Zoekresultaat: 11 artikelen

x
Article

Access_open Landelijke evaluatie van de verschillende vormen van piketmediation: best practices en knelpunten

Tijdschrift Family & Law, oktober 2019
Auteurs mr. Daniëlle Brouwer, mr. Eva de Jong, prof. mr. Lieke Coenraad e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Piketmediation is een vorm van mediation naast rechtspraak maar dan in de vorm van een pressure-cooker. Typerend voor piketmediation is dat de mediation plaatsvindt in het gerechtsgebouw en dat in beginsel direct na het eerste gesprek een terugkoppeling plaatsvindt aan de rechter. Het doel van piketmediation is om een verdere escalatie van het conflict te beperken en partijen een dienst te bieden waardoor zij snel tot een oplossing kunnen komen. Piketmediation wordt veelal aangeboden in de voorlopige voorzieningenprocedure.
    In opdracht van de Raad voor de rechtspraak is empirisch onderzoek uitgevoerd binnen het Amsterdams Centrum voor Familie & Recht (ACFL) van de Vrije Universiteit Amsterdam. In dit onderzoek zijn verschillende aanbiedingsvormen van piketmediation geëvalueerd die worden aangeboden door zeven gerechten: in een aantal gerechten zijn piketmediation pilots uitgevoerd en in andere is piketmediation reeds een reguliere werkwijze is geworden. In totaal zijn er 120 dossiers gescoord, 39 interviews afgenomen en een expertmeeting gehouden met 14 professionals. De bevindingen uit het dossieronderzoek, de interviews en de expertmeeting tezamen hebben geleid tot een algemeen rapport over de best practices en knelpunten van piketmediation met enkele aanbevelingen betreffende vormen van piketmediation die goed blijken te werken in de praktijk.
    ---
    Picket mediation (in Dutch: piketmediation) is a form of mediation which runs alongside normal court procedures, and is held in a pressure-cooker-like environment. It typically takes place in the courthouse and in principle, the outcome of the mediation is reported back to the judge after the first session. Such mediation is intended to limit any further escalation of a conflict and also to offer parties a service with which they can quickly resolve a situation themselves. Picket mediation is often offered in the provisional provisions procedure.
    At the request of The Council for the Judiciary, an empirical study of picket mediation was conducted by the Amsterdam Center for Family & Law (ACFL) of the VU University Amsterdam. Various forms of picket mediation as offered by seven courts were evaluated in this study. While some courts are conducting picket mediation pilots, others already have implemented picket mediation as a regular procedure. For this study a total of 120 files were scored, 39 interviews were conducted and an expert meeting was held with 14 professionals. The combined findings from these events have led to a general report on the best practices and challenges of picket mediation. A number of recommendations regarding forms of picket mediation that appear to work well in practice are additionally included.


mr. Daniëlle Brouwer
Daniëlle Brouwer is advocate bij bureau Brandeis.

mr. Eva de Jong
Eva de Jong is advocate bij SmeetsGijbels advocaten.

prof. mr. Lieke Coenraad
Lieke Coenraad, Vrije Universiteit Amsterdam.

prof. mr. Masha Antokolskaia
Masha Antokolskaia, Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. Lieke Coenraad
Lieke Coenraad is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder Conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Boekbespreking

Beginselen van burgerlijk procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Auteurs Prof. mr. L.M. Coenraad en Mr. dr. P. Smits
Auteursinformatie

Prof. mr. L.M. Coenraad
Prof. mr. L.M. Coenraad is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder Conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Amsterdam.

Mr. dr. P. Smits
Mr. dr. P. Smits is advocaat bij ING Bank te Amsterdam.

    Op 11 februari 2015 heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa de Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation aangenomen. Dit is het eerste Europese instrument over het verhuizen met kinderen na scheiding. De Recommendation heeft een duidelijk tweeledig doel: het voorkomen van conflicten over verhuizingen met kinderen en, indien een conflict is gerezen, het bieden van richtsnoeren voor het oplossen daarvan. In deze bijdrage staan in de eerste plaats de inhoud van de Recommendation en de daarbij gemaakte keuzes centraal. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag wat deze Recommendation kan betekenen voor het Nederlandse recht en de toepassing daarvan in verhuiszaken. In de Recommendation worden enige, naar het oordeel van de auteur verstandige keuzes gemaakt. Zo verdient het stevig inzetten op alternatieve geschiloplossing steun. Daarnaast is de aanbevolen afzonderlijke beoordeling van het belang van het kind, zonder dat dit belang echter de doorslag hoeft te geven, in overeenstemming met vaste rechtspraak van de Hoge Raad in verhuiszaken. Ook het pleidooi voor een neutrale, kind-gecentreerde, casuïstische benadering door de rechter strookt met de wijze waarop Nederlandse rechters tot hun beslissingen in verhuiszaken komen. Specifieke verhuiswetgeving op deze punten, zoals de Recommendation voorstelt, acht de auteur dan ook niet nodig. Wel zou de wettelijke verankering van de in de Recommendation voorgestelde formele notificatieplicht kunnen bijdragen aan het voorkomen van verhuisconflicten. Krachtens deze plicht dient de ouder met een verhuiswens de andere ouder – schriftelijk en binnen een redelijke termijn – te informeren over de voorgenomen verhuizing. Hoewel de verwachtingen van het daadwerkelijke effect van de Recommendation als niet-bindend instrument niet al te hoog gespannen moeten zijn, draagt deze bij aan de erkenning van verhuizing met kinderen als een (hoog)potentieel conflictueuze aangelegenheid.
    On the 11th February 2015 the Committee of Ministers of the Council of Europe adopted the Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation. This is the first European instrument on child relocation. The aim of the Recommendation is twofold: preventing relocation disputes, and in case of a dispute, providing guidelines for solving them. This contribution firstly intends to examine the principles of the Recommendation and the choices that has been made during the drafting process. Secondly, it will look at the question of to what extent the Recommendation could lead to any adjustments of Dutch law and its application in relocation cases. In the opinion of the author, a number of prudent choices have been made in the Recommendation. In the first place, the encouragement of alternative dispute resolution ought to be supported. Secondly, the recommended individual and separate assessment of the best interests of the child (whose interests are, however, not decisive) is in accordance with the case law of the Supreme Court of the Netherlands in relocation cases. The plea for a neutral, child centered, case-by-case approach by the court is also consistent with the way in which Dutch courts make their decisions in relocation cases. Specific relocation legislation in this regard is not necessary in the opinion of the author. However, a legislative provision requiring the relocating parent to inform the other parent prior to the intended relocation might contribute to the prevention of disputes on child relocation. Although expectations concerning the actual effect of the Recommendation as a non-binding instrument should not be too high, it nevertheless contributes to the recognition of child relocation as an issue with a high potential for conflict.


Prof. mr. Lieke Coenraad
Prof. mr. Lieke Coenraad is Professor of Private Law and Dispute Resolution at the law faculty of VU University Amsterdam. She is also deputy judge at the Court of Appeal of Amsterdam.
Boekbespreking

Art. 6 EVRM en de civiele procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Artikel 6 EVRM, Procesbeginselen, recente procesrechtelijke ontwikkelingen
Auteurs Mr. L.M. Coenraad
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nieuwe, tweede druk, van het proefschrift van Smits blijken de procesbeginselen van art. 6 EVRM een effectieve leidraad aan de hand waarvan het (herziene) Nederlands burgerlijk procesrecht behandeld kan worden. Zó effectief dat een derde geactualiseerde druk hopelijk niet lang op zich zal laten wachten. In de inmiddels twee jaar die sinds het verschijnen van de tweede druk zijn verstreken, zijn de ontwikkelingen binnen het Nederlands burgerlijk procesrecht immers niet stil blijven staan.


Mr. L.M. Coenraad
Mr. L.M. Coenraad is universitair hoofddocent privaatrecht, Vrije Universiteit Amsterdam, raadsheer-plaatsvervanger te Amsterdam en redacteur van dit blad.
Artikel

Onder de mensen

De aanpak van transportcriminaliteit door politie, verzekeraars en schade-experts

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2009
Auteurs M.B. Schuilenburg, A. Coenraads en P. Van Calster
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses what is left aside in the perspective of nodal governance: namely the adaptability and dynamics of social reality itself. The challenge is to research ‘what actually happens’ without reducing it to collective structures or specific frameworks in advance. Previous to specific structures (‘teams’) and frameworks (‘meetings’, ‘contracts’) there is constant change, movement and difference. By using the work of the French sociologist Gabriel Tarde (1843-1904) the authors research how the nodes police, insurers and loss adjusters cooperate in the fight against transport criminality and how interactions between these nodes take content and shape. Consequently, their cooperation is not interpreted as a static theme, but rather as a dynamic process that requires constant interpretation in terms of relationships, unexpected events, adaptations and coincidences. On the basis of fifteen in-depth interviews the authors show in which way a ‘new language’ with ‘new mechanisms’ originates within the cooperation. As a consequence, ‘informal contacts’, ‘goals and interests’, ‘mutual confidence’ and ‘information-exchange’, which play an important role between the nodes, are constantly re-defined.


M.B. Schuilenburg
Mr. drs. Marc Schuilenburg doceert aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

A. Coenraads
Annerieke Coenraads MSc studeerde criminologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Ze heeft op persoonlijke titel meegeschreven aan deze bijdrage.

P. Van Calster
Dr. Patrick Van Calster is als universitair hoofddocent verbonden aan het departement Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Jurispudentie en Praktijk

Algemene beginselen

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 04 2007
Trefwoorden Beginsel van hoor en wederhoor, Bank, Getuige, Uitleg, Europees hof voor de rechten van de mens, Deskundigenbericht, Pleidooi, Gebrek, Strafvonnis, Bewijslast
Auteurs Coenraad, L.M.

Coenraad, L.M.
Artikel

Scheiden: administratief of rechterlijk? Het wetsvoorstel Luchtenveld is nog niet rijp

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 01 2006
Trefwoorden Voorstel van wet, Echtscheiding, Mediation, Administratieve scheiding, Notaris, Substantiëringsplicht, Kind, Echtgenoot, Echtgenote, Overeenkomst
Auteurs Coenraad, L.M.

Coenraad, L.M.
Jurisprudentie

Algemene beginselen

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 04 2005
Trefwoorden Europees hof voor de rechten van de mens, Beginsel van hoor en wederhoor, Aanhouding, Kort geding, Beschikking, Dagvaarding, Feitenrechter, Motivering, Partijautonomie, Alimentatievordering
Auteurs Coenraad, L.M.

Coenraad, L.M.
Artikel

De prikkels tot onderling overleg in het nieuwe echtscheidingsprocesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden echtscheidingsprocesrecht, ouderschapsplan, echtscheidingsconvenant, mediation
Auteurs Mevrouw mr. L. Coenraad
SamenvattingAuteursinformatie

    Het herziene echtscheidingsprocesrecht is veel meer dan voorheen gericht op het in onderling overleg regelen van de gevolgen van echtscheiding door partijen. De nieuwe regels bevatten diverse prikkels voor scheidende echtgenoten om daadwerkelijk tot overeenstemming te komen, waarbij bovendien aan de rechter een grotere rol is toebedacht. De rechter zit bij echtscheiding, ondanks aanhoudende pleidooien voor een administratieve echtscheiding, dus nog steeds stevig in het zadel.


Mevrouw mr. L. Coenraad
Mevrouw mr. L.M. Coenraad is als universitair hoofddocent privaatrecht verbonden aan de VU.
Jurisprudentie

Algemene beginselen

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden procesbeginselen, toegang, hoor en wederhoor, redelijke termijn, grenzen van de rechtsstrijd
Auteurs Mevrouw mr. L.M. Coenraad
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt ingegaan op recente ontwikkelingen rond de algemene beginselen van procesrecht. Daarbij komen – in het licht van de beginselen van toegang tot de rechter, hoor en wederhoor, redelijke termijn en partijautonomie/lijdelijkheid van de rechter – onder meer de volgende onderwerpen aan de orde: het te laat indienen van stukken, de rolverdeling tussen deskundige, rechter en partijen in het (voorlopige) deskundigenonderzoek, het regime voor nieuwe grieven en feiten in alimentatiezaken, de mate van vrijheid voor de rechter bij de schadebegroting en het sinds kort verplichte ouderschapsplan in de scheidingsprocedure.


Mevrouw mr. L.M. Coenraad
Mr. L.M. Coenraad is universitair hoofddocent privaatrecht aan de VU.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.