Zoekresultaat: 14 artikelen

x
Artikel

Samen zelfstandig

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2020
Auteurs Erik Jan Bolsius en Sjoerd van der Hucht
Auteursinformatie

Erik Jan Bolsius

Sjoerd van der Hucht
beeld
Artikel

Overlap, verschil en verband tussen ziekte en handicap: Europese ontwikkelingen en de betekenis voor discriminatoir ontslag

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Discriminatoir ontslag, Handicap, Ziekte, Redelijke aanpassing, Indirecte discriminatie
Auteurs mr. dr. Albertine Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 11 september 2019 in de zaak DW/Nobel Plastiques Ibérica, staan in deze bijdrage twee vragen centraal, namelijk in hoeverre de begrippen ziekte en handicap elkaar overlappen en of een ontslag wegens ziekte geoorloofd is wanneer de ziekte tevens een handicap vormt. Aan bod komt de Europese rechtsontwikkeling op dit gebied en de betekenis hiervan voor de Nederlandse ontslagpraktijk.


mr. dr. Albertine Veldman
Albertine Veldman is universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Jan Ritzen
Jan Ritzen is a graduate law student from the University of Leuven, principally focusing on corporate law and alternative dispute resolution. Currently, he is studying philosophy at the same University and he is a board member of LCM SA to further establish the extra-curricular formation for students in mediation and negotiation techniques.
Artikel

Access_open Onverdoofd ritueel slachten getoetst aan het EVRM: het Deense verbod als Europees vraagstuk

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Ritueel slachten, EVRM, godsdienstvrijheid, dierenwelzijn
Auteurs Gerhard van der Schyff
SamenvattingAuteursinformatie

    According to the tenets of Judaism and Islam, animals must be slaughtered without any form of stunning. Stunning is often required to alleviate an animal’s suffering when it is killed. Legislation that requires stunning without exempting ritual slaughter leads to an interference with religious freedom that calls for closer justification. With reference to recent legislation in Denmark, this contribution analyses whether blanket stunning can be said to violate the right to freedom of religion in article 9 of the ECHR.


Gerhard van der Schyff
G. van der Schyff is universitair hoofddocent aan het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van de Tilburg Law School. De auteur bedankt mr. R.L. Franken, mr. drs. D.C. Broeren en dr. A.J. Overbeeke.
Jurisprudentie

Advocatuur

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2014
Auteurs Mr. dr. R. Verkijk
Auteursinformatie

Mr. dr. R. Verkijk
Mr. dr. R. Verkijk is advocaat bij Helgers Advocaten en universitair hoofddocent aan de Open Universiteit.
Jurisprudentie

Verplichte vervroegde pensionering van piloten: leeftijdsdiscriminatie?

HR 13 juli 2012, JAR 2012/209, NJ 2012, 396 (werknemers/KLM en VNV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden vervroegd pensioenontslag, leeftijdsdiscriminatie, objectieve rechtvaardigingsgronden, legitiem doel, proportionaliteit, motivering
Auteurs T. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    Verplicht vervroegd pensioen is een fenomeen dat weliswaar steeds minder voorkomt, maar voor sommige beroepen nog vrij normaal is. Bij luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar daar niet alleen, geldt nog steeds een regeling dat piloten ruim voor de AOW-leeftijd, variërend van 56 tot 60 jaar, met pensioen (moeten) gaan. Er geldt een automatisch pensioenontslag. In 2012 heeft de Hoge Raad zich opnieuw moeten buigen over wat door piloten als leeftijdsdiscriminatie wordt aangemerkt. In 2006 had de Hoge Raad dat ook al eens gedaan in soortgelijke zaken. In de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vindt men inmiddels een uitgebreide jurisprudentie op verplicht pensioenontslag. In zijn recente arrest van 2012 volgt de Hoge Raad de lijn van de rechtspraak van het Europese Hof en komt tot de conclusie dat er weliswaar sprake is van ‘onderscheid naar leeftijd’, maar dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat zoals door KLM en de vakbond van piloten was aangegeven. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor deze KLM-piloten, maar gaat verder, omdat het verplichte of automatische pensioenontslag, niet alleen ‘vervroegd’ maar ook op latere leeftijd, zoals dat tegenwoordig vaker voorkomt, hier aan de orde is. In deze annotatie wordt de motivering van de Hoge Raad – en van het hof van Amsterdam in appèl – tegen het licht gehouden en geconfronteerd met de wijze waarop het Europese Hof en de hoogste gerechten in Duitsland en Frankrijk te werk gaan. Er kan gerede twijfel rijzen of de redeneringen in de Nederlandse rechtspraak wel even sound en houdbaar zijn als we in de rechtspraak van het Europese Hof en het Duitse Bundesarbeitsgericht aantreffen. De materie is weerbarstig, dat is wel duidelijk. Zij heeft vele facetten, niet in het minst uit een oogpunt van werkgelegenheidsbeleid, landelijk én lokaal of zelfs op het niveau van de onderneming. In deze annotatie worden de verschillende invalshoeken belicht om tot een oordeel te komen óf en zo ja onder welke voorwaarden een dergelijk onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd zou kunnen zijn en welke eisen gesteld zouden moeten worden aan de motivering ervan.


T. Jaspers
Prof. mr. A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Sociaal Recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het Wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (Wcz): een versterking van medezeggenschapsrechten van de cliënt(enraad)?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden cliënt, cliëntenraad, medezeggenschap, Wcz, WMCZ
Auteurs Mr. X.R. Ras en mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de nieuwe medezeggenschapsregeling in het Wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (Wcz) en wordt ingegaan op de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ). Deze wijzigingen blijken – overeenkomstig het doel van de Wcz – op veel punten te leiden tot een versterking van de rechtspositie van de cliënt(enraad). Anderzijds kunnen kritische kanttekeningen worden geplaatst bij de inperking van het toepassingsgebied van de nieuwe medezeggenschapsregeling ten opzichte van het toepassingsgebied van de huidige WMCZ. Tot slot wordt geconstateerd dat een aantal mogelijkheden tot (verdere) verbetering van de medezeggenschapsregeling onbenut is gebleven.


Mr. X.R. Ras
Xandra Ras is werkzaam als cliëntenraad ondersteuner bij Stichting Onder Een Dak.

mr. dr. G.W. van der Voet
Gerdien van der Voet is als arbeidsrechtadvocaat verbonden aan de Branchegroep Zorg van AKD en daarnaast als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law (ESL).
Jurisprudentie

Het beding van artikel 7:613 BW: toepassingsgebied, de relatieve zwaarte van de ‘613’-maatstaf en het vereiste van schriftelijkheid

HR 18 maart 2011, JAR 2011/108 m.nt. Zondag en JIN 2011/320 m.nt. Van der Voet (Monsieurs c.s./Wegener)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Wijzigingsbeding, artikel 7:613 BW, ‘613’-maatstaf en schriftelijkheid, Monsieurs/Wegener
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad markeert in het Monsieurs/Wegener-arrest het collectieve karakter van het ‘613’-beding en laat ruimte voor een (klankbord)functie van deze wetsbepaling in individuele situaties. De auteur gaat in op het doel en de strekking van artikel 7:613 BW en behandelt de relatieve zwaarte van de maatstaf van het ‘613’-beding ten opzichte van artikel 6:248 lid 2 BW en artikel 7:611 BW. De auteur slaat in zijn annotatie een brug naar het leerstuk van Stoof/Mammoet. Ten aanzien van het vereiste van schriftelijkheid verdedigt de annotator dat het oordeel van de Hoge Raad in overeenstemming is met de aard van het ‘613’-beding. Gezien de ontwikkelingen in de manier van communiceren en gelet op het uitgangspunt dat aan het Burgerlijk Wetboek ten grondslag ligt dat nietigheden in beginsel niet verder reiken dan de strekking daarvan meebrengt, lijkt de tijd rijp voor vernieuwende gezichtspunten over het vereiste van schriftelijkheid.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De aanleg van infrastructuur als economische activiteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden staatssteun, infrastructuur, onderneming, economische activiteit, steunomvang
Auteurs Mr. K. Sevinga en Mw. mr. drs. N. Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Tien jaar na het arrest in de zaak Aéroport de Paris is het Gerecht in de gelegenheid gesteld om de in dat arrest uitgezette lijn over het begrip onderneming te verbinden met de vraag of overheidsfinanciering van luchthaveninfrastructuur onder de staatssteunregels valt. Het Gerecht bevestigt hiermee een inmiddels constante praktijk van de Europese Commissie.GvEA 24 maart 2011, gevoegde zaken T-443/08 Freistaat Sachsen en Land Sachsen-Anhalt/Commissie en T-455/08 Mitteldeutsche Flughafen AG en Flughafen Leipzig-Halle GmbH/Commissie (Leipzig-Halle), n.n.g.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. Sevinga is hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Mw. mr. drs. N. Saanen
Mw. mr. drs. N. Saanen is universitair docent aan de TU Delft, Faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Jurisprudentie

Staatssteun voor onbetaald O&O&I-werk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Kaderregeling O&O&I-steun, O&O&I-steunregeling, fictieve kosten
Auteurs Mr. T. Bruyninckx
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kaderregeling O&O&I-steun voorziet in punt 5.1.4 in een reeks van kosten die in aanmerking komen voor het kwalificeren als geoorloofde staatssteun. Uit een eerste lezing van voornoemd punt blijkt dat enkel daadwerkelijk gemaakte kosten hiervoor in aanmerking komen. In het kader van een staatssteunonderzoek van een O&O&I-steunregeling zag de Toezichthoudende Autoriteit zich evenwel geconfronteerd met de vraag of ook fictieve kosten als gevolg van onbetaald O&O&I-werk voor steunverlening in aanmerking komen onder voornoemde kaderregeling.


Mr. T. Bruyninckx
Mr. T. Bruyninckx is advocaat te Brussel bij Altius.
Titel

Integriteitsproblemen van advocaten en notarissen in relatie tot georganiseerde criminaliteit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 03 2005
Trefwoorden Notaris, Advocatuur, Stichting derdengelden, Derdengeldrekening, Risico, Strafrechtadvocaat, Criminele organisatie, Financial action task force on money laundring, Investering, Kantoorruimte
Auteurs Lankhorst, F. en Nelen, J.M.

Lankhorst, F.

Nelen, J.M.

Mr. T.B. Bruyninckx
Mr. T.B. Bruyninckx is advocaat bij kantoor Altius aan de balie te Brussel.

T. Bruyninckx

T.B. Bruyninckx
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.