Zoekresultaat: 63 artikelen

x
Artikel

Access_open Criteria voor strafbaarstelling

De integratie tussen theorie en wetgevingsbeleid

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Criteria voor strafbaarstelling, Ultimum remedium, Wetgevingsbeleid, Evidence-based lawmaking
Auteurs Mr. dr. S.S. (Sanne) Buisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse strafrecht is gebaseerd op de idee van ultimum remedium. Strafrecht kan grote gevolgen hebben voor de verdachten. Of en op welke wijze bepaald ongewenst gedrag moet worden strafbaar gesteld, vereist daarom een gedegen afweging tussen de voor- en nadelen van het strafrecht. Criteria voor strafbaarstelling bieden de wetgever een argumentatiekader aan de hand waarvan strafbaarstelling kan worden gelegitimeerd en gerechtvaardigd. In dit artikel worden de huidige strafbaarstellingtheorieën aangevuld met wetgevingsbeleid.


Mr. dr. S.S. (Sanne) Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Op 14 januari 2020 verdedigde zij succesvol haar proefschrift, getiteld ‘Contract Tort & Crime. Criminalisation of breaches of sale contracts under Dutch and EU law’, aan Tilburg University.

Georges Dictus
Mr. G.A. Dictus is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Sebastiaan Cnossen
Mr. S.H.G. Cnossen is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Access_open Voorbij het ongemak over religie

Sociaalliberalisme en religie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Religie, Liberalisme, sociaalliberalisme, Christendom, Islam
Auteurs Drs. ds. Joost Röselaers
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch social-liberal party D66 was founded in 1966, in the aftermath of the pillarisation (on religious grounds) of Dutch society. The founders of D66 wanted to ‘blow up’ the pillarised political system. They strongly took distance from religions that were in their views oppressing. A certain anti-religion attitude was a part of the DNA of the party. For decades it was ‘bon ton’ to criticise religion. A turning point has recently been observed by the writer. There is still a discomfort in relation to religion, but this discomfort is more related to not-knowing than being against. The writer pleads for going beyond the discomfort. Religion – in the broad sense of the word – has a lot to offer to society. We indeed can’t live without binding stories, places that are loaded with meaning and festivities that reminds ourselves of who we are and who we would want to be. Finally the modernity and religion can strengthen each other: where modernity is skilled in criticising religion, the Christian religion can make a contribution by criticising modernity.


Drs. ds. Joost Röselaers
Drs. ds. J.H. Röselaers is remonstrants predikant te Amsterdam. Daarnaast is hij hoofdredacteur van Idee, het tijdschrift van de Mr. Hans van Mierlostichting (gelieerd aan D66). Joost Röselaers studeerde theologie in Leiden en Kaapstad. Van 2013 tot 2017 was hij predikant van de Nederlandse Kerk in Londen.
Artikel

Modern beslissen in hoger beroep en cassatie

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden hoger beroep, cassatie, beslismodel, fuikwerking
Auteurs Mr. D. Bektesevic en Mr. M. Berndsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is in hoofdzaak gewijd aan de in het conceptwetsvoorstel Modernisering Strafvordering voorgestelde veranderingen in de beslisschema’s in hoger beroep en cassatie. Daartoe worden eerst kort en op hoofdlijnen de geschiedenis en de huidige situatie van beide beslisschema’s geschetst, waarna het conceptwetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting worden geanalyseerd. In het bijzonder wordt stilgestaan bij de invloed van de veranderingen in hoger beroep op de procedure en de (on)mogelijkheden om oordelen van het hof ter toetsing voor te leggen aan de Hoge Raad. De bijdrage besluit met enkele conclusies.


Mr. D. Bektesevic
Mr. D. (Dino) Bektesevic is advocaat bij De Roos & Pen te Amsterdam.

Mr. M. Berndsen
Mr. M. (Michael) Berndsen is advocaat bij Meijers Canatan Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Access_open De immuniteit van de feitelijk leidinggever na NJ 2018/134 (Stichtse Vecht)

Een analyse in het licht van de uit artikel 2 EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Feitelijk leidinggeven, Exclusieve bestuurstaak, Stichtse Vecht, Pikmeer, Immuniteit
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Pikmeerjurisprudentie deelt de feitelijk leidinggever in de immuniteit van het openbare lichaam waaraan deze is verbonden. In de literatuur wordt ten onrechte aangenomen dat die immuniteit onverenigbaar is met de Straatsburgse positieve verplichtingen-rechtspraak. Deze rechtspraak verplicht enkel tot vervolging indien de betrokken overheidsfunctionaris een wezenlijk persoonlijk verwijt wegens dood door schuld kan worden gemaakt. In alle gevallen waarin deze aansprakelijkheidsdrempel is gehaald, kan de immuniteit eenvoudig worden omzeild door de betrokkene uit hoofde van ‘eigen daderschap’ te vervolgen. Alleen voor minder ernstige gevallen blijft de immuniteit overeind, maar in die situaties bestaat geen verplichting tot vervolging.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de afdeling Juridische Zaken van de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel

Access_open Martha Nussbaums Anger and Forgiveness

Over vergelding en vergeving en over woede en liefde

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Vergeving, liefde, woede, vergelding, strafrecht
Auteurs Jacques Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the author discusses the book Anger and Forgiveness written by the well-known and influential American philosopher Martha Nussbaum. In the opinion of the author Anger and Forgiveness is a provocative and challenging book. In the book, Nussbaum makes a distinction between conditional and unconditional forgiveness, she relates conditional forgiveness to the logic of retribution and she disapproves retribution and, by extension, conditional forgiveness on moral grounds. Her disapproval of retribution and conditional forgiveness is related to her disapproval of (vindictive) anger, which in her opinion is intrinsic part of retribution and conditional forgiveness. According to Nussbaum, anger – transitional anger excluded – has to be replaced by unconditional love; only conduct that stems from unconditional love can be qualified as moral. Sometimes unconditional forgiveness can be seen as a form of unconditional love. Subsequently, Nussbaum applies her ideas on anger, retribution, forgiveness and love to the political domain, to which also criminal law belongs. Nussbaum pleads for a criminal law system empty of anger and retribution; in Nussbaum’s criminal law system there is only room for prevention, grace and human welfare – all stemming of unconditional love. Nussbaum’s Anger and Forgiveness offers an alternative view on concepts such as anger, retribution, forgiveness and love, concepts which are important within the context of criminal law and restorative justice. The author argues that, although the reader can certainly learn from Nussbaum’s ideas as explained in Anger and Forgiveness, the radicality of her ideas inevitably causes criticism; Nussbaum holds a very idealistic perspective that neglects the human condition. Instead of ruling out anger and retribution, the author advocates a criminal law system that is capable of canalizing anger and transforming vindictive anger into transitional anger. Furthermore, he pleads for a criminal law system that makes forgiveness possible without forcing victims to forgive. For that reason restorative justice practices need to be incorporated into the criminal law system. In sum, to a certain extent Nussbaum and Claessen share the same moral ideals, but they disagree on the path leading tot those ideals. Where Nussbaum opts for a top-down approach, Claessen opts for a bottom-up approach which respects the human condition.


Jacques Claessen
Jacques Claessen (Maastricht, 1980) is als universitair hoofddocent straf(proces)recht verbonden aan de Capaciteitsgroep Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg. In 2012 ontving hij voor zijn proefschrift de eerste Bianchi Herstelrecht Prijs.
Artikel

Heeft John Griffiths de rechtssociologie verder gebracht?

Een evaluatie van zijn werk vanuit het perspectief van het empirisch-theoretische onderzoeksprogramma

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden P-T-O-scheme, sociology of law, concept of law, empirical research, Karl Popper
Auteurs Albert Klijn en Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    A central ambition that Griffiths expressed rather frequently was to realize progress in the sociology of law by formulating informative theoretical propositions and testing them empirically according to the maxim of the critical-rational metatheoretical program of Karl Popper. Our analysis of Griffiths’s contributions suggests, however, that he actually refrained from following Popper’s path: to put a Problem – formulate a Theory – testing that provisional answer by empirical Observation. Instead, Griffiths focussed mostly on the rigorously clear formulation of concepts accordingly to his strong philosophical inclination.


Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoekopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Marnix Croes
Marnix Croes (1968) studeerde historische en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de sociale wetenschappen aan het Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) op een proefschrift over de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten (Gif laten wij niet voortbestaan, 2004). Hij was van 2003-2016 verbonden aan het WODC, waar hij zich in het kader van een onderzoek over de Bruikbare Rechtsorde (2007) intensief met het werk van Griffiths heeft beziggehouden.
Opinie

Cassatie in het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden cassatieprocedure, rechtstreeks cassatieberoep, cassatiegronden, prejudiciële vragen, facultatieve OM-conclusie
Auteurs Mr. A.J.A. van Dorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over voorgestelde wijzigingen ten aanzien van de cassatieprocedure en over enkele wenselijke wijzigingen die niet zijn voorgesteld. Eerst komt aan de orde (de onwenselijkheid van) het rechtstreeks cassatieberoep: de Hoge Raad niet als derde maar als tweede instantie, dus zonder tussenkomst van een appelrechter. In dat verband zal aandacht worden besteed aan de ingewikkelde cassatiedrempel in zaken betreffende overtredingen alsook aan het cassatieberoep in beklagzaken. Vervolgens wordt aandacht besteed aan het karakter van de cassatieprocedure; stilgestaan wordt bij (voorstellen die lijken te schuren met) het schriftelijke karakter van het cassatiegeding alsook bij de mogelijkheid tot tegenspraak. Daarna komt de regeling van de herstelbeslissing en de aanvulling langs. Dan komt de nieuwe regeling van de cassatiegronden aan bod, waarna tot slot aandacht wordt besteed aan wat in het verschiet ligt. Dat betreft de invoering van een cassatiebalie, de prejudiciële vragen en de facultatieve conclusie van het parket. Dat alles natuurlijk voor zover van belang met het oog op de behandeling van strafzaken.


Mr. A.J.A. van Dorst
Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst is oud-vicepresident van de Hoge Raad.

Mr Th. Veling
Lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Een bijzondere groep daders: vrouwelijke langgestraften na afloop van de Tweede Wereldoorlog in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden female, perpetrators, World War II, empirical study, criminal career
Auteurs Drs. Jantien Stuifbergen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Early literature on female perpetrators of World War II focused on labelling the accused as deranged psychopaths, thereby distinguishing the group of perpetrators from the vast subdued and ‘normal’ population. While this perception has changed over the past decades, the perception of female perpetrators has remained limited either way, women are denied having a lot of agency when perpetrating crimes in conflict. Similar to the ‘mad Nazi’-theory these narratives imply that female perpetrators are different from ‘ordinary’ women, as their actions collide with notions of ideal femininity. This empirical research has shown that in the case of female perpetrators of World War II in the Netherlands it seems that they can be seen as ordinary women operating in extraordinary circumstances. In this study, a special group of female war criminals is described. Against the background of early post-war imaging of such women and more recent research on female perpetration during wartime, an analysis of Dutch perpetrators who received severe punishments after the War, is made. Based on unique historical data, the criminal career of these women as World War II perpetrators is analysed. The outcomes show that a notable part already had a criminal record before the war and that the perception of who they were and why they acted the way they did needs reconsideration, since they were not psychologically weak and incompetent. They were generally young, unemployed and low educated and they planned and committed their crimes of treasons in order to create better living conditions for themselves. In fact, one can claim that these women are likely to be ordinary people influenced by dispositional and situational factors.


Drs. Jantien Stuifbergen MSc
Drs. J.A.M. Stuifbergen, MSc is programmacoördinator van de Master International Crimes, Conflict and Criminology en promovenda bij de sectie Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam,
Artikel

Wijsheid, standvastigheid en recht

Stoïcisme als crisisverschijnsel en zijn verhouding tot het christendom

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Stoa, standvastigheid, moed, besluitvaardigheid, weerbaarheid, dwaasheid, deugd
Auteurs Dr. Timo Slootweg
SamenvattingAuteursinformatie

    Politics and law are not in essence about knowledge, good sense and learning, but about wisdom. Good legislation requires wisdom and the wise judge is also the ideal when it comes to good adjudication. But what is wisdom actually and who is the sage? To answer these questions, this article departs from the views of the Stoa (of Seneca especially) which has been of fundamental significance for the development of law and which still continues to influence it. It shows how the philosophical views of the Stoics included an objective view of law and cultivated a subjective impassibility and apathy that were associated with steadfastness or constancy. Stoic wisdom was (and still is): virtuous obedience to the objective laws of nature. In modern Stoics like Spinoza and Justus Lipsius we find these same elements. But in modern times Stoicism is wrapped in the veil of a Christian vision of life, which (as such) serves as a seductive legitimation of its principles. In this guise Stoicism has been of enormous significance in the history of Christianity. However, their historical relationship is based on a major misunderstanding. In fact, Stoicism is Christianity’s most extreme alternative, as Erasmus already pointed out. For the Stoic sage a theoretical and practical wisdom applies that is not (in any way) in accordance with the courageous foolishness of Christianity. It is through the prism of this foolishness that we come to appreciate that the eternal Stoic attitude is odious when it comes to law and politics. Stoicism is a recurring crisis phenomenon: a cultural sickness, for which the wisdom of Christianity still offers a very effective medicine.


Dr. Timo Slootweg
Dr. T.J.M. Slootweg is historicus en filosoof. Hij doceert Rechtsfilosofie en ethiek aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. In 2016 publiceerde hij Uit de schaduw van de wet. Inleiding tot de esthetica van het recht (Antwerpen/Apeldoorn: Garant 2016).
Uit het veld

De algoritmische waakhond

Datagedreven mededingingstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Trefwoorden algoritme, detectie, mededinging, datagedreven, toezicht
Auteurs Jan Sviták en Erik Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan wij in op de vraag hoe een mededingingsautoriteit datagedreven technieken kan inzetten om effectiever te worden. Machine learning is in de laatste jaren enorm populair geworden, levert vaak snel goede resultaten op en vormt de basis voor succes van vele e-commerce-bedrijven die (bijna) dagelijks machine learning-algoritmes toepassen om de optimale prijzen te bepalen van al hun producten, gegeven historische transacties die concurrenten aanbieden en gelet op de omvang van de eigen voorraad. Machine learning is echter alleen geschikt voor specifieke vraagstukken. Het verschil tussen causaliteit en voorspelkracht speelt daarbij een belangrijke rol. Vaak past een ‘ouderwetse’ statistische analyse beter bij de onderzoeksvraag over oorzaak en gevolg. Voorbeelden van nuttige toepassingen van machine learning-technieken zijn voorspellingsmodellen en verkennende data-analyse, die op nieuwe inzichten kan wijzen of bepaalde gebeurtenissen kan signaleren. Wij bespreken een simpel algoritme toegepast op detectie van veranderingen in prijsdata en laten zien hoe dit tijdrovende handmatige analyses kan vervangen. Een mededingingsautoriteit kan soortgelijke algoritmes als een belangrijke en noodzakelijke aanvulling gebruiken op de ‘ouderwetse’ maar eveneens nuttige statistische analyses voor o.a. opsporing van kartels. De methode is flexibel qua inzet in verschillende markten en toepassingen van diverse aannames over het gedrag van ondernemingen.


Jan Sviták
Dhr. J. Sviták is econometrist bij het Economisch Bureau van de Autoriteit Consument en Markt en extern PhD student aan Tilburg University.

Erik Brouwer
Prof. Dr. E. Brouwer is clusterhoofd big data bij SEO Economisch Onderzoek en bijzondere hoogleraar mededinging en innovatie aan Tilburg University.
Artikel

Het verlofstelsel in hoger beroep is dood, leve het verlofstelsel

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden verlofstelsel, hoger beroep, grievenstelsel, artikel 410a Sv artikel 14 lid 5 IVBPR, artikel 2 Zevende Protocol EVRM, artikel 6 EVRM
Auteurs Mr. dr. G. Pesselse
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat het verlofstelsel van artikel 410a Sv wordt afgeschaft, is zo goed als zeker. Vrijwel niemand zal er rouwig om zijn. Met de afschaffing van het verlofstelsel in hoger beroep verdwijnt het fenomeen verlofstelsels in het algemeen echter niet van het toneel. Sterker nog, het in de modernisering voorgestelde gematigde grievenstelsel in hoger beroep draagt de kiemen voor een nieuw verlofstelsel in zich. De vraag is: moet het conceptwetsvoorstel voor Boek 5 van het Wetboek van Strafvordering over rechtsmiddelen worden aangevuld met een nieuw verlofstelsel, nu wél behoorlijk vormgegeven?


Mr. dr. G. Pesselse
Mr. dr. G. (Geert) Pesselse is wetenschappelijk medewerker bij de afdeling strafrecht van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en research fellow bij het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht (SteR), Radboud Universiteit Nijmegen. De auteur promoveerde op 16 februari 2018 in Nijmegen op een proefschrift getiteld ‘Verlofstelsels in strafzaken’, waarnaar in dit artikel veelvuldig wordt verwezen.
Artikel

Islam en mensenrechten: gaat dat nog lukken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sharia, mensenrechten, islam en mensenrechten, minimale mensenrechten, Islamitisch recht
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The question central to this article is whether ‘Islam’ and human rights are compatible and, if not, whether there might be room to come to a minimum standard of human rights that can be shared globally. This article will demonstrate that, from the perspective of Islamic orthodoxy, principles that are fundamental to human rights, like equality and freedom of religion, pose unsurmountable problems, and the adjustment of these principles is theologically nearly impossible. However, a growing number of Muslim intellectuals holds the opposite view, using new theological methods to argue that these Islamic principles and human rights are compatible. Although they are warmly welcomed by human rights lawyers and activists, their methods are not uncontroversial, and they are still very small in number.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. Email: M.S.Berger@hum.leidenuniv.nl.
Artikel

Civielrechtelijke aspecten van de schadevergoedingsmaatregel

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden schadevergoedingsmaatregel, pluraliteit van schuldeisers, verdeling, alternatieve vergoedingsplicht, toekomstige vordering
Auteurs Mr. I.C. Engels en Mr. G.C. Nieuwland
SamenvattingAuteursinformatie

    In hun artikel bespreken de auteurs een bijzondere figuur: de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr, een strafrechtelijke maatregel die in belangrijke mate wordt vastgesteld aan de hand van civielrechtelijke maatstaven. Zij behandelen de verhouding tussen de vorderingen van de Staat en het slachtoffer op de dader, de positie van de dader en de kwalificatie van de vordering van het slachtoffer op de Staat (mogelijkheden van overdracht, verpanding en beslag).


Mr. I.C. Engels
Mr. I.C. Engels is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. G.C. Nieuwland
Mr. G.C. Nieuwland is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Over schurftige schapen, natte geiten, dorstige honden en dikke eekhoorns

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Wet dieren, Nietigheid, Onthouden nodige zorg, Dierenwelzijn, tenlastelegging
Auteurs Mr. J.L. Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een update van twee eerdere artikelen die in dit tijdschrift verschenen. In de eerste plaats wordt jurisprudentie ten aanzien van de geldigheid van de dagvaarding besproken in Wet dieren-zaken. Daarnaast wordt de ondergrens van het onthouden van de nodige zorg, artikel 2.2 lid 8 Wet dieren, besproken.


Mr. J.L. Baar
Mr. J.L. Baar is advocaat in straf- en bestuursrechtzaken bij Kuyp Baar advocaten.
Jurisprudentie

Btw-fraude; verhouding EU-recht en nationale verjaringsregels; worsteling van het Hof met fundamentele mensenrechten

Noot bij HvJ 8 september 2015, ECLI:EU: 2015:555 (Tarrico e.a., prejudiciële beslissing)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden strafrecht, EU-financiën, Verjaring, Grondrechten, Verhouding nationaal recht - EU-recht
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJEU stelt voorop dat handhaving van normen ter bescherming van de financiën van de EU strafrechtelijk kan plaatsvinden met voorbijgaan aan de verjaringsregelingen van de desbetreffende staat, maar met inachtneming van grondrechten van de betrokkenen. Vervolg en uitwerking van deze beslissing in HvJEU 5 december 2017.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Kwetsbare schuldenaar krijgt steeds meer mededogen

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2017
Auteurs Bendert Zevenbergen en Jiri Büller
Auteursinformatie

Bendert Zevenbergen

Jiri Büller
Beeld

Mr. A.P. Verhaeg
Mr. A.P. Verhaegh is stafjurist bij de afdeling strafrecht van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, thans gedetacheerd bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Toont 1 - 20 van 63 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.