Zoekresultaat: 21 artikelen

x
Artikel

Zwijgen is zilver en spreken is goud

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2018
Auteurs Prof. dr. Bob de Graaff en Dr. Constant Hijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Although traditionally, it has been argued that intelligence and security services can barely be discussed in public – a veil of secrecy makes a thorough and informed debate almost impossible, the outside world is ignorant, say the insiders – we argue that today’s mature civil society does not accept that anymore. Although the government has struggled to address social anxiety and political criticism in the past decades, communication and strategic discussions have never received proper attention. Due to the technological changes, affecting the intelligence practice as well as daily life of citizens, the authors argue that the positioning of intelligence and security services in the broader democratic state should receive structural attention and sustainable communication efforts.


Prof. dr. Bob de Graaff
Prof. dr. B.G.J. de Graaff is hoogleraar intelligence and security studies aan de Universiteit Utrecht, www.uu.nl/medewerkers/bgjgraaff/0.

Dr. Constant Hijzen
Dr. C.W. Hijzen is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Intelligence & Security van het Institute of Security and Global Affairs en aan het Instituut Geschiedenis (Universiteit Leiden).
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2018
Auteurs dr. Constant Hijzen en Mr. drs. Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

dr. Constant Hijzen
Gastredacteur dr. Constant Hijzen is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Intelligence & Security van het Institute of Security and Global Affairs en aan het Instituut Geschiedenis (Universiteit Leiden).

Mr. drs. Marit Scheepmaker
Mr. drs. Marit Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

In voor- en tegenspoed

Het huwelijk tussen parlement en inlichtingen- en veiligheidsdienst

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2018
Auteurs Dr. Eleni Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    Secrecy complicates the relationship between intelligence and security services and their responsible ministers on the one hand, and members of parliament on the other. How can parliament deal constructively with intelligence and security services, despite the secrecy involved? This article presents a novel conceptual framework to analyse political relations influenced by secrecy, based on four recurring types of parliamentary reactions to intelligence and security services. The focus is a case study of the Dutch parliament and Security Service (BVD) between 1975 and 1995. The analysis demonstrates that constructive parliamentary dealings with secret services depend both on party-political responses to secrecy and strategic responses on the part of the secret services to ambiguous relationships with parliament. The presented typology of four recurring parliamentary reactions to intelligence and security services and the model for constructive parliamentary debate contribute to a better understanding of reasons and consequences of political and societal reactions to the new Dutch Intelligence and Security Services Act (Wiv).


Dr. Eleni Braat
Dr. E.C. Braat is als universitair docent Internationale Geschiedenis verbonden aan de Universiteit Utrecht. Voor meer informatie: www.uu.nl/medewerkers/ECBraat. Dit artikel is in uitgebreidere vorm gepubliceerd als Eleni Braat, ‘Recurring Tensions between Secrecy and Democracy: Arguments about the Security Service in the Dutch Parliament, 1975-1995’, Intelligence and National Security, vol. 31, nr. 4, p. 532-555.
Artikel

Voordeelstoerekening: leuker kunnen wij het niet maken, wel inzichtelijker

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden artikel 6:100 BW, voordeelstoerekening, schadeverweer, toerekening naar redelijkheid, eenzelfde gebeurtenis, condicio sine qua non
Auteurs Mr. S.S.Y. Engelen en Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft op 8 juli 2016 in zijn arrest TenneT/ABB een nieuwe maatstaf geformuleerd voor voordeelstoerekening. Hierbij komt hij expliciet terug op zijn eerdere rechtspraak over dit leerstuk, zoals neergelegd in artikel 6:100 BW. De nieuwe maatstaf geeft niet alleen meer houvast bij de beoordeling van een beroep op voordeelstoerekening, maar schakelt het leerstuk van voordeelstoerekening bovendien gelijk met de wijze waarop de omvang van de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:95 tot met 6:98 BW dient te worden vastgesteld. In deze bijdrage bespreken de auteurs de inhoud en implicaties van de nieuwe maatstaf voor personenschadezaken.


Mr. S.S.Y. Engelen
Mr. S.S.Y. (Sara) Engelen is docent privaatrecht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. (Anne) Keirse is als hoogleraar privaatrecht verbonden aan het Utrecht Center for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij parttime raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Schadebegroting bij een doorberekeningsverweer en een bijgestelde maatstaf voor voordeelstoerekening

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kartelschade, Passing-on verweer, Schadebegroting, Voordeelstoerekening
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. dr. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In lijn met Europees schadevergoedingsrecht wendt de Hoge Raad overcompensatie af. In de recente follow-on kartelschadeprocedure TenneT c.s/ABB c.s. maakt de Hoge Raad namelijk de weg vrij voor een consistente toekenning van het zogenoemde passing-on verweer. Daarbij geeft hij te kennen ruimer te zijn gaan denken over het leerstuk van voordeelstoerekening. In deze bijdrage wordt het belang van deze ontwikkelingen voor zowel het mededingingsrecht als het algemene schadevergoedingsrecht geduid.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. Anne Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht. Zij is daarnaast (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

Mr. dr. M. van Kogelenberg
Mr. dr. M. van Kogelenberg is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Artikel

‘Elk nadeel heb z’n voordeel’: (bewijslast)problematiek rondom het passing-on verweer in kartelschadezaken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden bewijslast, passing-on verweer, kartelschadezaken, schadeverweer, voordeelstoerekening
Auteurs Rogier Meijer en Erik-Jan Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest TenneT/ABB, de Richtlijn en de Implementatiewet ingegaan op de manier waarop wordt omgegaan met het bewijs in kartelschadezaken, in het bijzonder bij het passing-on verweer.


Rogier Meijer
Mr. dr. R. Meijer is advocaat bij Zippro Meijer Citteur advocaten.

Erik-Jan Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij Zippro Meijer Citteur advocaten.
Casus

Remedies bij inbreuken op garanties in overnamecontracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Garantie, Non-conformiteit, Remedies, Schadevergoeding, SPA
Auteurs Prof. mr. R.J. Tjittes
Auteursinformatie

Prof. mr. R.J. Tjittes
Prof. mr. Rieme-Jan Tjittes is advocaat en partner bij BarentsKrans, hoogleraar Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit blad.
Artikel

Timab Industries S.A.: eerste ‘hybride zaak’ doorstaat eerste rechterlijke toetsing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Schikking, Verordening (EG) nr. 622/2008, hybride procedure, alternatieve handhaving
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. drs. M.W.J. Jongmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerecht heeft in het arrest Timab Industries en Compagnie Financière et de participations Roullier (Timab) voor het eerst uitspraak gedaan over het hybride karakter van de schikkingsprocedure op grond van Verordening (EG) nr. 622/2008. Het hybride karakter is gelegen in de omstandigheid dat alle karteldeelnemers behoudens Timab de zaak met de Commissie hebben geschikt. In de tweede plaats is het arrest van belang, omdat aan Timab een boete werd opgelegd die aanzienlijk hoger was dan de bovengrens van de bandbreedte van boetes die haar door de Commissie in de schikkingsprocedure was voorgehouden. In dit artikel worden de overwegingen van het Gerecht met betrekking tot deze onderwerpen besproken en van kort commentaar voorzien.
    Gerecht 20 mei 2015, zaak T-456/10, Timab Industries, ECLI:EU:T:2015:296 (hogere voorziening verzocht: C-411/15P)


Mr. S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. (Silvia) Vinken is advocaat bij BANNING N.V.

Mr. drs. M.W.J. Jongmans
Mr. drs. M.W.J. (Martijn) Jongmans is advocaat bij BANNING N.V.
Artikel

Pleiten, schikken of slikken

Een economische analyse van de Richtlijn inzake schadevorderingen bij inbreuken op het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Richtlijn inzake schadevorderingen, schadevergoeding, boetes, civielrechtelijke handhaving, bestuursrechtelijke handhaving
Auteurs Peter van Wijck en Jan Kees Winters
SamenvattingAuteursinformatie

    De Richtlijn inzake schadevorderingen beoogt de ‘civielrechtelijke handhaving’ van het mededinginsgrecht te bevorderen door schadevergoedingsacties te stimuleren. De schade die door (met name) een kartel is veroorzaakt, dient geheel te worden vergoed. Economisch gezien betekent dit een extra financiële belasting bovenop de bestuursrechtelijke boete. Het lijkt dan aannemelijk dat de afschrikwekkende werking op kartelgedrag wordt vergroot. Of dat zo is, hangt af van diverse factoren, zoals de boete, pakkans, mogelijkheid tot schikken en de kans op het feitelijk verkrijgen van een schadevergoeding.


Peter van Wijck
Dr. P.W. van Wijck is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.

Jan Kees Winters
Dr. J.K. Winters is principal bij RBB Economics.
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2013 en 2014

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Mededingingsbeperkende afspraken, Misbruik van een economische machtspositie, Ondernemingsbegrip, Procedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en Mr. E.L.G. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In het onderhavige artikel staan centraal de belangrijkste ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie die zich in de jaren 2013 en 2014 hebben voorgedaan op het gebied van het mededingingsrecht. In verband met de enorme productie van arresten en beschikkingen door het Hof van Justitie op dit terrein komen uitsluitend de meest in het oog springende zaken aan bod


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel.

Mr. E.L.G. Mattioli
Mr. E.L.G. (Evi) Mattioli is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel en is tevens verbonden als vrijwillig medewerkster aan de KU Leuven.
Artikel

Lang verwacht, stil gezwegen, nooit gedacht, toch gekregen: de definitieve richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden kartelschade, inbreuk op mededingingsrecht, aansprakelijkheid, richtlijn betreffende schadevorderingen, schadevergoeding
Auteurs Mr. dr. E.-J. Zippro en Mr. dr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2014 is de Europese richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken aangenomen. In deze bijdrage geven de auteurs een overzicht van de richtlijn en wordt de richtlijn vergeleken met het huidige Nederlandse recht, waarbij de auteurs aangeven of het Nederlandse recht naar hun mening dient te worden aangepast om de richtlijn te implementeren.


Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam en tevens als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. R. Meijer
Mr. dr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam en tevens als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Private enforcement van het mededingingsrecht: de toekomst van schadevergoedingsprocedures voor kartelschade in Nederland

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden private enforcement, private handhaving van het mededingingsrecht, civiele schadevergoedingsacties wegens kartelschade
Auteurs J. Houdijk en T. Schäfers
SamenvattingAuteursinformatie

    De handhaving c.q. afdwinging van (de normen van) het mededingingsrecht kent een duale uitwerking. Deze kenmerkt zich namelijk door een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke dimensie. De publiekrechtelijke handhaving is in handen van de nationale mededingingsautoriteiten, zoals de Autoriteit Consument & Markt in Nederland, en van de Europese Commissie binnen de Europese Unie. Publiekrechtelijke interventie heeft tot dusver steeds voorop gelopen binnen de Europese Unie en binnen de EU-lidstaten. Privaatrechtelijke handhaving, dan wel private enforcement, is echter aan een opkomst bezig: het betreft hier de toepassing van mededingingsrechtelijke normen in geschillen tussen private partijen, in het bijzonder in procedures die draaien om schadeverhaal ten aanzien van schade die een onderneming heeft geleden door de kartelgedragingen van andere marktpartijen. De opkomst van het fenomeen van private enforcement van het mededingingsrecht is recent kracht bij gezet door nieuwe regelgevingsinitiatieven van de Europese Commissie. In de Nederlandse rechtspraak zijn inmiddels de eerste schadevergoedingszaken vanwege (gestelde) kartelschade aanhangig. Ondanks deze initiatieven staat private enforcement van het mededingingsrecht in Nederland nog in de kinderschoenen: er zijn nog veel onduidelijkheden en nog vele stappen te zetten alvorens het is uitgegroeid tot een volwassen rechtsgebied. Denk hierbij aan de vaststelling c.q. berekening van geleden schade. Ook op het vlak van de organisatie en financiering van claim(procedure)s zijn interessante ontwikkelingen gaande in de vorm van voorstellen tot nieuwe Nederlandse wetgeving op het gebied van de ‘class action’.


J. Houdijk
Mr. dr. J. Houdijk is advocaat bij AKD te Brussel, Praktijkgroep Europees en Mededingingsrecht.

T. Schäfers
Mr. T. Schäfers is advocaat bij AKD te Brussel, Praktijkgroep Europees en Mededingingsrecht.
Recent

De (definitieve) richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken, Kartelschade, Private handhaving van het mededingingsrecht, Courage/Crehan, Passing-on
Auteurs Mr. Tim Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken aangenomen. Deze richtlijn vormt het sluitstuk van een traject dat reeds in 2001 is ingezet met het Courage/Crehan-arrest. In deze signalering staat de definitieve tekst van de richtlijn centraal. Na een korte bespreking van de inhoud van de richtlijn gaat de signalering met name in op de wijzigingen van de definitieve tekst van de richtlijn ten opzichte van het in 2013 gepubliceerde richtlijnvoorstel.


Mr. Tim Raats
Mr. T. Raats is advocaat bij de sectie mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.
Artikel

De Richtlijn betreffende schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden wetgeving, Richtlijn, civiele handhaving, mededingingsrecht
Auteurs Mr. Edmon Oude Elferink en Mr. Bram Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie aangenomen (Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014). Deze richtlijn brengt met zich dat de lidstaten dienen te waarborgen dat het verhaal van schade in verband met schending van het kartelverbod en het verbod van misbruik van economische machtspositie wordt gefaciliteerd. In dit artikel wordt enerzijds een toelichting gegeven op de totstandkoming van de richtlijn en anderzijds besproken welke wetswijzigingen, if any, de Nederlandse wetgever dient door te voeren teneinde aan de verplichtingen uit hoofde van de richtlijn te voldoen.
    Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014.


Mr. Edmon Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is advocaat bij CMS.

Mr. Bram Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en tevens promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Kartelschade in Nederland, een eerste aanzet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden privaatrechtelijk handhaving, passing-on, voordeelverrekening, schadevergoeding, artikel 101 VwEU
Auteurs Mr. B. Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak in eerste aanleg in de zaak TenneT/ABB geeft er een beeld van hoe in Nederland in rechte met kartelclaims wordt omgegaan. De Rechtbank Oost-Nederland komt tot interessante conclusies over de aansprakelijkheid van entiteiten behorend tot het concern van een kartelovertreder en de mogelijkheid van een zogenoemd passing-on verweer. De uitspraak lijkt voor kartelovertreders niet gunstig.
    Rb. Oost-Nederland 16 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0403


Mr. B. Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen (onderwerp: civiele handhaving van het mededingingsrecht en het clementiebeleid).

    D'après le Code civil, et ce dè s son origine, la séparation du couple marié peut donner lieu à une obligation légale de payer au conjoint, ou à l'ancien conjoint, une pension censée couvrir ses besoins. En dehors du mariage, point de lien alimentaire prévu par la loi. Depuis 1804, deux évolutions sociales majeures ont cependant changé le visage de la vie de couple. D'un côté, elle ne passe plus nécessairement par le mariage. D'un autre côté, seule sa dimension affective est censée lui donner sens, ce qui la rend éminemment fragile. La question se pose dè s lors de savoir si le lien alimentaire qui existe actuellement en droit belge entre conjoints désunis répond encore de maniè re adéquate et pertinente aux modes de fonctionnement de l'économie conjugale.
    ---
    According to the Civil code, and in view of its development, the separation of a married couple can give rise to a legal obligation to pay maintenance to the other spouse, or ex-spouse, in order to cover his or her needs. In contrast, outside marriage, no statutory maintenance is available. However, since 1804, two major social evolutions have changed the way of life of couples. On the one hand, maintenance no longer flows inevitably from marriage. On the other hand, only the ‘love’ dimension of a relationship supports the provision of maintenance, which makes this claim eminently fragile.
    The question then arises as to whether the maintenance between separated spouses which is presently provided for under Belgian law still adequately and appropriately serves the functioning of the conjugal economy.
    In addition, the absence of maintenance rights for unmarried couples also raises questions. The contribution proposes a reconsideration of the right to maintenance between all couples, married or not, on the basis of other justifications, in particular the solidarity which couples establish during their shared lives.


Dr. Nathalie Dandoy
Nathalie Dandoy is lecturer at the catholic University of Louvain. She is member of the research centre of Family Law (Cefap-UCL). Her main research area concerns the maintenance rights between family members. She is member of editorial committee of Revue trimestrielle de droit familial and Journal des Juges de paix et de police.
Artikel

Informele huwelijken in Nederland: in het echt verbonden?

Een kritische reflectie op een vermeend veiligheidsrisico

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden informal marriages, radicalization, religion
Auteurs Prof. dr. Joanne van der Leun en Avalon Leupen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch law solely recognizes civil marriage. According to law, religious marriages can only take place after these civil marriages. Over the last years there have been several indications of rising numbers of ‘informal marriages’ which conflict with the law. These informal marriages were presupposed to take place primarily in Muslim circles. Amongst politicians and media the worries were expressed that these marriages pointed to an aversion with regard to the state of law and to radicalization of the young people involved. They were also seen as a risk to the security of society. In this explorative study we did not find any evidence for this securitisation link.


Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is als hoogleraar criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Avalon Leupen MSc
A.J. Leupen, MSc. is docent criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

De introductie van ecosysteemdiensten in het groene omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden ecosysteemdiensten, Europees recht, natuurbeschermingsrecht, omgevingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht
Auteurs Mr. dr. F.H. Kistenkas
SamenvattingAuteursinformatie

    Introductie in het groene omgevingsrecht van het voor de juridische professie nog nieuwe concept van ecosysteemdiensten zal meer duurzame functiecombinaties mogelijk kunnen maken. Voor duurzame gebiedsontwikkeling is een balans van planet-people-profit (3P) nodig. Daarvoor heeft men in plaats van de thans in het omgevingsrecht gebruikelijke toetsing juist weging als rechtsvindingsmethodiek nodig. Daarbij zouden ecosysteemdiensten zeer behulpzaam kunnen zijn. In een duurzaamheidsladder zou wellicht al in de nieuwe Omgevingswet kunnen worden vastgelegd dat een plan of project een 3P-balans en intergenerationale meerwaarde zou moeten bewerkstelligen voor productiediensten, immateriële diensten en voor regulerende en ondersteunende diensten.


Mr. dr. F.H. Kistenkas
Mr. dr. F.H. (Fred) Kistenkas is universitair hoofddocent omgevingsrecht en senior onderzoeker op het onderzoeksinstituut Alterra van Wageningen Universiteit.
Artikel

Belgisch en Nederlands belastingrecht verbieden aftrek kartelboetes; EU-recht ook?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden aftrekbaarheid, kartelboetes, effectiviteitsbeginsel, belastingrecht, grondwet
Auteurs Mr. W.W. Geursen
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W. Geursen is werkzaam als promovendus bij de Vrije Universiteit, Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.