Zoekresultaat: 96 artikelen

x
Article

Access_open Can Non-discrimination Law Change Hearts and Minds?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden law and society, social change, discrimination, non-discrimination law, positive action
Auteurs Anita Böcker
SamenvattingAuteursinformatie

    A question that has preoccupied sociolegal scholars for ages is whether law can change ‘hearts and minds’. This article explores whether non-discrimination law can create social change, and, more particularly, whether it can change attitudes and beliefs as well as external behaviour. The first part examines how sociolegal scholars have theorised about the possibility and desirability of using law as an instrument of social change. The second part discusses the findings of empirical research on the social working of various types of non-discrimination law. What conclusions can be drawn about the ability of non-discrimination law to create social change? What factors influence this ability? And can non-discrimination law change people’s hearts and minds as well as their behaviour? The research literature does not provide an unequivocal answer to the latter question. However, the overall picture emerging from the sociolegal literature is that law is generally more likely to bring about changes in external behaviour and that it can influence attitudes and beliefs only indirectly, by altering the situations in which attitudes and opinions are formed.


Anita Böcker
Anita Böcker is associate professor of Sociology of Law at Radboud University, Nijmegen.
Artikel

Groepsbelediging en vrijheid van meningsuiting

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden artikel 137c Sr, artikel 10 EVRM, maatschappelijk debat, onnodig grievend, politicus
Auteurs Mr. dr. A.J. (Aernout) Nieuwenhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat groepsbelediging centraal. De auteur onderzoekt op welke wijze de rechter bij de uitleg van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht rekening dient te houden met de betekenis van de vrijheid van meningsuiting. De auteur bespreekt daartoe onder meer EHRM-jurisprudentie en de toepassing van het ‘drietrapsmodel’ van artikel 137c Sr in de Nederlandse rechtspraak.


Mr. dr. A.J. (Aernout) Nieuwenhuis
Mr. dr. A.J. Nieuwenhuis is Universitair hoofddocent staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Vrij verkeer

Grondrechtenbescherming in het Nederlandse en Europese auteursrecht na Spiegel Online, Funke Medien en Pelham

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden auteursrecht, grondrechten, Auteursrechtrichtlijn, excepties, informatievrijheid
Auteurs T. Snijders en S. van Deursen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze uitspraken spreekt het Hof van Justitie zich uit over de mogelijkheid van excepties op de exclusieve rechten van auteurs buiten de uitputtende lijst met excepties die is opgenomen in de Auteursrechtrichtlijn. Ook laat het Hof van Justitie zich opnieuw uit over de rol van grondrechten bij de interpretatie van de bestaande excepties. Deze uitspraken worden in breder perspectief geplaatst door daarnaast de benadering van het EHRM te bespreken. Tot slot worden de implicaties van deze dynamische Europese rechtsorde voor de Nederlandse praktijk besproken.
    HvJ 29 juli 2019, zaak C-516/17, ECLI:EU:C:2019:625 (Spiegel Online); HvJ 29 juli 2019, zaak C-469/17, ECLI:EU:C:2019:623 (Funke Medien NRW); HvJ 29 juli 2019, zaak C-467/17, ECLI:EU:C:2019:624 (Pelham)


T. Snijders
T. (Thom) Snijders volgt de master Legal Research aan de Universiteit Utrecht

S. van Deursen
Mr. S. (Stijn) van Deursen is als promovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Sharia in het Westen (I)

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Sharia in het Westen, islamitisch recht, religieus recht, rechtsvergelijking, juridisch pluralisme
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The notion of ‘sharia in the West’ is by now fairly well established, both in social, political and scientific circles, but both the terms ‘sharia’ and ‘West’ remain difficult to define. It is therefore striking that the combination of these two terms is used with such self-evidence. This article wants to answer the question: what exactly is the sharia that Western Muslims arguably want, and how is this sharia received in the West? To this end, a model is presented that provides a description of the complex interaction between sharia as practiced by Western Muslims on the one hand, and the conditions that the Western environment sets for it on the other. The model shows that ‘sharia’ cannot be compared to a law system, and that the Western environment has a major influence on the extent and ways in which Muslims apply sharia. From a Western perspective, the model shows that sharia issues are mainly discussed in legal terms, while most controversies are not of a legal nature, but rather a cultural one.


Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Objets trouvés

Nieuwe en gedurfde rechtssociologie

Bruikbare kennis voor de wetgever?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2019
Trefwoorden Rechtssociologie, Seculiere benadering, Rechtsvervreemding, Bruikbare kennis, Hertogh
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn Nobody’s Law presenteert Hertogh een nieuwe rechtssociologische benadering en plaatst die tegenover de kritische benadering. Kern van deze nieuwe (‘seculiere’) benadering is het concept rechtsvervreemding. Of deze nieuwe benadering voor de wetgeving bruikbare kennis gaat opleveren, zoals andere rechtssociologische benaderingen doen, is twijfelachtig. Het is immers moeilijk om wetgeving af te stemmen op mensen die van het recht vervreemd zouden zijn. Daarnaast vergt het concept rechtsvervreemding verheldering, zonder – zoals nu is gedaan – de werkelijkheid (cases) op maat te snijden.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Het werk van Wibo van Rossum – een bloemlezing

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wibo van Rossum, Legal anthropology, Administration of Justice, Empirical research, The Netherlands
Auteurs Dr. mr. Marc Simon Thomas en Prof. mr. Rick Verschoof
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is about the work of Wibo van Rossum who passed away in April 2018. Trained as a legal anthropologist he has conducted empirical research on the administration of justice in the Netherlands for many years. This anthology is about four research reports he produced and many articles he has written in two decades. This article provides an academic as well as a practical review of his work.


Dr. mr. Marc Simon Thomas
Marc Simon Thomas is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. Rick Verschoof
Rick Verschoof is senior rechter en bijzonder hoogleraar rechtspraak aan de Universiteit Utrecht.
In Memoriam

In memoriam John Griffiths (1940-2017)

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Auteurs Keebet von Benda-Beckmann en Heleen Weyers
Auteursinformatie

Keebet von Benda-Beckmann
Keebet von Benda-Beckmann studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1984 in Nijmegen op een proefschrift over geschillenbeslechting in West Sumatra. Zij doceerde rechtssociologie en rechtsantropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en was van 2000 tot 2012 samen met Franz von Benda-Beckmann hoofd van de Projectgroep Rechtspluralisme aan het Max Planck Institute for Social Anthropology in Halle, Duitsland. Zij is honorair hoogleraar aan de Martin Luther Universiteit Halle/Wittenberg. Zij deed voorts onderzoek naar sociale zekerheid op Ambon, en leidde een onderzoeksproject naar rechten op water in India en Nepal. Haar laatste empirische onderzoek betrof de gevolgen van het Indonesische decentralisatie beleid voor de verhouding tussen statelijk recht, adatrecht, en Islamitisch recht in West Sumatra.

Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.
Artikel

Access_open De rechtsfilosofische grondslagen van John Griffiths’ rechtssociologie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden sociology of law, Hart, Dworkin, Legal Realism, Black
Auteurs Jeroen Kiewiet
SamenvattingAuteursinformatie

    The topic of this article is the legal philosophical foundation of John Griffiths’s sociology of law. Griffiths has developed his foundation of sociology of law in discussion with three positions: legal realism, Hart and Dworkin. These three positions give three different answers on the question ‘what is law?’. In the first part Griffiths’s discussion of legal realism is analyzed. From the outset, a legal realistic approach to law has the benefit of its strong focus on the empirical determinants of predicting the outcomes of cases. Problematic, according to Griffiths, is a naïve instrumentalism, often related to legal realism. The second part on Hart’s theory discussed Hart’s notion of rule-following as the core of Griffiths’s sociology of law. Also the different perspectives on law are discussed. According to Griffiths, Black’s extreme external perspective is problematic, but Hart’s moderate external perspective is also not suitable for the external comparative purpose of sociology of law. In the third part, Dworkin’s theory is discussed. Griffiths, in my opinion, unsuccessfully, tried to reconcile Dworkin’s theory with legal positivism. Dworkin’s theory is an interpretive theory from the participant’s point of view, which makes it hard to use it as an adequate foundation of an empirical theory of law. For a sociologist of law, choosing an adequate conception of law is just as important as the choice for an empirical method. The contribution of Griffiths to sociology of law is in this sense unique and of great value for the sociology of law.


Jeroen Kiewiet
Jeroen Kiewiet was student-assistent bij John Griffiths in de collegejaren 2003/2004 en 2004/2005. In 2002 maakte hij met Griffiths en de rechtssociologie kennis tijdens de ‘contractwerkgroep’ van het vak Inleiding rechtssociologie. Het onderwijs tijdens de ‘contractwerkgroep’ ervoer hij als zeer inspirerend; hij zag een échte wetenschapper aan het werk die de inbreng van studenten uiterst serieus nam. Sinds augustus 2015 werkt Jeroen als universitair docent aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Heeft John Griffiths de rechtssociologie verder gebracht?

Een evaluatie van zijn werk vanuit het perspectief van het empirisch-theoretische onderzoeksprogramma

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden P-T-O-scheme, sociology of law, concept of law, empirical research, Karl Popper
Auteurs Albert Klijn en Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    A central ambition that Griffiths expressed rather frequently was to realize progress in the sociology of law by formulating informative theoretical propositions and testing them empirically according to the maxim of the critical-rational metatheoretical program of Karl Popper. Our analysis of Griffiths’s contributions suggests, however, that he actually refrained from following Popper’s path: to put a Problem – formulate a Theory – testing that provisional answer by empirical Observation. Instead, Griffiths focussed mostly on the rigorously clear formulation of concepts accordingly to his strong philosophical inclination.


Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoekopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Marnix Croes
Marnix Croes (1968) studeerde historische en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de sociale wetenschappen aan het Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) op een proefschrift over de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten (Gif laten wij niet voortbestaan, 2004). Hij was van 2003-2016 verbonden aan het WODC, waar hij zich in het kader van een onderzoek over de Bruikbare Rechtsorde (2007) intensief met het werk van Griffiths heeft beziggehouden.
Redactioneel

John Griffiths 1940-2017

Herinneringen – Commentaren – Verwerkingen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Auteurs Albert Klijn, Heleen Weyers, Keebet von Benda-Beckmann e.a.
Auteursinformatie

Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoeksopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving, maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.

Keebet von Benda-Beckmann
Keebet von Benda-Beckmann studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1984 in Nijmegen op een proefschrift over geschillenbeslechting in West Sumatra. Zij doceerde rechtssociologie en rechtsantropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en was van 2000 tot 2012 samen met Franz von Benda-Beckmann hoofd van de Projectgroep Rechtspluralisme aan het Max Planck Institute for Social Anthropology in Halle, Duitsland. Zij is honorair hoogleraar aan de Martin Luther Universiteit Halle/Wittenberg. Zij deed voorts onderzoek naar sociale zekerheid op Ambon, en leidde een onderzoeksproject naar rechten op water in India en Nepal. Haar laatste empirische onderzoek betrof de gevolgen van het Indonesische decentralisatie beleid voor de verhouding tussen statelijk recht, adatrecht, en Islamitisch recht in West Sumatra.

Carolien Jacobs
Carolien Jacobs studeerde International Development aan de Wageningen Universiteit en deed promotieonderzoek in de rechtsantropologie bij Franz en Keebet von Benda-Beckmann aan het Max Planck Institute for Social Anthropology. Haar onderzoek richtte zich op de rol van religie in geschillenbeslechting op lokaal niveau in Mozambique. Sinds 2014 werkt ze als universitair docent aan het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Samenleving. Haar huidige onderzoek richt zich op toegang tot recht voor ontheemden in de Democratische Republiek Congo.
Artikel

John Griffiths’ streven naar een theoretisch kader voor de rechtssociologie

Een kritische analyse

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden socio-legal theory, social control, Rules, legal pluralism, Law
Auteurs Roel Pieterman
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution focuses on John Griffiths’ relentless attempt at developing a general theoretical perspective for socio-legal studies. Hence, attention to Griffiths’ important contributions to legal pluralism and the social working of law approach is paid only in passing. Similar to a much earlier assessment, the analysis of Griffiths’ proposal in this contribution is quite critical. Measured against five criteria this author deems important for any socio-legal theoretical framework, the verdict is that Griffiths’ proposal falls short of all of them. The analysis itself focuses primarily on Griffiths’ attempt to redefine the subject for socio-legal studies in terms of social control, the way he uses the concept ‘law’, and his primary focus on rules and rule following. One overall conclusion is that Griffiths remained a legal scholar to a much greater extent than he would have liked.


Roel Pieterman
Roel Pieterman (1953) is hoofddocent rechtssociologie aan Erasmus School of Law. Zijn onderzoeksbelangstelling is vooral gericht op de politiek-juridische omgang met ‘risico’s’. In die lijn schreef hij De voorzorgcultuur (2008) en Gewicht zit niet tussen je oren (2017). Zijn voornaamste onderwijstaak betreft het verzorgen van inleidend onderwijs in de rechtssociologie. In die lijn heeft hij, vooral in de jaren 1990, veel gebruikgemaakt van de door John Griffiths geredigeerde ‘RUG-bundel’. In die periode hield hij zich, evenals John, bezig met onderzoek naar een geschikt theoretisch kader voor de rechtssociologie. Het resultaat daarvan publiceerde hij in 1998 in Recht der Werkelijkheid. In dat tijdschrift discussieerde hij in die periode diverse malen met John over de vraag wat een goede benadering zou zijn.
Artikel

Verdergaan met de sociale-werkingsbenadering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Effectiveness of law, social working approach, semi-autonomous social fields, smoking bans, impact assessments
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    John Griffiths’ social working approach of legislation tries to estimate the direct effects of laws which prescribe certain behavior. The basic idea of the approach is that rule-guided behavior (direct effect) is influenced by the different groups citizens belong to. Griffiths refers to these groups using the concept coined by Sally Moore (1971) ‘semi-autonomous social fields’. Although Griffiths never formulated hypotheses regarding the relation between SASFs and direct effects, the article explores two of them: If the relevant SASFs accept the new norm, direct effects will occur; and if the relevant SASFs are not ‘though’ (and don’t accept the new norm) direct effects will occur. These two hypotheses are related to the results of smoking bans in bars in the Netherlands. The acceptance of the smoking bans in bars is low. The thoughness of the SASFs in bars and their organization differ in time and so did the compliance with the smoking bans. Because this article is not based on research that depart from the hypotheses, further research based on the hypotheses is needed to draw firm conclusions. The article is rounded up with a plea to use Griffiths approach in impact assessments of legislation.


Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving, maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.
Artikel

De rol van intermediairs in het Nederlandse prostitutiebeleid

Top-down toepassen of bottom-up aanpassen van regels?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden regulatory intermediaries, Social Working theory, Regulatory Intermediary Target model, prostitution policy
Auteurs Nicolle Zeegers
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to the more current Regulator Intermediary Target (RIT) model, Griffiths’ Social Working (SW) theory points to the relevance of intermediaries for explaining rule following behavior. In this article, the author applies both theories (RIT and SW) concerning the role of intermediaries in rule following to explain developments in Dutch prostitution policy: the non-implementation of the emancipatory, sex workers’ rights based approach, and its replacement by a more repressive policy of closing down sex facilities. The analysis shows that although both theories contain useful starting point for explaining these developments, the SW theory’s special value is its acknowledgement of how regulatory intermediaries operate in a social field with existing social rules and a specific balance of power. Such rules and power relations have put barriers to the implementation of the Dutch prostitution policy as formulated in 1999. As illustrated in the article, the SW- theory offers more tools than the RIT- model for an analysis of how legal rules work in practice.


Nicolle Zeegers
Nicolle Zeegers is universitair docent politicologie bij de vakgroep Transboundary Legal Studies (TLS), Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. In haar onderzoek richt zij zich op vraagstukken over invloed en macht in de totstandkoming en werking van wetgeving. In augustus 1998 werd zij lid van de vakgroep Rechtstheorie waarvan John Griffiths de voorzitter was. Zij heeft verschillende malen over de sociale-werkingstheorie gepubliceerd (zie Weyers & Stamhuis 2003 en Zeegers, Witteveen & Van Klink 2005).

Kees Schuyt
Kees Schuyt (1943) was van 1974 tot 1980 collega van John Griffith als hoogleraar in de rechtssociologie. Promoveerde na zijn studie sociologie en Nederlands recht op het rechtssociologische proefschrift Recht, Orde en Burgerlijke ongehoorzaamheid (1972) te Leiden. Werd vervolgens benoemd als lector (1972) en vervolgens hoogleraar (1974) rechtssociologie te Nijmegen. Bekleedde nadien de leerstoel in de empirische sociologie te Leiden (1980 – 1990). Na de opheffing van de sociologie-opleiding in Leiden werd hij in 1991 benoemd in Amsterdam voor het vak sociologie van beleid. Hij ging in 2007 met emeritaat. Was onder meer lid van de WRR en werd in 1991 benoemd tot gewoon lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Hij bekleedde de Cleveringa-wisselleerstoel aan de Universiteit Leiden (2006-2007). Hij beëindigde zijn loopbaan als lid van de Raad van State (2005- 2013). Gedurende zijn loopbaan verschenen tal van rechtssociologische publicaties; daaruit hieronder een selectie. Rechtssociologie, een tereinverkenning (1971), Rechtvaardigheid en effectiviteit in de verdeling van levenskansen (1973), De weg naar het recht (met K. Groenendijk en B. Sloot, 1976); Een beroep op de rechter (met A. Jettinghoff en F. Zwart, 1978); Ongeregeld Heden, (1982), Recht en samenleving (1983); De plaats van de Hoge Raad in de Nederlandse samenleving (1988); The Rise of Lawyers in the Dutch Welfare State (1988), Cultures of Unemployment (met G. Engbersen en J. Timmer 1993); Publiek recht in de multiculturele samenleving, pre-advies voor de Nederlandse Juristen Vereniging (2008); Daarnaast publiceerde hij op het gebied van de (geschiedenis van de) verzorgingsstaat en over de filosofie van de sociale wetenschappen. Hij schreef sociologische biografieën van de Nederlandse juristen Willem Nagel (2010) en R.P. Cleveringa (verschijnt januari 2019).

Richard Abel
Rick Abel is Connell Distinguished Professor of Law Emeritus and Distinguished Research Professor at University of California Los Angeles (UCLA). 'John and I, we both began our academic careers at Yale in the late 1960s, were alienated by the institution (social pretensions and intellectual narrowness) and happily found other homes: John in the Netherlands and I in California. I left Yale as an Associate Professor. At UCLA I am Connell Distinguished Professor of Law Emeritus and Distinguished Research Professor.'
Artikel

Uit de schaduw

Perspectieven voor wetenschappelijk onderzoek naar dark markets

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Dark markets, Hansa, Silk Road, Bayonet, scientific research
Auteurs Thijmen Verburgh MSc, Eefje Smits MSc en Rolf van Wegberg MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the authors present the lessons learned from previous research efforts into dark markets. First the important features of dark markets are discussed, i.e. anonymity and trust, as well as the question how data on dark markets can be collected. Next, the authors illustrate how this data can be used to study the phenomenon of dark markets itself as well as the impact of police interventions on dark markets.


Thijmen Verburgh MSc
T. Verburgh MSc is als onderzoeker verbonden aan TNO.

Eefje Smits MSc
E. Smits MSc is werkzaam als onderzoeker bij TNO.

Rolf van Wegberg MSc
R. van Wegberg MSc is als onderzoeker verbonden aan TNO en de Technische Universiteit Delft.
Artikel

Aansprakelijkheid voor drones

Technologische ontwikkelingen en de toepasbaarheid van het aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden drones, onbemande luchtvaartuigen, privacy, productaansprakelijkheid, innovatie
Auteurs Mr. dr. ir. B.H.M. Custers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht is toegerust op toenemende autonomie van drones en verdergaande miniaturisering in dronetechnologie. Na korte uitleg van relevante luchtvaartwetgeving voor dronegebruik wordt ingegaan op de onrechtmatige daad en productaansprakelijkheid. Daarna wordt besproken in hoeverre het huidige stelsel van aansprakelijkheid aanpassing behoeft.


Mr. dr. ir. B.H.M. Custers
Mr. dr. ir. B.H.M. Custers is associate professor en onderzoeksdirecteur bij eLaw, het centrum voor recht en digitale technologie aan de juridische faculteit van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Miranda Boone
Prof. dr. M.M. Boone is hoogleraar Criminologie en vergelijkende Penologie bij de Universiteit Leiden.

Annelien Bouland
Annelien Bouland (LLM, MSc) is een Meijers PhD kandidaat aan het Van Vollenhoven Institute for Law Governance and Society, Universiteit Leiden.
Artikel

Crimmigratie en het uitzetten van strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden crimmigration, bordered penality, migration, banishment, bifurcation
Auteurs Jelmer Brouwer MSc E.MA
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyses to what extent current responses to crime committed by immigrants can be seen as a modern version of the classical practice of banishment. To that end it analyses three recent policy developments directed at criminally convicted immigration. The analysis shows that during the last ten years there has been a sharp increase in the number of immigrants losing their residence permit following a criminal conviction. Moreover, punishment aimed at criminally convicted immigrants without a legal right to stay is increasingly aimed at permanent exclusion through the practice of deportation. Drawing on the theoretical notions of crimmigration and bordered penality, it is therefore argued that criminally convicted immigrants increasingly see themselves confronted with punishment practices that are the modern equivalent of the classical practice of banishment. This raises important questions about where we should draw the line between insiders and outsiders.


Jelmer Brouwer MSc E.MA
J. Brouwer MSc E.MA is als promovendus verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 96 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.