of te ontslaan. Het is niet de bedoeling dat een instelling die bevoegdheid aangrijpt om kritische familie buitenspel te zetten. Soms kan er echter sprake zijn van een vastgelopen situatie waarin de instelling weinig andere opties heeft.


Mr. drs. S.E. Garvelink
Sebastiaan Garvelink is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.


Prof. mr. K. Blankman
Kees Blankman is bijzonder hoogleraar Juridische bescherming van ouderen en meerderjarigen met beperkingen aan de Juridische Faculteit van de VU.
Artikel

Levenstestament en bewind in relatie tot het VN-verdrag Handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden verstandelijke beperking, levenstestament, bewind, VN-verdrag Handicap, beschermingsmaatregel
Auteurs J.S. Ogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Beschermingsmaatregelen zijn van bijzonder belang voor mensen met een (verstandelijke) beperking die hun wil niet kunnen uiten. Daarmee is het VN-verdrag Handicap ook van toepassing op deze maatregelen. Met de opkomst van het notariële levenstestament kan men zich afvragen of deze nieuwe vorm van bescherming voldoet aan het Verdrag. Tegelijk werpt het de vraag op of huidige wettelijke beschermingsmaatregelen dat wel doen. In dit artikel onderzoek ik in hoeverre het levenstestament en beschermingsbewind in overeenstemming zijn met het Verdrag.


J.S. Ogier
J.S. (Jiska) Ogier is mede-initiatiefnemer en medeoprichter van Stichting Wij Staan Op! en bachelorstudent Notarieel Recht aan de Universiteit Leiden. Op persoonlijke titel is zij ervaringsdeskundige en spreker op het gebied van inclusie van mensen met een handicap.
Artikel

Het vaststellen van wilsonbekwaamheid bij patiënten met dementie ter zake van beslissingen over het beëindigen van hun leven

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, schriftelijke wilsverklaring, zelfbeschikkingsrecht, Wtl, Wzd
Auteurs Mr. dr. N. Rozemond
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding is euthanasie bij wilsonbekwame patiënten met dementie toegestaan op grond van een schriftelijke wilsverklaring. Voor het vaststellen van wilsonbekwaamheid kunnen de regels daarvoor worden gevolgd uit de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en geestelijk gehandicapte cliënten.


Mr. dr. N. Rozemond
Klaas Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De Wet zorg en dwang treedt op 1 januari 2020 in werking

Terugblik en stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden Wet zorg en dwang, overgangsjaar, Wet langdurige zorg, Wzd-functionaris, stappenplan
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet zorg en dwang (Wzd) vervangt op 1 januari 2020 de Wet Bopz als het gaat om mensen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking. Minister De Jonge (VWS) heeft op 5 juli 2019 na uitvoerig overleg met het veld in een Kamerbrief kenbaar gemaakt dat 2020 een overgangsjaar wordt voor de Wzd. In dit artikel wordt de stand van zaken en de actuele inhoud van de Wzd besproken.


Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht, Amsterdam UMC, locatie VUmc.
Artikel

Access_open Aanvaarding, verwerping en beschermingsbewind: geen automatisme na drie maanden

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden beschermingsbewind, wettelijke vertegenwoordiging, verwerping, beneficiaire aanvaarding, zuivere aanvaarding
Auteurs Prof. mr. W.D. Kolkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft wat rechtens is wanneer aan iemand wiens vermogen onder bewind staat een erfdeel toekomt. De drie mogelijkheden (zuivere aanvaarding, beneficiaire aanvaarding en verwerping) komen aan bod.


Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar algemene rechtswetenschap en familievermogensrecht RUG en adviseur bij Elan Notarissen.
Article

Access_open A changing paradigm of protection of vulnerable adults and its implications for the Netherlands

Tijdschrift Family & Law, februari 2019
Auteurs H.N. Stelma-Roorda LLM MSc, dr. C. Blankman en prof. dr. M.V. Antokolskaia
SamenvattingAuteursinformatie

    The perception of how the interests of vulnerable adults should be protected has been changing over time. Under the influence of human and patient’s rights a profound shift of protection paradigms has taken place in the last decades. In the framework of this shift, in addition to traditional adult guardianship measures, new instruments have been developed allowing adults to play a greater role in the protection of their (future) interests. This has also been the case in the Netherlands, where adults in the course of the last decade have acquired the possibility to make a so-called living will, internationally better known as a continuing, enduring or lasting power of attorney. This article discusses this instrument, in comparison with the traditional adult guardianship measures currently in force in the Netherlands, from the perspective of the new protection paradigm based on a human rights approach.
    ---
    In de afgelopen decennia is de manier waarop naar de bescherming van kwetsbare meerderjarigen wordt gekeken, veranderd. Van een benadering waarbij de focus voornamelijk lag op bescherming is de nadruk steeds meer komen te liggen op het recht op autonomie en zelfbeschikking van de meerderjarige. De opkomst van mensen- en patiëntenrechten heeft geleid tot het ontstaan van een nieuw beschermingsparadigma. In dat kader zijn nieuwe instrumenten ontwikkeld, die meerderjarigen een grotere rol toekennen in de bescherming van hun (toekomstige) belangen. Dit is eveneens het geval in Nederland, waar meerderjarigen een levenstestament kunnen opstellen om voorzieningen te treffen voor een toekomstige periode van wilsonbekwaamheid. Dit artikel bespreekt het levenstestament, in samenhang met de traditionele rechterlijke beschermingsmaatregelen, vanuit het perspectief van het nieuwe beschermingsparadigma.


H.N. Stelma-Roorda LLM MSc
Rieneke Stelma-Roorda is PhD candidate at the Vrije Universiteit Amsterdam.

dr. C. Blankman
Kees Blankman is associate professor at the Vrije Universiteit Amsterdam.

prof. dr. M.V. Antokolskaia
Masha Antokolskaia is professor of family law at the Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open De herziening van de Wet op de orgaandonatie: een terugblik

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden orgaandonatie, grondrechten, nabestaanden, wilsonbekwaamheid
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Na jarenlange discussie over het beslissysteem voor postmortale orgaandonatie is dat onlangs door aanvaarding van het initiatief-wetsvoorstel Dijkstra toch gewijzigd. In deze bijdrage wordt dat nieuwe beslissysteem besproken, en wel enerzijds in het licht van de ontwikkelingsgang van het initiatiefwetsvoorstel, anderzijds in de bredere context van de Wet op de orgaandonatie.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus-hoogleraar gezondheidsrecht, AMC/UVA.
Artikel

Curatele en mentorschap: theorie en praktijk in de zorg voor kwetsbare personen

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden curatele, mentorschap, beslissingsbevoegdheid
Auteurs Mr. dr. M. Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    Curatele en mentorschap zijn bedoeld om kwetsbare personen en hun omgeving te beschermen. Slechts de curator of de mentor is bevoegd om beslissingen te nemen. Bestaande wetgeving en nieuwe wetsvoorstellen bepalen echter, veelal in navolging van het IVRPH, dat de curator of mentor niet de beslissing neemt als de betrokkene wilsbekwaam is. Dit is in strijd met het doel van de curatele en het mentorschap. Dit artikel beschrijft wat de (mogelijke) gevolgen in de praktijk zijn van het niet inschakelen van de wettelijk vertegenwoordiger en bepleit het herstel van de beslissingsbevoegdheid van mentor en curator voor bepaalde typen zorgvragers.


Mr. dr. M. Malsch
Mr. dr. M. (Marijke) Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), curator van een verstandelijk gehandicapte man, en publiceert regelmatig over de verstandelijk-gehandicaptenzorg. De auteur dankt mr. Olga Floris voor haar commentaar op een eerdere versie van het artikel. De verantwoordelijkheid voor het artikel berust echter volledig bij de auteur.

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Column

De Wet zorg en dwang is aangenomen, en nu?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Onvrijwillige zorg, Wzd, Wet Bopz, Opname, Cliënten
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks en mr. S.M. Steen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 23 januari 2018 stemde de Eerste Kamer in met de Wet zorg en dwang. Deze wet zal de huidige Wet Bopz vervangen wat betreft onvrijwillige zorg aan en onvrijwillige opname van cliënten met een verstandelijke beperking of psychogeriatrische problematiek. In deze bijdrage wijzen de auteurs een aantal onderdelen van de wet aan die naar hun mening, vooruitlopend op de (voorgenomen) inwerkingtreding in 2020, nog nadere duiding of uitleg behoeven.


Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is als senior onderzoeker en universitair docent gezondheidsrecht verbonden aan het VU medisch centrum in Amsterdam.

mr. S.M. Steen
Sofie Steen is als advocaat werkzaam bij KBS Advocaten in Utrecht.
Column

De wilsbekwame patiënt en zijn mentor of curator

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Wilsbekwaamheid, Vertegenwoordiging, Mentor, Curator
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De mogelijkheid bestaat dat een patiënt die een mentor of curator heeft op enig moment wilsbekwaam is met betrekking tot beslissingen over medisch handelen. Wie beslist dan: de patiënt of zijn wettelijk vertegenwoordiger? Over het antwoord op die vraag wordt in het gezondheidsrecht verschillend gedacht. In dit artikel wordt betoogd dat voor de mentor of curator alleen een rol is weggelegd op momenten dat de patiënt wilsonbekwaam is.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht AMC/UvA. Tevens is hij lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

VPH en dwangpsychiatrie: hoe verder?

Een aanzet voor een principieel debat

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden VPH, Dwangpsychiatrie, Discriminatie
Auteurs Mr. dr. S.P.K. Welie en mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit VN-verband is aangegeven dat de regulering van dwangpsychiatrie zoals die in Nederland bestaat in het kader van de Wet Bopz en haar beoogde opvolgster, de Wvggz, strijdig is met het door Nederland geratificeerde VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VPH). Deze strijdigheid is vanuit het kabinet echter ontkend. Bij beide visies worden kanttekeningen geplaatst, waarna twee varianten voor een mogelijke alternatieve dwangregeling bespreking vinden. In de bedoelde varianten bestaat minder wrijving met het VPH en de noties die aan dit verdrag ten grondslag liggen, doordat het begrip ‘geestesstoornis’ daarin geen deel uitmaakt van de juridische criteria ter rechtvaardiging van dwang, te weten 1) wilsonbekwaamheid of 2) gevaar ‘sec’.


Mr. dr. S.P.K. Welie
Sander Welie is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.

mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.
Artikel

Rechtspositie van mensen met een verstandelijke beperking en ouderen met dementie; vrijheid gewaarborgd?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden artikel 11 Gw, rechtsbeginselen, Wet zorg en dwang, Wet Bopz, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over gedwongen zorg aan mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening. De aanleiding hiervoor is de toekomstige Wet zorg en dwang, die de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) moet vervangen. Het beoogde doel van de nieuwe wet is het realiseren van een uniforme regeling voor het verlenen van zorg aan alle mensen met een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking, ook als zij niet instemmen met de zorgverlening en ongeacht de plaats waar zij verblijven. De vraag die in deze bijdrage centraal staat is of de wetgever haar grondwettelijke taak serieus neemt als het gaat om rechtsbescherming van cliënten met een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening als zij te maken krijgen met gedwongen De Wet zorg en dwang is een wet met een zeer brede reikwijdte, waardoor inbreuken op artikel 11 Grondwet in veel meer situaties en ook bij vrijwillig opgenomen zorg cliënten mogelijk zijn dan onder het regime van de Wet bopz het geval was. Daar staat tegenover dat deze toepassingen wettelijk beschermd worden (stappenplan). Tegelijkertijd is volgens de auteur de rechtsbescherming daarmee erg dun. Bovendien zijn de verschillen met de toepassing van gedwongen zorg in andere sectoren groot. In het licht van artikel 11 Grondwet zijn deze verschillen volgens de auteur zelfs te groot.


Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Mr. dr. B.J.M. (Brenda) Frederiks is werkzaam bij het VUmc als universitair docent en onderzoeker, hoofdredacteur van Journaal GGZ en recht en vervult meerdere functies binnen de zorg. Zo is zij lid respectievelijk voorzitter in klachtencommissies voor cliënten in de langdurige zorg en lid van het Centraal Tuchtcollege Gezondheidszorg.
Artikel

Realisering van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam door middel van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, Recht op lichamelijke integriteit, Artikel 11 Grondwet
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het nut en de meerwaarde van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam onderzocht, alsmede de grondrechtelijke randvoorwaarden die van belang zijn bij de realisering van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam. Dit wordt onder meer in het licht geplaatst van de rechtspraktijk en huidige en toekomstige dilemma’s en technologische ontwikkelingen. De meerwaarde van artikel 11 Grondwet wordt, met name ten opzichte van artikel 10 Grondwet (bescherming persoonlijke levenssfeer), wel als beperkt ingeschat omdat beide bepalingen ten aanzien van de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam juridisch dezelfde bescherming bieden. De vraag is echter of dat terecht is, nu artikel 11 Grondwet het menselijk lichaam expliciet als rechtsobject beschermt. Technologische ontwikkelingen, waarbij enerzijds het menselijk lichaam steeds meer maakbaar wordt en aan veranderingen kan worden onderworpen. Juist in die context heeft het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam betekenis en urgentie. Anderzijds roepen ook de steeds grotere medische mogelijkheden en de hoge kosten waarmee dat gepaard gaat vragen op. Het belang van de bescherming die artikel 11 Grondwet biedt, is daarmee juist in het huidige tijdsgewricht van belang.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is waarnemend hoofd van de afdeling Constitutionele Zaken bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en verbonden aan de Afdeling staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.
Artikel

Het willekeurige karakter van de verboden beschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden verboden beschikking, willekeurig karakter, curatoren
Auteurs Mr. H.J. de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op het willekeurige karakter van de verboden beschikkingen in het erfrecht. Men kan zich afvragen waarom een curator niet uitgesloten is van het genieten van voordeel uit een uiterste wilsbeschikking van zijn curandus. Men zou zich op het standpunt kunnen stellen dat artikel 4:57 lid 1 BW van overeenkomstige toepassing is op testamentaire bevoordelingen van een onder curatele gestelde ten behoeve van zijn curator. De heersende opvatting in de literatuur is echter dat er geen sprake is van een overeenkomstige onbevoegdheid. De auteur meent dat er voldoende argumenten zijn om de vraag naar een wettelijke regeling (opnieuw) aan de orde te stellen.


Mr. H.J. de Jonge
Mr. H.J. de Jonge is kandidaat-notaris te Helmond.
Artikel

Zorgen over vrijheidsbeperking bij ouderen met dementie

Verslag van de najaarsvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden gedwongen zorg, dementie, Wet Bopz, Wet zorg en dwang
Auteurs Mr. S.M. Steen
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de op 4 november 2016 in het Domus Medica te Utrecht gehouden najaarsvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht.


Mr. S.M. Steen
Sofie Steen is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten in Utrecht.

    The comparative discussions held during this seminar show that the different jurisdictions make use of – approximately – the same ingredients for their legislation on adult guardianship measures and continuing powers of attorney. Given the common international framework (for example the UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities) and given the common societal context (cfr. the strong increase of the ageing population) this may not come as a surprise. Despite these common ingredients, the different jurisdictions have managed to arrive at different dishes spiced with specific local flavours. Given that each jurisdiction bears its own history and specific policy plans, this may not come as a surprise either. The adage ‘same same but different’ is in this respect a suitable bromide.
    For my own research, the several invitations – that implicitly or explicitly arose from the different discussions – to rethink important concepts or assumptions were of most relevance and importance. A particular example that comes to mind is the suggestion to ‘reverse the jurisprudence’ and to take persons with disabilities instead of healthy adult persons as a point of reference. Also, the invitation to rethink the relationship between the limitation of capacity and the attribution of a guard comes to mind as the juxtaposition of the different jurisdictions showed that these two aspects don’t need to be automatically combined. Also the discussion on the interference between the continuing powers of attorney and the supervision by the court, provoked further reflection on hybrid forms of protection on my part. Finally, the ethical and medical-legal approaches may lead to a reconsideration of the traditional underlying concepts of autonomy and the assessment of capacity.


Veerle Vanderhulst Ph.D.
Veerle Vanderhulst works at the Faculty of Law and Criminology, Vrije Universiteit Brussel
Toont 1 - 20 van 61 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.