Zoekresultaat: 28 artikelen

x

    Het Hof van Justitie oordeelde in het arrest over het Programma Aanpak Stikstof dat een programmatische aanpak op grond van artikel 6 Habitatrichtlijn niet is uitgesloten. Tegelijk oordeelde het Hof van Justitie dat het voorzorgsbeginsel als bedoeld in artikel 6 lid 3 Habitatrichtlijn onverkort in acht moet worden genomen voor alle projecten binnen het programma. Belangrijke vragen zijn hoe dit met elkaar te verenigen is en onder welke voorwaarden een programmatische aanpak dan mogelijk is. Vragen die relevant blijven nu zowel in de Wet natuurbescherming en het recente wetsvoorstel stikstofreductie en natuurherstel als in de komende Omgevingswet is voorzien in een programmatische aanpak.
    HvJ 7 november 2018, gevoegde zaken C-293/17 en C-294/17, ECLI:EU:C:2018:882 (Coöperatie Mobilisation for the Environment UA en Vereniging Leefmilieu/College van gedeputeerde staten van Limburg en College van gedeputeerde staten van Gelderland en Stichting Werkgroep Behoud de Peel/College van gedeputeerde staten van Noord-Brabant).


Mr. dr. R. Kegge
Mr. dr. R. (Rogier) Kegge is universitair docent bestuursrecht en omgevingsrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Indringender rechterlijke toetsing van AVV

Over de processuele consequenties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, exceptieve toetsing, bestuursprocesrecht, toetsingsintensiteit, evidence base-toetsing
Auteurs Mr. L.A. van Heusden
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de bestuursrechter algemeen verbindende voorschriften voortaan indringender toetst door de zogenoemde ‘evidence base’ ervan te toetsen, waar loopt hij dan tegenaan in de praktijk? De processuele consequenties van een dergelijke toetsing worden in dit artikel beschreven. Specifiek wordt ingezoomd op het bestuursrechtelijke uitgangspunt van ex-tunctoetsing, het ambtshalve aanvullen van de rechtsgronden en de partijstelling. De auteur concludeert dat ondanks de primaire focus van het bestuursprocesrecht op individuele geschilbeslechting, de Awb evidence base-toetsing mogelijk maakt. Om die toetsing in de praktijk aan effect te doen winnen, is echter ook de wetgever nodig.


Mr. L.A. van Heusden
Mr. L.A. (Louise) van Heusden is promovenda bij Tilburg University en werkzaam bij de kennisunit van de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Titel

Innovatie en betere regelgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Experimenteerregelgeving, Toekomstbestendigheid, Innovatiebeginsel, Innovatiebeleid
Auteurs Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
SamenvattingAuteursinformatie

    Het innovatiebeginsel is tegenwoordig onderdeel van de geïntegreerde aanpak van de Europese Commissie voor betere regelgeving. Het innovatiebeginsel waarborgt dat bij de ontwikkeling van beleid en wetgeving de gevolgen voor innovatie volledig worden beoordeeld. De impact van nieuwe regels op innovatie wordt ook in Nederland geanalyseerd in het IAK en in het kader van de mkb-toets. Toch blijft de betekenis van het innovatiebeginsel ondoorgrondelijk. De literatuur is tevens terughoudend ten opzichte van de invoering van innovatie als een rechtsbeginsel. Dit artikel geeft aan de hand van interdisciplinaire literatuur een genuanceerd beeld van innovatievriendelijke regelgeving en het innovatiebeginsel. Het gaat in op de juiste interpretatie van het innovatiebeginsel en hoe dit principe kan bijdragen aan het realiseren van betere regelgeving.


Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
Prof. mr. dr. S.H. (Sofia) Ranchordas is adjunct-hoogleraar Europees en vergelijkend publiekrecht en Rosalind Franklin Fellow, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.
Vrij verkeer

Inbesteding bij schaarse vergunningen?

Institutionele excepties op de transparantieverplichting

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden vrij verkeer, schaarse vergunningen, gelijkheidsbeginsel, transparantieverplichting, (quasi-)inbesteding
Auteurs Mr. drs. R.G.J. Wildemors en Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de verdeling van schaarse vergunningen moet de overheid in beginsel mededingingsruimte voor potentiële gegadigden creëren. Op deze mededingingsplicht zijn echter uitzonderingen denkbaar die onderhandse vergunningverlening rechtvaardigen. Een van die uitzonderingen is van institutionele aard en richt zich op de bijzondere relatie tussen de vergunningverlener en de vergunninghouder. Deze uitzonderingscategorie is aanvankelijk in het aanbestedingsrecht onder de noemer van (quasi-)inbesteding ontwikkeld. Centraal in deze bijdrage staan de vragen in hoeverre vergelijkbare institutionele excepties ook van toepassing zijn bij de verdeling van schaarse vergunningen en hoe die excepties kunnen worden ingepast in het Unierecht en in het nationale verdelingsrecht.


Mr. drs. R.G.J. Wildemors
Mr. drs. R.G.J. (Roy) Wildemors is als senior jurist werkzaam bij de Kansspelautoriteit en heeft deze bijdrage op persoonlijke titel geschreven.

Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel
Prof. mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is hoogleraar Bestuursrecht, Markt & Data aan Tilburg University en tevens als research partner verbonden aan de Kansspelautoriteit. Vanwege deze betrokkenheid wordt in deze bijdrage zo min mogelijk inhoudelijk ingegaan op zaken waarbij de Kansspelautoriteit partij is (geweest).

    In dit redactioneel wordt naar aanleiding van de Invoeringswet omgevingsrecht verkend of de term ‘Onze Minister die het aangaat’ voldoende kenbaar maakt welke minister een bevoegdheid uit de wet kan inzetten. Aan het slot van deze bijdrage wordt de verdere inhoud van dit nummer van TO toegelicht.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Schaarse rechten in het omgevingsrecht? Een tegenconclusie voor de rechtsontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, bestemmingsplan, omgevingsvergunning
Auteurs Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juni 2018 verscheen de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over schaarse rechten bij ruimtelijke besluitvorming. Kern hiervan is dat een bestemmingsplan geen besluit is dat schaarse rechten toekent, terwijl een omgevingsvergunning slechts in bijzondere omstandigheden schaarse rechten toekent. Dit artikel betoogt dat de (vermeende) eigenaardigheden van het ruimtelijk bestuursrecht niet tot een uitzonderingspositie zouden moeten leiden wat betreft de toepasselijkheid van het door de Afdeling ontwikkelde verdelingsregime, maar juist tot een kritischer toepassing hiervan in dit ‘bijzondere’ rechtsgebied. Er is geen aanleiding om ruimtelijke besluitvorming wezenlijk anders te behandelen dan andere besluitvorming over de verdeling van schaarse rechten.


Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel
Mr. dr. C.J. Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University en verbonden aan Tilburg Institute for Law and Economics (TILEC) en Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).
Artikel

Evenementenvergunning: is bij concurrerende aanvragen sprake van een schaarse vergunning?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, evenementen, APV
Auteurs Mr. dr. A. (Annemarie) Drahmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of, en zo ja wanneer, een evenementenvergunning kan worden aangemerkt als een schaarse vergunning, en – bij een bevestigend antwoord op die vraag – hoe die schaarse evenementenvergunning dan moet worden verleend met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel.


Mr. dr. A. (Annemarie) Drahmann
Mr. dr. A. Drahmann is universitair (hoofd)docent aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.

    De Dienstenrichtlijn bevat een opmerkelijke wetgevingshypothese voor het omgevingsrecht: dat schaarse vergunningen in het bijzonder geschikt zijn voor het management van schaarse natuurlijke hulpbronnen en dat deze door een selectie tussen gegadigden verdeeld moeten worden. Wat maakt schaarse vergunningen voor natuurlijke schaarste zo bijzonder? Deze bijdrage verkent deze hypothese in het licht van de economische theorie en een analyse van de betekenis van schaarste voor publieke rechten. Het resultaat is een economische blik op het omgevingsrecht en enkele reflecties op de rechtsontwikkeling van schaarse publieke rechten.


Mr. O. (Olaf) Kwast
Mr. O. Kwast is wetgevingsjurist en oprichter van Wetgevingswerken in Rotterdam.
Artikel

Schaarse rechten bij gebiedsontwikkeling: de rol van beleid en grondeigendom

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, bestemmingsplan, gronduitgifte
Auteurs Mr. J.R. (Jurgen) Vermeulen en Mr. dr. C.N. (Cornelis) van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van gebiedsontwikkeling wordt door overheden regelmatig op beleidsmatige gronden schaarste gecreëerd. Auteurs bespreken in het licht van de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven de beperkingen die in een dergelijk geval van toepassing zijn op planvorming, gronduitgifte en afspraken met gebiedsontwikkelaars.


Mr. J.R. (Jurgen) Vermeulen
Mr. J.R. Vermeulen is advocaat bij Ten Holter Noordam te Rotterdam. In deze hoedanigheid is hij in veel kwesties rond onder andere gebiedsontwikkeling betrokken – waaronder de kwestie Vlaardingen – waarbij de thematiek van de verdeling van schaarse rechten een rol speelt.

Mr. dr. C.N. (Cornelis) van der Sluis
Mr. dr. C.N. van der Sluis is advocaat bij Ten Holter Noordam te Rotterdam. In deze hoedanigheid is hij in veel kwesties rond onder andere gebiedsontwikkeling betrokken – waaronder de kwestie Vlaardingen – waarbij de thematiek van de verdeling van schaarse rechten een rol speelt. Hij komt met dit onderwerp ook in aanraking in zijn rol als rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Oost-Brabant.

    In het arrest Amersfoort en Visser spreekt het Hof van Justitie zich uit over vier kwesties: de verhouding tussen de Dienstenrichtlijn en het kader van de telecomrichtlijnen, de toepasselijkheid van de Dienstenrichtlijn in zuiver interne situaties, de kwalificatie van detailhandel in goederen als ‘dienst’ in de zin van de Dienstenrichtlijn, en de status van (in elk geval één) bestemmingsplan binnen het kader van de Dienstenrichtlijn. Het Hof van Justitie schept in drie van de vier gevallen duidelijkheid over de afbakening van de werkingssfeer van de richtlijn. In het vierde geval, namelijk de kwalificatie van detailhandel in goederen, levert de uitspraak geen echte verduidelijking op, maar voorziet zij wel in een aantal complicaties.
    HvJ 30 januari 2018, gevoegde zaken C-360/15 en C-321/15, College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amersfoort/X BV en Visser Vastgoed Beleggingen BV/Raad van de gemeente Appingedam, ECLI:EU:C:2018:44.


Prof. mr. E. Steyger
Prof. mr. E. (Elies) Steyger is hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en advocaat te ’s-Hertogenbosch.
Redactioneel

Access_open Integratie, coördinatie, klimaat en energie: instrumenten voor uitdagende doelstellingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden energie, klimaat, transitie, Energiebesparing
Auteurs Mr. dr. V.M.Y. (Valérie) van ’t Lam
Auteursinformatie

Mr. dr. V.M.Y. (Valérie) van ’t Lam
Mr. dr. V.M.Y. van ’t Lam is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en lid van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.

    In dit artikel doet de auteur verslag van de discussies naar aanleiding van de inleidingen van sprekers op het symposium van de Universiteit Utrecht van 16 februari 2018 over het Hofarrest van 30 januari 2018 inzake Visser Vastgoed Beleggingen BV en de gemeente van Appingedam.


T.P.E. (Tim) de Graaff
T.P.E. de Graaff is student Legal Research Master aan de Universiteit Utrecht.

    In deze bijdrage staat het Connexxion Taxi Services-arrest centraal, waarin het Hof van Justitie in een afweging tussen beginselen voorrang geeft aan het gelijkheids- en transparantiebeginsel boven het evenredigheidsbeginsel bij het uitsluiten van een onderneming van een aanbestedingsprocedure. Het Hof van Justitie benadrukt daarmee het belang van het ‘level playing field’ in het aanbestedingsrecht. Tegelijkertijd gaat dit hier ten koste van het evenredigheidsbeginsel dat een belangrijke rol speelt in de afweging of een uitsluiting van een onderneming met het oog op de internemarktdoelstelling gerechtvaardigd is. Het is echter de vraag in hoeverre het Hof van Justitie tot dezelfde beslissing zou komen onder de nieuwe Aanbestedingsrichtlijn 2014/24/EU.
    HvJ 14 december 2016, zaak C-171/15, Connexxion Taxi Services, ECLI:EU:C:2016:948.


Mr. G. Bouwman
Mr. G. Bouwman is promovenda Europees en internationaal aanbestedingsrecht aan de Universiteit Utrecht en onderzoeker bij het Public Procurement Research Centre. De auteur dankt prof. mr. E.R. Manunza voor haar waardevolle commentaar bij de totstandkoming van deze bijdrage.

    Een cultuurhistorisch belang is een dwingende reden van openbaar belang.


Marieke Kaajan
Artikel

De rollen van de wetgever bij de verdeling van schaarse vergunningen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, verdelingsrecht, schaarse vergunningen, competitie
Auteurs mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever vervult een essentiële rol bij de verdeling van schaarse vergunningen, omdat die de speelruimte van het verdelende bestuur bepaalt. In de praktijk blijkt de wetgever zich echter lang niet altijd bewust te zijn van die rol, waardoor het risico aanwezig is dat het reguleringspotentieel van schaarse vergunningen onvoldoende wordt benut. Deze bijdrage identificeert de verschillende houdingen die de (bijzondere) wetgever in de praktijk aanneemt ten aanzien van de verdeling van schaarse vergunningen. Deze houdingen lopen uiteen van een zwijgende wetgever die weinig tot geen richting geeft aan de verdeling tot een overijverige wetgever die het verdelende bestuur juist verhindert om maatwerk te leveren. Op basis van de vraagstukken die kenmerkend zijn voor de verdeling van schaarse vergunningen, schetst deze bijdrage vervolgens de contouren van optimale verdelingswetgeving. Daarbij wordt bepleit dat de wetgever zich breed oriënteert op het Unierecht, zelf keuzes maakt ten aanzien van kernelementen van de verdeling, tegelijk ruimte durft te laten aan het verdelende bestuur, maar in elk geval oog houdt voor de samenhang tussen verschillende verdelingen.


mr. dr. C.J. Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University.
Artikel

Amsterdamse prostituees en partyboten en de Dienstenrichtlijn: de zaken Trijber en Harmsen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, vrijheid van vestiging, diensten op het gebied van vervoer, schaarse vergunningen, taalvereiste
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In de hier besproken prejudiciële zaak heeft de Raad van State verschillende vragen over de interpretatie van de Dienstenrichtlijn voorgelegd, met name de vraag in hoeverre deze richtlijn van toepassing is op zuiver interne situaties. Het Hof van Justitie heeft op deze vraag geen antwoord gegeven; toch kan uit het arrest een bepaalde conclusie worden getrokken. De antwoorden op de overige vragen zijn van belang voor bestuursrechtelijke regelingen die vergunningsvereisten bevatten.
    HvJ 1 oktober 2015, gevoegde zaken C-340/14 en C-341/14, Trijber en Harmsen, ECLI:EU:C:2015:641


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Artikel

Het omgevingsplan in de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1-2 2016
Trefwoorden Omgevingswet, omgevingsplan, omgevingswaarde, omgevingsvergunning, bestemmingsplan
Auteurs Mr. J.R. (Jan Reinier) van Angeren
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het omgevingsplan besproken. Na een weergave van de totstandkomingsgeschiedenis van dit instrument wordt de inhoud van het omgevingsplan behandeld. Aan de orde komen de verschillende regels die het omgevingsplan moet bevatten, de bevoegdheid om het omgevingsplan vast te stellen, de omgevingswaarden en de programma’s. Ook wordt ingegaan op de wijze waarop het omgevingsplan als toetsingskader voor omgevingsvergunningen gaat functioneren.


Mr. J.R. (Jan Reinier) van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat bij Stibbe.
Artikel

Tailormade regelgeving voor windturbineparken op de Noordzee

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 03/04 2014
Trefwoorden Wet windenergie op zee, Kavelbesluit, Waterplan, Natuurbeschermingswet
Auteurs Mr. E.M.N. Noordover en Mr. A. Drahmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan auteurs in op het wetsvoorstel Wet windenergie op zee dat op 16 oktober is aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze wet is speciaal ontworpen om de doelstellingen van het kabinet tot het realiseren van windparken in zee te halen. De auteurs bespreken de diverse nieuwe instrumenten die het wetsvoorstel introduceren, zoals het kavelbesluit. Ten behoeve van het kavelbesluit worden veel van de benodigde onderzoeken voor het realiseren van een windpark verricht, zodat een private initiatiefnemer na het kavelbesluit zo snel mogelijk het windpark kan realiseren.


Mr. E.M.N. Noordover
Mr. E.M.N. (Erwin) Noordover is advocaat bij Stibbe.

Mr. A. Drahmann
Mr. A. (Annemarie) Drahmann is advocaat bij Stibbe en promovenda aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.
Article (without peer review)

Access_open Nut en noodzaak van een algemene codificatie van bestuursrecht

Tijdschrift Netherlands Administrative Law Library, februari 2014
Auteurs Rolf Ortlep, Willemien den Ouden, Ymre dr. Schuurmans Ph.D. e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article on the usefulness of a general codification of administrative law forms the closing contribution of a NALL-special. In this special, various authors have reflected on the successfulness of a broad codification process in 1998, which introduced rules on the notification of decisions, policy rules, subsidies, enforcement and supervision of administrative authorities in the Dutch General Administrative Law Act (GALA). The editors asked the contributors whether the objectives of the rules introduced were met and how the rules turned out to function in practice. In this overarching article, the NALL-editors reflect on the general lessons to be learned for the GALA-legislator. In these lessons they also take into consideration the initiatives for a law of administrative procedure of the European Union.


Rolf Ortlep
Rolf Ortlep (UU), Willemien den Ouden en Ymre Schuurmans (beide UL), Albertjan Tollenaar en Gerrit van der Veen (beiden RUG) en Johan Wolswinkel (VU) vormen de NALL redactie. Zij bedanken redactiesecretaris Alke Metselaar (UL), zonder wie deze bijdrage en special niet in de huidige vorm zou hebben kunnen verschijnen.

Willemien den Ouden
NALL redactie

Ymre dr. Schuurmans Ph.D.
NALL redactie

Albertjan Tollenaar
NALL redactie

Gerrit van der Veen
NALL redactie

Johan Wolswinkel
NALL redactie

    The codification of policy rules is based on the assumption that public authorities will adopt their policy in policy rules and that judges will use these policy rules when assessing individual decisions. However, codification might have side effects, like the existence of rules that do not meet the criteria of policy rules. This article examines the extent to which the objectives of the legislator have been achieved. It is concluded that public bodies indeed adopt policy rules more and more, but that these rules do not always meet the standards. Administrative courts appear to use rules when assessing decisions, but do not seem to follow the scheme as laid down in the GALA. The codification resulted in a complexity of rules, but this complexity does not hamper judicial review. After all: the judicial review is centered on the individual decision, not so much on the nature of the applied rule.


Albertjan Tollenaar Ph.D.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.