Zoekresultaat: 16 artikelen

x
Redactioneel

Access_open Autonome systemen

‘Computer says no’

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2020
Auteurs Rein Halbersma
Auteursinformatie

Rein Halbersma
Dr. R.S. Halbersma is onderzoekscoördinator bij de Kansspelautoriteit en redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Interview

Access_open De grote toezichtinterviewestafette – deel 3:

Autoriteit Consument en Markt

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2020
Auteurs Marije Batting en Martijn Groenleer
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor deze aflevering van het estafette-interview spraken Marije Batting en Martijn Groenleer namens de redactie van Tijdschrift voor Toezicht met Martijn Snoep, sinds 1 september 2018 bestuursvoorzitter van de ACM.1x Het gesprek vond begin november 2019 plaats. Mede naar aanleiding van de suggesties van Hanzo van Beusekom, bestuurslid van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), die we interviewden voor nummer 2019-3 van Tijdschrift voor Toezicht, spraken wij met Martijn over de elementen van een goede toezichtstrategie en over de balans tussen handhaven en beïnvloeden.

Noten

  • 1 Het gesprek vond begin november 2019 plaats.


Marije Batting
Mr. M.L. Batting is advocaat-partner bestuursrecht bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en redacteur van het Tijdschrift voor Toezicht.

Martijn Groenleer
Prof. dr. M.L.P. Groenleer is hoogleraar Regionaal recht aan het Tilburg Institute of Governance (TIG) en redacteur van Tijdschrift voor Toezicht.
Redactioneel

Access_open Toezicht, de stad en de regio

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden decentralisatie toezicht, regiovorming, toezicht
Auteurs Martijn Groenleer
Auteursinformatie

Martijn Groenleer
Prof. dr. M.L.P. Groenleer is hoogleraar recht en bestuur aan Tilburg University en directeur van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG) en redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

    In de Caribische gebiedsdelen geldt met betrekking tot kwesties van personen-, familie- en erfrechtelijke aard als geschreven regel van conflictenrecht dat het daarop toepasselijke recht het recht is van de ‘gewone verblijfplaats’ van betrokkene(n). Bij de praktische toepassing van deze algemeen geformuleerde regel rijzen de nodige vragen. In deze bijdrage worden de belangrijkste daarvan besproken, om vervolgens met enige handreikingen te komen inzake de omgang daarmee.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht.
Artikel

Access_open Verborgen strijd in het veiligheidsdomein: over samenwerking tussen politie en gemeente bij de bestuurlijke aanpak van overlast en criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Interorganisationele samenwerking, Politie, Gemeenten, bestuurlijke aanpak, overlast en criminaliteit
Auteurs Renze Salet
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, over the past 25 years mayors have had an increasing number of formal powers, based on administrative law, to fight against crime and disorder. Now, the Dutch mayors have the power to impose a restraining order, to close houses in case of drugs and/or drugs trade, or to decline a request for a permit when it might be used for illegal activities.
    To implement these measures, the local government is highly dependent on (information provided by) the police. At this moment we do not have much information about this cooperation between local government and the police in the management of crime and disorder. This paper is based on an empirical study concerning this issue. It shows that the inter-organizational cooperation between local government and the police may differ strongly, however this cooperation still often depends on central factors and circumstances. An important factor is the (growing) distance between the police and local government in regard to the local approach of problems of crime and disorder. A significant number of local police officers concentrates mainly on the maintenance of law and order by criminal law enforcement instead of the implementation of administrative measures. As a result, local government is often unsatisfied about the contribution of the police. For example, the quality of the information provided by the police is often perceived as insufficient. In some cases local governments try to diminish the degree of interdependency with the police and to strengthen their own position in the local safety domain.


Renze Salet
Renze Salet is Universitair Docent Criminologie bij de vakgroep Strafrecht & Criminologie van de Radboud Universiteit (Faculteit Rechtsgeleerdheid).

Martijn Groenleer
Prof. dr. M.L.P. Groenleer is hoogleraar recht en bestuur aan Tilburg University en directeur van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).
Artikel

De uitsluitingsclausule in internationale gevallen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden uitsluitingsclausule, internationaal, gemeenschap, redelijkheid en billijkheid, goederenrechtelijke werking
Auteurs Mr. E.C.E. Schnackers
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoe moet worden omgegaan met een erfenis of schenking afkomstig van een niet-Nederlander aan iemand die in de huidige Nederlandse gemeenschap van goederen is getrouwd, zonder dat er een uitsluitingsclausule is gemaakt? De Hoge Raad heeft zich op 17 februari 2017 voor het eerst uitgelaten over de mogelijkheid van een materieelrechtelijke correctie op grond van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid tussen de echtgenoten. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad besproken en geplaatst in de bredere context van onderhavige problematiek, zoals de omstandigheden waaronder een beroep op de materieelrechtelijke correctie kan worden gedaan en het rechtsgevolg daarvan.


Mr. E.C.E. Schnackers
Mr. E.C.E. Schnackers is werkzaam als advocaat bij Boels Zanders Advocaten te Maastricht.
Artikel

Het effect van internationale netwerken en agentschappen in nationale implementatie van Europees beleid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden Europees beleid, implementatie, agentschappen, netwerken
Auteurs Esther Versluis en Josine Polak
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de betrokkenheid van internationale netwerken en agentschappen bij de implementatie van Europese regelgeving op nationaal niveau. Aan de hand van een synthese van eerder onderzoek concluderen wij dat dit soort internationale samenwerking alleen succesvol is als er sprake is van wederzijdse afhankelijkheid tussen landen, en er een informele samenwerkingscultuur heerst. Omdat oorzaken van implementatieproblematiek nooit hetzelfde zullen zijn in alle EU-lidstaten, doen Europese netwerken en agentschappen er verstandig aan niet te gedetailleerd te willen sturen, maar rekening te blijven houden met het belang van culturele verschillen tussen de verschillende lidstaten van de EU.


Esther Versluis
Dr. E. Versluis is professor European Regulatory Governance aan de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht.

Josine Polak
J. Polak is senior onderzoeksmedewerker bij de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel

Samenwerking tussen inspecties over de grenzen heen: vormen, redenen, uitdaging en strategie

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Europese regelgeving, samenwerken, inspectiediensten, internationaal
Auteurs Prof. dr. Martijn Groenleer
SamenvattingAuteursinformatie

    In vrijwel alle beleidssectoren is sprake van afstemming tussen nationale inspecties over de wijze waarop ze toezicht houden op de uitvoering van Europese regels. In sommige gevallen wordt verregaand Europees samengewerkt tussen inspecties of vindt zelfs centralisering van toezicht plaats op Europees niveau. De vraag is dus niet zozeer of nationale inspecties samenwerken, veel meer in welke vorm ze dat doen en met welke redenen. Deze vragen staan centraal in dit artikel. Het artikel maakt een eerste inventarisatie en classificatie van de institutionele vormgeving van Europese samenwerking en ontwikkelt een voorlopige typologie van de overwegingen die inspectiediensten hebben voor zulke samenwerking.


Prof. dr. Martijn Groenleer
M.L.P. Groenleer is hoogleraar recht en bestuur aan Tilburg University en directeur van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).
Redactioneel

Contracttheorie

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2016
Auteurs Dr. Paul de Bijl
Auteursinformatie

Dr. Paul de Bijl
Dr. P.W.J. de Bijl is zelfstandig adviseur bij Radicand Economics en Lexonomics en senior lecturer Mededinging & Regulering Universiteit Utrecht.
Artikel

Tussen Scylla en Charybdis

Spanningsvelden en taakopvattingen in het licht van schadelijk maar legaal ondernemingsgedrag

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden reflectief toezicht, buitenwettelijk toezicht, spanningsvelden, taakopvatting, dialoog
Auteurs Mr. drs Aute Kasdorp
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederlandse toezichthouders worstelen met schadelijk maar legaal ondernemingsgedrag. Dit artikel laat spanningsvelden zien die toezichthouders in dit kader ondervinden, en plaatst dit in een kader van vier mogelijke taakopvattingen. Een dialoog over deze spanningsvelden en taakopvattingen kan de discrepantie verkleinen tussen wat toezichthouders doen en wat de samenleving van hen verwacht.


Mr. drs Aute Kasdorp
Mr. drs. E.A. (Aute) Kasdorp MBA is promovendus in het ‘Modern Toezicht’ onderzoeksprogramma van de Rotterdam School of Management (RSM), Erasmus University, en manager bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Het artikel is geschreven op persoonlijke titel. Aute Kasdorp verwelkomt contact naar aanleiding van dit artikel via
Artikel

De beperking van de gemeenschap van goederen vanuit internationaal erfrechtelijk perspectief

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 16 2016
Trefwoorden Levensverzekering, pensioen en sociale zekerheid
Auteurs


    Op 11 februari 2015 heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa de Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation aangenomen. Dit is het eerste Europese instrument over het verhuizen met kinderen na scheiding. De Recommendation heeft een duidelijk tweeledig doel: het voorkomen van conflicten over verhuizingen met kinderen en, indien een conflict is gerezen, het bieden van richtsnoeren voor het oplossen daarvan. In deze bijdrage staan in de eerste plaats de inhoud van de Recommendation en de daarbij gemaakte keuzes centraal. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag wat deze Recommendation kan betekenen voor het Nederlandse recht en de toepassing daarvan in verhuiszaken. In de Recommendation worden enige, naar het oordeel van de auteur verstandige keuzes gemaakt. Zo verdient het stevig inzetten op alternatieve geschiloplossing steun. Daarnaast is de aanbevolen afzonderlijke beoordeling van het belang van het kind, zonder dat dit belang echter de doorslag hoeft te geven, in overeenstemming met vaste rechtspraak van de Hoge Raad in verhuiszaken. Ook het pleidooi voor een neutrale, kind-gecentreerde, casuïstische benadering door de rechter strookt met de wijze waarop Nederlandse rechters tot hun beslissingen in verhuiszaken komen. Specifieke verhuiswetgeving op deze punten, zoals de Recommendation voorstelt, acht de auteur dan ook niet nodig. Wel zou de wettelijke verankering van de in de Recommendation voorgestelde formele notificatieplicht kunnen bijdragen aan het voorkomen van verhuisconflicten. Krachtens deze plicht dient de ouder met een verhuiswens de andere ouder – schriftelijk en binnen een redelijke termijn – te informeren over de voorgenomen verhuizing. Hoewel de verwachtingen van het daadwerkelijke effect van de Recommendation als niet-bindend instrument niet al te hoog gespannen moeten zijn, draagt deze bij aan de erkenning van verhuizing met kinderen als een (hoog)potentieel conflictueuze aangelegenheid.
    On the 11th February 2015 the Committee of Ministers of the Council of Europe adopted the Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation. This is the first European instrument on child relocation. The aim of the Recommendation is twofold: preventing relocation disputes, and in case of a dispute, providing guidelines for solving them. This contribution firstly intends to examine the principles of the Recommendation and the choices that has been made during the drafting process. Secondly, it will look at the question of to what extent the Recommendation could lead to any adjustments of Dutch law and its application in relocation cases. In the opinion of the author, a number of prudent choices have been made in the Recommendation. In the first place, the encouragement of alternative dispute resolution ought to be supported. Secondly, the recommended individual and separate assessment of the best interests of the child (whose interests are, however, not decisive) is in accordance with the case law of the Supreme Court of the Netherlands in relocation cases. The plea for a neutral, child centered, case-by-case approach by the court is also consistent with the way in which Dutch courts make their decisions in relocation cases. Specific relocation legislation in this regard is not necessary in the opinion of the author. However, a legislative provision requiring the relocating parent to inform the other parent prior to the intended relocation might contribute to the prevention of disputes on child relocation. Although expectations concerning the actual effect of the Recommendation as a non-binding instrument should not be too high, it nevertheless contributes to the recognition of child relocation as an issue with a high potential for conflict.


Prof. mr. Lieke Coenraad
Prof. mr. Lieke Coenraad is Professor of Private Law and Dispute Resolution at the law faculty of VU University Amsterdam. She is also deputy judge at the Court of Appeal of Amsterdam.
Artikel

Onafhankelijkheid en regulerende bevoegdheden van markttoezichthouders in EU-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden legaliteitsbeginsel, onafhankelijk markttoezicht, zelfstandig bestuursorgaan
Auteurs Prof. dr. S. Lavrijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of en hoe Europese onafhankelijkheidsvereisten in overeenstemming zijn met het legaliteitsbeginsel en het democratiebeginsel, en of deze beginselen ook op een andere wijze kunnen of moeten worden ingevuld, gelet op de Europese ontwikkelingen inzake markttoezicht. De Europese eisen inzake de onafhankelijkheid van markttoezicht houden enerzijds in dat de toezichthouder onafhankelijk moet zijn en anderzijds dat de toezichthouder ook tot op zekere hoogte onafhankelijk moet zijn van de nationale politiek. Dit laatste element roept de vraag op of zich dat verdraagt met de Nederlandse invulling van het legaliteitsbeginsel, namelijk het primaat van de wetgever. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord, omdat zowel het democratiebeginsel als het legaliteitsbeginsel ruimte laat voor een andere invulling dan de traditionele, mits wordt gewaarborgd dat burgers inspraak hebben en dat de autoriteit verantwoording schuldig is aan de rechter. Daarnaast nopen Europese ontwikkelingen bij markttoezicht ook tot een andere invulling.


Prof. dr. S. Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar consument en energierecht aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center van Tilburg University.
Artikel

Onafhankelijkheid vs. Accountability: de casus van de nieuwe EU financiële toezichthouders

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden onafhankelijkheid, accountability, agentschappen, financieel toezicht, EU
Auteurs Dr. M. Scholten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de onafhankelijkheid en accountability van de nieuwe EU financiële agentschappen (EBA, EIOPA en ESMA). Het behandelt eerst de de jure institutionele, persoonlijke en financiële elementen van de onafhankelijkheids- en accountability arrangementen van de nieuwe agentschappen en laat zien dat zowel hun onafhankelijkheid als accountability versterkt is in vergelijking met die van hun voorgangers, de zogenoemde Lamfalussy-comités. Verder wordt een aantal punten met betrekking tot de de facto onafhankelijkheid en accountability van EU-agentschappen besproken. Het artikel sluit af met een aantal lessen die uit de EU-ervaring getrokken kunnen worden. Het biedt daarmee nuttige inzichten aan nationale wetgevers die zich met het ‘onafhankelijkheid vs. accountability’-dilemma geconfronteerd zien.


Dr. M. Scholten
Dr. M. Scholten is postdoctoraal onderzoeker aan het Centrum voor Regulering en Handhaving in Europa en aan het Europa Instituut, Faculteit van Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, Universiteit Utrecht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.