Zoekresultaat: 79 artikelen

x
Artikel

Access_open Naar eigen orderegels voor de rijksministerraad

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Koninkrijk, reglement van orde, Rijksministerraad, Statuut, consensusrijkswetgeving
Auteurs Mr. C.M.A.M. Duijf
SamenvattingAuteursinformatie

    De rijksministerraad en de Nederlandse ministerraad vergaderen volgens hetzelfde reglement van orde. In deze bijdrage wordt voorgesteld afzonderlijke orderegels voor de rijksministerraad in het leven te roepen. In deze orderegels kunnen onder andere de termijnen voor aanlevering van de stukken worden vastgelegd en kan voorzien worden in mogelijkheden voor de Caribische landen om de Raden van Advies te horen. Hierdoor worden de Caribische landen beter in staat gesteld hun rol in de rijksministerraad waar te maken. Dit is onder meer van belang omdat de besluiten van de rijksministerraad grote (maatschappelijke) gevolgen kunnen hebben voor de landen. Tijdens de coronacrisis is dit wederom gebleken.


Mr. C.M.A.M. Duijf
Mr. C.M.A.M. Duijf is werkzaam als wetgevingsadviseur bij de Directie Advisering van de Raad van State en als docent Internationaal Publiekrecht aan de Vrije Universiteit en Amsterdam University College. Zij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

Prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert
Prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert is hoogleraar Staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en docent aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao.
Artikel

De wetgever die tot zichzelf sprak

Over de binding van de wetgever aan procedurele, wettelijke normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden organieke wetgeving, zelfbinding, grondwetsinterpretatie, autonomie van de wetgever
Auteurs Prof. mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag besproken of de wetgever in formele zin gebonden is aan eerdere eigen wetgeving die extra procedurele eisen aan het wetgevingsproces bevat. Die vraag wordt, met een beroep op de autonomie van de wetgever, ontkennend beantwoord. Dat geldt ook als die procedurele wetgeving uitwerking geeft aan grondwettelijke normen. Wel kan de organieke wet een hulpmiddel zijn bij de interpretatie van de achterliggende grondwettelijke norm. Aan die norm is de wetgever uiteraard wel gebonden.


Prof. mr. S.A.J. Munneke
Prof. mr. S.A.J. (Solke) Munneke is hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De betekenis van grondwettelijke grondrechten voor de wetgever: dode letter of zelfstandig ijkpunt?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Grondwet, beperkingssystematiek, constitutionele toetsing
Auteurs Mr. dr. L.C. Groen en Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de letterlijke tekst van de grondrechtenbepalingen in de Grondwet volgt strikt genomen alleen de eis dat een grondrechtsbeperking op een formele wet moet zijn gebaseerd. Hieruit moet echter niet worden afgeleid dat er geen materiële vereisten gelden waaraan beperkingen van grondwettelijke grondrechten moeten voldoen: het grondwettelijk wetsbegrip leent zich voor een materiële invulling. Uit diverse passages in de parlementaire stukken blijkt dat de grondwetgever deze materiële invulling ook voor ogen had, en ook in de ontwikkelingen na de grondwetsherziening van 1983 zijn daarvoor aanknopingspunten te vinden. Met een dergelijke invulling kan de toetsing aan de Grondwet in het wetgevingsproces meer inhoud en diepgang krijgen. Het artikel beschrijft dit en biedt handvatten voor deze toetsing.


Mr. dr. L.C. Groen
Mr. dr. L.C. (Lisanne) Groen is wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden (Kirchheiner-leerstoel).
Artikel

Afwijken en archipels

Afwijkingsbevoegdheden ten behoeve van noodsituaties in de wetgevingspraktijk sinds de motie-Jurgens c.s.

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, aanwijzing 2.31, delegatie, Verzamelwet Brexit, Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (IBES)
Auteurs Mr. drs. S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    In een hogere regeling wordt niet toegestaan dat daarvan bij lagere regeling wordt afgeweken. Uitzonderingen daarop zijn experimenteerregelgeving en regelingen ten behoeve van noodsituaties. In dit artikel wordt bekeken hoe deze laatste uitzondering is uitgelegd in de wetgevingspraktijk. De conclusie is dat het begrip ‘noodsituaties’ in die uitzondering extensief wordt uitgelegd. In de praktijk zijn voor regelingen ten behoeve van noodsituaties aanvullende criteria ontstaan, waarvan wordt voorgesteld deze in aanwijzing 2.31 te codificeren.


Mr. drs. S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker wet open overheid bij de Raad van State.
Artikel

Access_open De relatieve betekenis van de Grondwet voor de wetgever

Een beschouwing over de Nederlandse juridische grondwetscultuur in de twintigste eeuw

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden grondwetsinterpretatie, grondwetsidee
Auteurs Mr. drs. J.J.J. Sillen
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag naar de betekenis van de Grondwet voor de wetgever wordt meestal beantwoord met verwijzing naar haar bindende kracht, het toetsingsverbod en de veelvuldige delegatie aan de wetgever. De conclusie is vervolgens dat de Grondwet de wetgever veel vrijheid laat. Ik ben het eens met die conclusie, maar betoog dat deze argumentatie niet het hele verhaal vertelt. Wat ontbreekt is de rol van de Nederlandse grondwetscultuur. Drie elementen van die cultuur worden besproken: het bindende karakter van de Grondwet voor de wetgever, grondwetsinterpretatie en het ontbreken van een visie op welke normen in de Grondwet thuishoren.


Mr. drs. J.J.J. Sillen
Mr. drs. J.J.J. (Joost) Sillen is hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open De aanpak van de COVID-19-epidemie: een juridische tussenbalans

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Wet publieke gezondheid, quarantaine, infectieziekten, noodverordeningen, machtigingswet
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de bestrijding van COVID-19 is de Wet publieke gezondheid van betrekkelijke betekenis gebleken. Met noodverordeningen is deze leemte opgevuld; deze schieten echter democratisch en grondrechtelijk tekort. Een nieuw hoofdstuk in de Wpg moet deze bezwaren ondervangen. De regeling laveert tussen slagvaardigheid en democratische controle.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is emeritus-hoogleraar gezondheidsrecht, Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De gouverneur, landsorgaan én koninkrijksorgaan

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden aanwijzing, gouverneur, koninkrijksorgaan, landsorgaan, toezicht
Auteurs Prof. mr. L.J.J. Rogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ambt van gouverneur van de Caribische landen van het Koninkrijk is één en ondeelbaar, maar de gouverneur is tegelijk landsorgaan én koninkrijksorgaan. De positie en de verantwoordelijkheden van de gouverneur als landsorgaan verschillen van die van koninkrijksorgaan, maar het object van bemoeienis en de wijze waarop beide rollen worden vervuld verschillen niet zo veel van elkaar. De belangrijkste vraag is wanneer en onder welke condities de gouverneur van rol wisselt. Het is van belang dat de gouverneur de regie daarover zo veel mogelijk in eigen hand houdt. Een aanwijzing door de koninkrijksregering kan daarbij een nuttige rol vervullen en de gouverneur een steuntje in de rug geven.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de University of Curaçao en redactievoorzitter van het Caribisch Juristenblad.
Objets trouvés

De wetgever als oorzaak van een dikastocratie?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Wetgever-plaatsvervanger, Trias politica, Rechter, Samenwerking
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Is het juist dat in het opgelaaide dikastocratiedebat de verantwoordelijkheid primair bij de wetgever wordt gelegd? Ook al biedt de wetgever de rechter de nodige ruimte, is de rechterlijke beslissingsmacht vooral gevolg van de door de rechtsleer gedragen wijzen van interpretatie en toepassing van de wet. Dat de wetgever zou stilzitten en lastige beslissingen aan de rechter (als plaatsvervanger) zou overlaten, lijkt een onjuist beeld, evenals het beeld dat de wetgever een onwenselijke uitspraak van de rechter altijd nog kan corrigeren. Typerend voor de verhouding wetgever – rechter is (rechtsvormende) samenwerking. Obsolete kaders als de triasleer en de Wet AB brengen de werkelijkheid niet dichterbij.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Buitenlands nieuws

Volksvertegenwoordiging in tijden van crises

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Assemblée nationale, plenaire en commissievergaderingen, COVID-19, virtuele politieke representatie, vrij mandaat
Auteurs Mr. dr. G. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan het functioneren van de Franse Assemblée nationale als gevolg van COVID-19. Op welke wijze wordt in de Republiek tijdens de coronacrisis tegemoetgekomen aan de fundamentele rol van het direct gekozen volksvertegenwoordigende orgaan? Allereerst wordt de werkwijze van vergaderingen van de Assemblée in plenair en commissieverband besproken. Vervolgens komt de wijze van stemmingen in de Assemblée aan bod. Daarna volgen enkele opmerkingen van vergelijkende aard inzake het functioneren van de Assemblée nationale en de Tweede Kamer der Staten-Generaal tijdens de corona-uitbraak op het Europese vasteland.


Mr. dr. G. Karapetian
Mr. G. (Gohar) Karapetian is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. Leny de Groot-van Leeuwen
Leny de Groot-van Leeuwen is em. hoogleraar Rechtspleging en sinds 1995 verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Prof. mr. P. Bovend’Eert
Prof.mr. P. Bovend’Eert is als hoogleraar staatsrecht verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Grensoverschrijdende fusies en omzetting/zetelverplaatsing met en binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden artikel 2:333b BW (NL), artikel 2:323a BW (Aruba, Curaçao, Sint Maarten en BES), Koninkrijk, Cariben, concordantie
Auteurs Mr. D.W. Ormel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Koninkrijk bestaat uit vier landen en vijf rechtsstelsels waarbinnen verschillende mogelijkheden tot grensoverschrijdende fusies en omzettingen bestaan. Die (on)mogelijkheden worden in kaart gebracht door de auteur, waarbij opvalt dat de mogelijkheden tot grensoverschrijdende fusie ruimer zijn in het Caribisch deel van het Koninkrijk dan in Europees Nederland.


Mr. D.W. Ormel
Mr. D.W. Ormel is advocaat bij De Cuba Wever Attorneys at Law in Aruba.
Artikel

De toekomst van het concordantiebeginsel

Een onderzoek naar de vraag of het concordantiebeginsel zoals neergelegd in artikel 39 Statuut in de huidige vorm gehandhaafd moet blijven

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2019
Trefwoorden concordantiebeginsel, Statuut, landsaangelegenheid, consultatieplicht, leemte in de wet
Auteurs E. van Keeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Heeft het concordantiebeginsel na de herstructurering van 10 oktober 2010 nog een toekomst? Een literatuuronderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid. Het concordantiebeginsel moet blijven bestaan. De open norm van artikel 39 lid 1 Statuut moet gehandhaafd blijven, daar het een landsaangelegenheid betreft. Omdat er veel onbewuste discordantie plaatsvindt, moet artikel 39 lid 2 Statuut aangescherpt worden. Concordantie van rechtspraak moet bij een leemte in de wet in lijn met de juridisch meest zuivere visie van Lewin afgebakend worden in het Statuut onder andere met het oog op de machtenscheiding en de autonomie van de Caribische landen.


E. van Keeken
E. van Keeken is masterstudent Nederlands Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Boekbespreking

A. van Rijn, Handboek Caribisch Staatsrecht, Den Haag: Boom juridisch 2019, 915 p., ISBN 978-94-6290-095-0

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Trefwoorden boekbespreking, Handboek, Caribisch Staatsrecht
Auteurs Prof. mr. P. Bovend’ Eert
Auteursinformatie

Prof. mr. P. Bovend’ Eert
Prof. mr. P. Bovend’Eert is hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Het ambacht

De koninklijke boodschap

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2019
Trefwoorden koninklijke boodschap, wetsprocedure, wetsvoorstellen, Koning, Aanwijzingen voor de regelgeving
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van enige casuïstiek worden enkele aspecten belicht van een stuk dat in het wetgevingsproces weinig aandacht trekt, maar waarover toch wel wat te zeggen valt: de koninklijke boodschap ten geleide van de indiening van een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer. Al sinds 1840 bevat de koninklijke boodschap een vaste formule, bestaande uit drie zinnen. In de loop der jaren zijn kleine wijzigingen aangebracht. Enkele jaren geleden zwengelde D66-fractievoorzitter Pechtold een discussie aan over de laatste zin, waarin de naam van God wordt genoemd. Bijzonder is dat de koninklijke boodschap alleen de handtekening draagt van de Koning en niet wordt gecontrasigneerd. Thorbecke vond al dat dat staatsrechtelijk eigenlijk niet klopte, maar tilde er niet zwaar aan, omdat wel de memorie van toelichting door de verantwoordelijke minister(s) wordt ondertekend. Zo wordt er in de staatsrechtelijke doctrine nog steeds tegen aangekeken. Hoewel de koninklijke boodschap alleen de handtekening van de Koning draagt, wordt er ministeriële verantwoordelijkheid gedragen voor de inhoud ervan.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Een mogelijke inpassing van de G1000 op nationaal niveau

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden G1000, burgerparticipatie, deliberatie, representatieve democratie, wetgevingsproces
Auteurs Mr. M. van Zanten, G.J.P. Penders, L.S.R. Frietman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De G1000 is als vorm van burgerparticipatie herhaaldelijk ingezet op lokaal niveau als aanvulling op de representatieve democratie. Daarmee voorziet de G1000 in potentie in de behoefte van veel burgers aan (meer) politieke betrokkenheid. In dit artikel gaan de auteurs daarom in op de vraag of en hoe de G1000 ook op nationaal niveau, in het wetgevingsproces, kan worden ingepast. Daarbij wordt eerst ingegaan op de behaalde resultaten van de G1000 op lokaal niveau en de toegevoegde waarde van het instrument ten opzichte van andere vormen van burgerparticipatie. Vervolgens wordt gekeken welke constitutionele grenzen het grondwettelijk stelsel stelt aan de inpassing van een G1000 op nationaal niveau. De auteurs komen tot de conclusie dat een G1000 binnen deze grenzen kan worden ingepast, waarbij tegelijkertijd de basisprincipes van de G1000 zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Zij dragen in dat kader enkele ideeën aan voor de daadwerkelijke implementatie van de G1000 in het nationale wetgevingsproces.


Mr. M. van Zanten
Mr. M. (Melanie) van Zanten is als promovenda verbonden aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

G.J.P. Penders
G.J.P. (George) Penders is masterstudent Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en is werkzaam als student medewerker bij de sectie bestuursrecht van Pels Rijcken.

L.S.R. Frietman
L.S.R. (Lars) Frietman heeft in Utrecht zijn bachelor Rechtsgeleerdheid afgerond en is oud-voorzitter van Studievereniging Politeia voor staats-, bestuursrecht en rechtstheorie.

P.A. Oudijn
P.A. (Nellieke) Oudijn heeft haar master Staats- en Bestuursrecht afgerond aan de Universiteit Utrecht en is werkzaam als advocaat bij BVD advocaten.

L.J.C.M. van der Ven
L.J.C.M. (Lorenz) van der Ven heeft zijn bachelor Rechtsgeleerdheid afgerond aan de Universiteit Utrecht en is werkzaam als buitengriffier op de Rechtbank Midden-Nederland.
Objets trouvés

Leidt terugtred van de wetgever tot een opmars van rechterlijke rechtsvorming en afbraak van democratische waarden?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Terugtred, Rechtsvorming, Tegendemocratie, Deparlementarisering, Primaat
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Raad van State gewaarschuwd dat het primaat van de wetgever wordt uitgehold door het regeren bij akkoord, gebruik van kaderwetgeving, experimentwetgeving en private regelgeving. Dat zou leiden tot een opmars van rechtsvorming door de rechter waardoor het primaat van de wetgever nog verder wordt aangetast. In deze bijdrage wordt echter verdedigd dat herstel van het primaat van de wetgever waarschijnlijk onmogelijk is en dat een grotere nadruk op rechterlijke rechtsvorming in het licht van de democratietheorie van Rosanvallon evengoed kan worden gezien als een zegen voor de democratie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Strafrecht

Access_open Het Europees Openbaar Ministerie komt eraan: waakhond of papieren tijger?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, EOM, Rechtsbescherming, OLAF, Onderneming
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. S.J. Lopik
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 augustus 2018 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) bevestigd dat Nederland gaat deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie (hierna: EOM). Het EOM is een onafhankelijk vervolgingsorgaan dat, in het kort, bevoegd is om strafbare feiten die ten koste gaan van de EU-begroting te onderzoeken, vervolgen en voor de nationale strafrechter te brengen, een taak die tot dusver was voorbehouden aan de nationale vervolgingsautoriteiten (in Nederland het Openbaar Ministerie). Dit past in een trend waarbij de Unie, die historisch gezien indirect handhaaft, steeds vaker aan directe handhaving doet. Ook past het bij een Unie die steeds meer strafrechtelijke taken naar zich toetrekt: waar strafrechtelijke samenwerking tot het Verdrag van Lissabon nog behoorde tot de derde pijler, bestaan inmiddels meerdere Europeesrechtelijke strafrechtelijke agentschappen, waaronder Eurojust, Europol en OLAF. Er wordt ook wel gesproken van een europeanisering van het Nederlands strafrecht. De ambities van de Commissie voor het EOM strekken echter verder dan alleen het bestrijden van fraude. In deze bijdrage gaan wij in op de achtergrond van het EOM, de inrichting en taken van het EOM en de betekenis daarvan voor personen en ondernemingen die verdacht worden van strafbare feiten die binnen de bevoegdheid van het EOM vallen.
    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie(‘EOM’), PbEU 2017, L 283/1-71
    Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt, PbEU 2017, L 198/29-41


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 79 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.