Zoekresultaat: 63 artikelen

x
Artikel

De digitale algemene vergadering binnen Nederlandse beursvennootschappen: een volwaardig alternatief?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden digitalisering, empirie, statutenonderzoek, aandeelhoudersrechten, Tijdelijke wet Covid-19
Auteurs Mr. I. Öncü
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in de praktijk als in de literatuur leeft de vraag of de digitale aandeelhoudersvergadering als volwaardig alternatief kan dienen voor de klassieke (fysieke) algemene vergadering. In dit artikel concludeert de auteur dat dit slechts bij een kleine groep beursvennootschappen het geval is. Deze vennootschappen waarborgen namelijk dat ieder aandeelhoudersrecht behouden blijft wanneer digitaal wordt vergaderd.


Mr. I. Öncü
Mr. I. Öncü is als promovendus en docent verbonden aan het Van der Heijden Instituut (OO&R, Radboud Universiteit Nijmegen).
Artikel

Van marxisme naar economisch strafrecht

Over een persoonlijke, autobiografische band met een bijzonder rechtsgebied

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Economisch strafrecht, Karl Marx, scientific occupation with e. cr. law, professional occupation with e. cr. law, sanctions in e. cr. Law.
Auteurs Em. prof. mr. Th.A. de Roos
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur presenteert autobiografische bronnen van zijn speciale aandacht voor, en professionele toewijding aan het terrein van economisch strafrecht. Hij werd op dat spoor gezet door de werken van Karl Marx, maar uiteindelijk ontdekte hij dat Marx maar weinig te bieden had als het om het recht gaat. Niettemin bleef zijn fascinatie voor de relatie tussen economie en (straf)recht. De auteur behandelt enkele – tegenwoordig belangrijke en intrigerende – voorbeelden die die fascinatie kunnen rechtvaardigen.


Em. prof. mr. Th.A. de Roos
Em. prof. mr. Th.A. de Roos is emeritus hoogleraar Strafrecht aan Tilburg University.
Artikel

Het Europees arrestatiebevel

Toch nog mogelijkheden voor een goede verdediging?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2020
Trefwoorden overlevering, Europees aanhoudingsbevel, opgeëiste persoon, kaderbesluit, HvJ EU
Auteurs Mr. W.R. Jonk en Mr. R. Malewicz
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 12 mei 2004 is in Nederland de Overleveringswet van kracht, waarmee de procedure van uitlevering binnen de EU drastisch veranderde. Sindsdien is het Europees aanhoudingsbevel een populair middel voor lidstaten geworden om gezochte verdachten en veroordeelden naar hun grondgebied te krijgen. De rechtsbescherming voor opgeëiste personen is, onder meer door enkele uitspraken van het HvJ EU, allengs minder geworden. De bijstand in overleveringszaken vergt dan ook meer dan alleen het voeren van verweren in overleveringsprocedure zelf. Een proactieve houding, mogelijk zelfs in de fase voorafgaand aan het EAB, kan de opgeëiste persoon een gedwongen reis naar het buitenland besparen.


Mr. W.R. Jonk
Mr. W.R. Jonk is advocaat en partner bij Cleerdin & Hamer Advocaten.

Mr. R. Malewicz
Mr. R. Malewicz is advocaat en partner bij Cleerdin & Hamer Advocaten.
Artikel

Nieuw maatpak van ‘LoLo’ op de Zuidas

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2020
Auteurs Sabine Droogleever Fortuyn en Tom Elst
Auteursinformatie

Sabine Droogleever Fortuyn

Tom Elst
Beeld
Strafrecht

De uitleg van het begrip rechterlijke autoriteit bij de uitvaardiging van een Europees arrestatiebevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden rechterlijke autoriteit, Europees arrestatiebevel, onafhankelijkheid officier van justitie, overlevering, rechter-commissaris
Auteurs Mr. dr. J.W. van der Hulst
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 mei 2019 heeft het Hof van Justitie bij prejudiciële beslissing in drie zaken een uitspraak gedaan over de uitleg van het begrip ‘rechterlijke autoriteit’ in verband met het uitvaardigen van een Europees arrestatiebevel. Met een rechterlijke autoriteit wordt volgens het Hof van Justitie niet bedoeld het openbaar ministerie van een lidstaat dat niet onafhankelijk is van de uitvoerende macht, met name de minister van Justitie. Dit betekent dat in Nederland de Overleveringswet moet worden gewijzigd in de zin dat het uitvaardigen van een EAB voortaan is voorbehouden aan een rechterlijke autoriteit. Ook de Rechtbank Amsterdam moet zich beraden op de behandeling van lopende verzoeken tot overlevering afkomstig van niet-rechterlijke autoriteiten van andere lidstaten.
    HvJ 27 mei 2019, gevoegde zaken C-508/18 en C-82/19 PPU, OG en PI, ECLI:EU:C:2019:456 en HvJ 27 mei 2019, zaak C-509/18, Minister for Justice and Equality/PF, ECLI:EU:C:2019:457.


Mr. dr. J.W. van der Hulst
Mr. dr. J.W. (Jaap) van der Hulst is universitair docent Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

De inzet van privaat gewapend maritiem beveiligingspersoneel of Privately Contracted Armed Security Personnel (PCASP) aan boord van Belgische en Nederlandse koopvaardijschepen

Een rechtsvergelijkende analyse van de wetgeving van Europese vlaggenstaten

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Maritime piracy, private maritime security company, PMSC, vessel protection detachment, privately contracted armed security personnel
Auteurs Ilja Van Hespen
SamenvattingAuteursinformatie

    Until recently, Dutch merchant ships could not rely on privately contracted maritime security staff to protect themselves against pirates. On the one hand, the argument prevailed that the State had to retain the monopoly on the use of force and, on the other hand, one also feared for the escalation of violence or international incidents. Nowadays, however, more and more European countries allow for the use of privately contracted armed security personnel on board merchant ships. As a result, the Dutch Parliament has adopted a bill containing rules for the use of armed private security guards on board Dutch maritime merchant ships (Law to Protect Merchant Shipping 2019 (published in the Dutch official Gazette on June 7th, 2019)).
    The author addresses the question whether because of the new law a level playing field will emerge with the Merchant Navies from the neighboring Flag States of Belgium, the United Kingdom, Spain and Denmark, presenting a comparative analysis of their domestic legislation.
    The Dutch law clearly regulates the use of force and the master has the final responsibility for everything that happens under his authority. In principle, the security guards may only apply violence as the master has determined that it is necessary. Innovative is that there is a reporting obligation whereby every incident should be reported with images and sound recordings. It seems, however, that the law is especially made to protect and secure and not necessarily to provide a solution for situations in which pirates come on board.
    It is clear that the intention of the legislator is to leave the monopoly on the use of force in the hands of the State. However, the adoption of this law to protect merchant shipping could constitute a first step in enabling the use of force by other actors than the State, which in itself is groundbreaking. Before being able to go on this road, there are still countless political (mainly related to the sovereignty of a State) and legal challenges (mainly concerning the use of force and respect for human rights) to be addressed.


Ilja Van Hespen
Ilja Van Hespen is luitenant-ter-zee eerste klasse bij de Belgische Marinecomponent, hoofd van de Sectie Governance van de Naval Policy Staff van het Operationeel Commando van de Marine, doctorandus in de Sociale en Militaire Wetenschappen aan de Koninklijke Militaire School, doctorandus in de Rechten aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Gent, master Handelsingenieur en doctoral researcher aan het Rolin-Jaequemyns International Law Institute Ghent.
Artikel

Een tegenbod als beschermingsconstructie: wie is nu de jager?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2019
Trefwoorden beschermingsconstructie, beschermingsmaatregel, beursvennootschap, Pandora-constructie, tegenbod
Auteurs Mr. J. Alhashime
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt ingegaan op de toepasbaarheid van een beschermingsmaatregel uit de Amerikaanse praktijk die in Nederland nog niet is ingezet: de Pacmanstrategie. Bij deze beschermingsmaatregel brengt een vennootschap een (tegen)bod uit op de aandelen van de vijandige bieder met als doel het vijandige bod te frustreren.


Mr. J. Alhashime
Mr. J. Alhashime is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.
Artikel

Access_open Verslag MvO-symposium 27 september 2018

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden MvO, symposium, Maandblad voor Ondernemingsrecht, MvO Talent van het Jaar-prijs
Auteurs Mr. E.A. van Dooren
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van het MvO-symposium van 27 september 2018 met lezingen over de blockchain-AVA en de variabele beloningen voor bestuurders.


Mr. E.A. van Dooren
Mr. E.A. van Dooren is promovendus en docent bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht (Universiteit Utrecht).
Artikel

Toegang tot enquête voor kapitaalverschaffers – de evaluatie geëvalueerd

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2018
Trefwoorden ontvankelijkheid, enquêterecht, aandeelhouder, ondernemingsrecht, beursvennootschap
Auteurs Mr. drs. Q.L.C.M. Bongaerts
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bekritiseerde in 2016 de koppeling van geplaatst kapitaal en (beurs)waarde (art. 2:346 lid 1 aanhef en sub c BW). Deze bijdrage bevat enkele ontwikkelingen die aanpassing van de wettekst rechtvaardigen. De auteur behandelt het effectenonderzoek van Tilburg University, de literatuur en de discussie tijdens een expertbijeenkomst op het ministerie van Justitie en Veiligheid.


Mr. drs. Q.L.C.M. Bongaerts
Mr. drs. Q.L.C.M. Bongaerts is advocaat bij Bynkershoek in Amsterdam.
Artikel

De algemene vergadering van aandeelhouders: van een niet-representatieve formaliteit naar een modern beslissingsplatform

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2018
Trefwoorden corporate governance, aandeelhouders, AVA, besluitvorming, beursvennootschappen
Auteurs Mr. A.J.F. Lafarre en Mr. C.F. van der Elst
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaat een duidelijke kloof tussen de ondernemingsrechtelijke theorie en de praktijk als het gaat om de AVA van beursvennootschappen. De auteurs gaan in op deze bestaande problematiek, stellen een grondige modernisering van de AVA voor met moderne technologie en werpen een korte nieuwe blik op het Nederlandse corporate governance-bestel.


Mr. A.J.F. Lafarre
Mr. A.J.F. Lafarre is assistant professor bij het departement Business Law, Tilburg University.

Mr. C.F. van der Elst
Mr. C.F. van der Elst is hoogleraar bij het departement Business Law, Tilburg University en de vakgroep Metajuridica, privaat- en ondernemingsrecht, Universiteit Gent.
Artikel

Access_open Crimes Against Humanity and Hostes Generis Humani

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2018
Trefwoorden hostis generis humani, Luban, crimes against humanity, political community, international criminal law
Auteurs Antony Duff
SamenvattingAuteursinformatie

    In ‘The Enemy of All Humanity’, David Luban provides an insightful and plausible account of the idea of the hostis generis humani (one that shows that the hostis need not be understood to be an outlaw), and of the distinctive character of the crimes against humanity that the hostis commits. However, I argue in this paper, his suggestion that the hostis is answerable to a moral community of humanity (in whose name the ICC must thus claim to speak) is not tenable. Once we recognize the intimate connection between criminal law and political community, we can see that the hostis should answer to the local, domestic political community in and against which he commits his crimes; and that the proper role of the International Criminal Court, acting in the name of the community of nations, is to provide a second-best substitute for such answering when the local polity cannot or will not hold him to account.


Antony Duff
Antony Duff is Professor Emeritus at the University of Stirling.

    This paper starts by reviewing empirical research that threatens law and economics’ initial success. This research has demonstrated that the functioning of the law cannot be well understood based on the assumption of the rational actor and that policies which are based on this assumption are likely to be flawed. Subsequently, three responses to this criticism are discussed. Whereas the first response denounces this criticism by maintaining that the limitations attributed to the rational actor can easily be incorporated in rational choice theory, the second response welcomes the criticism as an opportunity to come up with an integrative theory of law and behavior. The third response also takes the criticism seriously but replaces the aspiration to come up with such an integrative theory by a context-sensitive approach. It will be argued that the first two responses fall short while the third response offers a promising way to go forward.


Peter Mascini
Prof. dr. P. Mascini, Erasmus School of Law and Erasmus School of Social and Behavioural Sciences, Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Emotions and Explanation in Cultural Criminology

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2018
Trefwoorden cultural criminology, emotions, affective states, explanation, theory
Auteurs dr. Nicolás Trajtenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Cultural Criminology (CC) is one of the most recent and exciting developments in criminological theory. Its main argument is that mainstream criminological theories provide inadequate explanations of crime due to epistemological and theoretical flaws. CC’s alternative involves assuming a phenomenological and interpretative approach that focuses on the cultural and emotional components of crime. In this article I shall argue that although CC makes a valid demand for more realistic and complex explanations of crime, its own alternative needs to deal with two main challenges referred to its conceptualization of explanation and emotion. First, two problematic antagonisms should be avoided: understanding vs. causal explanation; and universal nomothetic explanations as opposed to ideographic descriptions. Considering recent developments in philosophy of social science, particularly the ‘social mechanisms approach’, CC should focus on explaining retrospectively through identification of specific causal mechanisms rejecting universal and predictive pretensions. Second, although cultural criminologists rightly question the emotionless character of criminological explanations, they lack an articulated alternative conceptualization of emotions to explain crime. A more refined concept needs to be elaborated in dialogue with recent advances in social sciences.


dr. Nicolás Trajtenberg
Dr. Nicolás Trajtenberg is senior lecturer and researcher at the Department of Sociology, Universidad de la República (UdelaR), Uruguay. He holds a PhD in criminology by the Institute of Criminology, University of Cambridge, UK. His main areas of research are explanation and theory in criminology, and youth violence. E-mail: nico.trajtenberg@gmail.com.
Artikel

Een eerste stap in de implementatie van de herziene Aandeelhoudersrichtlijn

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden aandeelhoudersrechten, beloningsbeleid, transparantie, langetermijnbetrokkenheid, corporate governance
Auteurs Mr. T.C.A. Dijkhuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat het door de wetgever gepubliceerde Voorontwerp ter implementatie van de Aandeelhoudersrichtlijn, alsmede de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders centraal. De auteur besteedt hierbij ook aandacht aan enige consultatiereacties van diverse Nederlandse stakeholders.


Mr. T.C.A. Dijkhuizen
Mr. T.C.A. Dijkhuizen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en als promovendus verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en het Hazelhoff Centre for Financial Law van Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Witwassen en deelname aan een criminele organisatie als vangnet voor indirecte betrokkenheid van ondernemingen bij mensenrechtenschendingen

Een analyse van de aangifte tegen de Rabobank

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Rabobank, Mensenrechten, Witwassen, Criminele organisatie, Concernaansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Witwassen en deelname aan een criminele organisatie worden in de literatuur naar voren gebracht als mogelijke opties om indirecte betrokkenheid van Nederlandse ondernemingen bij ernstige mensenrechtenschendingen te redresseren. In deze bijdrage worden die mogelijkheden nader geanalyseerd aan de hand van een concrete casus: de vermeende betrokkenheid van de Rabobank bij witwasactiviteiten voor de Mexicaanse drugskartels in de VS. De aangifte die door SMX Collective is gedaan tegen de bank roept namelijk diverse juridisch interessante vragen op over toerekening in concernverhoudingen; een onderwerp dat tot op heden relatief onderbelicht is gebleven in literatuur en jurisprudentie en derhalve aandacht verdient.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    The highest administrative court in the Netherlands has delivered a razor-sharp ruling on the intra-community service provision set out in Articles 56 and 57 of the Treaty on the Functioning of the European Union). This concerns ‘new’ EU-nationals who are still under transitional measures with regard to access to the labour markets of ‘old’ EU Member States. The judgment was preceded by a request from the Chairman to a State Councillor Advocate General to deliver his opinion on various aspects of punitive administrative law practice in the Netherlands. Both the opinion and the judgment are a welcome clarification and addition (or even correction) on the practice.


Bart J. Maes
Bart J. Maes is a partner at Maes Staudt Advocaten N.V. in Eindhoven, the Netherlands (www.maes-staudt.nl).

    Feitelijk gebruik is bepalend voor beantwoording vraag of aan een dienstwoning of bedrijfswoning bescherming toekomt.

Artikel

Hoger beroep in het bestuursrecht: massaal gebruik, ontevreden gebruikers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Satisfaction, Appeals procedure, Administrative law
Auteurs Professor Bert Marseille, Dr. Barbara Brink en Mr. dr. Martje Boekema
SamenvattingAuteursinformatie

    In administrative law, a substantial number of citizens who are dissatisfied with government decisions go on to appeal their decision at a higher court. This article discusses how satisfied those appellants are about the procedure and the result.
    The data presented demonstrate a substantial difference in appreciation of the procedure between winners and losers. In addition, many appellants experience a very low degree of distributive justice. In part, people show a fundamental distrust in the administration of justice, but for a greater part, people argue that the higher court judge has not assessed their case in an expert or fair way.
    The most intriguing outcomes of the analysis concern the large majority, including both winners and losers, that claim that the verdict did not end the conflict with the counterparty. Additionally, almost everyone argues that they would file an appeal again, if presented with that possibility. The experienced dissatisfaction, skepticism and frustration regarding the procedure seem to have little or no influence on the willingness to return to the administrative higher court in the future.


Professor Bert Marseille
Bert Marseille is hoogleraar bestuurskunde, in het bijzonder de empirische bestudering van het bestuursrecht, bij de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.

Dr. Barbara Brink
Barbara Brink is docent bij de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen en coördineert de master Juridische bestuurskunde.

Mr. dr. Martje Boekema
Martje Boekema is universitair docent Staats- en Bestuursrecht bij de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek richt zich op de (bestuurs)rechtspraak en geschilbeslechting.
Artikel

Vervolging van ondernemingen voor schendingen van de mensenrechten: mogelijkheden naar Nederlands strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Trefwoorden (extraterritoriale) rechtsmacht, strafrechtelijke aansprakelijkheid van ondernemingen, zorgplicht, maatschappelijk verantwoord ondernemen, vervolging
Auteurs Mr. E.M. van Gelder en prof. dr. C.M.J. Ryngaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In toenemende mate lijken internationaal opererende ondernemingen betrokken te zijn bij mensenrechtenschendingen. Wanneer een onderneming zich schuldig maakt aan, of althans een aandeel heeft in mensenrechtenschendingen begaan in het buitenland, biedt de Nederlandse strafwet, met inbegrip van de rechtsmachtsbepalingen, verschillende mogelijkheden tot vervolging. In de praktijk heeft dit echter tot op heden niet geleid tot daadwerkelijke vervolging, laat staan tot een onherroepelijke veroordeling van een onderneming. Dit artikel zet de mogelijkheden uiteen voor vervolging naar Nederlands strafrecht.


Mr. E.M. van Gelder
Mr. E.M. van Gelder is promovenda aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

prof. dr. C.M.J. Ryngaert
Prof. dr. C.M.J. Ryngaert is hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 63 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.