Zoekresultaat: 19 artikelen

x
Artikel

‘Battenoord’ op losse schroeven: tijd voor prejudiciële vragen

Is het Activiteitenbesluit wel rechtsgeldig?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden SMB, MER, D’Oultremont, Vlarem
Auteurs Prof. mr. dr. H.E. (Herman) Bröring en Prof. dr. A.W. (Albert) Koers
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs gaan naar aanleiding van het arrest van het HvJ EU (Vlarem II) in op de vraag of het Activiteitenbesluit geldig is ondanks dat er geen strategische milieubeoordeling is opgesteld.


Prof. mr. dr. H.E. (Herman) Bröring
Prof. mr. dr. H.E. Bröring is hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. A.W. (Albert) Koers
Prof. dr. A.W. Koers is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.
Milieu

Access_open Aanscherping van rechtsbescherming en handhaving in milieuzaken: het recht op schone lucht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden luchtkwaliteit, milieurecht, rechtsbescherming, handhaving, rechterlijke toetsing
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee hier te bespreken arresten bouwt het Hof van Justitie voort op de rechtspraak met betrekking tot het recht op schone lucht zoals neergelegd in Richtlijn 2008/50/EG betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa.
    De belangrijkste aanvulling die het Hof van Justitie in het Craeynest-arrest geeft, is dat ook de wetenschappelijke beoordeling van de luchtkwaliteit door het bepalen van de plaats van een bemonsteringspunt onderworpen kan worden aan rechterlijke toetsing om zodoende het nuttig effect van de richtlijn te garanderen.
    Het tweede arrest, Deutsche Umwelthilfe, is opzienbarend omdat het Hof van Justitie hierin oordeelde dat het EU-recht onder bepaalde voorwaarden een nationale rechter als ultimum remedium de verplichting geeft gebruik te maken van een nationale bevoegdheid lijfsdwang op te leggen aan het bevoegd gezag als dit stelselmatig weigert milieumaatregelen te nemen in het kader van Richtlijn 2008/50/EG en als niet aannemelijk is dat dit zal veranderen.
    Hoewel gewezen in de context van luchtkwaliteit hebben beide arresten ook implicaties voor andere gebieden uit het milieurecht, zoals biodiversiteit, klimaat en waterkwaliteit.
    HvJ 26 juni 2019, zaak C-723/17, ECLI:EU:C:2019:533 (Lies Craeynest e.a./Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Brussels Instituut voor Milieubeheer); HvJ 19 december 2019, zaak C-752/18, ECLI:EU:C:2019:1114 (Deutsche Umwelthilfe eV/Freistaat Bayern)


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. (Floor) Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Milieu

Finse wolvenjacht: deur op een kier voor ‘ecodictie’ in het Europese natuurbeschermingsrecht?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden Habitatrichtlijn, natuurbescherming, wolven, jacht, gunstige staat van instandhouding
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke en Mr. dr. A. Trouwborst
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest over het Finse vergunningsbeleid voor de jacht op wolven geeft het Hof van Justitie uitleg over de betekenis en reikwijdte van een aantal omstreden bepalingen van de Habitatrichtlijn. De twee belangrijkste vragen betreffen (a) of het toegestaan is om vergunning voor jacht te verlenen om meer acceptatie voor grote roofdieren te bewerkstelligen bij de lokale bevolking en (b) op welk bestuursniveau (lokaal, nationaal, biografisch, grensoverschrijdend) de zogenoemde eis van ‘gunstige staat van instandhouding’ voor beschermde soorten moet worden bereikt. Daarnaast benadrukt het Hof van Justitie net als in andere recente arresten het belang van wetenschappelijk bewijs en de prominente rol van het voorzorgbeginsel. Met de vestiging van het eerste Nederlandse wolvenroedel in eeuwen kan de eerste vraag ook zeker relevant geworden voor Nederland. Het antwoord op de tweede vraag is voor Nederland – met zijn gefragmenteerde grondgebied en vele kleine populaties beschermde soorten – zelfs van fundamenteel belang. Het Hof van Justitie geeft meer duidelijkheid maar laat tegelijkertijd nog wel vragen open.
    HvJ 10 oktober 2019, zaak C-674/17, ECLI:EU:C:2019:851 (Luonnonsuojeluyhdistys Tapiola)


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. (Floor) Fleurke is universitair hoofddocent bij de vakgroep Public Law and Governance van Tilburg Law School.

Mr. dr. A. Trouwborst
Mr. dr. A. (Arie) Trouwborst is universitair hoofddocent bij de vakgroep Public Law and Governance van Tilburg Law School.
Artikel

De invloed van bedreigingen op de gemeentelijke besluitvorming

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden bedreigingen in de politiek, ongewenste invloed, intensieve procesanalyse
Auteurs Diana Marijnissen en Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution reports on a delimited part of a larger, exploratory study, the main question of which was: How do aldermen perceive threats, what are their behavioral intentions and what is the influence of threats on the process and the outcome of decision-making? This question was answered with the help of Q methodology, semi structured interviews and case studies. This article discusses the results of the case studies and semi structured interviews on the impact of threats on decision-making. In two of the investigated cases (N=3) there are indications that the threats affect the decision-making process. The first case involves risk-avoiding behavior. In the second case there is a stronger conviction and hardening of opinions. There are no indications that threats affect the outcome of the decision-making process. The political administrative system that we have in the Netherlands is able to counteract improper influence. This is due to various elements in the system such as the boldness and the results-focused attitude of civil service (case 1) and the mayor and aldermen (case 2 and 3) and the design of the rules and procedures (case 1, 2 and 3).


Diana Marijnissen
Diana Marijnissen is docent bij de opleiding Bestuurskunde van Avans Hogeschool in Den Bosch en onderzoeker bij het lectoraat Ondermijning van het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool. Zij promoveerde in 2019 op een onderzoek naar bedreigde wethouders.

Emile Kolthoff
Emile Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en lector Ondermijning bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool. Hij is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Veiligheid.
Artikel

De bakens verzet (!?)

De civiele rechter in milieuzaken tegen de overheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden omgevingsrecht, strategisch procederen, rechtsbescherming, Urgenda
Auteurs Prof. mr. E. (Eddy) Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een reflectie op de stand van zaken waar het gaat om de behartiging van het milieubelang door middel van het privaatrecht. Een dergelijke reflectie begint in het verleden: hoe zijn wij gekomen waar wij nu zijn? En strekt zich uit naar de toekomst: welke ontwikkeling is te verwachten en wat is wenselijk? In deze bijdrage staan deze vragen centraal.


Prof. mr. E. (Eddy) Bauw
Prof. mr. E. Bauw is hoogleraar privaatrecht en rechtspleging bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht. Tevens is hij raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Milieu

De lange mars van het voorzorgsbeginsel: redding van de bij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden gewasbestrijdingsmiddelen, neonicotinoïden, bijensterfte, voorzorgsbeginsel, EFSA
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Na ruim tien jaar op de interne markt te zijn toegelaten, heeft de Commissie drie omstreden gewasbestrijdingsmiddelen (neonicotinoïden) verboden waarvan een causaal verband met bijensterfte in Europa werd vermoed. Vanwege wetenschappelijke onzekerheid hierover was het verbod gebaseerd op het voorzorgsbeginsel. Het beroep tegen deze toepassing van het beginsel is door het Gerecht in dit arrest ongegrond verklaard. Het is daarmee het eerste arrest waarin met zoveel woorden en zoveel overtuiging het voorzorgsbeginsel wordt getoetst en toegepast. Ondanks deze voorlopige zege voor de bescherming van milieu en menselijke gezondheid is het afwachten of de transitie naar een duurzaam gebruik van bestrijdingsmiddelen zal plaatsvinden. Dit hangt vooral samen met fundamentele vragen over de verhouding tussen de wetenschap en de politieke besluitvorming.
    Gerecht 17 mei 2018, gevoegde zaken T-429/13 en T-451/13, Bayer CropScience AG en Syngenta Crop Protection AG/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2018:280.


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Lex Michiels als godfather van de Omgevingswet

Lexplicatie welkom

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Omgevingswet, Lex Michiels
Auteurs Mr. dr. J.H.G. (Jan) van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van een bespreking van de regeling over milieubelastende activiteiten in de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving laat auteur zien dat er nog veel vragen zijn te beantwoorden door Lex als ‘godfather aan de Kneuterdijk’.


Mr. dr. J.H.G. (Jan) van den Broek
Mr. dr. J.H.G. van den Broek is Senior Legal Counsel bij VNO-NCW en MKB-Nederland in Den Haag en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Oost-Brabant. In 1981 studeerde hij af aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, waarbij Lex deel uitmaakte van het triumviraat dat ‘zijn’ mondeling examen afnam. In 2012 promoveerde hij in Maastricht op Bundeling van omgevingsrecht, waarbij Lex deel uitmaakte van ‘zijn’ beoordelingscommissie.
Artikel

Steekt de wind op? De Strategische Milieueffectrapportage verruimd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Milieu, Richtlijn 2001/42/EG, Plan en programma, Windenergie
Auteurs Mr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak D’Oultremont e.a. spreekt het Hof van Justitie zich uit over de reikwijdte van Richtlijn 2001/42/EG betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s. Enkele kernbegrippen worden ruim uitgelegd met verwijzing naar de doelstelling van de richtlijn: integratie van milieuoverwegingen. Het begrip plannen en programma’s wordt zo geïnterpreteerd dat een besluit geen betrekking hoeft te hebben op een specifiek gebied, het besluit geen compleet kader hoeft vast te stellen, en dat algemene regels ook kunnen worden aangemerkt als ‘plan en programma’. Het arrest heeft hiermee aanzienlijke gevolgen voor de Nederlandse praktijk aangaande ruimtelijk ordening.
    HvJ 27 oktober 2016, zaak C-290/15, Patrice D’Oultremont e.a./Région wallonne, ECLI:EU:C:2016:816


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. (Floor) Fleurke is als Universitair hoofddocent verbonden aan de Tilburg Law School.
Artikel

Realisering van grondwettelijke sociale grondrechten; wetgever, ubi est?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden sociale grondrechten, positieve verplichtingen, zorgplicht
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de grondwetsherziening van 1983 zijn sociale grondrechten in de Grondwet opgenomen. Van een aantal onderwerpen, als werkgelegenheid, volksgezondheid en leefmilieu, is toen vastgesteld dat zij een ‘voorwerp van zorg’ van de overheid zijn. Zij leggen inspanningsverplichtingen op aan de overheid. In deze bijdrage staat de vraag centraal of, en zo ja op welke wijze, de wetgever gevolg heeft gegeven aan de grondwettelijk verankerde sociaal grondrechtelijke zorgplichten, alsmede welke consequenties uit de desbetreffende bevindingen kunnen worden getrokken. De bijdrage is aldus een eerste aanzet voor een evaluatieonderzoek naar de gevolgen van de introductie van sociale grondrechten voor de wetgevingspraktijk. Het lijkt erop dat deze gevolgen gering zijn. Het lijkt er echter ook op dat het belang van sociale grondrechten wel toeneemt en dat dit voornamelijk wordt gestimuleerd door andere actoren dan de wetgever zelf.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en tevens verbonden aan de Afdeling Staats- en bestuursrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Handhaving van Europees Milieurecht: resultaatsverplichtingen op het terrein van lucht en water

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden milieu, kaderrichtlijnen, programmatische aanpak, resultaatsverplichting, lucht- en waterkwaliteitseisen
Auteurs Mr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    In de besproken prejudiciële procedures is het Hof van Justitie verzocht uitspraak te doen over de aard van de in de milieukaderrichtlijnen opgenomen programmatische verplichtingen. In beide arresten heeft het Hof van Justitie de doelstellingen van deze richtlijnen centraal gesteld, hetgeen een einde heeft gemaakt aan de discussie of het in deze richtlijnen wel gaat om resultaatsverplichtingen. De rechtspraak heeft gevolgen voor het Nederlandse beleid dat de programmatische aanpak centraal stelt. Geconcludeerd wordt dat per sector en per richtlijn bekeken moet worden of dit verenigbaar is met het Europese recht. Een generalistische verbreding en uniforme toepassing van de programmatische aanpak staat hiermee op gespannen voet.
    HvJ 1 juli 2015, zaak C-461/13, Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland eV/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2015:433.
    HvJ 19 november 2014, zaak C-404/13, The Queen, op verzoek van ClientEarth/The Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs, ECLI:EU:C:2014:2382 (ClientEarth).


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. (Floor) Fleurke is universitair docent Europees milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Het arrest Briels: begrippen mitigatie en compensatie Habitatrichtlijn nader verklaard

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden Habitatrichtlijn, mitigatie, compensatie, Milieu & Infrastructuur, voorzorgbeginsel
Auteurs Dr. mr. Floor Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich in de zaak Briels e.a. gebogen over een prejudiciële vraag in het kader van een procedure aangaande het tracébesluit Rijksweg A2. Deze wegverbreding heeft negatieve gevolgen voor het bestaande beschermde areaal blauwgraslanden. Het tracébesluit voorziet echter in een mitigatieplan, omvattende de aanleg van een groter areaal blauwgraslanden van hogere kwaliteit dan het bestaande. De kern van het arrest gaat over de vraag of de in het tracébesluit voorgestelde beschermingsmaatregelen de schadelijke gevolgen mitigeren of dat deze maatregelen moeten worden aangemerkt als compenserende maatregelen als bedoeld in artikel 6 lid 4 van de Habitatrichtlijn.
    In deze bijdrage worden de antwoorden van het Hof van Justitie besproken in het licht van eerdere rechtspraak over de beschermingsverplichtingen die artikel 6 lid 3 en 4 van de Habitatrichtlijn met zich meebrengen. In het bijzonder wordt daarbij ingegaan op de rol die het voorzorgbeginsel vervult bij de interpretatie van dit artikel en de betekenis van het begrip compensatie. De bijdrage sluit af met een korte bespreking van de opmerkelijke vervolgstappen die Nederland als reactie op het arrest heeft genomen.
    HvJ EU 15 mei 2014, zaak C-521/12, T.C. Briels e.a./Minister van Infrastructuur & Milieu, ECLI:EU:C:2014:330


Dr. mr. Floor Fleurke
Dr. mr. F.M. (Floor) Fleurke is als universitair docent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Decentraliseren zonder recentralisatiereflex

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden decentralisatie, interbestuurlijke betrekkingen, sociale zekerheid, maatschappelijke ondersteuning
Auteurs J. van den Berg MSc, Mr. dr. J.H. Bosselaar en J. van der Veer MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    De verwachtingen over de uitwerking van decentralisaties in het sociale domein zijn hooggespannen: efficiëntere dienstverlening, een grotere doelmatigheid en meer responsiviteit liggen in het verschiet. Maar zijn deze verwachtingen realistisch? De praktijk leert dat decentralisaties vaak worden gevolgd door recentraliserende maatregelen, waardoor de rijksoverheid de verantwoordelijkheid weer in handen neemt. Bovendien hebben gemeenten de neiging om elkaars beleid te kopiëren, in plaats van er een lokale kleur aan te geven. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij deze mechanismen en de vraag hoe hierop kan worden geanticipeerd tijdens de aanstaande decentralisatieoperaties.


J. van den Berg MSc
J. van den Berg, MSc is socioloog en was tot 1 januari 2013 verbonden aan de onderzoeksgroep ‘Governance of Activation’ van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. J.H. Bosselaar
Mr. dr. J.H. Bosselaar is onderzoeksmanager bij de onderzoeksgroep ‘Governance of Activation’ van de Vrije Universiteit Amsterdam.

J. van der Veer MSc
J. van der Veer, MSc is onderzoeker/PhD-kandidaat bij de onderzoeksgroep ‘Governance of Activation’ van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Op 1 oktober 2012 is de Wet revitalisering generiek toezicht (Wrgt) in werking getreden. De Wrgt is niet van toepassing op de reactieve en proactieve aanwijzingsbevoegdheid in de Wet ruimtelijk ordening (Wro). Dit is gebaseerd op de (onjuiste) aanname dat de aanwijzingen geen interbestuurlijk toezicht zouden zijn, zoals door de Wrgt wordt gereguleerd. In deze bijdrage wordt beargumenteerd waarom de aanwijzingsbevoegdheden wel tot het interbestuurlijk toezicht behoren. Betoogd wordt dat de reactieve aanwijzing geen meerwaarde heeft ten opzichte van de instrumenten die de Wrgt biedt. In de aankomende Omgevingswet kan de reactieve aanwijzing van Rijk en provincie dan ook worden gemist.


Mr. dr. H.J. de Vries
Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries is beleidsadviseur bij de afdeling Managementondersteuning van de provincie Utrecht.
Artikel

Waar vinden we het Waddenzeebeleid?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Waddenzee, natuurbescherming, Barro, Natura 2000
Auteurs Mr. dr. P. Mendelts
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag van deze bijdrage is of en in hoeverre we het Waddenzeebeleid nog moeten zien als ruimtelijke-ordeningsbeleid, of dat het Natuurbeschermingswetkader die rol heeft overgenomen of zal moeten overnemen.De PKB Waddenzee is sinds de inwerkingtreding van de Wro enkel op basis van overgangsrecht van toepassing. Met de definitieve aanwijzing van het gebied als Natura 2000 en het bijbehorende beheerplan in de maak zijn veel functies uit de PKB overgenomen door de nieuwe instrumenten uit het natuurbeschermingsrecht. De Waddenzee wordt ook beschermd op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Door het afnemende belang van de PKB binnen het Waddenzeebeleid en de verspreiding van belangrijke elementen over NB-wet 1998-kader en RO-kader dreigt versnippering van de bescherming van de Waddenzee.


Mr. dr. P. Mendelts
Mr. dr. P. (Peter) Mendelts is zelfstandig juridisch adviseur te Leeuwarden en docent bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Een aanval op het Europese emissiehandelsysteem vanuit de lucht

Een bespreking van de prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie inzake Richtlijn 2008/101/EG tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden klimaatverandering, emissiehandel, luchtvaart, extra-territoriale werking, milieu
Auteurs Mr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft het onderbrengen van de luchtvaart bij het Europese emissiehandelssysteem (EU EHS) in een prejudiciële beslissing geldig bevonden. De geldigheid van Richtlijn 2008/101/EG tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgassenemissierechten binnen de Europese Unie werd betwist door een aantal Amerikaanse vliegtuigmaatschappijen, die stelden dat de richtlijn in strijd is met internationale verdragen en met het internationale gewoonterecht. De uitkomst van de zaak is van groot belang voor de toekomst van het Europese klimaatbeleid, vooral nu onderhandelingen over een nieuw klimaatakkoord stroef verlopen. Vanuit juridisch perspectief is de zaak bovendien interessant omdat het Hof van Justitie zich heeft moeten uitlaten over de extraterritoriale werking van het EU-recht.


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. Fleurke is universitair docent Europees milieurecht aan de Tilburg Law School.
Artikel

RIE vervangt IPPC

Is de toepassing van BBT nu wél gewaarborgd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden BBT, IPPC, installatie, inrichting, emissies
Auteurs Mr. A. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 is de Europese Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) aangenomen, kortweg de Richtlijn Industriële Emissies (RIE). De RIE voegt de IPPC-richtlijn samen met zes sectorale richtlijnen met betrekking tot industriële emissies. Daarnaast zijn de bestaande richtlijnen aangepast. Een aantal voorschriften van de IPPC-richtlijn zijn ingrijpend gewijzigd om te waarborgen dat de ‘beste beschikbare technieken’ zoals reeds voorgeschreven in de IPPC-richtlijn in alle lidstaten coherent worden toegepast. In deze bijdrage ga ik in op deze wijzigingen en zal ik mogelijke implicaties voor de Nederlandse praktijk aanstippen.


Mr. A. van Rossem
Mr. A. van Rossem is advocaat bij NautaDutilh.
Artikel

Kolencentrales, robuuste verbindingen en EU-milieurichtlijnen: balanceren tussen nationale en Europese doelstellingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden milieu, implementatie milieurichtlijnen, omzettingstermijn, ecologische hoofdtrsuctuur (EHS), vogel-en habitatrichtlijn
Auteurs Mr. F.M. Fleurke en Mr. dr. A. Trouwborst
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden twee actuele milieudossiers besproken die direct de grenzen van het Europees recht raken, namelijk de voorgenomen bouw van een aantal nieuwe kolencentrales en het huidige regeringsbeleid ten aanzien van ecologische verbindingszones. Beide dossiers illustreren dat de Nederlandse moeite met het voldoen aan Europese resultaatsverplichtingen nog niet tot het verleden behoort.


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. Fleurke is UD milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. A. Trouwborst
Dr. A. Trouwborst is UD milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. Fleurke is promovendus aan de Universiteit van Amsterdam.

F.M. Fleurke
F.M. Fleurke is promovendus bij het Centrum voor Milieurecht van de Universiteit van Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.