Zoekresultaat: 98 artikelen

x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Significant others

Susanne Karstedt

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2021
Auteurs Maartje Weerdesteijn
Auteursinformatie

Maartje Weerdesteijn
Dr. Maartje Weerdesteijn, MSc, is universitair docent bij de afdeling Strafrecht en Criminologie, Vrije Universiteit Amsterdam, en onderzoeker bij het Center for International Criminal Justice. m.weerdesteijn@vu.nl

Toine Spapens
Professor Toine Spapens is hoogleraar criminologie aan Tilburg University. a.c.spapens@tilburguniversity.edu

Marieke Kluin
Dr. M.H.A. Kluin is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

    In deze bijdrage analyseert de auteur de gevolgen van het Skanska-arrest in een schadeprocedure voor overtreding van het Europese mededingingsrecht. Op grond van de jurisprudentie en literatuur concludeert de auteur dat de doorwerking van het ondernemingsbegrip, als gevolg van het Skanska-arrest, de benadeelde een significante uitbreiding van aansprakelijkheidsmogelijkheden kan bieden.


S.W. Bothof
S.W. Bothof is juridisch medewerker bij Newground Law te Amsterdam.
Artikel

Politiewetenschappers en hun taboes

Een pleidooi voor geestverruimende beschouwingen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden police, research
Auteurs Dr. Guus Meershoek en Prof. dr. Janine Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    The authors have taken a contribution from Frank Bovenkerk from 2003 as a starting point. In this text, Bovenkerk reflects on taboos in criminology. In science, in addition to independence, focus on truth-finding, a willingness to self-correct and organized skepticism, courage is also an important quality. Where Bovenkerk focuses more broadly on criminology, this contribution focuses in particular on taboos and requirements for scientists in police research.


Dr. Guus Meershoek
Dr. Guus Meershoek is als lector Politiegeschiedenis verbonden aan de Politieacademie. Daarnaast is hij universitair docent aan de Universiteit van Twente, waar hij zich bezighoudt met onderzoek naar maatschappelijke veiligheidszorg.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechts­antropologie aan de Open Universiteit en voorzitter van de redactie van PROCES.
Artikel

Access_open Uit- en overlevering van EU-burgers bij overtreding van het kartelverbod – op het snijvlak van straf- en mededingingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2020
Trefwoorden uit- en overlevering, kartelverbod, mededingingswet, lijstfeiten, dubbele strafbaarheid
Auteurs Mr. W.W. Geursen en Mr. J. Boonstra-Verhaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland wordt het mededingingsrecht (nog steeds) bestuursrechtelijk afgedaan. De strafrechtelijke handhaving van dit rechtsgebied heeft de laatste jaren in andere landen een opmars gemaakt; ook in verschillende lidstaten van de Europese Unie. Hoewel in Nederland het mededingingsrecht een ‘strafrechtelijk verleden’ kent, werd deze handhavingsvorm weinig benut en/of was deze weinig succesvol en is hiervan afscheid genomen. Dat Nederland overtredingen van de mededingingswet nu niet strafrechtelijk sanctioneert, wil echter niet zeggen dat aan mededingingsrechtelijke overtredingen voor Nederlanders geen strafrechtelijke risico’s kleven. Indien dergelijke overtredingen door Nederlandse onderdanen in het buitenland effect hebben, omdat daar bijvoorbeeld de klanten van een kartel zijn gevestigd, kunnen Nederlanders alsnog – zij het in het buitenland – tegen strafrechtelijke vervolging en een veroordeling aanlopen.


Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W. Geursen is werkzaam als Senior Legal Adviser bij De Brauw Blackstone Westbroek en is als buitenpromovendus verbonden aan de Vrije Universiteit.

Mr. J. Boonstra-Verhaert
Mr. J. Boonstra-Verhaert is initiator van actualiteitenwebsite BijzonderStrafrecht.nl, werkzaam als Senior Legal Adviser bij De Brauw Blackstone Westbroek en is als eindredacteur verbonden aan TBS&H.
Artikel

Over het oogmerkbestanddeel in artikel 285b Sr, dwang en heimelijke belaging

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Oogmerk, belaging, dwang, artikel 285b Sr, heimelijke belaging
Auteurs Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor belaging ex artikel 285b Sr is vereist dat de belager ten tijde van de delictsgedraging beschikte over het oogmerk ‘die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel vrees aan te jagen’. In deze bijdrage wordt de relatie tussen dit oogmerkbestanddeel en het begrip ‘dwingen’ onderzocht. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de door de indieners van het wetsvoorstel beoogde werking van het bestanddeel niet tot uitdrukking is gekomen in de rechtspraak. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de gevolgen voor (de toegevoegde waarde van) het oogmerkbestanddeel, van het oordeel van de Hoge Raad dat ook stiekem verrichte gedragingen als belaging kunnen worden aangemerkt.


Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde
Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde doet onderzoek naar belaging bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Het bewijs van excepties

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Bewijsrecht, Excepties, Formeel recht
Auteurs Mr. dr. W.H.B. (Wilma) Dreissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt betoogd dat de stelling dat het bewijs van excepties een lagere bewijsdrempel niet juist is. De strafrechter geeft een oordeel over het bewijs van het tenlastegelegde én over de strafbaarheid van feit en dader. Voor elk van die oordelen geldt de eis dat de feiten buiten redelijke twijfel moeten vaststaan. Er is in die zin geen onderscheid tussen de eerste vraag zoals genoemd in artikel 350 Sv en de tweede en derde vraag die in die bepaling genoemd worden. Wel wijkt de wijze waarop de rechter tot zijn oordeel over de strafbaarheid komt af van de wijze waarop hij meestal tot het bewijsoordeel komt.


Mr. dr. W.H.B. (Wilma) Dreissen
Wilma Dreissen is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Open Universiteit.
Artikel

(On)geschreven excepties

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Excepties, Codificatie, Strafuitsluitingsgrond, Kwalificatie-uitsluitingsgrond, Ontbreken van materiële wederrechtelijkheid
Auteurs Mr. S.R. (Sven) Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Naast de geschreven algemene en bijzondere strafuitsluitingsgronden en de ongeschreven algemene strafuitsluitingsgronden ontbreken van materiële wederrechtelijkheid en afwezigheid van alle schuld, zijn in de jurisprudentie ook verschillende ongeschreven contextgebonden excepties aanvaard, bijvoorbeeld de medische exceptie, de kunstexceptie en de sport- en spelexceptie. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of c.q. in hoeverre er aanleiding bestaat dergelijke ongeschreven excepties in de wet te verankeren.


Mr. S.R. (Sven) Bakker
Sven Bakker is als docent en onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en verricht promotieonderzoek naar contextgebonden excepties in het Nederlandse strafrecht. Tevens is hij redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Heimelijke toepassing van openlijke bevoegdheden

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden recht op privacy, handschriftonderzoek en stemvergelijkend onderzoek, vingerafdruk, inbeslagneming van voorwerpen, DNA-onderzoek
Auteurs Prof. mr. T. Blom
SamenvattingAuteursinformatie

    In het nieuwe wetboek worden ‘nieuwe’ opsporingsbevoegdheden geïntroduceerd die normaal gesproken openlijk worden toegepast maar straks ook heimelijk mogen worden ingezet. Het betreft het vergelijkend vingerafdrukken- en handpalmonderzoek, het handschrift- en stemvergelijkend onderzoek, inbeslagneming van voorwerpen en de inzet van daartoe strekkende steunbevoegdheden, het bij gelegenheid van een doorzoeking of betreden van plaatsen overnemen van gegevens en het bevel tot verstrekken van gegevens. In het artikel wordt aangegeven dat de invoering van deze bevoegdheden noodzakelijk en ook wenselijk is, waarbij de wettelijke regeling bovendien voldoet aan de eisen die daaraan door het EHRM worden gesteld. Het voordeel van codificatie is bovendien dat waar het nu vaak om een ongeregelde praktijk gaat, door codificatie duidelijk wordt onder wiens gezag de toepassing van de bevoegdheid valt en aan welke voorwaarden moet zijn voldaan voordat de bevoegdheid mag worden toegepast.


Prof. mr. T. Blom
Prof. mr. T. (Tom) Blom is hoogleraar Straf(proces)recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Contempt of court als inspiratiebron voor de Nederlandse strafrechtspleging

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden common law, niet-naleving van rechterlijke beslissingen, goede strafrechtspleging, contempt by publication, rechterlijk gezag
Auteurs Mr. dr. M. (Marianne) Lochs
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is gebaseerd op het proefschrift Contempt of court. Een meerwaarde voor de goede strafrechtspleging in Nederland?. De auteur zet uiteen wat onder ‘contempt of court’ moet worden verstaan en gaat in op de vraag of het instrument een zinvolle bijdrage kan leveren aan de waarborging van een goede strafrechtspleging in Nederland.


Mr. dr. M. (Marianne) Lochs
Mr. dr. M. Lochs is advocaat bij Spong Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Access_open Herziening ten voordele van de gewezen verdachte als buitengewoon rechtsmiddel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden herziening ten voordele, novumcriterium, ACAS, nader onderzoek, rechtsvergelijking, Strafrecht
Auteurs Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Herziening ten voordele van de gewezen verdachte is een bijzonder rechtsmiddel in het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Onder meer op grond van een novum kan, bij hoge uitzondering, een onherroepelijke veroordeling alsnog ongedaan worden gemaakt. De regeling heeft in 2012 diverse wijzigingen ondergaan. Daarbij is het novumcriterium verruimd en is de mogelijkheid ingevoerd dat de procureur-generaal een nader onderzoek verricht naar het mogelijke bestaan van een novum. De Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS) adviseert hem veelal over de wenselijkheid van dergelijk onderzoek. Het wettelijke novumcriterium en de taakopvatting van de ACAS zijn echter geen rustig bezit gebleken. Er wordt doorlopend voorgesteld om het novumcriterium verder te verruimen en om de ACAS breder naar afgesloten zaken te laten kijken. Het is de vraag of de wetgever aan die oproep gehoor moet geven.


Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.

Prof. dr. Marc Cools
Prof. dr. Marc Cools is hoogleraar bij de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht Universiteit Gent.
Artikel

Access_open Criminaliteit en macht: een inleiding

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2019
Trefwoorden crimes of the powerful, white collar crime, hate crime, eco crime, ‘lawful but awful’
Auteurs Prof. dr. René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminologists have by and large sought to explain crime by the deficiencies people may have. It took till the 1970s until the idea that crime can also be caused by structural power inequalities got an actual name in criminology: crimes of the powerful. Starting with the works of Willem Bonger and Edward Ross in the early 20th century, the author analyses how critical criminologists like Frank Pearce introduced the term ‘crimes of the powerful’ in the 1970s and how this concept was subsequently applied to gender- and racial inequalities, state crime, corruption et cetera, whilst pointing at the topical relevance of using a lens of ‘crimes of the powerful’ as a sensitising concept to analyse present-day problems, ranging from sexual abuse in the Roman Catholic church to the banking sector or indeed the expropriation of indigenous lands in the Amazon by soy-farmers and timber traders.


Prof. dr. René van Swaaningen
René van Swaaningen is hoogleraar criminologie en voorzitter van de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Top-down and out?

Reassessing the labelling approach in the light of corporate deviance

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2019
Trefwoorden labelling, corporate crime, moral entrepreneurs, peer group, late modernity
Auteurs Anna Merz M.A.
SamenvattingAuteursinformatie

    Multi-national corporations are increasingly facing attention and disapproval by different actors, including authorities, public and (non-) commercial organizations. Digital globalization and especially social media as a low-cost, highly interactive and multidirectional platform shape a unique context for this rising attention. In the literature, much attention has been devoted to top-down approaches and strategies that corporations use to avoid stigmatization and sanctioning of their behaviour. Reactions to corporate harm are, however, seldom researched from a labelling perspective. As a result, corporations are not considered as objects towards whom labelling is targeted but rather as actors who hamper such processes and who, as moral entrepreneurs, influence which behaviour is labelled deviant. Based on theoretical analysis of literature and case studies, this article will discuss how the process of labelling has changed in light of the digitalized, late-modern society and consequently, how the process should be revisited to be applicable for corporate deviance. Given a diversification of moral entrepreneurs and increasingly dependency of labelling and meaning-making on the online sphere, two new forms of labelling are introduced that specifically target institutions; that is bottom-up and horizontal labelling.


Anna Merz M.A.
Anna Merz is promovendus aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Frits Posthumus
Mr. Frits Posthumus is advocaat-generaal bij het Ressortsparket, vestiging Amsterdam.
Artikel

Significante denkers en hun oeuvre

Betekenissen, controverses en digitale uitholling

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2019
Trefwoorden significant others, classical authors, digital revolution
Auteurs Dr. Tom Daems en Dr. Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Tom Daems and Bas van Stokkom reflect upon what it means to argue that an author or text is ‘significant’ and the role and function the study of classical or significant texts can have in our current times.


Dr. Tom Daems
Dr. Tom Daems is hoofddocent bij het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Dr. Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is senior onderzoeker bij de Vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Hollandse (on)hebbelijkheden

In gesprek met Chrisje Brants

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2019
Trefwoorden comparative law, Utrecht School, criminal law
Auteurs Dr. Bas van Stokkom en Dr. Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article Bas van Stokkom and Renée Kool discuss work and life of the Dutch comparative legal scholar Chrisje Brants. The article is based on an interview the authors conducted with Brants as well as themes that Brants developed in her published work. The article discusses in particular themes such as comparative research, the Utrecht School, and the role of criminal law.


Dr. Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is senior onderzoeker bij de Vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. Renée Kool
Dr. Renée Kool is universitair hoofddocent bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen Universiteit Utrecht.
Artikel

Schikken of beschikken?

Buitengerechtelijke afdoening van grote en bijzondere strafzaken in een gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden buitengerechtelijke afdoening, transactie, strafbeschikking, modernisering Wetboek van Strafvordering
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema en Mr. dr. W.S. de Zanger
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. (Eelke) Sikkema is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Vanaf 1 november 2018 is hij gedetacheerd bij de Afdeling advisering van de Raad van State.

Mr. dr. W.S. de Zanger
Mr. dr. W.S. (Wouter) de Zanger is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven
Toont 1 - 20 van 98 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.