Zoekresultaat: 131 artikelen

x
Kroniek rechtspraak

Kroniek wetgeving gezondheidsrecht 2018-2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden wetswijziging, regelgeving, gezondheidszorg, wetsvoorstel, overzicht
Auteurs Mr. W.F. van der Wel en mr. M.E. Jannink
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kroniek geeft een overzicht van ontwikkelingen in de Nederlandse wetgeving relevant voor de gezondheidszorg in de periode 1 juli 2018-31 december 2020. Een bijzondere periode vanwege de coronapandemie. Onder andere wetgeving die ‘on hold’ staat, aandacht voor preventie en mogelijk een opmars voor ingrijpendere wijzigingen in het zorgstelsel.


Mr. W.F. van der Wel
Willemijn van der Wel is juridisch adviseur bij het OLVG te Amsterdam.

mr. M.E. Jannink
Marlou Jannink is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Artikel

Access_open Het classicistische politieke denken van Van Hogendorp

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden classicistisch politiek denken, constitutie, Van Hogendorp, Grondwet, politieke filosofie
Auteurs Alban Mik
SamenvattingAuteursinformatie

    Gijsbert Karel van Hogendorp is the auctor intellectualis of the 1818 Dutch constitution. It was his sketch for a new constitution that was used as a starting point for the deliberations of its original drafting committee. Van Hogendorp justifies his constitution as a restoration of the Burgundian constitution that applied before the Dutch Republic. In recent literature Van Hogendorp’s restorational argument is presented as an invention of tradition. In this article an alternative explanation is presented, namely that it is part of a form of classicist political thought that was common during the ancien régime. Van Hogendorp describes his constitution as a moderate monarchy, in which the three principles of monarchy, aristocracy and democracy are properly balanced. And he mainly defends this mixed regime by pointing out that it is a restoration of the old Burgundian constitution of the Netherlands. This way of reasoning is, as will be shown, typically classicistic.


Alban Mik
Alban Mik is onderzoeker aan de Afdeling Metajuridica, vakgroep Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Tussen hoop en vrees

In de kraamkamer van de Europese bescherming van mensenrechten

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, Tweede Wereldoorlog, Mensenrechten
Auteurs Prof. dr. R.A. (Rick) Lawson
SamenvattingAuteursinformatie

    In de naoorlogse jaren werd de basis gelegd voor het huidige stelsel van Europese bescherming van mensenrechten. Deze bijdrage schetst een beeld van de omstandigheden waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens tot stand kwam, en de overwegingen die daarbij een rol speelden. Dat roept dan ook de vraag op in hoeverre het EVRM voldoet aan zijn oorspronkelijke doelstellingen.


Prof. dr. R.A. (Rick) Lawson
Hoogleraar Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Artikel

Sterke transactie rationale

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 1 2020
Auteurs Stijn Dunk

Stijn Dunk
Artikel

Access_open Criminaliteit en macht: een inleiding

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2019
Trefwoorden crimes of the powerful, white collar crime, hate crime, eco crime, ‘lawful but awful’
Auteurs Prof. dr. René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminologists have by and large sought to explain crime by the deficiencies people may have. It took till the 1970s until the idea that crime can also be caused by structural power inequalities got an actual name in criminology: crimes of the powerful. Starting with the works of Willem Bonger and Edward Ross in the early 20th century, the author analyses how critical criminologists like Frank Pearce introduced the term ‘crimes of the powerful’ in the 1970s and how this concept was subsequently applied to gender- and racial inequalities, state crime, corruption et cetera, whilst pointing at the topical relevance of using a lens of ‘crimes of the powerful’ as a sensitising concept to analyse present-day problems, ranging from sexual abuse in the Roman Catholic church to the banking sector or indeed the expropriation of indigenous lands in the Amazon by soy-farmers and timber traders.


Prof. dr. René van Swaaningen
René van Swaaningen is hoogleraar criminologie en voorzitter van de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Redactioneel

Access_open Het vertrouwensbeginsel en de afstand tussen Kneuterdijk en Korte Voorhout

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden vertrouwensbeginsel, handhaving
Auteurs Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit redactioneel gaat in op de uitspraak van de grote kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht.


Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen
Prof. mr. G.A. van der Veen is advocaat bij AKD te Rotterdam, bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de redactie van TO.
Artikel

De uitwerking van de Dienstenrichtlijn in het Nederlandse stelsel van ruimtelijke ordening

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden diensten, detailhandel, bestemmingsplan
Auteurs Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman en Mr. D.S.P. (Daniëlle) Roelands-Fransen
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs gaan in op recente jurisprudentie van met name de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de vraag of de haar voorgelegde ruimtelijke voorschriften die economische activiteiten reguleren in overeenstemming zijn met de regels van het vrij verkeer, meer specifiek de vrijheid van vestiging en de Europese Dienstenrichtlijn 2006/123/EG. Zij gaan met name in op de vraag in hoeverre ruimtelijke voorschriften de vestiging van detailhandel kunnen reguleren door middel van brancheringsregelingen (de zaak Appingedam had namelijk betrekking op een brancheringsregeling voor de vestiging van detailhandel). Aan het slot van hun artikel geven zij een doorkijkje naar de toets aan de Dienstenrichtlijn onder het systeem van de Omgevingswet.


Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman
Mr. dr. M.R. Botman is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag, gespecialiseerd in het Europese recht, en als onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. D.S.P. (Daniëlle) Roelands-Fransen
Mr. D.S.P. Roelands-Fransen is advocaat en partner bij Pels Rijcken te Den Haag, gespecialiseerd in het omgevingsrecht.
Recent

Hard op de inhoud, zacht op de relatie

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2019
Auteurs Francisca Mebius

Francisca Mebius
Artikel

De vrederechter in historisch perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden legal history, justice of the peace, Conciliation, small claim courts, access to justice
Auteurs Mr. dr. Emese von Bóné
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is about the history of the justice of the peace, a low profile judge where people easily have access to. The history of the justice of the peace goes back to the seventeenth century. The justice of the peace was reintroduced in the Netherlands in the French period, when the country was annexed by the French Empire under the reign of Napoleon. The justice of the peace was also introduced in Belgium and is still in use. The most important task of the justice of the peace is ‘conciliation’. In the conciliation procedure the justice of the peace has a very active role. The judge tries to mediate between the parties in order to come to an agreement.


Mr. dr. Emese von Bóné
Mr. dr. E.K.E. von Bóné is als universitair docent werkzaam bij de Capgroep Privaatrecht van de Erasmus School of Law (ESL) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij doceert rechtsgeschiedenis en doet rechtshistorisch en rechtsvergelijkend onderzoek naar laagdrempelige rechtspraak.
Artikel

De scheidslijn tussen hoofd- en schadestaatprocedure in 7:611-zaken

Een analyse van het bijzondere procedureverloop leidend tot Autoster/Hendriks II

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden schadestaatprocedure, bindende eindbeslissing, werkgeversaansprakelijkheid, verzekeringsplicht, art. 7:611 BW
Auteurs Mr. P.E. Bloemendal
SamenvattingAuteursinformatie

    Het bijzondere procedureverloop leidend tot Autoster/Hendriks II geeft aanleiding tot een nadere beschouwing van de scheidslijn tussen de hoofd- en schadestaatprocedure in zaken over de 7:611-verzekeringsplicht. Geconcludeerd wordt dat in de hoofdprocedure niet alleen de aansprakelijkheidsgrond, maar steeds ook ten minste een deel van de causaliteit zou moeten worden beoordeeld.


Mr. P.E. Bloemendal
Mr. P.E. Bloemendal is advocaat bij Dirkzwager legal & tax te Arnhem.
Artikel

Access_open Niemand wil dode Chinezen in een afgesloten container

Een onderzoek naar het doorlaatverbod bij opsporingsonderzoeken naar mensensmokkel en de uitzonderingsmogelijkheid hierop

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Doorlaatverbod, Mensensmokkel, Opsporing, Opsporingsonderzoeken
Auteurs Lotte Hoes MSc en Prof. dr. Edward Kleemans
SamenvattingAuteursinformatie

    According to Dutch law, investigating officers have to comply with a so-called ban on passage of people, in cases of concrete ‘knowledge’ about human smuggling, making intervention obligatory (in order to protect smuggled migrants). Nevertheless, a formal exception procedure is possible if non-intervention would be in the interest of the investigation. This exception procedure, however, is not used in practice. Based on interviews with investigating officers, this paper concludes that protection of smuggled migrants is a very important aim as such, that ‘knowledge’ is a complex concept as it is not always very concrete, that making this ‘knowledge’ more concrete depends on actual investigative efforts, and that – if this information is concrete – there are various ways in which interventions can take place that do not jeopardize the aims of the investigation.


Lotte Hoes MSc
Lotte Hoes MSc is opsporings- en interventiecriminoloog.

Prof. dr. Edward Kleemans
Prof. dr. Edward Kleemans is hoogleraar Zware Criminaliteit en Rechtshandhaving aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Over de grens

Het nieuwe Belgisch Burgerlijk Wetboek; een slag bij Waterloo? Over het nieuwe contractenrecht van onze zuiderburen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Verbintenissenrecht in België, Code Napoléon, Hervorming Belgisch Burgerlijk Wetboek, Codificatie, Code Civil
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en J.C. Duyster
SamenvattingAuteursinformatie

    Er komt een Nieuw Belgisch Burgerlijk Wetboek aan. Tot op heden hanteert België nog een minimaal aangepaste versie van de Code Civil Napoléon uit 1804. De bejaarde leeftijd van het wetboek laat zich echter op meerdere fronten gevoelen, waardoor de wetgever de tijd nu rijp acht om het Burgerlijk Wetboek te hervormen. Het Voorontwerp Boek 5 «Verbintenissen» komt in de hervorming van het Belgische burgerlijk recht een centrale plaats toe. Het zal mogelijk worden ingevoerd zonder dat wordt gewacht op de voltooiing van de andere onderdelen van het wetboek. Voor het contractenrecht betekent dit dat een nieuw evenwicht wordt gezocht tussen de autonomie van partijen en de mogelijkheden voor de rechter om op te treden in het algemeen belang of in het belang van de zwakkere partij. Deze bijdrage belicht de achtergrond van het Voorontwerp, alsook de redenen en doelstellingen van de hercodificatie. Daarbij wordt ook ingezoomd op de inhoud van het nieuwe Belgische contractenrecht en worden enkele belangrijke wijzigingen besproken.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

J.C. Duyster
J.C. Duyster is masterstudent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.

    De Ruiter en Van Pol (2017) presenteren als vaststaand feit dat slechts 10% of minder van alle beschuldigingen van kindermishandeling in echtscheidingsconflicten vals is. Sociale en juridische professionals die in een enquête een hoger percentage invulden, hebben volgens de auteurs te weinig kennis. De zekerheid die De Ruiter en Van Pol suggereren bestaat niet. Ten eerste verzuimen zij om de kernbegrippen ‘vals’, ‘beschuldiging’, ‘kindermishandeling’ en ‘echtscheidingsconflicten’ te definiëren. Ten tweede kan het onderzoek waar De Ruiter en Van Pol naar verwijzen hun conclusies niet dragen. Canadese maatschappelijk werkers registreerden slechts in een klein aantal gevallen dat een beschuldiging opzettelijk vals was. De Canadese auteurs wijzen expliciet op het subjectieve karakter van de bron van onderzoek. In meer dan de helft van alle onderzochte zaken was het onzeker gebleven of de beschuldiging op waarheid berust. Ten derde gaat het om onderzoeken naar de praktijk van de kinderbescherming in Canada en Australië van 20 jaar geleden. Dat wil zeggen: een andere tijd in andere landen, met een ander systeem dan vandaag in Nederland. Sociale en juridische professionals moeten werken met een aanzienlijke marge van onzekerheid, ook wanneer er grondig onderzoek naar de feiten gedaan is. Door deze onzekerheid te negeren mist de kritiek van De Ruiter en Van Pol op grote groepen professionals onderbouwing.
    ---
    De Ruiter & Van Pol (2017) present as a fact, that only 10% or less of all allegations of child abuse and neglect in divorce disputes is false. They state that social workers and lawyers who in a survey estimated a higher percentage have a lack of knowledge. With this position De Ruiter & Van Pol claim a grade of certainty that does not exist in child protection practice. First, the authors fail to define the key concepts ‘false’, ‘allegation’, ‘child abuse’ and ‘divorce disputes’. Second, the research De Ruiter & Van Pol refer to does not carry the conclusions they draw. The Canadian researchers report that child protection workers had classified a small percentage of cases as ‘intentionally fabricated’. However, the researchers make reservations about this finding since the source is the clinical judgment of the social workers. Moreover the researches emphasize that custody disputes is a context in which there is a high rate of unsubstantiated allegations. In fact, over 50% of all cases were not substantiated.
    Third, the three publications De Ruiter & Van Pol point at describe the practice in Australia and Canada twenty years ago. That is a different time in different countries with different systems compared to The Netherlands today. Social workers and judicial professionals work in a context of uncertainty about allegations and facts in many cases, even after thorough investigation in a particular case. In overlooking this uncertainty De Ruiter & Van Pol unfairly criticize large groups of professionals.


Mr. dr. Adri van Montfoort
Adri van Montfoort is jurist en pedagoog. Hij werkte in de jeugdzorg als hulpverlener, onderzoeker en leidinggevende. Hij promoveerde op een proefschrift over de aanpak van kindermishandeling in ons land. Hij heeft ruime ervaring in advisering en in het ontwerpen en leiden van projecten. Adri publiceerde sinds 1983 artikelen en boeken over kinderbescherming, aanpak van kindermishandeling, jeugdzorg en jeugdbeleid alsook over de veranderende verhoudingen tussen burgers, markt, gesubsidieerde instellingen en overheid. Hij was van 2007 tot 2015 lector Jeugdzorg en Jeugdbeleid bij Hogeschool Leiden. Sinds 1997 is Adri raadsheer plaatsvervanger in de familiekamer van het gerechtshof in Den Haag.
Artikel

De anomie van machtsillusies

Onbegrensde ambities in de ‘risk and win’-zakenwereld

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2018
Trefwoorden anomie, illusion of control, corporate crime, competition, entitlement
Auteurs dr. Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    Generally, large listed companies and banks immersed in a ‘risk and win’-culture do not have to deal with ‘deprivation of resources’ which may trigger violations of the law. The anomie-theory of Merton does not seem to fit in this context. It is more obvious that the pressure to realize lofty ambitions is the trigger for potential violations of the law. I therefore work out a ‘post-Mertonian’ anomie-concept using the ‘European Durkheim’ to examine some excessive tendencies of an originally American ‘risk and win’-culture. The aim is to work towards an anomie-theory of power illusions that makes sense in the context of corporate crime. The leading question is: which anomic attitudes prevail in an over-ambitious corporate culture and which aspirations and rationalizations can be distinguished? It is argued that an approach focused on CEO-personality traits is too limited and that the sociological approaches of Durkheim and Shover offer many points of departure to construct a plausible anomie-theory. The dimensions of that theory have been taken from studies which focus at two criminogenic norm-systems: an ‘ethos of winning at any price’ and an ‘ethos of entitlement’.


dr. Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. E-mail: b.vanstokkom@jur.ru.nl.
Artikel

Grensoverschrijdende bewijsverkrijging door de Nederlandse rechter in strijd met buitenlandse wettelijke geheimhoudingsplichten

Lessen uit de Amerikaanse discovery-praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden grensoverschrijdende bewijsverkrijging, geheimhouding, comitas, inzage
Auteurs Mr. R. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt een mogelijk internationaal gevolg van het advies Modernisering burgerlijk bewijsrecht. Uit Amerikaanse federale jurisprudentie blijkt dat partijen in een spagaat kunnen belanden, wanneer hun wederpartij hen kan verplichten om informatie te verstrekken waarop een buitenlandse wettelijke geheimhoudingsplicht rust. De auteur beschrijft de afweging die federale rechters maken bij het beoordelen van een inzageverzoek. Deze blijkt soortgelijk te zijn aan een beoordeling onder art. 843a Rv. Zijns inziens bestaat hierdoor de kans dat de Nederlandse rechter onvoldoende gewicht toekent aan een buitenlandse geheimhoudingsplicht. De comitas-leer zou de rechter ertoe kunnen bewegen om het inzageverzoek via de internationale bewijsverkrijgingsregelingen te laten verlopen.


Mr. R. Jansen
Mr. R. Jansen is als promovendus verbonden aan het departement Privaatrecht van Tilburg University, waar hij onderzoek verricht naar de rol van buitenlandse verschoningsrechten in civiele procedures en de invloed van de comitas-leer.
Artikel

Intelligence leadership

Leidinggeven in het schemerdonker tussen geheim en openbaar

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Intelligence leadership, Intelligence and security services, Transparency, Political accountability, Reform
Auteurs Prof. dr. Paul Abels
SamenvattingAuteursinformatie

    This article highlights the special position of European heads of intelligence and security services. In the search for important characteristics of intelligence leadership through time, a comparison is made between five services from five different countries (Germany, France, the Netherlands, Greece and Spain). Using Anglo-American reference information and a leadership typology developed by intelligence expert Robarge, the consecutive heads of service in these European countries are profiled and categorized. This leads to a picture that has always been dominated by males, a strong military presence and many end-of-career heads. Their influence on the internal and external service development was often substantial, with alternate appointments of inside and outside reformers. The scale of openness usually constituted a struggle with both the inside and outside world. Nowadays, the heads are being confronted with new challenges and demands, which leads to the conclusion that a new form of ‘distributed’ or ‘interdependent’ leadership is required, in which old reflexes to appoint people with an operational, military or police background as heads of these services are no longer self-evident.


Prof. dr. Paul Abels
Prof. dr. P.A.H.M. Abels is bijzonder hoogleraar Governance of Intelligence and Security Services bij het Institute for Security and Global Affairs (ISGA) van de Universiteit Leiden. Hij is ook raadadviseur bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Dit artikel kwam tot stand met medewerking van Julia van Heesewijk, Roderik Stol, Stefanos K. Skafidas, Robin van der Burgh, Giandrick Dabian en Marijn Adams.
Artikel

Gidsen voor het wetgeven in de Benelux en Latijns Europa – een poging tot een rechtsculturele benadering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, wetgevingsgids België, wetgevingsgids Luxemburg, wetgevingsgids Frankrijk, wetgevingsgids Italië, wetgevingsgids Spanje
Auteurs Prof. mr. W. Konijnenbelt
SamenvattingAuteursinformatie

    De 25 jaar oude Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) gaan terug op een VAR-rapport uit 1948. Ze zijn grotendeels overgenomen in Suriname, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De Belgische ‘Beginselen van de wetgevingstechniek’, opgesteld door de Raad van State, zijn doorgaans veel gedetailleerder dan de Ar en bevatten vaak uitleggende beschouwingen. Ze betreffen uitsluitend de wetgevingstechniek en de keus tussen de vele typen wettelijke regelingen die het land kent. Luxemburg heeft geen officiële gids voor het regelgeven, maar wel een ‘traité’ van de hand van de secretaris-generaal van de Raad van State met praktische en overzichtelijke regelgevingstechnische aanwijzingen, geïnspireerd door de Belgische ‘Beginselen’ en de Franse wetgevingspraktijk. Frankrijk heeft een gids voor de legistiek in de vorm van een omvangrijke digitale ‘kaartenbak’, samengesteld door de Raad van State en het secretariaat-generaal van de regering. Het gaat over zaken als verstandig regelgeven, de keus voor een bepaald type regeling en wetgevingstechniek. Veel zaken zijn hier, evenals in België, een stuk ingewikkelder dan in Nederland. Italië heeft een heel beknopte set van 37 wetgevingstechnische regels, vastgesteld door de kanselarij en overgenomen door beide Kamers, die een heel andere wetgevingscultuur verraden dan wij gewend zijn. Spanje ten slotte kent ongeveer honderd richtlijnen voor de wetgevingstechniek, vastgesteld door de regering, aangenaam duidelijk en beknopt. Een Spaanse wettelijke regeling is in beginsel strak gestructureerd, maar kent vaak diverse ‘loshangende’ slotbepalingen. Er is veel aandacht voor eenvoudige en duidelijke taal. Afgesloten wordt met enkele rechtsculturele indrukken en enige aan de besproken buitenlandse gidsen ontleende suggesties voor verdere verbetering van de Ar.


Prof. mr. W. Konijnenbelt
Prof. mr. W. (Willem) Konijnenbelt is wetgevingsadviseur bij Konijnenbeltwetgeving.nl. Hij is emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-staatsraad en oud-lid van de redactie van RegelMaat.

    Kruimelgevallenregeling. Tijdelijke vergunning. Aanvang termijn tien jaar.


Daniëlle Roelands-Fransen

    Parkeren. Dynamische verwijzing. Rechtszekerheid. Beleidsregels. Toepassing afwijkingsbevoegdheid. Wetsinterpreterende beleidsregels.


Daniëlle Roelands-Fransen
Toont 1 - 20 van 131 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.