Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 7801 artikelen

x
Article

Access_open Ship Recycling Financial Instruments: A Tax or Not a Tax?

Some Brief Reflections

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Ship Recycling Fund, Ship Recycling License, green ship scrapping, EU concept of tax, earmarked tax
Auteurs Han Kogels en Ton Stevens
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the question is reviewed whether two by the EU Commission proposed financial instruments to stimulate ‘green’ ship scrapping, (i) a Ship Recycling Fund (SRF) and (ii) a Ship Recycling License (SRL), might be qualified as a ‘tax’ under Article 192(2) TFEU. Qualification as such a “tax” would mean that the EU Commission can only introduce such a financial instrument with unanimity voting. The authors first explore the concept of ‘tax’ in the TFEU in general and in Article 192(2) TFEU in particular. Based on this analysis, the authors conclude that levies paid to an SRF might be qualified as an ‘earmarked tax’ falling within the definition of a ‘fiscal provision’ in the meaning of Article 192(2) TFEU, which means that levies to such a fund can only be introduced by unanimity voting. The SRL fee consists of two elements: (i) a fee to cover administrative expenses and (ii) a contribution to a savings account. The fee to cover administrative expenses is qualified by the authors as a retribution that should not be qualified as a fiscal provision in the meaning of Article 192(2) TFEU. The contribution to a blocked savings account can neither be qualified as a tax nor as a retribution. Therefore, the SRL fee can be introduced without unanimity voting by the EU Council.


Han Kogels
Prof. Dr. H.A. Kogels is Emeritus professor of European tax law Erasmus School of Law.

Ton Stevens
Prof. Dr. A.J.A. Stevens is Professor of corporation tax law Tilburg University and of counsel Loyens & Loeff, Rotterdam. He was previously holding the chair of international tax law at Erasmus School of Law and initially involved in the ship recycling financial instrument project but did not participate in the drafting of the final report.
Vrij verkeer

Access_open Gewezen EU-werknemer behoudt verblijfsrecht bij werkloosheid na twee weken werken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden vrij verkeer werknemers, werkzoekende, verblijfsrecht, toegang tot uitkering
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie voor het eerst uitleg aan artikel 7 lid 3 onder c Richtlijn 2004/38/EG. De taalkundige onduidelijkheid in deze bepaling leidde in de zaak Tarola tot de vraag of een werknemer die na twee weken te hebben gewerkt onvrijwillig werkloos wordt, de status als werknemer behoudt. Het Hof van Justitie antwoordt hier bevestigend op waarbij nog eens wordt bevestigd dat het Hof van Justitie streeft naar een interpretatie van het begrip werknemer waar zo veel mogelijk personen onder vallen.
    HvJ 11 april 2019, zaak C-483/17, ECLI:EU:C:2019:309 (Neculai Tarola/Minister for Social Protection)


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P. (Beryl) ter Haar is universitair docent en academisch coördinator advanced master Global and European Labour Law (GELL) aan de Universiteit Leiden en Visiting professor Universiteit Warschau.
Rechtsbescherming

Prejudiciële vragen over de geldigheid van EU-handelingen en effectieve rechtsbescherming: Eurobolt-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden prejudiciële procedure, geldigheid van EU-recht, nationale rechters, loyale samenwerking
Auteurs Dr. U. Jaremba MA LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In juli 2019 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaak Eurobolt BV. Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend door de Hoge Raad in een nationale procedure die door Eurobolt is aangespannen in reactie op de heffing van antidumpingrechten. Dit arrest van het Hof van Justitie is zeer relevant voor het stelsel van rechtsbescherming in de EU in het kader van rechterlijke toetsing van geldigheid van EU-recht. De kernvraag in deze zaak is of een nationale rechter informatie van EU-instellingen kan opvragen om de mogelijke ongeldigheid van een EU-handeling nader te onderzoeken. In deze bijdrage worden de uitspraak van het Hof van Justitie en de gevolgen daarvan voor het functioneren van nationale rechters geëvalueerd in de context van het EU-recht en met name de prejudiciële procedure.
    HvJ 3 juli 2019, zaak C-644/17, ECLI:EU:C:2019:555 (Eurobol BV)


Dr. U. Jaremba MA LLM
Dr. U. (Urszula) Jaremba MA LLM is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Vrij verkeer

Beperkingen van het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden in de lidstaten van de EU: Uit het oog, maar niet uit het hart?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden EU-burgerschap, Burgerschapsrichtlijn, voldoende middelen eis, uitzettingsmogelijkheden, gezinshereniging
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en H.H.C. Kroeze LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden in de EU wordt geregeld door de Burgerschapsrichtlijn. Dit recht is echter niet absoluut en kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een EU-burger onvoldoende inkomsten heeft om voor zichzelf en voor zijn familie te zorgen. Familieleden die geen EU-nationaliteit bezitten, hebben een recht om te verblijven in een gastlidstaat, wanneer zij hun familielid, die EU-burger is, begeleiden of zich bij deze EU-burger voegen. In de twee zaken die in dit artikel centraal staan, worden deze twee voorwaarden voor het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden door het Hof van Justitie nader uitgelegd.
    HvJ 2 oktober 2019, zaak C-93/18, ECLI:EU:C:2019:809 (Ermira Bajratari/Secretary of State for the Home Department)
    HvJ 10 september 2019, zaak. C-94/18, ECLI:EU:C:2019:692 (Nalini Chenchooliah/Minister for Justice and Equality)


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is onderzoeker bij the Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) en the Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht.

H.H.C. Kroeze LLM
H.H.C. (Hester) Kroeze LLM is promovenda Europees recht aan de Universiteit Gent, Ghent European Law Institute.
Article

Access_open The Relationship between Empirical Legal Studies and Doctrinal Legal Research

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden empirical legal studies, legal research methods, doctrinal legal research, new legal realism, critical legal studies, law and policy
Auteurs Gareth Davies
SamenvattingAuteursinformatie

    This article considers how empirical legal studies (ELS) and doctrinal legal research (DLR) interact. Rather than seeing them as competitors that are methodologically independent and static, it suggests that they are interdependent activities, which may each be changed by interaction with the other, and that this change brings both opportunities and threats. For ELS, the article argues that DLR should properly be understood as part of its theoretical framework, yet in practice little attention is given to doctrine in empirical work. Paying more attention to DLR and legal frames generally would help ELS meet the common criticism that it is under-theorised and excessively policy oriented. On the other hand, an embrace of legal thinking, particularly of critical legal thinking, might lead to loss of status for ELS in policy circles and mainstream social science. For DLR, ELS offers a chance for it to escape the threat of insular sterility and irrelevance and to participate in a founded commentary on the world. The risk, however, is that in tailoring legal analysis to what can be empirically researched legal scholars become less analytically ambitious and more safe, and their traditionally important role as a source of socially relevant critique is weakened. Inevitably, in offering different ways of moving to normative conclusions about the law, ELS and DLR pose challenges to each other, and meeting those challenges will require sometimes uncomfortable self-reflection.


Gareth Davies
Gareth Davies is Professor of European Law at the Faculty of Law of the Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Access_open Can Non-discrimination Law Change Hearts and Minds?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden law and society, social change, discrimination, non-discrimination law, positive action
Auteurs Anita Böcker
SamenvattingAuteursinformatie

    A question that has preoccupied sociolegal scholars for ages is whether law can change ‘hearts and minds’. This article explores whether non-discrimination law can create social change, and, more particularly, whether it can change attitudes and beliefs as well as external behaviour. The first part examines how sociolegal scholars have theorised about the possibility and desirability of using law as an instrument of social change. The second part discusses the findings of empirical research on the social working of various types of non-discrimination law. What conclusions can be drawn about the ability of non-discrimination law to create social change? What factors influence this ability? And can non-discrimination law change people’s hearts and minds as well as their behaviour? The research literature does not provide an unequivocal answer to the latter question. However, the overall picture emerging from the sociolegal literature is that law is generally more likely to bring about changes in external behaviour and that it can influence attitudes and beliefs only indirectly, by altering the situations in which attitudes and opinions are formed.


Anita Böcker
Anita Böcker is associate professor of Sociology of Law at Radboud University, Nijmegen.
Artikel

Access_open Wie stuurt de veiligheidsregulering van de (deels) zelfrijdende auto?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verkeersveiligheid, aansprakelijkheid, verkeersverzekering
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige technologische ontwikkelingen op het terrein van de voertuigautomatisering stellen het bestaande publiekrechtelijk reguleringsinstrumentarium op de proef. Daarbij spelen met name de snelheid van de ontwikkelingen, de onzekerheid over de veiligheidseffecten en de nieuwsoortige aard van de technologie en de daaraan verbonden risico’s een rol. Een van de vragen die daarbij rijst, is die naar het potentieel van het aansprakelijkheidsrecht om als aanvullend of substituut-reguleringsinstrument te fungeren. Het antwoord op die vraag is, in ieder geval in theorie, positief.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. (Kiliaan) van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Privaatrecht en publiekrecht in de consumentenbescherming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Private regulering, duaal stelsel WHC, consumentenrecht, publiekrechtelijk toezicht, strooischade
Auteurs Mr. E. Verviers
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen bestuursrecht en privaatrecht, onderwerp van dit themanummer, speelde onder andere bij de totstandkoming van de Wet handhaving consumentenbescherming. Aan de hand van de relevante openbare documenten wordt aangetoond dat de vraag of het wenselijk is om op het privaatrechtelijke terrein van het consumentenrecht een publiekrechtelijke toezichthouder in te schakelen, zonder theoretische discussie bevestigend werd beantwoord. Met betrekking tot de vraag welke instrumenten de publiekrechtelijke toezichthouder daarbij ter beschikking staan, was er een gestage ontwikkeling van ‘zo min mogelijk publiekrechtelijke instrumenten, want het gaat om privaatrecht’ naar ‘volledig publiekrechtelijk handhaven, omdat er effectief toezicht moet zijn’.


Mr. E. Verviers
Mr. E. (Emile) Verviers was van 1976 tot 2017 wetgevingsjurist, in verschillende functies, eerst bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en daarna bij het Ministerie van Economische Zaken, waar hij onder andere betrokken was bij het consumentenrecht.
Artikel

OV-verboden: tussen publiekrecht en privaatrecht

Het rechtskarakter van toegangsverboden op stations en in het openbaar vervoer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden reisverbod, private regulering, buitengewoon opsporingsambtenaar, handhaving, sancties
Auteurs Mr. dr. A.E. van Rooij en Mr. S.O. Visch
SamenvattingAuteursinformatie

    OV-verboden worden opgelegd om overlast in het openbaar vervoer en op stations te bestrijden. Zowel het privaatrechtelijke huisrecht en contractenrecht als de Wet personenvervoer 2000 bieden vervoerders en hun veiligheidspersoneel een juridische basis voor dit optreden. Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is onduidelijk gebleven wat het rechtskarakter van de OV-verboden is. Dit heeft gevolgen voor de toepasselijkheid van de beginselen van behoorlijk bestuur, grondrechten en de laagdrempelige bestuursrechtelijke rechtsbeschermingsprocedure. Om onduidelijkheid in de (rechts)praktijk te voorkomen, zou in algemene zin nagegaan moeten worden wat privaatrechtelijk al kan en wat de noodzaak is van nadere publiekrechtelijke bevoegdheden, voordat wordt overgegaan tot wettelijke regeling van sancties die worden opgelegd door private partijen.


Mr. dr. A.E. van Rooij
Mr. dr. A.E. (Mandy) van Rooij is wetgevingsjurist bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij is tevens docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. S.O. Visch
Mr. S.O. Visch is advocaat te Den Haag en werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Article

Access_open Basel IV Postponed: A Chance to Regulate Shadow Banking?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Basel Accords, EU Law, shadow banking, financial stability, prudential regulation
Auteurs Katarzyna Parchimowicz en Ross Spence
SamenvattingAuteursinformatie

    In the aftermath of the 2007 global financial crisis, regulators have agreed a substantial tightening of prudential regulation for banks operating in the traditional banking sector (TBS). The TBS is stringently regulated under the Basel Accords to moderate financial stability and to minimise risk to government and taxpayers. While prudential regulation is important from a financial stability perspective, the flipside is that the Basel Accords only apply to the TBS, they do not regulate the shadow banking sector (SBS). While it is not disputed that the SBS provides numerous benefits given the net credit growth of the economy since the global financial crisis has come from the SBS rather than traditional banking channels, the SBS also poses many risks. Therefore, the fact that the SBS is not subject to prudential regulation is a cause of serious systemic concern. The introduction of Basel IV, which compliments Basel III, seeks to complete the Basel framework on prudential banking regulation. On the example of this set of standards and its potential negative consequences for the TBS, this paper aims to visualise the incentives for TBS institutions to move some of their activities into the SBS, and thus stress the need for more comprehensive regulation of the SBS. Current coronavirus crisis forced Basel Committee to postpone implementation of the Basel IV rules – this could be perceived as a chance to complete the financial regulatory framework and address the SBS as well.


Katarzyna Parchimowicz
LLM. Finance (Frankfurt), PhD candidate at the University of Wrocław, Poland, Young Researcher at the European Banking Institute, Frankfurt, Germany – katarzyna.parchimowicz@uwr.edu.pl.

Ross Spence
EURO-CEFG PhD Fellow at Leiden University Law School, Young Researcher at the European Banking Institute and Research Associate at the Amsterdam Centre for Law and Economics – r.spence@law.leidenuniv.nl.
Article

Access_open Positive State Obligations under European Law: A Tool for Achieving Substantive Equality for Sexual Minorities in Europe

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Positive obligations, sexual minorities, sexual orientation, European law, human rights
Auteurs Alina Tryfonidou
SamenvattingAuteursinformatie

    This article seeks to examine the development of positive obligations under European law in the specific context of the rights of sexual minorities. It is clear that the law should respect and protect all sexualities and diverse intimate relationships without discrimination, and for this purpose it needs to ensure that sexual minorities can not only be free from state interference when expressing their sexuality in private, but that they should be given the right to express their sexuality in public and to have their intimate relationships legally recognised. In addition, sexual minorities should be protected from the actions of other individuals, when these violate their legal and fundamental human rights. Accordingly, in addition to negative obligations, European law must impose positive obligations towards sexual minorities in order to achieve substantive equality for them. The article explains that, to date, European law has imposed a number of such positive obligations; nonetheless, there is definitely scope for more. It is suggested that European law should not wait for hearts and minds to change before imposing additional positive obligations, especially since this gives the impression that the EU and the European Court of Human Rights (ECtHR) are condoning or disregarding persistent discrimination against sexual minorities.


Alina Tryfonidou
Professor of Law, University of Reading.
Buitenlands nieuws

Volksvertegenwoordiging in tijden van crises

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Assemblée nationale, plenaire en commissievergaderingen, COVID-19, virtuele politieke representatie, vrij mandaat
Auteurs Mr. dr. G. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan het functioneren van de Franse Assemblée nationale als gevolg van COVID-19. Op welke wijze wordt in de Republiek tijdens de coronacrisis tegemoetgekomen aan de fundamentele rol van het direct gekozen volksvertegenwoordigende orgaan? Allereerst wordt de werkwijze van vergaderingen van de Assemblée in plenair en commissieverband besproken. Vervolgens komt de wijze van stemmingen in de Assemblée aan bod. Daarna volgen enkele opmerkingen van vergelijkende aard inzake het functioneren van de Assemblée nationale en de Tweede Kamer der Staten-Generaal tijdens de corona-uitbraak op het Europese vasteland.


Mr. dr. G. Karapetian
Mr. G. (Gohar) Karapetian is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Niet meer en niet minder

Over normatieve overwegingen bij het vaststellen van causaal verband

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden condicio sine qua non, schadevergoeding, hypothetisch scenario, billijkheid, geschonden norm
Auteurs W.Th. Nuninga LLM MJur
SamenvattingAuteursinformatie

    De vaststelling van het csqn-verband wordt gezien als een feitelijke exercitie waar normatieve overwegingen geen rol spelen. In deze bijdrage wordt betoogd (1) dat dit onjuist is omdat normatieve overwegingen ook nu al een rol spelen, maar (2) dat deze overwegingen ten onrechte alleen ten gunste van het slachtoffer werken.


W.Th. Nuninga LLM MJur
W.Th. Nuninga LLM MJur is PhD Fellow bij de Universiteit Leiden.
Artikel

‘Maximov’ revisited

Naar een ruimere bevoegdheid van de rechter om een vernietigd buitenlands arbitraal vonnis alsnog van verlof tot tenuitvoerlegging te voorzien

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden internationale arbitrage, partiële nietigheid, nietigheid van rechtswege, contractsvrijheid, verdragsinterpretatie
Auteurs Mr. C.J.W. Baaij
SamenvattingAuteursinformatie

    Is een buitenlands arbitraal vonnis vatbaar voor tenuitvoerlegging als het is vernietigd in het land van origine? In beginsel niet, zo wordt thans in de literatuur aangenomen op basis van de beschikking van de Hoge Raad uit 2017 inzake Maximov/NMLK. Deze beschikking staat echter een ruimere lezing toe die beter aansluit bij de tendens in het Nederlandse vermogensrecht om de oorzaken en gevolgen van nietigheden zo veel mogelijk te beperken.


Mr. C.J.W. Baaij
Mr. C.J.W. Baaij is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De (on)zin van strategisch contracteren bij gebruik en levering van zaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden uitleg, kwalificatie, medische behandelingsovereenkomst, koopovereenkomst, hulpzaken
Auteurs Mr. dr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht of een poging tot strategisch contracteren effect heeft in het licht van de uitleg en kwalificatie van de overeenkomst. Dit wordt besproken aan de hand van een voorbeeld waarin een hulpverlener met een patiënt overeenkomt dat een zaak aan de patiënt wordt geleverd met als doel de toepassing van art. 7:24 lid 2 BW te activeren.


Mr. dr. J.T. Hiemstra
Mr. dr. J.T. Hiemstra is advocaat bij Hausfeld te Amsterdam.
Article

Access_open A Positive State Obligation to Counter Dehumanisation under International Human Rights Law

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Dehumanisation, International Human Rights Law, Positive State obligations, Framework Convention for the Protection of National Minorities, International Convention on the Elimination of all forms of Racial Discrimination
Auteurs Stephanie Eleanor Berry
SamenvattingAuteursinformatie

    International human rights law (IHRL) was established in the aftermath of the Second World War to prevent a reoccurrence of the atrocities committed in the name of fascism. Central to this aim was the recognition that out-groups are particularly vulnerable to rights violations committed by the in-group. Yet, it is increasingly apparent that out-groups are still subject to a wide range of rights violations, including those associated with mass atrocities. These rights violations are facilitated by the dehumanisation of the out-group by the in-group. Consequently, this article argues that the creation of IHRL treaties and corresponding monitoring mechanisms should be viewed as the first step towards protecting out-groups from human rights violations. By adopting the lens of dehumanisation, this article demonstrates that if IHRL is to achieve its purpose, IHRL monitoring mechanisms must recognise the connection between dehumanisation and rights violations and develop a positive State obligation to counter dehumanisation. The four treaties explored in this article, the European Convention on Human Rights, the International Covenant on Civil and Political Rights, the Framework Convention for the Protection of National Minorities and the International Convention on the Elimination of all forms of Racial Discrimination, all establish positive State obligations to prevent hate speech and to foster tolerant societies. These obligations should, in theory, allow IHRL monitoring mechanisms to address dehumanisation. However, their interpretation of the positive State obligation to foster tolerant societies does not go far enough to counter unconscious dehumanisation and requires more detailed elaboration.


Stephanie Eleanor Berry
Senior Lecturer in International Human Rights Law, University of Sussex.
Article

Access_open How Far Should the State Go to Counter Prejudice?

A Positive State Obligation to Counter Dehumanisation

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden prejudice, soft paternalism, empathy, liberalism, employment discrimination, access to goods and services
Auteurs Ioanna Tourkochoriti
SamenvattingAuteursinformatie

    This article argues that it is legitimate for the state to practice soft paternalism towards changing hearts and minds in order to prevent behaviour that is discriminatory. Liberals accept that it is not legitimate for the state to intervene in order to change how people think because ideas and beliefs are wrong in themselves. It is legitimate for the state to intervene with the actions of a person only when there is a risk of harm to others and when there is a threat to social coexistence. Preventive action of the state is legitimate if we consider the immaterial and material harm that discrimination causes. It causes harm to the social standing of the person, psychological harm, economic and existential harm. All these harms threaten peaceful social coexistence. This article traces a theory of permissible government action. Research in the areas of behavioural psychology, neuroscience and social psychology indicates that it is possible to bring about a change in hearts and minds. Encouraging a person to adopt the perspective of the person who has experienced discrimination can lead to empathetic understanding. This, can lead a person to critically evaluate her prejudice. The paper argues that soft paternalism towards changing hearts and minds is legitimate in order to prevent harm to others. It attempts to legitimise state coercion in order to eliminate prejudice and broader social patterns of inequality and marginalisation. And it distinguishes between appropriate and non-appropriate avenues the state could pursue in order to eliminate prejudice. Policies towards eliminating prejudice should address the rational and the emotional faculties of a person. They should aim at using methods and techniques that focus on persuasion and reduce coercion. They should raise awareness of what prejudice is and how it works in order to facilitate well-informed voluntary decisions. The version of soft paternalism towards changing minds and attitudes defended in this article makes it consistent with liberalism.


Ioanna Tourkochoriti
Lecturer Above the Bar, NUI Galway School of Law.
Artikel

Het verhaal gaat …

Een positief criminologische visie op radicalisering

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden positieve criminologie, polarisatie, staircase model, continuum of violence, typologie van geweld
Auteurs Anneke van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    The first part of this article presents three academic theories on radicalisation: Moghaddam’s staircase model of radicalisation, Galtung’s typology of violence (direct, structural and cultural violence), and Staub’s psycho-educative approach. The core of Staub’s approach is that in conflict periods, people can be psychologically manipulated through their own fears, insecurities and unresolved traumas. Therefore, psycho-education and the empowerment of people are highly necessary to stimulate citizens to function as active bystanders when they are confronted with wrongdoing. In the second part of this article some promising approaches are pres­en‍ted which might increase personal and social resilience. The role of narratives in understanding experiences and changing identities is discussed. Radio La Benevolencija in Rwanda uses the power of storytel­l‍ing to stimulate resilience among the population. In the concluding paragraph a two-pronged strategy on radicalization is presented. This positive criminological perspective aims to promote active bystandership, participation and resilience.


Anneke van Hoek
Anneke van Hoek is zelfstandig gevestigd criminoloog en medeoprichter van Restorative Justice Nederland en Stichting Radio La Benevolencija.

Bente London
Bente London is directeur van Beterburen Amsterdam en omgeving.

Anneke van Hoek
Anneke van Hoek is zelfstandig gevestigd criminoloog en medeoprichter van Restorative Justice Nederland en Stichting Radio La Benevolencija.

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is hoofdredacteur van dit tijdschrift. Hij is als research fellow verbonden aan het onderzoekscentrum Staat & Recht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen behoren politie, veiligheidszorg, straftheorie en herstelrecht. www.basvanstokkom.nl
Toont 1 - 20 van 7801 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.