Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2144 artikelen

x
Artikel

Access_open Professionele ethiek in het academisch juridisch onderwijs - Enige inhoudelijke en didactische aanknopingspunten

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juni 2021
Auteurs Emanuel van Dongen en Jet Tigchelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs inhoudelijke en didactische aanknopingspunten voor de integratie van professionele ethiek in de academische juridische opleiding. Dat gaat wat de auteurs betreft verder dan (enkel) het leren van gedragsregels, maar betreft ook de (kritisch-)ethische reflectie (op de professionele rol) van de jurist en ethische oordeelsvorming. Aanknopingspunten uit rechtstheoretische en onderwijskundige literatuur vragen om een curriculum brede, stapsgewijze, inbedding met passende toetsing. Dit onderwijs dient idealiter een combinatie te zijn van afzonderlijke meta-juridische vakken over recht en ethiek, positiefrechtelijke vakken die ethische elementen bevatten, klinische training en specifieke vakken over beroeps- of professionele ethiek. In dit artikel bespreken de auteurs diverse methoden die kunnen worden gebruikt om het onderwijs vorm te geven en illustreren dit met enkele voorbeelden uit het Utrechts universitair juridisch onderwijs. Actieve participatie, reflectie en – idealiter – eigen ervaringen zijn daarbij van groot belang. Een aantal modellen uit niet-juridische disciplines kan behulpzaam zijn bij het bieden van structuur voor ethische reflectie, voor zover het morele sensitiviteit en morele oordeelsvorming stimuleert. Verscheidene toetsingselementen op het terrein van de ethiek zijn door het curriculum heen nodig. Leeractiviteiten en toetsing kunnen worden opgebouwd in het curriculum van kennis en begrip, naar competenties ten aanzien van ethische dilemma’s en moreel oordelen.


Emanuel van Dongen
Dr. Emanuel van Dongen is Assistant Professor Private Law at the Molengraaff Institute for Private Law, researcher at the Utrecht Centre for Accountability and Liability Law and the Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht School of Law.

Jet Tigchelaar
Dr. Jet Tigchelaar is Assistent Professor Legal Theory at the Institute for Jurisprudence, Constitutional and Administrative Law, researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Utrecht School of Law.
Artikel

Access_open We need to talk to Martha

Or: The desirability of introducing simple adoption as an option for long-term foster children in The Netherlands

Tijdschrift Family & Law, juni 2021
Trefwoorden Adoption, foster care, guardianship, parental responsibility, supervision orders for minors
Auteurs mr. dr. M.J. Vonk en dr. G.C.A.M. Ruitenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article you will be introduced to Martha. Martha will turn eighteen in a couple of weeks and is afraid of losing her foster family when she becomes an adult (I). You will be taken on a journey through the Dutch child protection system and recent research on the desirability of forging an additional legal instrument, such as the introduction of simple adoption, for children like Martha and her two families. The following questions will be answered: How do children like Martha end up in a foster family (II)? Who is responsible or who makes decisions about Martha’s care and future and what problems may occur? Five possible situations in long-term foster care will be discussed in this context on the basis of current law and research (III). Would simple adoption (eenvoudige adoptie) solve some of the problems discussed in the earlier section and thus be a feasible and desirable option for long-term foster children and their foster parents (IV)? At the end of this journey you will be invited to take a brief glance into the future in the hope that Martha’s voice will be heard (V).
    ---
    In dit artikel stellen we u voor aan Martha. Martha wordt over een paar weken achttien en is bang haar pleeggezin kwijt te raken als ze meerderjarig wordt. Aan de hand van het verhaal van Martha nemen we u mee op een reis langs het Nederlandse jeugdbeschermingsstelstel en langs recent onderzoek naar de wenselijkheid van de introductie van een nieuwe juridische mogelijkheid waarmee een band tussen Martha en haar beide families kan worden gevestigd: eenvoudige adoptie. De volgende vragen worden daarbij beantwoord: Hoe komen kinderen zoals Martha in een pleeggezin terecht? Wie is verantwoordelijk voor of mag beslissingen nemen over Martha’s opvoeding en toekomst en wat voor problemen kunnen zich daarbij voordoen? Zou eenvoudige adoptie een oplossing bieden voor een aantal van de problemen die worden besproken en daarmee een wenselijke oplossing zijn voor langdurige pleegkinderen en hun pleeggezinnen? Aan het einde van deze reis werpen we een korte blik op de toekomst in de hoop dat de stem van Martha gehoord zal worden.


mr. dr. M.J. Vonk
Machteld Vonk is associate professor at the Amsterdam Center for Family Law of the Private Law Department at VU University Amsterdam.

dr. G.C.A.M. Ruitenberg
Geeske Ruitenberg is assistant professor at the Amsterdam Center for Family Law of the Private Law Department at the VU University Amsterdam.
Artikel

Access_open Het classicistische politieke denken van Van Hogendorp

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Trefwoorden classicistisch politiek denken, constitutie, Van Hogendorp, Grondwet, politieke filosofie
Auteurs Alban Mik
SamenvattingAuteursinformatie

    Gijsbert Karel van Hogendorp is the auctor intellectualis of the 1818 Dutch constitution. It was his sketch for a new constitution that was used as a starting point for the deliberations of its original drafting committee. Van Hogendorp justifies his constitution as a restoration of the Burgundian constitution that applied before the Dutch Republic. In recent literature Van Hogendorp’s restorational argument is presented as an invention of tradition. In this article an alternative explanation is presented, namely that it is part of a form of classicist political thought that was common during the ancien régime. Van Hogendorp describes his constitution as a moderate monarchy, in which the three principles of monarchy, aristocracy and democracy are properly balanced. And he mainly defends this mixed regime by pointing out that it is a restoration of the old Burgundian constitution of the Netherlands. This way of reasoning is, as will be shown, typically classicistic.


Alban Mik
Alban Mik is onderzoeker aan de Afdeling Metajuridica, vakgroep Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden.
Signalering

De geheimhoudingsrechter in Lar-zaken

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma en Mr. O.H.M. Leito
Auteursinformatie

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is lid van de Raad van Advies van Curaçao en bijzondere rechter bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Hij is tevens lid van de redactie van het CJB.

Mr. O.H.M. Leito
Mr. O.H.M. Leito is griffier bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Annotatie

Elhage (2)

Annotatie bij Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 11 augustus 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:195

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. dr. R.S.J. Martha
Auteursinformatie

Mr. dr. R.S.J. Martha
Mr. dr. R.S.J. Martha is directeur van het in Londen gevestigde internationale advocatenkantoor, Lindeborg Counselors at Law.

Jan Wouter Alt
Mr. dr. H.J.W. Alt is cassatieadvocaat bij Alt kam Boer advocaten in Den Haag en redacteur van dit blad.
Artikel

Antecedentenscreening in de financiële sector

Een empirische blik op integriteitswaarborging door de uitwisseling en beoordeling van antecedenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden integriteitstoetsing, screening, antecedenten, gegevensdeling, financiële sector
Auteurs Dr. mr. E.G. van ’t Zand, Prof. mr. dr. P.M. Schuyt en Prof. mr. J.H. Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    In de financiële sector vinden steeds meer integriteitstoetsingen en -screenings plaats. Het beoordelen van integriteit draait niet alleen om strafrechtelijke antecedenten, maar ook om toezichtantecedenten, (fiscaal) bestuursrechtelijke antecedenten, financiële antecedenten en tuchtrechtelijke antecedenten. Juridisch-empirisch onderzoek laat zien dat de financiële sector zich kenmerkt door een bont geschakeerd palet aan instanties die integriteitseisen stellen, het gedrag van professionals en ondernemingen toetsen en daarvoor onderling gegevens over antecedenten delen. Aangezien het totale integriteitsinstrumentarium veel overlap kent, is meer duidelijkheid over hoe lang, op welke wijze en in welke contexten antecedenten kunnen doorwerken onontbeerlijk. Daarbij lijkt het aangewezen meer oog te hebben voor de consistentie en systematiek in het totale systeem van integriteitstoetsingen en -screenings.


Dr. mr. E.G. van ’t Zand
Dr. mr. E.G. van ’t Zand is universitair docent criminologie.

Prof. mr. dr. P.M. Schuyt
Prof. mr. dr. P.M. Schuyt is hoogleraar sanctierecht en straftoemeting.

Prof. mr. J.H. Crijns
Prof. mr. J.H. Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht.
Trending Topics

De aangifte tegen (oud-)bewindslieden in de toeslagenaffaire

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid, ambtsmisdrijven, toeslagenaffaire, ministers, staatssecretarissen
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema
SamenvattingAuteursinformatie

    Eerder dit jaar werd namens gedupeerden van de kinderopvangtoeslagenaffaire aangifte gedaan tegen zes (oud-)bewindslieden. Deze (voormalige) ministers en staatssecretarissen zouden zich schuldig hebben gemaakt aan een ambtsmisdrijf. Zij zouden strafrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld, door na te laten wettelijke bepalingen uit te voeren, terwijl dat tot hun taak behoorde. Op basis van een oriënterend onderzoek van de procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft minister Grapperhaus beslist dat geen strafvervolging zal worden ingesteld. De aangifte roept vele interessante vragen op over de strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid, de daarbij toepasselijke bijzondere procedure van artikel 119 Grondwet en de wenselijkheid van een (fundamentele) herziening van het bestaande stelsel.


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. Sikkema is senior wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

Samenloop van een tuchtrechtelijke en een strafrechtelijke procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden tuchtrecht, criminal charge, samenloop, nemo tenetur, medewerkingsplicht
Auteurs Mr. dr. R.L. Herregodts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het komt voor dat over hetzelfde feitencomplex zowel een tuchtrechtelijke als een strafrechtelijke procedure wordt gevoerd. Volgens de jurisprudentie van het EHRM en de tuchtcolleges is dit niet in strijd met het ne bis in idem-beginsel. Toch is die samenloop niet zonder complicaties. Dit artikel gaat over een daarvan, namelijk de situatie dat de beroepsbeoefenaar zich, met het oog op een lopende of naderende strafrechtelijke procedure, niet vrij voelt om in de tuchtprocedure mondeling en schriftelijk te verklaren over de inhoud van de klacht.


Mr. dr. R.L. Herregodts
Mr. dr. R.L. Herregodts is universitair docent bij de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Non-conviction based confiscation: eerst het middel, dan de kwaal?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden non-conviction based confiscation, afpakken, ontneming, pluk ze, wetsvoorstel
Auteurs Mr. L.W.A. Gruijthuijsen en Mr. L.M. Smithuijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Minister Grapperhaus heeft aangekondigd een wetsvoorstel te zullen opstellen om non-conviction based confiscation (ontneming zonder voorafgaande veroordeling) mogelijk te maken. In dit artikel wordt aan de hand van het huidige wettelijk kader aan afpakmogelijkheden en de argumenten die de minister aanvoert, onderzocht of een dergelijke nieuwe procedure daadwerkelijk nodig is.


Mr. L.W.A. Gruijthuijsen
Mr. L.W.A. Gruijthuijsen is als advocaat werkzaam bij Hertoghs Advocaten.

Mr. L.M. Smithuijsen
Mr. L.M. Smithuijsen is als advocaat werkzaam bij Hertoghs Advocaten.
Artikel

Access_open Thought Experiments in Law

Special Issue on Experimental Legislation in Times of Crisis, Sofia Ranchordas & Bart van Klink (eds.)

Tijdschrift Law and Method, mei 2021
Trefwoorden legal empirical studies, legal methodology, philosophy of law, thought experiments
Auteurs Gabriel Doménech-Pascual
SamenvattingAuteursinformatie

    Thought experiments have been widely used in virtually all sciences and humanities. Law is no exception. We can find countless instances of such experiments in both the legal practice and the legal theory. However, this method has hardly been studied by legal scholars, which contrasts with the vast literature devoted to it in other fields of knowledge. This article analyses the role that some thought experiments – those where an imaginary legal change is made, and its social effects are observed – may play in law. In particular, we show why these empirical legal thought experiments might be useful for the practice and theory of law, the main principles for conducting them and how the law deals with them.


Gabriel Doménech-Pascual
Dr. Gabriel Doménech-Pascual, PhD is full professor of Administrative Law at the University of Valencia, Spain. I thank Bart van Klink, Sofia Ranchordas, Alba Soriano, María José Añón, Pablo de Lora, Diego Papayannis, Arturo Muñoz, Violeta Ruiz, Pedro Herrera, Viviana Ponce de León, Maximiliano Marzetti, and two anonymous referees for their useful and thoughtful comments. All remaining errors are mine.
Discussie

Empirical Legal Studies in het juridisch onderwijs: waar staat Nederland en hoe nu verder?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ELS, empirical legal studies, education, teaching, law school
Auteurs dr. Ekaterina Pannebakker LL.M., Dr. Helen Pluut, Mr. dr. Stijn Voskamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De groeiende aandacht voor Empirical Legal Studies (ELS) in Nederland roept vragen op over het onderwijs in empirisch-juridische vaardigheden in ons land. Er gebeurt al het nodige op dit vlak, maar een nauwkeurige inventarisatie van welke ELS-vakken reeds concreet worden aangeboden in Nederland ontbreekt. Een dergelijk overzicht zou het mogelijk maken dat opleidingen van elkaar leren en kennis en kunde uitwisselen in plaats van het wiel opnieuw uit te vinden. Daarom hebben wij een uitgebreide rondgang gemaakt langs de diverse opleidingen aan rechtenfaculteiten, om in kaart te brengen welke vakken met aandacht voor empirische methoden reeds in het reguliere rechtencurriculum worden aangeboden. In dit artikel rapporteren wij de resultaten van deze landelijke inventarisatie en werpen een blik op de toekomst in het licht van recente discussies en ontwikkelingen die verband houden met ELS in Nederland.


dr. Ekaterina Pannebakker LL.M.
Ekaterina Pannebakker is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek en onderwijs richten zich op privaatrechtelijke rechtsvergelijking en harmonisatie, recht en taal, en internationaal contracteren.

Dr. Helen Pluut
Helen Pluut is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. Stijn Voskamp
Stijn Voskamp is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek en onderwijs richten zich onder andere op het contractenrecht en aansprakelijkheidsrecht met bijzondere aandacht voor onderwijsrecht.

Mr. dr. Wouter de Zanger
Wouter de Zanger is als universitair docent Strafrecht verbonden geweest aan de Universiteit Utrecht waar hij onder andere onderzoek verrichtte op het gebied van financieel-economisch strafrecht. Tegenwoordig is hij werkzaam als advocaat bij FvKG Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Access_open Belemmeringen bij de aanpak van onregelmatigheden door de curator

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Insolvency practitioner, Insolvency fraud, Directors’ liability, Enforcement, Empty estates
Auteurs Jessie Pool LL.M. BSc., Dr. Helen Pluut en Prof. mr. Reinout Vriesendorp
SamenvattingAuteursinformatie

    For years, Dutch legal scholars have been debating about the desirability of mandatory private enforcement of irregularities and fraud by the insolvency practitioner. The assumption is that revenue-oriented insolvency practitioners impede efficient enforcement of irregularities in insolvency. The findings of our quantitative study support the assumption that insolvency practitioners do not take enforcement actions in every suspicious insolvency and that norm violations are less likely to enforced when no recourse is offered. The findings of our qualitative study indicate that there are additional explanations for this relative lack of enforcement, such as lack of renumeration and poor follow-up procedures. Therefore, although the insolvency practitioner is assumed to be of great importance in combatting irregularities in bankruptcies, we doubt the effectiveness and preventive effect of the role of the insolvency practitioner. We make various recommendations to facilitate insolvency practitioners in dealing with irregularities.


Jessie Pool LL.M. BSc.
Jessie Pool is als PhD-Fellow verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden. Dit artikel is geschreven in het kader van haar proefschrift over het signaleren en redresseren van onregelmatigheden door de curator.

Dr. Helen Pluut
Helen Pluut is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden.

Prof. mr. Reinout Vriesendorp
Reinout Vriesendorp is als hoogleraar Insolventierecht verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden en is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Persoonsgerichte handhaving van de socialezekerheidswetgeving

Een actieonderzoek naar de betekenis van motiverende houdingen in de uitvoeringspraktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Regulatory enforcement, Motivational postures, Social security, Action research
Auteurs Dr. Paulien de Winter en Prof. dr. Marc Hertogh
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we discuss a ‘person-centred’ view on the enforcement of social security laws. This is a new vision on enforcement whereby welfare workers can ‘differentiate’ in order to create more room for ‘customization’ with an eye for ‘the human dimension’ and an ‘appropriate’ enforcement style. Despite the unanimity about the desirability of this approach, most of the practical details are still unclear. Our central question is therefore: How may a person-centred approach of the enforcement of social security laws be implemented in practice? Based on an action research study, in which we closely collaborated with welfare workers and benefit recipients at a Dutch welfare office, we attempt to answer this question. We first discuss a number of central concepts from the enforcement literature and consider the concept of ‘motivational postures’. For this study, we developed a prototype of a new electronic analytical tool (which can be used to support enforcement) and then applied this tool in a small pilot study. In the article we describe our findings and discuss the experiences of benefit recipients and welfare workers with the analytical tool. We conclude that this tool appears to offer a good basis for the further development of the person-centred enforcement of social security laws.


Dr. Paulien de Winter
Paulien de Winter werkt als universitair docent bij de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij is gepromoveerd in de Rechtssociologie en doet onderzoek naar hoe uitvoerende medewerkers in de praktijk regels uitvoeren.

Prof. dr. Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn: de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat; de sociale werking van wetgeving en handhaving; en de legitimiteit van het overheidsoptreden.
Artikel

De participantenvennootschap: gedachten over een mogelijke nieuwe rechtsvorm

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden corporate governance, stakeholders, maatschappelijke verantwoordelijkheid, beursvennootschap, strategie
Auteurs Mr. dr. S.B. Garcia Nelen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage beschrijft de auteur een toekomstperspectief dat geschetst wordt in zijn proefschrift. De ‘participantenvennootschap’ is een mogelijke nieuwe rechtsvorm, waarbinnen ook andere stakeholders dan aandeelhouders inspraak gegeven wordt in de vennootschappelijke besluitvorming. Het doel hiervan is een ondernemingsvorm te creëren met oog voor alle betrokkenen en maatschappelijke belangen.


Mr. dr. S.B. Garcia Nelen
Mr. dr. S.B. Garcia Nelen is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam en onderzoeker aan de Erasmus School of Law te Rotterdam.
Artikel

Boterzacht criterium met messcherp gevolg

Europees Hof zet streep door de rol van vervangend aanvullend recht na vernietiging van een oneerlijk beding

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden boete, contractenrecht, algemene voorwaarden, onredelijk bezwarend beding, aanvullend recht
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 januari 2021 wees het HvJ EU een verstrekkend arrest over de rol van aanvullend recht na vernietiging van een oneerlijk beding. De reikwijdte van het arrest en de consequenties voor het Nederlandse recht worden in kaart gebracht.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat onder de naam facily LAW advocatuur, adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten en honorair universitair docent aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

What makes a sex crime?

A fair label for image-based sexual abuse

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Image-based sexual abuse, Revenge porn, Wraakporno, Fair labelling, Sexual autonomy
Auteurs M.L.R. (Marthe) Goudsmit LL.M. M.A
SamenvattingAuteursinformatie

    This article considers why image-based sexual abuse (‘ibsa’) should be classified as a sexual offence. The article briefly considers harmfulness, and then moves to discuss the principle of fair labelling. Classification of offences should be informed by the wrongdoing they address. A conceptual analysis of sexual offences shows that sexual wrongs warrant labelling as sexual offences. The infringement of the right to sexual autonomy in ibsa means the nature of the wrong is sexual. Ibsa should be a sex crime.


M.L.R. (Marthe) Goudsmit LL.M. M.A
Marthe Goudsmit is PhD candidate at the University of Oxford.
Artikel

Access_open De rechten van de verdediging in de context van omvangrijke datasets en geavanceerde zoekmachines in strafzaken: een suggestie voor uitbreiding

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Equality of arms, strafproces, Digitale datasets, e-discovery, Rechten van de verdediging
Auteurs Mr. dr. M. (Maša) Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    Strafzaken draaien steeds meer om omvangrijke datasets die bestaan uit digitaal bewijs en geavanceerde technologische zoekinstrumenten zoals Hansken, een big data forensisch instrument. In deze context hebben advocaten en wetenschappers al aangevoerd dat geavanceerde zoekmachines de positie van het Openbaar Ministerie aanzienlijk versterken ten koste van de verdediging, die over het algemeen geen toegang heeft tot deze instrumenten. Met als gevolg dat de verdediging weinig invloed heeft op wat in een strafzaak als relevante informatie geldt en nauwelijks mogelijkheden geeft om ontlastend bewijs te vinden en de betrouwbaarheid van digitaal bewijs te toetsen. Dit leidt vervolgens tot een aanzienlijke machts- en kennisasymmetrie. Het beginsel van equality of arms in de zin van art. 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens biedt een goede basis voor de ontwikkeling van nieuwe of uitgebreidere rechten van de verdediging die nodig zijn in het digitale tijdperk. In dit artikel bespreek ik de bestaande rechten van de verdediging en bied ik suggesties voor een verdere uitbreiding van de rechten ten aanzien van omvangrijke datasets en geavanceerde zoekmachines in strafzaken. Deze suggesties kunnen ook worden gebruikt in het kader van de modernisering van het Nederlandse strafprocesrecht.


Mr. dr. M. (Maša) Galič
Maša Galič is universitair docent straf(proces)recht bij de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Een kijkje achter de schermen: een kwalitatieve studie over het ontstaan van cybercriminele carrières

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2021
Trefwoorden cybercrime, cyber offenders, criminal careers, online disinhibition, pathways
Auteurs Sifra Matthijsse, Wytske van der Wagen, Elina van ’t Zand e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This qualitative study examines how criminal careers in cybercrime start and can be explained. Based on offender and expert interviews, the authors conclude that traditional factors linked with the initiation, such as a maturity gap (for juvenile offenders) and opportunism (for adult offenders), in combination with different types of (online) disinhibition – social, technical, situational and psychological – can explain the start of a criminal career. Features of the digital context appear to play a major role in the development of a criminal career and this requires more online supervision and education about – among other things – legal alternatives and the risks and boundaries of the online environment.


Sifra Matthijsse
S.R. Matthijsse MSc is als practicumdocent en tutor verbonden aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Wytske van der Wagen
Dr. W. van der Wagen is als universitair docent verbonden aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Elina van ’t Zand
Dr. mr. E.G. van ’t Zand is als universitair docent criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Tamar Fischer
Dr. T.F.C. Fischer is als universitair hoofddocent verbonden aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Wim Huisman
Prof dr. mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 2144 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.