Zoekresultaat: 66 artikelen

x
Jurisprudentie

Strafrechtelijk niet veroordeeld, maar erfrechtelijk wel beboet?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Onwaardigheid, Veroordeling, Strafbeschikking, verklaring van erfrecht, tuchtrechtelijke sanctie
Auteurs Mr. M. De Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Klager heeft zijn echtgenote opzettelijk van het leven beroofd. Wegens een ziekelijke stoornis volgt geen strafrechtelijke veroordeling, maar wordt hij ontslagen van alle rechtsvervolging. In de aan de broer van erflaatster afgegeven verklaring van erfrecht concludeert de notaris dat klager onwaardig is op grond van artikel 4:3 BW. Klager verwijt de notaris dat hij een onjuiste verklaring van erfrecht heeft opgesteld. De Kamer voor het Notariaat oordeelt de klacht gegrond en legt een waarschuwing op. In deze bijdrage wordt deze uitspraak besproken, waarbij aandacht wordt besteed aan de eis van een onherroepelijke veroordeling en de afgifte van een verklaring van erfrecht.


Mr. M. De Vries
Mw. mr. M. de Vries is jurist erfrecht en buitenpromovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. G.A. Tuinstra
Artikel

Erfrecht in de onderwereld (deel V): de onwaardige echtgenoot in het huwelijksvermogensrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden artikel 1:100 BW, onwaardigheid, de vermoorde bruid, de oordopjesmoord, de Wageningse gifmoord
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken of de voor het erfrecht onwaardige echtgenoot diens huwelijksvermogensrechtelijke aanspraak ook verliest. Er is namelijk geen huwelijksvermogensrechtelijke onwaardigheidsregeling. De civiele rechter heeft een eigen afweging bij de vraag of de onwaardige echtgenoot huwelijksvermogensrechtelijk kan verkrijgen. Als echtgenoten huwelijkse voorwaarden maken en een finaal verrekenbeding bij overlijden willen overeenkomen, kan op de mogelijke toekomstige erfrechtelijke onwaardigheid worden voorgesorteerd door dan het finaal verrekenbeding niet te laten werken.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Mr. L.A.G.M. van der Geld is directeur bij Netwerk Notarissen, als docent verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Erfrecht onder Caribische vlag

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden legitieme portie, langstlevende echtgenoot, gelimiteerde wettelijke verdeling, samenlever, kortdurend huwelijk
Auteurs Prof. dr. mr. G. van der Burght
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Caribisch erfrecht versterkt de positie van de langstlevende echtgenoot. Als erfgenaam naast uitsluitend gemeenschappelijke kinderen, verkrijgt hij alle goederen en de kinderen vorderingen op hem. De beperking tot ‘uitsluitend gemeenschappelijke kinderen’ verdient kritiek: juist bij ‘buitenkinderen’ moet de langstlevende gaan onderhandelen alhoewel hem onder omstandigheden afdwingbare rechten toekomen.
    Afschaffing van de legitieme portie geeft de erflater meer beschikkingsruimte en boedelafwikkelaars minder kopzorgen, terwijl samenlevers soms rechten kunnen claimen.
    Golddiggers zijn gewaarschuwd: een kortdurend huwelijk levert hem niets op!
    Tenslotte neemt het Caribische erfrecht met zijn soepele termijnen afscheid van Hollandse starheid.


Prof. dr. mr. G. van der Burght
Prof. dr. mr. Gregor. van der Burght is emeritus-hoogleraar privaat- en notarieel recht aan de Vrije Universteit Amsterdam en familie- en erfrecht aan de University of Curaçao; tevens oud raadsheer plv. Gerechtshof ’s-Gravenhage.
Artikel

Access_open Het teletestament: testeren op afstand onder de Tijdelijke wet COVID-19

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden uiterste wil, corona, vormvoorschriften testament, testament op afstand, notariële akte
Auteurs Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans en Prof. mr. W.D. Kolkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid is het sinds maart 2020 mogelijk een uiterste wil te verlijden zonder de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van notaris en testateur. Dit ‘teletestament’ kent enkele bijzondere voorschriften. Deze bijdrage plaatst deze voorschriften in de context van de reeds bestaande testamentsvormen.


Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans is hoogleraar Burgerlijk recht, in het bijzonder Goederenrecht en Notarieel recht, aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar algemene rechtswetenschap en familievermogensrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij Elan Notarissen.
Artikel

Is het heus (nu al) paulianeus?

De pauliana en erfrechtelijke vorderingen

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 16 2020
Trefwoorden Testament
Auteurs Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols

Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols
Artikel

Nietigverklaring van een testament bij leven van de testateur: kan dat?

Procesrechtelijke aspecten

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden nietigverklaring testament voor overlijden testateur, nietig, testament, wilsonbekwaamheid, belang
Auteurs Mr. drs. J.H. Lieber
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur onderzoekt in deze bijdrage of ook tijdens leven van een testateur procedures over de geldigheid van een testament al mogelijk zijn. In de situatie dat sprake is van financieel misbruik van een kwetsbare, wilsonbekwame persoon kan dat zeer wenselijk zijn. De uitkomst van het onderzoek is dat die mogelijkheid bestaat, mits aan de strenge eisen van artikel 3:302 en 3:303 BW is voldaan.


Mr. drs. J.H. Lieber
Mr. drs. J.H. Lieber is senior raadsheer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en het gerechtshof Amsterdam.
Redactioneel

Ten geleide

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2019
Auteurs Prof. mr. W. Breemhaar
Auteursinformatie

Prof. mr. W. Breemhaar
Prof. mr. W. Breemhaar is emeritus bijzonder hoogleraar Bijzondere onderwerpen Notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam en oud-senior raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Jurisprudentie

Testeren onder vier ogen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden testeren, hoogstpersoonlijk, tuchtrecht, beïnvloeding, zorgplicht notaris
Auteurs Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin
SamenvattingAuteursinformatie

    In recente tuchtrechtspraak komt naar voren dat zowel de (voor)bespreking als het passeren van een uiterste wil in de regel onder vier ogen moet plaatsvinden. Het is namelijk een van de kernverantwoordelijkheden van de notaris om in te staan voor een vrije en onafhankelijke wilsvorming van de erflater. De notaris dient alert te zijn op mogelijke beïnvloeding door derden, die een belang bij het testament hebben. Ook het risico van non-verbale beïnvloeding – bijvoorbeeld doordat derden weliswaar niet aan het gesprek deelnemen, maar wel in dezelfde ruimte aanwezig zijn – moet worden voorkomen.


Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin
Mw. Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin is notarieel jurist/wetenschappelijk medewerker bij FBN Juristen te Amsterdam en als Fellow verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het notarisbegrip in artikel 4:109 lid 2 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden artikel 4:109 BW, waarneming, Wna, vormvoorschriften, nietigheid en vernietigbaarheid
Auteurs Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 4:109 lid 2 BW verlangt dat een notaris de uiterste wil ondertekent op straffe van nietigheid. Deze bepaling gaat uit van een materieel notarisbegrip: een uiterste wil ondertekend door een onbevoegde notaris wordt niet met nietigheid bestraft. In het verlengde hiervan is het verdedigbaar dat een uiterste wil ondertekend door een kandidaat-notaris – die onbevoegd als waarnemer optreedt vanwege een te late melding van zijn waarneming (Rb. Zeeland-West-Brabant 9 mei 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:3209) – niet nietig is op grond van artikel 4:109 lid 2 BW. De akte is immers verleden met notariële tussenkomst en de daarbij behorende waarborgen.


Mr. dr. N.V.C.E. Bauduin
Mw. mr. dr. N.V.C.E. Bauduin is notarieel jurist/wetenschappelijk medewerker bij FBN Juristen te Amsterdam en als Fellow verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Noodtestamenten en artikel 4:61 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden noodtestamenten, buitengewone testamentsvormen, verboden beschikkingen, ongeoorloofde beïnvloeding, artikel 4:61 BW
Auteurs Mr. H.J. de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de regeling van de noodtestamenten onder het huidige en oud BW. De auteur heeft onderzocht hoeveel noodtestamenten er (de laatste jaren) zijn opgesteld. Daarnaast heeft hij een (korte) rechtsvergelijking gemaakt tussen de Nederlandse regeling omtrent noodtestamenten en die van België en Duitsland. In het verlengde daarvan is de auteur specifiek ingegaan op degene die het noodtestament verlijdt. Deze persoon wordt in artikel 4:61 BW aangeduid als de ‘andere persoon’. Ten opzichte van deze andere persoon geldt een bevoordelingsverbod. In de praktijk blijkt dit bevoordelingsverbod geen rol van betekenis te spelen.


Mr. H.J. de Jonge
Mr. H.J. de Jonge is kandidaat-notaris in De Wijk en buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Een clash van hoven op overgangsrechtelijk bewindsterrein

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 5 2019
Auteurs Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols

Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols
Artikel

Erfrechtelijke plaatsvervulling en aanwas in het versterferfrecht? Verticale en horizontale doorschuiving!

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden plaatsvervulling, aanwas, horizontale en verticale doorschuiving, intestaaterfrecht, versterferfrecht
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur betoogt dat in het versterferfrecht de formulering van de plaatsvervulling allerlei vragen oproept; datzelfde geldt bij de ‘aanwas’ ten behoeve van andere erfgenamen bij versterf (als een erfgenaam bijvoorbeeld onwaardig is of zijn erfrecht vervallen wordt verklaard). De auteur poogt aan de hand van de termen verticale en horizontale doorschuiving de werking van de wettelijke regelingen te verduidelijken en geeft een proeve van een nieuwe wettekst.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Testeren door minderjarigen en de maatschappelijke behoefte van artikel 4:58 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden artikel 4:55 BW, artikel 4:58 BW, testeren door minderjarigen, minderjarigen, leermeesters
Auteurs Mr. H.J. de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    Minderjarigen die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt, kunnen uiterste wilsbeschikkingen maken. Uit cijfers verstrekt door de KNB blijkt dat op jaarbasis gemiddeld enkele tientallen testamenten door minderjarigen worden opgesteld. Dat was onder het oude erfrecht al zo. Indien een minderjarige testeert, mag hij op grond van artikel 4:58 BW geen uiterste wilsbeschikking maken ten voordele van zijn leermeester, met wie hij tezamen woont. In de literatuur wordt gesteld dat artikel 4:58 BW thans vrijwel achterhaald is en nauwelijks nog betekenis heeft. Ondanks het feit dat de resultaten van een door mij verricht praktijkonderzoek anders laten zien dan de heersende opvatting in de literatuur, ben ik het met deze stelling eens. Naar mijn mening is er voldoende reden om te stellen dat artikel 4:58 BW thans niet meer in een maatschappelijke behoefte voorziet. Daarnaast is er de bijstand van een notaris bij het opstellen van uiterste wilsbeschikkingen om ongewenste beïnvloeding van de testateur te voorkomen.


Mr. H.J. de Jonge
Mr. H.J. de Jonge is kandidaat-notaris in De Wijk en buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Redactioneel

Access_open Ten geleide

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2018
Auteurs Prof. mr. W. Breemhaar
Auteursinformatie

Prof. mr. W. Breemhaar
Prof. mr. W. Breemhaar is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en emeritus bijzonder hoogleraar Bijzondere onderwerpen Notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Vergeving bij onwaardigheid

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden onwaardigheid, vergeven, ondubbelzinnig, verval, artikel 4:3 BW
Auteurs Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de balans opgemaakt van vijftien jaar ondubbelzinnige vergeving in het erfrecht. Ondubbelzinnige vergeving moet volgens de wetgever niet te lichtvaardig worden aangenomen. Een enkel stilzitten na kennisneming van de grond der onwaardigheid is bijvoorbeeld onvoldoende. Ondubbelzinnig betekent echter niet dat de vergeving expliciet moet geschieden. De vergeving kan ook worden afgeleid uit gedragingen of verklaringen van de erflater. Hierbij valt te denken aan het uitspreken van de wens tot hereniging of de benoeming van de onwaardige tot erfgenaam. Is voor de notaris niet duidelijk of sprake is van vergeving, dan is het advies aan te sturen op de benoeming van een vereffenaar.


Mr. M. de Vries
Mr. M. de Vries is werkzaam bij Noordhof advocatuur te Groningen.
Jurisprudentie

De raadselachtige wetsgeschiedenis van artikel 129 lid 2, eerste zin, OnBW

Rb. Den Haag 5 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:12968 en Hof Den Haag 12 september 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2684

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden overgangsrecht, artikel 129 OnBW, uiterste wilsbeschikking, gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen, uitlegging
Auteurs Prof. mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Gepoogd wordt de raadselachtige wetsgeschiedenis van artikel 129 lid 2, eerste zin, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek (OnBW) te ontrafelen en vast te stellen voor welke situatie deze bepaling een voorziening geeft. Geconcludeerd wordt dat de bepaling binnen het gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen de wettelijke grondslag biedt voor het maken van een uiterste wilsbeschikking onder het huidige recht, waarbij de erflater afwijkt van het bepaalde in artikel 129 lid 1 OnBW omtrent de niet-opeisbaarheid van de legitieme portie, indien de erflater onder het oude erfrecht een making ten behoeve van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel heeft gemaakt en deze in stand houdt.


Prof. mr. W. Breemhaar
Prof. mr. W. Breemhaar is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en emeritus bijzonder hoogleraar Bijzondere onderwerpen Notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het willekeurige karakter van de verboden beschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden verboden beschikking, willekeurig karakter, curatoren
Auteurs Mr. H.J. de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op het willekeurige karakter van de verboden beschikkingen in het erfrecht. Men kan zich afvragen waarom een curator niet uitgesloten is van het genieten van voordeel uit een uiterste wilsbeschikking van zijn curandus. Men zou zich op het standpunt kunnen stellen dat artikel 4:57 lid 1 BW van overeenkomstige toepassing is op testamentaire bevoordelingen van een onder curatele gestelde ten behoeve van zijn curator. De heersende opvatting in de literatuur is echter dat er geen sprake is van een overeenkomstige onbevoegdheid. De auteur meent dat er voldoende argumenten zijn om de vraag naar een wettelijke regeling (opnieuw) aan de orde te stellen.


Mr. H.J. de Jonge
Mr. H.J. de Jonge is kandidaat-notaris te Helmond.
Artikel

Het legaat aan een erfgenaam: een gewoon legaat?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden legaat, prelegaat, voorafnemingslegaat, verdeling, bijzondere titel
Auteurs Mr. dr. G.G.B. Boelens
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij het legaat aan een erfgenaam en de vraag of, en zo ja, in hoeverre, een dergelijk legaat verschilt van een legaat aan een derde (niet-erfgenaam). Mijn conclusie luidt dat een legaat aan een erfgenaam altijd voor het geheel onder bijzondere titel wordt verkregen (behoudens de toepassing van art. 4:228 lid 2 BW), net als elk ander legaat aan een derde. Het aan een erfgenaam gelegateerde goed moet op dezelfde wijze ‘voor’ de verdeling aan de legataris-erfgenaam worden geleverd als dat het gelegateerde goed aan de legataris-niet-erfgenaam ‘voor’ de verdeling moet worden geleverd. Het onderscheid tussen een legaat, een prelegaat en de bijzondere variant daarvan, zijnde het voorafnemingslegaat, acht ik dan ook verwarrend en niet noodzakelijk.


Mr. dr. G.G.B. Boelens
Mr. dr. G.G.B. Boelens is universitair docent notarieel recht aan de Universiteit Leiden en kandidaat-notaris te Delft.
Jurisprudentie

Een notariële redactiefout in een uiterste wil

Rb. Amsterdam 16 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9032

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden uiterste wilsbeschikking/uiterste wil, herroeping, clerical error, uitlegging, discrepantie tussen wil en verklaring
Auteurs Prof. mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage behelst een kritische bespreking van het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 16 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9032, omtrent een notariële redactiefout in een uiterste wil. Het praktische belang van het leerstuk van de discrepantie tussen wil en verklaring (art. 3:33 BW) in een dergelijk geval wordt in het bijzonder onderstreept.


Prof. mr. W. Breemhaar
Prof. mr. W. Breemhaar is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en emeritus bijzonder hoogleraar notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 66 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.