Zoekresultaat: 150 artikelen

x

Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is als buitengewoon hoogleraar staats- en bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van Curaçao en maakt deel uit van de redactie van het Caribisch Juristenblad.

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is als gastdocent verbonden aan de Universiteit van Curaçao en maakt deel uit van de redactie van het Caribisch Juristenblad.

Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat, docent Verdiepend ondernemingsrecht aan de University of Curaçao en redacteur van het Caribisch Juristenblad.

Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht, en redacteur van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

De politie als nationale hulpverlener

Politieoptreden bij incidenten waarbij personen met verward gedrag betrokken zijn

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Verwarde personen Persons with confused behavior, GGZ Mental health service, Frontlijnwerkers Police officers, Lipsky
Auteurs Drs. Milou Janssen en Dr. Jelle van Buuren
SamenvattingAuteursinformatie

    Incidents involving persons with ‘confused behavior’ are an important and topical theme in Dutch society. The police are often the first to be involved in these incidents because they are the only public organization that has a 24/7 presence on the streets. In 2019, the police registered 96,000 reports of persons who showed confused behavior. It is therefore not surprising that the police have repeatedly drawn political-administrative attention to this situation and indicated that the limits have been reached. That raises the question of how police officers deal with a situation that has actually grown above their heads in daily practice. In this research, based on the theory of street-level bureaucracy introduced by Lipsky, it was investigated how police officers in The Hague use their discretion to cope with this difficult reality.


Drs. Milou Janssen
Drs. M. Janssen werkt bij de Koninklijke Marechaussee.

Dr. Jelle van Buuren
Dr. G.M. van Buuren is universitair docent Institute of Security and Global Affairs, Universiteit van Leiden.
Ten geleide

Afstand houden!

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2020
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Auteursinformatie

Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van PROCES.

Anneke van Hoek
Anneke van Hoek is zelfstandig gevestigd criminoloog en medeoprichter van Restorative Justice Nederland en Stichting Radio La Benevolencija.

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is hoofdredacteur van dit tijdschrift. Hij is als research fellow verbonden aan het onderzoekscentrum Staat & Recht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen behoren politie, veiligheidszorg, straftheorie en herstelrecht. www.basvanstokkom.nl

Jelle van Buuren
Jelle van Buuren is universitair docent verbonden aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Afscheid van het Landbouwvliegersarrest

Centrale Raad van Beroep en Afdeling bestuursrechtspraak slaan andere weg in: over exceptieve toetsing van bestemmingsplannen en andere algemeen verbindende voorschriften

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Rechtsbescherming, Algemeen verbindende voorschriften, Exceptieve toetsing, evidentiecriterium, jurisprudentie CRvB en ABRvS
Auteurs Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juli 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraken gedaan over de exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften. In dit artikel worden twee uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State besproken, waarbij de Afdeling voortbouwt op de lijn van de Centrale Raad van Beroep.


Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
Mr. dr. H.J. de Vries is tot 1 juli 2020 beleidsadviseur bij de provincie Utrecht. Hij is lid van de redactieraad van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht en annotator van het Tijdschrift voor Bouwrecht.
Artikel

Is het mogelijk om alle woningeigenaren verplicht van het aardgas af te schakelen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden aardgas, energietransitie, wijkgerichte aanpak, verplichten, gemeente
Auteurs Mr. R.A. (Rieneke) Jager
SamenvattingAuteursinformatie

    Alle circa 7 miljoen woningen in Nederland moeten in 2050 aardgasvrij zijn. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeente. Onduidelijk is echter of, en zo ja hoe, de gemeente woningeigenaren met het (toekomstig) publiekrechtelijk instrumentarium tot afschakeling van het aardgas kan verplichten. In deze bijdrage wordt deze vraag beantwoord. Waar de gemeente nu nog geen verplichting tot het afschakelen kan opleggen, is dit na de inwerkingtreding van de Omgevingswet naar verwachting wel het geval. Het opleggen van de verplichting moet voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en blijft binnen de grenzen van het eigendomsrecht.


Mr. R.A. (Rieneke) Jager
Mr. R.A. Jager is advocaat bij Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

De betekenis van de 1 juli-uitspraken van de CRvB over exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften: exit Landbouwvliegersarrest

En ook: wat is de stand van zaken in het omgevingsrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden avv, onverbindend, evidentiecriterium
Auteurs Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op een uitspraak van de CRvB van 1 juli 2019 waarin exceptieve toetsing centraal stond. Auteur vergelijkt de omgevingsrechtelijke jurisprudentie van de ABRvS met betrekking tot exceptieve toetsing met de uitspraak van de CRvB.


Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
Mr. dr. H.J. de Vries is beleidsadviseur bij de provincie Utrecht. Hij is lid van de redactieraad van Tijdschrift voor Omgevingsrecht en annotator van Tijdschrift voor Bouwrecht.
Artikel

Access_open Preventie en de aanpak van radicaliseren en terrorisme: een herziening

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden Radicalisation and Terrorism, American Wars, Activism of Hope, Mental Health and Prevention
Auteurs Carl H.D. Steinmetz
SamenvattingAuteursinformatie

    About half (54%) of Dutch mental health care have patients who radicalize. This delivery room for radical losers deserves more attention. The GGZ will then have to emerge from the stalled discourse, that radicalization is not a psychiatric disorder. An important breeding ground for these and other ‘delivery rooms’ are apart from factors like social and psychological influences, and grievances about social, economic and health inequalities (Bhui et al., 2014), the wars that are initiated annually by the United States from 1798, with or without the help of the United Kingdom, the European Union and therefore the Netherlands. This article argues that ‘fire should not be fired with fire’. It is argued for the implementation of Activism of Hope (Lleshi, 2018) with its own grandfathers, such as Martin Luther King, Mahatma Gandhi and Nelson Mandela. Finally, an action perspective for all young people in the tumultuous phase of adolescence is proposed for education- and care institutions.


Carl H.D. Steinmetz
Carl H.D. Steinmetz is managing director at Expats & Immigrants B.V.
Artikel

Participatie en de energietransitie: juridisch instrumentarium in een veranderende context

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden omgevingsplan, Elverding, inspraak, Klimaatwet, Klimaatakkoord
Auteurs Mr. dr. S. (Sanne) Akerboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op het belang van participatie in de energietransitie, de wijze waarop participatie thans is geïmplementeerd en beoordeeld wordt door de rechter, de nieuwe participatie-instrumenten zoals die worden voorgesteld in de Omgevingswet, de Klimaatwet en het Klimaatakkoord en een analyse van deze instrumenten.


Mr. dr. S. (Sanne) Akerboom
Mr. dr. S. Akerboom is postdoc bij het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law en het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit Utrecht, met het project Deep Decarbonisation of the Energy System.
Artikel

Over een grens: Nederlandse vondelingen uit of naar het buitenland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Vondeling, migratie, Nederland, rationelekeuzetheorie, gelegenheidstheorie
Auteurs Kerstin van Tiggelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the group of Dutch foundlings, 28% are migratory foundlings: children coming from abroad to the Netherlands (inbound foundlings), and children going abroad from the Netherlands (outbound foundlings). According to the rational choice theory, there is at some point a rational decision behind human action, based on consideration of costs and benefits – terminology reminiscent of the origins within economic science. When viewed from that perspective, cross-border abandonment may be regarded to be a conscious effort to hinder detection. After all, abandonment of foundlings has been a criminal offence in the Netherlands since at least the Middle Ages. There is therefore also a vested interest in not attracting attention. Anyone abandoning a child and wishing to protect their identity will be attracted to locations that lack effective supervision, defined as guardianship within the criminological routine activities theory. However, the less familiar a location, the trickier it is to avoid visibility. Does the rational consideration of costs and benefits result in migratory foundlings being abandoned just over the border (in order that the perpetrators attract the least possible attention) or actually further inland (in order to detract from the cross-border activity, for example)? Is there a comparable choice in terms of distance when people abandon native foundlings – children found in their country of birth? Relevant questions indeed, as greater insight into such variables can support the direction taken by detection activities. This study is an exploratory analysis of the distance between the domicile or birth location and the abandonment location of cross-border foundlings. The results will then be compared with the distances in the case of domestic foundlings.


Kerstin van Tiggelen
Kerstin van Tiggelen is gepromoveerd in de Humanistiek en voorzitter van stichting Nederlands Instituut voor de Documentatie van Anoniem Afstanddoen (NIDAA).
Artikel

Evaluatie PKB Ruimte voor de Rivier: juridisch-bestuurlijke lessen voor toekomstige grootschalige infrastructurele overheidsprojecten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Ruimte voor de Rivier, participatie, integrale besluitvorming, projectbesluit, bestuurlijke verhoudingen
Auteurs Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve, Mr. dr. G.M. (Berthy) van den Broek, Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse e.a.
Samenvatting

    Auteurs bespreken de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier (PKB RvR) en geven antwoord op de vraag welke juridisch-bestuurlijke lessen voor toekomstige grootschalige infrastructurele overheidsprojecten getrokken kunnen worden. De PKB RvR is – anders dan vele andere door de overheid uitgevoerde grootschalige en ingrijpende infrastructurele projecten – vrijwel tijdig met het bereiken van de voorgenomen doelstellingen en binnen het oorspronkelijk budget uitgevoerd. Onderzocht zijn welke juridisch-bestuurlijke aspecten daaraan hebben bijgedragen. Auteurs gaan in op een zestal aspecten: decentralisatie en interbestuurlijke vormgeving, integraliteit van besluitvorming, participatie van burgers en marktpartijen, projectorganisatie, snelheid en coördinatie van besluitvorming, flexibiliteit in besluitvorming en kwaliteit van besluitvorming.
    De lessen zijn in de eerste plaats van belang voor toekomstige infrastructurele projecten ten behoeve van het overstromingsrisicobeheer, maar kunnen ook van belang zijn voor andere grote (infrastructurele) projecten, die bijvoorbeeld moeten worden uitgevoerd in het kader van de energietransitie, zoals de aanleg van windparken en zonnevelden en bijbehorende kabels en leidingen, of in het kader van de mobiliteit, zoals de aanleg en aanpassing van (spoor)wegen.


Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve

Mr. dr. G.M. (Berthy) van den Broek

Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse

Mr. dr. A. (Andrea) Keessen

Prof. mr. H.F.M.W. (Marleen) van Rijswick

    In deze bijdrage wordt de betekenis van de duur van het lijden bij begroting van immateriële schade in verband met blijvend letsel en wegens dodelijk letsel geanalyseerd. Volgens de Hoge Raad is de duur van het lijden een omstandigheid die de rechter bij de begroting van het smartengeld in het bijzonder dient mee te wegen, maar in de literatuur wordt opgemerkt dat de betekenis van deze factor niet steeds duidelijk is. Deze bijdrage geeft de stand van zaken in de rechtspraak en in de Nederlandstalige literatuur weer en biedt een nadere analyse van de betekenis van de duur van het lijden.


Mr. dr. M.R. Hebly
Mr. dr. M.R. Hebly is als universitair docent verbonden aan de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Terrorism could be regarded as an extreme type of (violent) criminal behaviour. Against this background, there is much to gain if criminological attention would be extended to terrorism. In this overview, the authors describe how and to what extent criminological theories may provide a significant contribution to underlying causes of terrorism. Previous criminological contributions to the field of terrorism have primarily taken a theory-extended approach, including routine activity theory, rational choice theory and strain theory. However, so far such studies lacked empirical data. Further, to this day, not much is known about the empirical applicability of other criminological theories, including desistance theories, which warrant particular attention. In order for criminology literature to contribute effectively to our understanding of terrorism and to pursue better counter-terrorism policies, empirical evidence should first be obtained. In this way, terrorism researchers, in close collaboration with criminologists, can deepen our theoretical and empirical understanding of this relatively underexplored field.


Marieke Liem
M. Liem is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.

Edwin Bakker
E. Bakker is hoogleraar terrorisme en contraterrorisme aan de Universiteit Leiden en hoofd kennis en onderzoek aan de Politieacademie.
Artikel

De sluitingsbevoegdheid van artikel 13b Opiumwet: een mogelijk vervolgingsbeletsel voor het Openbaar Ministerie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Bestuurlijk sanctierecht, Bestuursstrafrecht, Openbaar Ministerie, Opiumwet
Auteurs Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    According to article 13b of the Dutch Drug Act, the mayor is authorized to close homes and buildings in case of violation of this act. The closure of these homes and buildings is considered as an administrative sanction with no punitive aim. However, in certain cases it is possible that the application of this sanction could to be considered as a criminal charge. If so, this might have consequences for a possible criminal prosecution, because of the concept that no legal action can be instituted twice for the same cause (ne bis in idem-principle). This could lead to the situation that the Dutch Public Prosecution Service might lose its right to prosecute. In the combat of ‘undermining criminality’ this would be a major upset.


Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
Mr. dr. drs. Benny van der Vorm is universitair docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht (Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen en Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing).

    De stelselherziening in het omgevingsrecht heeft consequenties voor de vormgeving van de nadeelcompensatieregeling in de Omgevingswet (Ow). Bij het opstellen van de nadeelcompensatieregeling in de Ow zijn door de minister drie fundamentele keuzes gemaakt, die afwijken van de keuzes die de Awb-wetgever in 2013 heeft gemaakt. De eerste keuze is dat art. 15.1 Ow een wettelijke, limitatieve lijst van schadeoorzaken bevat, waarop uitsluitend besluiten zijn vermeld die rechtstreeks bindend zijn voor burgers. Een tweede keuze is dat bij ‘indirecte schade’ de peildatum voor de schadevergoeding wordt verschoven van het omgevingsplan naar de verlening van de omgevingsvergunning of de start van de vergunningsvrije activiteit. Een derde keuze is dat in art. 15.5 t/m 15.7 Ow materiële bepalingen zijn opgenomen die afwijken van de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria. Naar aanleiding van de consultatiereactie en het advies van de Raad van State worden deze keuzes in dit artikel nader besproken.


Mr. dr. G.M. (Berthy) van den Broek
Mr. dr. G.M. van den Broek is docent bij de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law. Bovendien is zij lid van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen.
Artikel

Schaarse rechten in het omgevingsrecht? Een tegenconclusie voor de rechtsontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, bestemmingsplan, omgevingsvergunning
Auteurs Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juni 2018 verscheen de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over schaarse rechten bij ruimtelijke besluitvorming. Kern hiervan is dat een bestemmingsplan geen besluit is dat schaarse rechten toekent, terwijl een omgevingsvergunning slechts in bijzondere omstandigheden schaarse rechten toekent. Dit artikel betoogt dat de (vermeende) eigenaardigheden van het ruimtelijk bestuursrecht niet tot een uitzonderingspositie zouden moeten leiden wat betreft de toepasselijkheid van het door de Afdeling ontwikkelde verdelingsregime, maar juist tot een kritischer toepassing hiervan in dit ‘bijzondere’ rechtsgebied. Er is geen aanleiding om ruimtelijke besluitvorming wezenlijk anders te behandelen dan andere besluitvorming over de verdeling van schaarse rechten.


Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel
Mr. dr. C.J. Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University en verbonden aan Tilburg Institute for Law and Economics (TILEC) en Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).
Artikel

De Omgevingswet als aanjager voor een nieuwe coördinatieregeling in de Awb

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden rijkscoördinatieregeling, stelselherziening
Auteurs L.R.M.A. (Nard) Beurskens LLB, J.H.N. (Jelmer) Ypinga LLB en Prof. mr. K.J. (Kars) de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs bespreken het voorstel voor een algemene coördinatieregeling in de Algemene wet bestuursrecht aan de hand van het wetsvoorstel dat op 17 januari 2018 door de regering ter consultatie is aangeboden.


L.R.M.A. (Nard) Beurskens LLB
L.R.M.A. Beurskens LLB is als wetenschappelijk student-assistent verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.

J.H.N. (Jelmer) Ypinga LLB
J.H.N. Ypinga LLB is als wetenschappelijk student-assistent verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. mr. K.J. (Kars) de Graaf
Prof. mr. K.J. de Graaf is als adjunct-hoogleraar Bestuursrecht en duurzaamheid verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Dienstenrichtlijn en bestemmingsplan

Over een ‘goede ruimtelijke ordening’ en de ‘twijfel aan de juistheid’-toets

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Europees recht, ruimtelijke ordening, bestemmingsplan
Auteurs Prof. mr. A.G.A. (Tonny) Nijmeijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn bijdrage gaat de auteur in op een tweetal vragen: (1) Strookt het Nederlandse criterium ‘goede ruimtelijke ordening’ van artikel 3.1 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening met het in de Dienstenrichtlijn opgenomen verbod op het hanteren van economische criteria voor de toelating en het verrichten van diensten? (2) Wat betekenen de in artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn opgenomen eisen, met name de eis van evenredigheid, voor de motivering van een bestemmingsplan en de rechterlijke toetsing?


Prof. mr. A.G.A. (Tonny) Nijmeijer
Prof. mr. A.G.A. Nijmeijer is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder het omgevingsrecht, aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan Hekkelman advocaten in Nijmegen. Hij is tevens rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Gelderland.
Toont 1 - 20 van 150 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.