Zoekresultaat: 168 artikelen

x
Article

Access_open Characteristics of Young Adults Sentenced with Juvenile Sanctions in the Netherlands

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden young adult offenders, juvenile sanctions for young adults, juvenile criminal law, psychosocial immaturity
Auteurs Lise J.C. Prop, André M. Van der Laan, Charlotte S. Barendregt e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1 April 2014, young adults aged 18 up to and including 22 years can be sentenced with juvenile sanctions in the Netherlands. This legislation is referred to as ‘adolescent criminal law’ (ACL). An important reason for the special treatment of young adults is their over-representation in crime. The underlying idea of ACL is that some young adult offenders are less mature than others. These young adults may benefit more from pedagogically oriented juvenile sanctions than from the deterrent focus of adult sanctions. Little is known, however, about the characteristics of the young adults sentenced with juvenile sanctions since the implementation of ACL. The aim of this study is to gain insight into the demographic, criminogenic and criminal case characteristics of young adult offenders sentenced with juvenile sanctions in the first year after the implementation of ACL. A cross-sectional study was conducted using a juvenile sanction group and an adult sanction group. Data on 583 criminal cases of young adults, sanctioned from 1 April 2014 up to March 2015, were included. Data were obtained from the Public Prosecution Service, the Dutch Probation Service and Statistics Netherlands. The results showed that characteristics indicating problems across different domains were more prevalent among young adults sentenced with juvenile sanctions. Furthermore, these young adults committed a greater number of serious offences compared with young adults who were sentenced with adult sanctions. The findings of this study provide support for the special treatment of young adult offenders in criminal law as intended by ACL.


Lise J.C. Prop
Research and Documentation Centre (WODC), Ministry of Justice and Security, Den Haag, the Netherlands.

André M. Van der Laan
Research and Documentation Centre (WODC), Ministry of Justice and Security, Den Haag, the Netherlands.

Charlotte S. Barendregt
Health and Youth Care Inspectorate, Ministry of Health, Welfare and Sport, Utrecht, the Netherlands.

Chijs Van Nieuwenhuizen
GGzE, Centre for Child and Adolescent Psychiatry, Eindhoven, the Netherlands and Scientific Center for Care & Welfare (Tranzo),Tilburg University, Tilburg, the Netherlands.
Interview

Arbitrage, rechtspraak en/of mediation in de bouwwereld: wat is de goede mix?

Interview met mr. Klaas E. Mollema, oud-vicepresident van het Gerechtshof Leeuwarden en tot 1 januari 2020 bestuursvoorzitter van de Raad van Arbitrage voor de Bouw

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2-3 2019
Trefwoorden Arbitrage, Klaas Mollema, bouwwereld, Raad van Arbitrage
Auteurs Roger Ritzen
Auteursinformatie

Roger Ritzen
Roger Ritzen is advocaat aan de Balie te Breda-Middelburg (Nederland) en EU-Advocaat aan de Balie te Antwerpen. Tevens erkend bemiddelaar, erkend door de Federale Bemiddelingscommissie (België) en redacteur van TMD.
Artikel

De ontslagbescherming van onderwijzend personeel

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Onderwijsarbeidsrecht, Identiteitsontslagcommissie, Bijzonder onderwijs, Wnra, onderwijspersoneel
Auteurs Mr.dr. Elmira van Vliet
SamenvattingAuteursinformatie

    Op onderdelen wijkt de rechtspositie van onderwijzend personeel af van de rechtspositie van werknemers in het bedrijfsleven. In deze bijdrage zal de rechtspositie bij ontslag van personeel in het openbaar en bijzonder onderwijs worden besproken. Onderwerpen als de ketenregeling, identiteitsontslagcommissie en de gevolgen van de gevolgen van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) komen aan de orde.


Mr.dr. Elmira van Vliet
Universitair Docent
Artikel

Wie het meerdere mag – over het gebruik van het recht van initiatief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2019
Trefwoorden wetgeving, initiatiefvoorstel, Tweede Kamer, parlement, oppositie
Auteurs Mr. dr. G.J. Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt verslag gedaan van een empirisch onderzoek naar het gebruik van het recht van de Tweede Kamer initiatiefwetsvoorstellen in te dienen. In de periode 2007-2018 werden 151 initiatiefvoorstellen ingediend, waarvan er 36 het Staatsblad bereikten; 83 waren nog in behandeling. Vanaf 2011 is sprake van een verdubbeling (gemiddeld 15 per jaar). De meeste worden ingediend door de oppositie; hun kans op aanvaarding is iets kleiner dan die van de coalitie. Gezamenlijke voorstellen hebben een grote kans wet te worden. Gepoogd wordt een relatie te leggen met de diverse functies die het initiatiefrecht kan hebben: de besturende, de politieke, de publicitaire en de parlementair expressieve functie.


Mr. dr. G.J. Veerman
Mr. dr. G.J. (Gert Jan) Veerman begon zijn loopbaan bij de toenmalige Stafafdeling Grondwetszaken en was later onder meer hoofd van het Kenniscentrum Wetgeving van het Clearing House voor Wetsevaluatie en hoogleraar wetgeving aan Maastricht University.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Evaluatie PKB Ruimte voor de Rivier: juridisch-bestuurlijke lessen voor toekomstige grootschalige infrastructurele overheidsprojecten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Ruimte voor de Rivier, participatie, integrale besluitvorming, projectbesluit, bestuurlijke verhoudingen
Auteurs Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve, Mr. dr. G.M. (Berthy) van den Broek, Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse e.a.
Samenvatting

    Auteurs bespreken de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier (PKB RvR) en geven antwoord op de vraag welke juridisch-bestuurlijke lessen voor toekomstige grootschalige infrastructurele overheidsprojecten getrokken kunnen worden. De PKB RvR is – anders dan vele andere door de overheid uitgevoerde grootschalige en ingrijpende infrastructurele projecten – vrijwel tijdig met het bereiken van de voorgenomen doelstellingen en binnen het oorspronkelijk budget uitgevoerd. Onderzocht zijn welke juridisch-bestuurlijke aspecten daaraan hebben bijgedragen. Auteurs gaan in op een zestal aspecten: decentralisatie en interbestuurlijke vormgeving, integraliteit van besluitvorming, participatie van burgers en marktpartijen, projectorganisatie, snelheid en coördinatie van besluitvorming, flexibiliteit in besluitvorming en kwaliteit van besluitvorming.
    De lessen zijn in de eerste plaats van belang voor toekomstige infrastructurele projecten ten behoeve van het overstromingsrisicobeheer, maar kunnen ook van belang zijn voor andere grote (infrastructurele) projecten, die bijvoorbeeld moeten worden uitgevoerd in het kader van de energietransitie, zoals de aanleg van windparken en zonnevelden en bijbehorende kabels en leidingen, of in het kader van de mobiliteit, zoals de aanleg en aanpassing van (spoor)wegen.


Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve

Mr. dr. G.M. (Berthy) van den Broek

Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse

Mr. dr. A. (Andrea) Keessen

Prof. mr. H.F.M.W. (Marleen) van Rijswick
Annotatie

Het concern en het ontslagrecht: de Hoge Raad eist maatwerk

HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:64 (Shell)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Werkgeverschap, Concern, Expat, Ontslag, Herplaatsing
Auteurs Mr. M.A.N. van Schadewijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 januari 2019 liet de Hoge Raad zich uit over de verhouding tussen het Nederlandse grondenstelsel en concernbrede herplaatsingsvereiste enerzijds en het afvloeiingsbeleid van het internationale Shell-concern anderzijds. In deze bijdrage analyseert de auteur de betekenis van de beschikking voor de plaats van het (internationale) concern in het Nederlandse ontslagrecht. Hij concludeert dat de beschikking van de Hoge Raad goed past binnen het systeem van de Ontslagregeling, waarin de wetgever op casuïstische wijze recht probeert te doen aan het concernlidmaatschap van de werkgever. Met die gefragmenteerde benadering is ook het probleem gegeven: zij stoelt niet op een duidelijke visie op het concern en leidt tot rechtsonzekerheid. In dat licht schetst de auteur enige gezichtspunten ten aanzien van de reikwijdte van het concernbrede herplaatsingsvereiste.


Mr. M.A.N. van Schadewijk
Mr. M.A.N. (Matthijs) van Schadewijk is promovendus en docent bij de vakgroep Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht) en redactiesecretaris van dit blad. Hij werkt aan een proefschrift over werkgeverschap in concernverband.
Artikel

‘50 is het nieuwe 100’

Moeite met maatwerk bij het opleggen van boetes voor schending van de inlichtingenplicht uit de Participatiewet

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Bestuurlijke boete, Inlichtingenplicht, Participatiewet, Evenredigheid, Handhaving
Auteurs Mr. dr. A.G. Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    Op overtreding van de inlichtingenplicht uit de Participatiewet staat een bestuurlijke boete. Aanvankelijk schreef de wet een relatief hoge boete voor (100% van het benadelingsbedrag). Echter, de CRvB heeft dit boetestelsel gematigd, met een beroep op de evenredigheid. Daartoe heeft het boetecategorieën geïntroduceerd (opzet, grove schuld, normale verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid) met bijbehorende boetehoogtes (100%, 76%, 50% en 25%). In de praktijk blijkt deze boetesystematiek niet goed werkbaar. De gemeentelijke boetefunctionaris kan moeilijk uit de voeten met dit begrippenkader, dat is ontleend aan het strafrecht. Gemakshalve kiest hij voor een boete die past bij normale verwijtbaarheid. Schiet de CRvB hiermee zijn doel voorbij?


Mr. dr. A.G. Mein
Mr. dr. A.G. Mein is lector aan de Hogeschool van Amsterdam, faculteit Maatschappij en Recht.

    This research aims to contribute to the development of an adequate handling of the complex, conflictual family situation that occurs during a parental abduction. The following research question is answered: to what extent can the methods of conflict resolution – in the Belgian context – be optimized so that the interests of the child are guaranteed, in the light of the theoretical insights provided by Glasl’s conflict theory? Attention is paid to the limited effectiveness of legal procedures on the one hand and the mediation on the other. The method of de-escalation, developed by Glasl, offers a useful diagnostic tool for the conflict counsellor. In addition, the metaphor of the ladder he uses is extremely valuable as a tool for gaining insight into the mechanisms of conflict-escalation. A clear theoretical framework for the judiciary in the interpretation of an escalated conflict can lead to a better understanding of the possibilities and limits of cooperation between ex-partners, which benefits the best interests of the child.


Elise Blondeel
Elise Blondeel is doctoraatsstudent aan de Universiteit Gent in het domein van Strafrecht en Kinderrechten. Master in de Criminologie en gestart aan een doctoraat in de Rechten op 1 oktober 2018. Het doctoraat handelt over de wisselwerking tussen burgerlijk recht en strafrecht in zaken van internationale parentale ontvoering. Het doctoraat vindt plaats onder de supervisie van Prof. Dr. Wendy De Bondt.
Artikel

Een juridische bypass voor innovaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden innovatie, fintech, regulatory sandbox, experimenteerwet, zelfrijdende auto
Auteurs Mr. S. Philipsen en Prof. mr. E.F. Stamhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorliggende artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de verschillende verschijningsvormen van een tijdelijke bypass van bestaande rechtsnormen die ten behoeve van innovatie gebruikt worden. Vooral die instrumenten zijn beschreven die toegepast worden om innovatieve producten in het echte leven te testen, wanneer dat zonder die bypass niet of niet zonder meer verenigbaar zou zijn met het geldende recht. Een theoretisch model om de praktische verschijningsvormen te ordenen wordt gevolgd door een beschrijving van wettelijke experimenteerbepalingen en regulatory sandboxes. De kritische beoordeling van deze twee vormen in het licht van de geldende normen en beginselen voert tot een set vuistregels, met behulp waarvan een vergunnende overheid een bypass kan aanleggen.


Mr. S. Philipsen
Mr. S. (Stefan) Philipsen is universitair docent Staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. E.F. Stamhuis
Prof. mr. E.F. (Evert) Stamhuis is hoogleraar Law & Innovation aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Access_open Islamitische scholen dragen bij aan integratie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden islamitische scholen, Integratie, bijzonder onderwijs, Schoolidentiteit
Auteurs Dr. Marietje Beemsterboer
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike the common expectations, Islamic primary schools can contribute to the integration of Muslims in the Dutch society. This article is a reflection of Dr Beemsterboer’s doctoral research and asks what this conclusion can say about other religion based primary schools.


Dr. Marietje Beemsterboer
Dr. M.M. Beemsterboer promoveerde in 2018 op het proefschrift Islamitische basisscholen in Nederland. Ze werkt als leerkracht in het basisonderwijs en is verbonden aan het Centre for the Study of Islam and Society van de Universiteit Leiden (LUCIS). m.m.beemsterboer@gmail.com
Artikel

Christelijke identiteit als cultureel gegeven in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden christendom, Warden, Cultuur, Macht
Auteurs Prof. dr. Matthias Smalbrugge
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch approach of religious matters is still characterized by an approach that fits in the 19th century, not in the 21st. This approach considers religion as a private matter without taking into account the cultural dimension of religion. Such an approach is not keeping the pace of the development of religion in a post-secular world and it loses sight of the modern debate on religion elsewhere in Europe. In particular it tends to ignore the cultural value of Christianity by pointing at the deconfessionalization. The article focuses on the role the Christian narrative has in making visible the issue of power.


Prof. dr. Matthias Smalbrugge
Prof. dr. M.A. Smalbrugge is hoogleraar Europese cultuur en Christendom aan de faculteit Religie en Theologie van de VU. Zijn onderzoeksveld is begrippen als beeld, herinnering, autobiografie en de breukvlakken in de religieuze tradities van Europa. Hij publiceerde met name over Augustinus.
Artikel

Geschilbeslechting onder de Wkkgz: de theorie in de praktijk

Over de regels van geschilbeslechting en bindend advies, de mogelijkheden tot vernietiging van het bindend advies en enkele praktijkperikelen in dat verband

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden klachtenprocedure, geschilprocedure, bindend advies, informatieplicht, bewijsregels
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    De wettelijke regeling omtrent de klachten- en geschilprocedure vervat in de Wkkgz roept in de praktijk vragen op. In dit artikel wordt ingegaan op een aantal van die vragen. Voorts wordt gepoogd de vragen te beantwoorden waarbij de wettelijke kaders omtrent het bindend advies, de informatieplicht, het bewijsrecht en het personen- en familierecht worden betrokken.


Mr. dr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is auteur van de dissertatie Aansprakelijkheid voor zorggerelateerde schade. Een onderzoek naar obstakels in het civiele aansprakelijkheidsrecht en alternatieven voor verhaal van zorggerelateerde schade (diss. Rotterdam), Den Haag: Boom Juridische uitgevers, 2013 (tweede druk 2017), docent Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en medewerker van het Wetenschappelijk Bureau Holla advocaten te Eindhoven. Voorts bekleedt zij diverse andere functies op het terrein van het gezondheidsrecht. De auteur dankt prof. mr. S.D. Lindenbergh en prof. mr. J. Legemaate voor hun commentaar op een conceptversie van dit artikel.
Artikel

Access_open De relatie tussen burgerlijke rechter en wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Landbouwvliegers-maatstaf, rechtsvormende taak, wetgevingsbevel, rechtstreekse werking, bijna-risicoaansprakelijkheid
Auteurs Mr. L.A.D. Keus
SamenvattingAuteursinformatie

    De wet dwingt de rechter tot een terughoudende opstelling jegens de wetgever. Recente rechterlijke uitspraken hebben (opnieuw) de vraag opgeroepen of de verlangde terughoudendheid uit internationaalrechtelijk oogpunt houdbaar is. In zijn bijdrage bespreekt de auteur de stand van de rechtspraak van de Hoge Raad. Zijn conclusie is dat nog altijd terughoudendheid wordt betracht en dat deze niet onhoudbaar is. Wel signaleert hij een verschuiving in de opvatting van het grondwettelijke begrip ‘eenieder verbindende bepalingen’, alsmede een ruimere overheidsaansprakelijkheid voor niet-onverbindende wetgeving, onder meer in geval van onverenigbaarheid met Europese richtlijnen.


Mr. L.A.D. Keus
Mr. L.A.D. (Leen) Keus was advocaat-generaal bij de Hoge Raad en staatsraad in buitengewone dienst met als functie staatsraad advocaat-generaal.
Artikel

Access_open De herziening van de Wet op de orgaandonatie: een terugblik

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden orgaandonatie, grondrechten, nabestaanden, wilsonbekwaamheid
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Na jarenlange discussie over het beslissysteem voor postmortale orgaandonatie is dat onlangs door aanvaarding van het initiatief-wetsvoorstel Dijkstra toch gewijzigd. In deze bijdrage wordt dat nieuwe beslissysteem besproken, en wel enerzijds in het licht van de ontwikkelingsgang van het initiatiefwetsvoorstel, anderzijds in de bredere context van de Wet op de orgaandonatie.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus-hoogleraar gezondheidsrecht, AMC/UVA.
Kroniek

Kroniek wetgeving gezondheidsrecht 2016-2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden patiëntenrechten, derdenbelangen, kwaliteit van zorg, geneesmiddelen, medische hulpmiddelen
Auteurs Mr. drs. J.J. Rijken en mr. W.F. van der Wel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kroniek wetgeving gezondheidsrecht geeft de lezer een overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van Nederlandse wetgeving in het gezondheidsrecht. De selectie van wetgeving is gemaakt met behulp van de zoekmachine op de website van de Eerste Kamer, en behelst aanhangige en aangenomen wetsvoorstellen van 1 januari 2016 t/m 1 juni 2018 van de ministeries van VWS en VenJ, en consultaties van beide ministeries.


Mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij AKD en redacteur van dit tijdschrift.

mr. W.F. van der Wel
Willemijn van der Wel is advocaat bij AKD.
Artikel

Access_open Oververtegenwoordiging van jongeren met een migratieachtergrond in de strafrechtketen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden disproportionate minority contact, DMC, juvenile justice, ethnicity, adolescents
Auteurs Dr. Albert Boon, Melissa van Dorp MSc en Drs. Sjouk de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In the United States, the term disproportionate minority contact (DMC) is used to refer to the disproportionate number of minority youth who come into contact with the juvenile justice system. Statistics on DMC in the United States put the issue on the political agenda and measures have been taken to reduce the inequality. In the Netherlands, there are some studies on the representation of ethnic minority groups in suspect statistics, but data regarding all ethnic groups at various stages of the juvenile justice chain are lacking. Due to this lack of information, DMC is not mentioned in Dutch research literature and is not a political issue. Therefore, the purpose of this article was to explore whether DMC existed in the Netherlands and whether elements of the US policy could be applied to the Dutch situation. To investigate this, the likelihood (odds ratio (OR)) was calculated for young people with a migration background to be registered and held as a suspect, to participate in an alternative punishment program (Halt) and their likelihood of incarceration. It turned out that the OR for young people with a non-Western migration background to be registered as a suspect was more than three times as high, with an OR of 5 or higher for some ethnic groups. The chances of a Halt-settlement were much lower for young people with a non-Western background. The odds of ending up in a youth prison was over six times higher for youngsters with a non-Western background compared to their Dutch native peers. For young people of Caribbean and Moroccan origin the likelihood was more than ten times higher. These results showed that DMC is present at all examined stages in the Dutch juvenile justice chain. The large overrepresentation of young people with a migration background (especially of Moroccan and Caribbean origin) shows that further research is needed in order to develop programs to reduce DMC. To establish this, it is important to register the ethnic origin of the individuals at all stages of the juvenile justice chain.


Dr. Albert Boon
Dr. A.E. Boon is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij Curium-LUMC, de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie Universiteit Leiden.

Melissa van Dorp MSc
M. van Dorp, MSc is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij de Academische Werkplaats Risicojeugd.

Drs. Sjouk de Boer
Drs. S.B.B. de Boer is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep).
Artikel

Access_open De redelijke grond: rechtsfeit of rechtsgrond?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Redelijke grond Ontslaggrond, Rechtsfeit Rechtsgrond, Ontbindingsprocedure, Ambtshalve aanvulling, Wet arbeidsmarkt in balans (‘Wab’)
Auteurs mr. Marko Jovović en mr. Joren Wiewel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 16 februari 2018 wees de Hoge Raad twee beschikkingen over de wijze waarop in ontbindingsprocedures (namelijk met toepassing van het bewijsrecht) moet worden vastgesteld of sprake is van een redelijke grond. De auteurs onderzoeken in deze bijdrage wat dit oordeel betekent voor de discussie over de vraag of redelijke gronden ambtshalve moeten worden toegepast. De auteurs analyseren de beschikkingen mede aan de hand van het onderscheid tussen ‘rechtsfeiten’ en ‘rechtsgronden’. Dit onderscheid is relevant omdat de rechter rechtsfeiten op grond van artikel 24 niet ambtshalve mag aanvullen en rechtsgronden binnen bepaalde grenzen wel.
    In tegenstelling tot de opsteller van de concept-memorie van toelichting bij de Wab concluderen de auteurs dat redelijke gronden rechtsfeiten zijn en niet dus door ambtshalve door de rechter mogen worden aangevuld.


mr. Marko Jovović
Advocaat

mr. Joren Wiewel
Advocaat
Artikel

Access_open Democratische weerbaarheid vanuit radicale openheid

Impliciete religie in extremisme én contra-extremisme

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden extremisme, radicalisering, democratie, impliciete religie
Auteurs Drs. Saskia Tempelman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates the role of ‘implicit religion’ in extremism, including those forms that do not explicitly call upon formal religion. Extremist quasi-religious narratives expose an exclusionary logic, which is mirrored by radical ways of thinking about counter-extremism. This unfailingly leads to more polarization. Extremism can only be countered by radical openness. Resilient democracy requires that citizens, politicians and professionals are willing and able to maintain open hearts and minds. Implicit religion can support this. Spiritual counselors and scientists of religion need to support the creation of spiritual narratives and rituals that strengthen democratic resilience.


Drs. Saskia Tempelman
Drs. S.G. Tempelman is strategisch adviseur bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, met vijftien jaar ervaring in het contra-extremismebeleid. Voorheen was zij onderzoeker in de politieke theorie op het snijvlak van cultuur, religie, recht en beleid bij de Rijksuniversiteit Leiden. Email: s.g.tempelman@nctv.minjenv.nl.

    In dit artikel wordt besproken wat het rechtsmiddel 'Cassatie in het belang der wet' is, waar aan voldaan moet worden om het te kunnen instellen, waarom de genoemde partijen dit middel voorstellen en uitgaande daarvan of dit rechtsmiddel daar het meest geschikt voor is.


Mr. L.L.A. De Vito
Laura De Vito is jurist bij de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE).
Toont 1 - 20 van 168 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.