Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Artikel

De wettelijke regeling van het right to challenge in de praktijk

Much ado about nothing?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Right to challenge, Burgerinitiatieven, Wmo, Subsidie, artikel 150 Gemeentewet
Auteurs Mr. E.M.M.A. Driessen, Prof. mr. G. Boogaard en Prof. mr. W. den Ouden
SamenvattingAuteursinformatie

    In het regeerakkoord werd een right to challenge-regeling aangekondigd, maar op welke manier deze regeling vorm moest krijgen, was nog de vraag. In hun eerder verrichte onderzoek komen de auteurs tot de conclusie dat zo’n regeling geen begaanbare weg is. Dat neemt niet weg dat er door het hele land verschillende regelingen te vinden zijn die worden gepresenteerd als een vorm van invoering van het right to challenge. In dit artikel onderzoeken de auteurs deze regelingen. Zijn het wel échte right to challenge-regelingen en komen zij tegemoet aan de knelpunten waarmee challengers te maken hebben?


Mr. E.M.M.A. Driessen
Mr. E.M.M.A. (Esmée) Driessen is promovenda op het gebied van right to challenge en burgerinitiatieven en tevens Thorbecke-fellow.

Prof. mr. G. Boogaard
Prof. mr. G. (Geerten) Boogaard is hoogleraar Decentrale Overheden (Thorbeckeleerstoel) aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. W. den Ouden
Prof. mr. drs. W. (Willemien) den Ouden is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de afdeling Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en research fellow van het E.M. Meijers Institute. Zij is tevens werkzaam als wetenschappelijk directeur van het Instituut Publiekrecht.
Impressies

Eenzijdig gerichte rechtshandeling of overeenkomst? Dat verdient uitleg!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Uitleg, Eenzijdige rechtshandeling, Parkking, Kwalificatie, Wilsverklaring.
Auteurs Mr. G.R.G. Driessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de uitleg van een eenzijdige rechtshandeling, neergelegd in een brief tussen zakelijke partijen (het ‘Parkking-arrest’). Deze bijdrage behandelt de vraag of de Hoge Raad met het Parkking-arrest een ‘nieuwe uitlegmaatstaf’ heeft ontwikkeld voor de uitleg van eenzijdige rechtshandelingen.
    In het vervolg van deze bijdrage wordt toegelicht hoe de kwalificatie van een eenzijdig opgesteld document (als eenzijdige rechtshandeling of als onderdeel van een meerzijdige rechtshandeling) een uitlegdiscussie zou kunnen beïnvloeden. Een juiste kwalificatie is van belang voor het vertrekpunt van de uitleg, de relevante gezichtspunten bij de uitleg, toepasselijke rechtsregels, rechtsgevolgen en het gewicht dat aan de ene of de andere omstandigheid wordt toegekend. Dat antwoord kan dan weer van belangrijke invloed zijn op een (voorlopig) bewijsoordeel en – bij gevolg – tot een andere uitkomst leiden in een procedure.


Mr. G.R.G. Driessen
Mr. G.R.G. Driessen is advocaat bij HVG Law LLP.
Jurisprudentie

Afwijzing van voorziening doventolk. Geen sprake van ongeoorloofd onderscheid op basis van leeftijd of handicap

Centrale Raad van Beroep 8 september 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:3229)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Artikel 19a WOOS, artikel 34a en 35 Wet WIA, artikel 26 IVBPR, artikel 14 EVRM, Richtlijn 2000/78/EG, VN-verdrag Handicap
Auteurs Mr. M.J.A.C. Driessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Betrokkene is doof en vraagt een voorziening doventolk aan ten behoeve van een opleiding die zij wil gaan volgen. De aanvraag wordt afgewezen door de Centrale Raad van Beroep. Voor een voorziening op grond van de Wet Overige OCW-subsidies is zij te oud. Een beroep op leeftijdsdiscriminatie slaagt niet omdat het gemaakte onderscheid op grond van leeftijd gerechtvaardigd wordt geacht. Ook een voorziening in het kader van de Wet WIA wordt afgewezen. Een voorziening krachtens die wet wordt alleen toegekend als de opleiding als een toeleiding naar werk kan worden gezien. Nu betrokkene al werk heeft is daarvan geen sprake. Een beroep op het VN-verdrag Handicap helpt betrokkene niet. Opmerkelijk is wel dat de Centrale Raad van Beroep toetst aan dit verdrag zonder de toepasbaarheid van dat verdrag separaat te beoordelen.
    In dit artikel wordt de vraag aan de orde gesteld of deze motivering wel voldoet aan de procedurele verplichting die, volgens de rechtspraak van het EHRM, voortvloeit uit artikel 14 EVRM. In het concrete geval moet een rechterlijk onderzoek plaatsvinden naar het bestaan van een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk op het recht op gelijke behandeling. De rechtbank neemt in deze uitspraak tot uitgangspunt dat de ruime beleidsvrijheid van de wetgever in de weg staat aan een rechterlijke belangenafweging in het concrete geval. Betoogd wordt dat vaste rechtspraak van de Hoge Raad bepaalt dat de rechter, bij wijze van uitzondering, wel mag treden in een beleidskeuze van de wetgever. Dit kan hij doen wanneer het resultaat van die beleidskeuze strijd zou opleveren met een rechtstreeks werkende verdragsbepaling zoals artikel 14 EVRM. De besproken uitspraak miskent die rechterlijke bevoegdheid.


Mr. M.J.A.C. Driessen
Mr. M.J.A.C. (Malva) Driessen is docent sociaal recht aan de Maastricht University
Artikel

Wat schuilt daar in het Riet? Bestuurders-aansprakelijkheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Trefwoorden (externe) bestuurdersaansprakelijkheid, secundaire aansprakelijkheid, rechtstreekse aansprakelijkheid, rechtstreekse bestuurdersaansprakelijkheid, Van de Riet/Hoffman, Ponteecen/Stratex, Robu, zorgvuldigheidsnorm, ernstig verwijt
Auteurs Mr. G.R.G. Driessen en Mr. D. Engelen
SamenvattingAuteursinformatie

    In hun bijdrage bespreken de auteurs externe, rechtstreekse bestuurdersaansprakelijkheid in het licht van het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881 (Van de Riet/Hoffmann). Volgens de auteurs is er een zeker patroon waarneembaar tussen dit arrest en de arresten van de Hoge Raad van 12 mei 2000 (NJ 2000, 440, Robu) en 23 januari 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AL7051, Ponteecen/Stratex). Uit die arresten kan volgens hen worden geconcludeerd dat dga’s en bestuurders van de ‘kleine(re) bv’s’ effectief gezien een verhoogde kans lopen een persoonlijke zorgvuldigheidsverplichting op zich te laden jegens derden met wie hun vennootschap zakendoet. Die bestuurders zijn immers juist degenen die de dagelijkse werkzaamheden (moeten) verrichten, zitten over het algemeen ‘dichter op het vuur’, en lopen daarmee een groter risico om hun ‘vingers te branden’. In dit artikel wordt deze visie nader uitgewerkt en toegelicht.


Mr. G.R.G. Driessen
Mr. G.R.G. Driessen is advocaat bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen.

Mr. D. Engelen
Mr. D. Engelen is advocaat bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen.

E. Driessen
Artikel

Motiveringsplicht rechter bij afwijking van zienswijze van de door rechter benoemde deskundige

HR 5 december 2003, RvdW 2003, 186 (Vredenburgh/NHL)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2004
Auteurs E. Driessen

E. Driessen
Titel

Sociale netwerken en jeugdcriminaliteit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 05 2008
Trefwoorden Kind, Ouders, Strafbaar feit, Model, Diefstal, Delinquent, Frequentie, Moeder, Politie, Vader
Auteurs Broekhuizen, J., Driessen, F.M.H.M. en Völker, B.

Broekhuizen, J.

Driessen, F.M.H.M.

Völker, B.
Artikel

De best price rule

Interpretaties van de AFM, de SEC en het Takeover Panel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2009
Trefwoorden AFM, SEC, Security Exchange Act, City Code, Takeover Panel, ruling
Auteurs Mr. G.R.G. Driessen en J.W. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de interpretatie van de AFM van 17 oktober 2008 over de best price rule, zoals neergelegd in de artikelen 19 Bob en 5:79 Wft. Auteurs zetten vraagtekens bij de aansluiting van die interpretatie met de economische realiteit. Daarnaast gaan zij in op het ontbreken van een formele juridische status van interpretaties van de AFM en stellen zij voor om ‘interpretaties’ te gebruiken als uitgangspunt bij de consultatieprocedure van een reguliere beleidsregel. Dit zou moeten uitmonden in kwalitatief betere en afdwingbare regelgeving.Tevens bevat het artikel een rechtsvergelijkende analyse van de toepassing van de best price rule in de VS en het Verenigd Koninkrijk. Verder wordt in de rechtsvergelijkende analyse de status en het gebruik van ‘interpretaties’ door de toezichthouders op de financiële markten in de VS en het Verenigd Koninkrijk behandeld.


Mr. G.R.G. Driessen
Mr. G.R.G. Driessen is als advocaat werkzaam bij Houthoff Buruma N.V. te Amsterdam.

J.W. de Jong
Mr. J.W. de Jong is als advocaat werkzaam bij Houthoff Buruma N.V. te Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.