Zoekresultaat: 110 artikelen

x
Artikel

Welzijn, primaire levensbehoeften en delinquentie bij adolescenten

Etiologische assumpties van het Good Lives Model getoetst

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden GLM, Rehabilitation, Juvenile delinquency, Life satisfaction, Youth
Auteurs Colinda Serie PhD, Prof. dr. Stefaan Pleysier, Prof. dr. Johan Put e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A recent rehabilitation theory, the ‘Good Lives Model’ (GLM), states that interventions that work towards a higher well-being can reduce recidivism risk more sustainably by promising a happier, pro-social life, rather than just a less harmful one. Although the GLM theory appears promising, limited empirical research has examined its underlying assumptions, applicability and its effectiveness. Research into the GLM with youth is even more limited. Therefore, in the current study, we investigate the main etiological assumptions of the GLM in a large group of adolescents between 14 and 18 years old from the general population (N=5.776), by means of self-report survey data on well-being, primary human goods and delinquency. The results show that a lower subjective global well-being is related to delinquent behavior. Especially the primary human goods of relatedness and working towards a financially stable future appear to be important goals for interventions aimed at rehabilitation of juvenile offenders.


Colinda Serie PhD
C.M.B. Serie is PhD-onderzoeker aan de KU Leuven.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is hoofddocent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven en coördinator van de Onderzoekslijn Jeugdcriminologie en Jeugdrecht aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC).

Prof. dr. Johan Put
Prof. dr. J. Put is gewoon hoogleraar jeugd- en welzijnsrecht aan de KU Leuven.

Prof. dr. Corine de Ruiter
Prof. dr. C. de Ruiter is als hoogleraar Forensische Psychologie, verbonden aan de Universiteit Maastricht.
Redactioneel

Access_open Hedendaagse jeugdcriminaliteit: nieuwe vragen en enkele antwoorden na een historische daling

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Auteurs Dr. André van der Laan, Prof. dr. Stefaan Pleysier en Prof. dr. Frank Weerman
Auteursinformatie

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senioronderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid in Den Haag.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is hoofddocent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven en coördinator van de Onderzoekslijn Jeugdcriminologie en Jeugdrecht aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC).

Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Over gewetensbeslissingen en het probleem van subjectiviteit bij rechterlijke oordeelsvorming

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden rechterlijke beslissing, Geweten, Subjectiviteit, Objectivering, Motivering
Auteurs Mr. dr. Tom van Malssen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article delineates the problem of judicial subjectivity in so-called ‘hard cases’. Decisions in such cases are essentially decisions of conscience, which in principle can escape the control mechanisms of objectivation and justification. This leads to the question as to the attributes of a good judge.


Mr. dr. Tom van Malssen
Mr. dr. T. van Malssen is advocaat (bij de Hoge Raad) bij Dirkzwager Legal & Tax en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Hij promoveerde in de politieke filosofie.
Artikel

Access_open De renaissance van de voorlopige maatregelen in het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden voorlopige maatregel, voorlopige voorziening, last onder dwangsom, interim measure, Broadcom
Auteurs Marieke Bredenoord-Spoek en Stijn de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit overzichtsartikel beschrijft het handhavingsinstrument van de ‘voorlopige maatregel’ in het Europese en Nederlandse mededingingsrecht. De auteurs signaleren dat dit instrument aan populariteit wint bij toezichthouders.


Marieke Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

Access_open De rechtspositie van aangehouden minderjarige verdachten in de eerste fase van het strafrechtelijk onderzoek

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Jeugdstrafrecht, IVRK, Rechtsbijstand, EU Richtlijn 2016/800
Auteurs Mr. drs. M. (Marije) Jeltes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de rechtspositie van aangehouden minderjarige verdachten vanaf het moment van aanhouding tot en met de voorgeleiding onderzocht en naast de lat van Europese en internationale kinderrechten gelegd. Welke rechten en plichten hebben minderjarige verdachten in het Nederlandse rechtssysteem tijdens de eerste fase van het strafrechtelijk onderzoek, welke rol hebben Europese regelgeving en internationale kinderrechten in de totstandkoming van deze rechten en plichten gespeeld en voldoet Nederland aan dit internationale kader van kinderrechten?


Mr. drs. M. (Marije) Jeltes
Marije Jeltes is jurist en jeugdcriminoloog en als docent en onderzoeker werkzaam bij de afdeling Jeugdrecht van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Zij is tevens (kinder)rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Amsterdam en rechtbank Rotterdam en lid van de afdeling Advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).
Artikel

Het gebruik van oligarchische clausules bij benoeming en ontslag door Nederlandse beursvennootschappen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden corporate governance, bindende voordracht, ontslag, ontstentenis, aandeelhouders
Auteurs Mr. B. Kemp en Mr. A.S. Renshof
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit ons onderzoek volgt dat een ruime meerderheid van de Nederlandse beursvennootschappen de bevoegdheid van de aandeelhoudersvergadering om bestuurders te benoemen en ontslaan beperkt door het gebruik van zogeheten oligarchische clausules. Hieruit worden in deze longread enkele conclusies getrokken, waaronder dat oligarchische clausules worden gebruikt als correctie op het aandeelhoudersvriendelijke wettelijke uitgangspunt.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en als universitair docent verbonden aan Maastricht University. Hij is daarnaast redacteur van dit tijdschrift.

Mr. A.S. Renshof
Mr. A.S. Renshof is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Vrij verkeer

De toepassing van de aanbestedingsplicht van ambulancediensten op Samaritanen en Maltezers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden aanbesteding, aanbestedingsplicht, Falck, ambulancevervoer, ambulancedienst
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers en Mr. E.S. Haalebos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 maart 2019 wees het Hof van Justitie arrest in de zaak Falck Rettungsdienste GmbH en Falck A/S/Stadt Solingen. Het Hof van Justitie stelt vast wanneer ambulancediensten door non-profitorganisaties, op grond van artikel 10 sub h Richtlijn 2014/24/EU, uitgezonderd zijn van de aanbestedingsplicht.
    HvJ 21 maart 2019, zaak C-465/17, Falck Rettungsdienste GmbH en Falck A/S/Stadt Solingen (Falck Rettungsdienste), ECLI:EU:C:2019:234.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.

Mr. E.S. Haalebos
Mr. E.S. (Eelkje) Haalebos is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.
Artikel

Access_open De organisatie van het ziekenhuis: integratieproces of Echternach-processie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden belangenverstrengeling, bestuur en toezicht, executive committee, governance, Governance Code Zorg 2017
Auteurs Prof. mr. L.G.H.J. Houwen
SamenvattingAuteursinformatie

    De integrale bekostiging van ziekenhuizen heeft geresulteerd in de vorming van grootschalige Medisch Specialistische Bedrijven (MSB’s). Voor de verhoudingen binnen de medische staf biedt dit nieuwe samenwerkingsmodel kansrijke perspectieven. In de relatie met het ziekenhuisbestuur manifesteren zich daarentegen hardnekkige governancedilemma’s, namelijk: (i) een meerledige overlegstructuur met de medische staf; (ii) een meervoudige besturing van het ziekenhuis; en (iii) een kwetsbare positionering van de raad van toezicht. Voor een meer evenwichtige en toekomstbestendige governancestructuur wordt, tegen de achtergrond van de actuele ontwikkelingen in de curatieve sector, een verdergaande integratie van medisch specialisten in een gemeenschappelijke ziekenhuisorganisatie bepleit. Naast vormen van werknemersparticipatie of hybride participatiemodellen komt daarvoor met name een coöperatieve ondernemingsvorm in aanmerking die zich dan verder kan doorontwikkelen tot een regionale medische netwerkorganisatie.


Prof. mr. L.G.H.J. Houwen
Louis Houwen is bijzonder hoogleraar privaat-publiek ondernemingsrecht Tilburg University, Tias, School for Business and Society en advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen te Nijmegen.
Vrij verkeer

Bescherming van wezenlijke nationale belangen en de aanbestedingsplicht

Rechtstreekse gunning van overheidsopdrachten als ultimum remedium

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden Artikel 346 lid 1 VWEU, Richtlijn 2004/18/EG, Richtlijn 92/50/EEG, wezenlijke nationale veiligheidsbelangen, fundamentele vrijheden, Aanbestedingsrecht
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers en Mr. A.J.M. Louwers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 20 maart 2018 inzake Europese Commissie tegen de Republiek Oostenrijk verduidelijkt het Hof van Justitie onder welke voorwaarden het lidstaten is toegestaan om af te zien van een Europese aanbesteding door zich te beroepen op de bescherming van wezenlijke nationale veiligheidsbelangen. Het Hof van Justitie overweegt dat lidstaten hierin weliswaar een beoordelingsmarge toekomt, maar dat de lidstaat die zich op deze uitzondering beroept moet kunnen aantonen dat die belangen niet anders beschermd hadden kunnen worden. Ook Nederland verkent de mogelijkheden voor verruiming van deze uitzonderingsgrond. Gelet op de groeiende publieke aandacht voor de bescherming van persoonsgegevens en nationale veiligheid, biedt deze zaak concrete aanknopingspunten om te toetsen wanneer een uitzondering op de aanbestedingsplicht wegens wezenlijke veiligheidsbelangen gerechtvaardigd is.
    HvJ 20 maart 2018, zaak C-187/16, Europese Commissie/Republiek Oostenrijk (Oostenrijkse Staatsdrukkerij), ECLI:EU:C:2017:578.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.

Mr. A.J.M. Louwers
Mr. A.J.M. (Noud) Louwers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.
Artikel

Access_open Oververtegenwoordiging van jongeren met een migratieachtergrond in de strafrechtketen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden disproportionate minority contact, DMC, juvenile justice, ethnicity, adolescents
Auteurs Dr. Albert Boon, Melissa van Dorp MSc en Drs. Sjouk de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In the United States, the term disproportionate minority contact (DMC) is used to refer to the disproportionate number of minority youth who come into contact with the juvenile justice system. Statistics on DMC in the United States put the issue on the political agenda and measures have been taken to reduce the inequality. In the Netherlands, there are some studies on the representation of ethnic minority groups in suspect statistics, but data regarding all ethnic groups at various stages of the juvenile justice chain are lacking. Due to this lack of information, DMC is not mentioned in Dutch research literature and is not a political issue. Therefore, the purpose of this article was to explore whether DMC existed in the Netherlands and whether elements of the US policy could be applied to the Dutch situation. To investigate this, the likelihood (odds ratio (OR)) was calculated for young people with a migration background to be registered and held as a suspect, to participate in an alternative punishment program (Halt) and their likelihood of incarceration. It turned out that the OR for young people with a non-Western migration background to be registered as a suspect was more than three times as high, with an OR of 5 or higher for some ethnic groups. The chances of a Halt-settlement were much lower for young people with a non-Western background. The odds of ending up in a youth prison was over six times higher for youngsters with a non-Western background compared to their Dutch native peers. For young people of Caribbean and Moroccan origin the likelihood was more than ten times higher. These results showed that DMC is present at all examined stages in the Dutch juvenile justice chain. The large overrepresentation of young people with a migration background (especially of Moroccan and Caribbean origin) shows that further research is needed in order to develop programs to reduce DMC. To establish this, it is important to register the ethnic origin of the individuals at all stages of the juvenile justice chain.


Dr. Albert Boon
Dr. A.E. Boon is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij Curium-LUMC, de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie Universiteit Leiden.

Melissa van Dorp MSc
M. van Dorp, MSc is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij de Academische Werkplaats Risicojeugd.

Drs. Sjouk de Boer
Drs. S.B.B. de Boer is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep).
Overheidsaanbestedingen

Access_open Geen vereenzelviging van moeder- en dochtermaatschappij ten aanzien van aanbestedingsplicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden aanbestedende dienst, publiekrechtelijke instelling, (quasi-)inbesteden
Auteurs Mr. E.E. Zeelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak heeft betrekking op een dochtermaatschappij van de Litouwse (staats)Spoorwegen. Deze dochtermaatschappij draait 90 procent van haar omzet op opdrachten van de Litouwse Spoorwegen. De vraag rijst of deze dochtermaatschappij een aanbestedende dienst is. Het Hof van Justitie oordeelt dat daartoe moet worden getoetst aan de criteria voor kwalificatie als publiekrechtelijke instelling. De advocaat-generaal was overigens een andere mening toegedaan.
    HvJ 5 oktober 2017, zaak C-567/15, LitSpecMet UAB/Vilniaus lokomotyvų remonto depas UAB, ECLI:EU:C:2017:736 en Conclusie A-G Campos Sánchez-Bordona 27 april 2017, zaak C-567/15, LitSpecMet UAB/Vilniaus lokomotyvų remonto depas UAB, ECLI:EU:C:2017:319


Mr. E.E. Zeelenberg
Mr. E.E. (Elise) Zeelenberg is advocaat aanbestedingsrecht bij Hekkelman Advocaten & Notarissen.
Article

Access_open The Questionable Legitimacy of the OECD/G20 BEPS Project

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2017
Trefwoorden base erosion and profit shifting, OECD, G20, legitimacy, international tax reform
Auteurs Sissie Fung
SamenvattingAuteursinformatie

    The global financial crisis of 2008 and the following public uproar over offshore tax evasion and corporate aggressive tax planning scandals gave rise to unprecedented international cooperation on tax information exchange and coordination on corporate tax reforms. At the behest of the G20, the OECD developed a comprehensive package of ‘consensus-based’ policy reform measures aimed to curb base erosion and profit shifting (BEPS) by multinationals and to restore fairness and coherence to the international tax system. The legitimacy of the OECD/G20 BEPS Project, however, has been widely challenged. This paper explores the validity of the legitimacy concerns raised by the various stakeholders regarding the OECD/G20 BEPS Project.


Sissie Fung
Ph.D. Candidate at the Erasmus University Rotterdam and independent tax policy consultant to international organisations, including the Asian Development Bank.
Artikel

Street-level bureaucracy en verwijzingen naar gedragsinterventies in Nederlandse penitentiaire inrichtingen

Discrepanties tussen beleid en praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden prison, treatment, reducing recidivism, correctional treatment referrals, street-level bureaucracy theory
Auteurs Anouk Bosma MSc, Dr. Maarten Kunst, Dr. Anja Dirkzwager e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies indicated that detainees are not always allocated to treatment programs based on official guidelines. Street-level bureaucracy theory suggests that this is because government employees do not always perform policies as prescribed. This study aimed to assess whether this also applies to the allocation of offenders to treatment in Dutch penitentiary institutions. This was studied among a group of 541 male prisoners who participated in the Recidivism Reduction program. The results showed that official policy guidelines were, in most cases, not leading when referring detainees to behavioral interventions. Instead, treatment referrals were influenced by a broad range of risk factors, as well as the length of an offender’s sentence.


Anouk Bosma MSc
A.Q. Bosma MSc is universitair docent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Maarten Kunst
Dr. M.J.J. Kunst is universitair hoofddocent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden en het mededingingsrecht: wat moet een mededingingsjurist weten van de mogelijkheden tot uitsluiting in het aanbestedingsrecht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden aanbesteding, uitsluitingsgronden, ernstige fout, valse verklaring, proportionaliteit
Auteurs Maurice Esssers en Robert Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de per 1 juli 2016 geïntroduceerde wijzigingen van de Aanbestedingswet 2012 is het kader voor aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden gewijzigd. In dit artikel staan de uitsluitingsgronden centraal die voor beoefenaars van het mededingingsrecht relevant zijn. Met name wanneer ACM boetes oplegt wegens overtreding van (sectorspecifieke) regelgeving, gaan deze uitsluitingsgronden in latere aanbestedingen een rol spelen. Aspecten van een besluit die een impact hebben op de aanbestedingsrechtelijke kansen van ondernemingen zijn onder meer: de duur van de overtreding, de aard van de overtreding, de wijze van afdoening, de rechtspersonen waaraan de overtreding wordt toegerekend, de publicatiedatum en de mate van verwijtbaarheid.


Maurice Esssers
Mr. M.J.J.M. Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Robert Fröger
Mr. R.A. Fröger is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.
Artikel

Modernisering van de personenvennootschappen

Column

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2016
Trefwoorden Werkgroep personenvennootschappen
Auteurs Mr. E.A. van Dooren
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs heeft de minister van Veiligheid en Justitie een rapport over de modernisering van de personenvennootschappen in ontvangst genomen. Het rapport is opgesteld door de Werkgroep Personenvennootschap en bevat een voorgestelde regeling met aanbevelingen voor het oplossen van bekende knelpunten en de opvulling van lacunes onder het huidige recht.


Mr. E.A. van Dooren
Mr. E.A. van Dooren is promovendus bij het Van der Heijden Instituut (OO&R, Radboud Universiteit). Hij is als secretaris verbonden aan de Werkgroep Personenvennootschap.
Artikel

Arrest Regiopost en sociale voorwaarden bij overheidsaanbestedingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden aanbestedingsrecht, cao, sociaal beleid, minimumloon
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Unie dient op grond van artikel 3 lid 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) sociale uitsluiting en discriminatie te bestrijden en sociale rechtvaardigheid en bescherming te bevorderen. Het Hof van Justitie oordeelde in de zaak Regiopost dat het stellen van een minimumlooneis ter bestrijding van ‘asociale ondernemers’ in aanbestedingsstukken mogelijk is, ongeacht of er een algemeen wettelijk minimumloon of een algemeen verbindende cao is. In dit artikel wordt mede aan de hand van dit arrest ingegaan op de beleidsruimte voor aanbestedende diensten bij het realiseren van sociale doelstellingen.
    HvJ 17 november 2015, zaak C-115/14, RegioPost, ECLI:EU:C:2015:760


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is als advocaat aanbestedingsrecht werkzaam bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

mr.dr. Maria Geertruida IJzermans

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het arrest Mertens geoordeeld dat een grensarbeider die in directe aansluiting op een voltijds arbeidscontract deeltijds werkzaam wordt bij een andere onderneming in dezelfde lidstaat gedeeltelijk werkloos is. Een situatie van volledige werkloosheid is slechts aan de orde indien de betrokken werknemer volledig heeft opgehouden te werken.
    HvJ 5 februari 2015, C-655/13, Mertens, ECLI:EU:C:2015:62


Mr. H. Niesten
Mr. H. (Hannelore) Niesten promoveert aan de Universiteit Hasselt.

    In het arrest San Lorenzo oordeelt het Hof van Justitie dat sociale doelstellingen een rechtvaardiging kunnen zijn voor het buiten aanbesteding verstrekken van een opdracht tot het verrichten van medisch vervoer. Daarmee is San Lorenzo een belangrijk arrest, waarin het Hof van Justitie voor het eerst erkent dat de organisatie van sociale zekerheid kan leiden tot een gerechtvaardigde uitzondering op het beperkte aanbestedingsregime voor IIB-diensten en de verdragsvrijheden.
    HvJ (Vijfde kamer) 11 december 2014, zaak C-113/13, Azienda sanitaria locale nr. 5 ‘Spezzino’, Associazione nazionale pubblica assistenza (ANPAS) - Comitato regionale Liguria /San Lorenzo Soc. coop. sociale, Croce Verde Cogema cooperativa sociale Onlus, in tegenwoordigheid van Croce Rossa Italiana-Comitato regionale Liguria e.a., ECLI:EU:C:2014:2240, n.n.g.


Mr. Hélène Stergiou
Mr. H.M. (Hélène) Stergiou is senior Europees jurist op de afdeling Europees recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Prevalentie van ernstige misdrijven bij slachtoffer-daderbemiddeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden seriousness, offenses, mediation, range of cases, outcome
Auteurs Wendy Schreurs, Sven Zebel en Elze Ufkes
SamenvattingAuteursinformatie

    A debate exists in the literature about the question whether (different forms of) mediated contact between victims and offenders occur and are appropriate only after minor offenses. This contribution therefore examines whether a relationship exists between the seriousness of offenses and the degree to which in practice cases result in mediated contact, in the Dutch context. More specifically, we report the first findings of a study aimed to (a) examine the seriousness of cases that were registered at the foundation Slachtoffer in Beeld (Victim in Focus; responsible for the execution of mediated contacts between victims and offenders in the Netherlands), and (b) compare the seriousness of cases at this foundation that resulted in different forms of mediated contact (including cases in which no contact emerged). To this end, we sampled 200 cases from the data system of Victim in Focus in a random manner; consequently, the seriousness of each of these cases was coded. The mean duration of incarceration sentenced for specific offenses in the Netherlands was used as an (as objective as possible) indication of the seriousness of the offenses in these cases. The results indicated that the cases registered at Victim in Focus do not consist exclusively of minor offenses. A substantial part consists of more serious offenses, especially when this is compared to the prevalence of all (minor and serious) offenses in the Netherlands. In addition, we observed no relationship between the seriousness of cases and the form of mediated contact (or no contact) that emerged at Victim in Focus; mediated contact arose to the same degree for serious compared to minor offenses. The implications of these results for the debate mentioned above are discussed, taking into account the manner in which victim-offender mediation is organized in the Netherlands.


Wendy Schreurs
Wendy Schreurs is afgestudeerd aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente, op onderzoek naar de ontwikkeling van een ernstmonitor in de context van slachtoffer-daderbemiddeling. Ze werkt nu als PhD student op een project over de inzet van burgers bij politiewerk en interventies om die inzet te verbeteren.

Sven Zebel
Sven Zebel is universitair docent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid van de Universiteit Twente. Hij houdt zich bezig met de psychologische reacties op wangedrag, conflicten en misdrijven, en de impact van interventies die trachten te herstellen en de kans op recidive te verkleinen (e.g. bemiddeling, reclasseringstoezicht, toekomstverbeelding).

Elze Ufkes
Elze Ufkes is universitair docent aan de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit Twente. Hij richt zich in zijn onderzoek op hoe groepsprocessen zoals groepslidmaatschap en stereotypering conflictgedrag van mensen beïnvloedt.
Toont 1 - 20 van 110 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.