Zoekresultaat: 27 artikelen

x
Titel

De verstrekking van juridische voorwaarden in het voorportaal van de cloud

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2020
Trefwoorden account, cloudcontract, algemene voorwaarden, toestemming, gegevensbescherming
Auteurs Mr. dr. Evert Neppelenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Steeds meer particulieren maken gebruik van een cloudprovider voor het delen of bewaren van documenten. Bij het aanmaken van het account voor de toegang tot deze digitale dienst moeten deze gebruikers akkoord gaan met de juridische voorwaarden. In deze bijdrage wordt de terbeschikkingstelling van deze voorwaarden kritisch bekeken vanuit de regelingen over algemene voorwaarden in het Burgerlijk Wetboek en over toestemming als grond voor gegevensverwerking in de Algemene Verordening Gegevensbescherming.


Mr. dr. Evert Neppelenbroek
Mr. dr. E.D.C. Neppelenbroek is universitair docent IT-recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij dankt masterstudent Maarten Bouwman, die als paralegal voorbereidend werk heeft verricht.
Artikel

Bouwbesluit 2012 en Bbl: bouwen op een duurzaam fundament

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Bouwbesluit, functionele eisen, prestatie-eisen, gebruiksmelding, gelijkwaardige oplossing
Auteurs Mr. A. (Anneke) Franken en Mr. H. (Hans) Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het juridisch kader van de belangrijkste aspecten van het Bouwbesluit 2012 (Bb) gegeven. In het artikel gaan auteurs in op de oorsprong en grondslag van het Bb (par. 2), de hoofdstukindeling, de begrippen en de verschillende gebruiksfuncties in het Bb (par. 3), de (minimum)eisen en de beschermingsniveaus (par. 4), het instrument gebruiksmelding (par. 5), de mogelijkheden van een gelijkwaardige oplossing (par. 6), de opbouw en systematiek van de functionele eisen en de prestatie-eisen (par. 7), bouw- en sloopwerkzaamheden in het Bb (par. 8), handhaving (par. 9), overgangsrecht (par. 10) en de verhouding tot de Wabo en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (par. 11). Ook wordt ingegaan op de toekomst van het Bb onder de Omgevingswet (par. 12).


Mr. A. (Anneke) Franken
Mr. A. Franken is advocaat bij Hemwood

Mr. H. (Hans) Koolen
Mr. H. Koolen is advocaat bij Hemwood

Vanessa Mak
Prof. mr. Vanessa Mak is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University.
Objets trouvés

Recht is niet alleen recht als er recht op staat

Over het (h)erkennen van de rechtskracht van private normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden normalisatie, meetinstructie, prejudiciële vragen, status en rechtsgevolgen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Achmea/Rijnberg-arrest van de Hoge Raad leek een doorbraak te zijn bereikt inzake de doorwerking van private regelgeving in het recht. Wanneer partijen het onderling eens zijn over de toepasselijkheid van bijvoorbeeld gedragscodes, toetst de Hoge Raad er ook aan zonder de juridische status ervan te beoordelen. De vraag wat te doen wanneer de relevantie van private regelgeving tussen partijen wordt betwist, blijkt echter een veel lastiger te nemen hobbel. Recente jurisprudentie over normalisatienormen toont aan dat het in zo’n geval buitengewoon complex is om te bepalen welke rechtsgevolgen aan private regels moeten worden verbonden. Wettelijke (h)erkenningsregels die de rechter behulpzaam kunnen zijn bij het kwalificeren en waarderen van private regels worden in die situatie node gemist. Hier ligt ook een taak voor wetgevingsjuristen. De vraag is alleen of één algemeen wettelijk kader voor uiteenlopende vormen van private regelgeving momenteel al haalbaar is. Werken met experimenteerbepalingen zou wel eens vruchtbaarder kunnen blijken te zijn. Dergelijke bepalingen zullen alleen werken wanneer wetgevingsjuristen, die ze moeten opstellen, zich eerst verdiepen in de schaduwwereld van private normen waarop deze bijdrage enig licht probeert te werpen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

Access_open De toepassing van de klachtplicht bezien vanuit het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Klachtplicht, Bouwcontracten, Aansprakelijkheid na oplevering, Verjaring en verval
Auteurs Prof. mr. S. van Gulijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de klachtplichtregeling, waarvoor de algemene wettelijke grondslag in artikel 6:89 BW is neergelegd. Specifiek voor de consumentenkoop en de aanneming van werk zijn daarvan afwijkende regelingen opgenomen, respectievelijk in artikel 7:23 en artikel 7:758 lid 3 BW. De klachtplichtregeling van artikel 7:758 lid 3 BW zal gaan wijzigen. De regering is immers voornemens in titel 7.12 BW (aanneming van werk) drie privaatrechtelijke wijzigen door te voeren in het kader van het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen. Aan artikel 7:758 BW zal een nieuw lid 4 worden toegevoegd. In deze bijdrage wordt allereerst de klachtplichtregeling van artikelen 6:89, 7:23 en 7:758 lid 3 BW toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de gevolgen van het voorgestelde nieuwe lid 4 voor de toepassing van de klachtplicht in de praktijk.


Prof. mr. S. van Gulijk
Prof. mr. S. van Gulijk is hoogleraar privaatrecht, bijzondere overeenkomsten, aan de Tilburg Law School.
Artikel

Empirisch-juridisch onderzoek in Nederland

Bespiegelingen over de stand van zaken in de rechtswetenschap, het juridisch onderwijs en de rechtspraktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Empirical methods, Legal research, Legal education, Legal practice, Legislation
Auteurs Dr. Nieke Elbers, Mr. dr. Marijke Malsch, Dr. Peter van der Laan e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical Legal Studies (ELS) is research in which legal questions are answered using empirical research methods. Traditionally, lawyers conduct normative, non-empirical research. Lately the legal discipline is increasingly interested in ELS. It is argued that we need more ELS. This raises the question to what extent Dutch researchers and practitioners conduct and apply ELS. In this article, we investigate the state of affairs of ELS in the Netherlands. We look at three different areas: legal research, legal education and legal practice. The data we use are legal PhD theses, legal course material, legislative proposals, and questionnaire data from legal practitioners. The methods are a systematic review, a quantitative content analysis, and a questionnaire research. Our study on legal research shows that researchers do apply empirical methods, but mainly the researchers with an education in social science. Our study on legal education shows that lawyers receive hardly any training on empirical research methods. Finally, our research on legal practice shows that practitioners and legislators struggle to apply empirical legal research. We plead for investments to enhance the production and usage of ELS, to prevent wrongful judicial decision-making, to generate effective legislation, and to create scientific innovation.


Dr. Nieke Elbers
Nieke Elbers is als postdoc onderzoeker verbonden aan het NSCR als projectleider Empirical Legal Studies (ELS).

Mr. dr. Marijke Malsch
Marijke Malsch werkt als senior onderzoeker bij het NSCR.

Dr. Peter van der Laan
Peter van der Laan werkt als senior onderzoeker bij het NSCR. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar sociaal pedagogische hulpverlening aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit.

Prof. dr. Arno Akkermans
Arno Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en directeur van het NSCR.

    Aan de hand van twee arresten van de Hoge Raad wordt stilgestaan bij de zorgplicht die op een beroepsbeoefenaar bij het opstellen van een rapport voor een cliënt jegens derden kan rusten en de manier waarop de beroepsbeoefenaar met die zorgplicht kan omgaan.


Mr. P.H. Kramer
Mr. P.H. Kramer is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Derdenwerking van exoneratiebedingen: een inkadering van het redelijkheidsoordeel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Derdenwerking, Exoneratiebedingen, Rechtszekerheid, Engels contractenrecht
Auteurs Mr. P.F. Salome
SamenvattingAuteursinformatie

    Derdenwerking van exoneratiebedingen dient te worden gerechtvaardigd door de ‘aard van het desbetreffende geval’. Gezichtspunten spelen daarbij een rol. De literatuur is kritisch op de rechtspraak van de Hoge Raad en de door hem geformuleerde gezichtspunten: het zou resulteren in een gebrek aan houvast. In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van de gezichtspunten in de rechtspraak. Hieruit volgt een ‘diffuus beeld’. Na een uitstap naar het Engelse contractenrecht wordt een aanbeveling gedaan om het leerstuk van (meer) rechtszekerheid te voorzien.


Mr. P.F. Salome
Mr. P.F. Salome is advocaat bij Van Traa Advocaten N.V. te Rotterdam. De auteur bedankt prof. mr. H.N. Schelhaas, prof. mr. M.H. Claringbould, mr. dr. J.A. Kruit en mr. O. Böhmer voor hun commentaar op een eerdere versie.
Artikel

Hart, handen & voeten: de mondelinge behandeling en de pleitnota na KEI

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Trefwoorden KEI, mondelinge behandeling, art. 22 Rv, art. 30k Rv, oral hearing
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen
SamenvattingAuteursinformatie

    Na invoering van KEI zal de civiele rechter in veel zaken meteen na de mondelinge behandeling uitspraak doen; alle stukken en stellingen moeten voortaan vóór de zitting zijn ingediend, en rechters worden geacht vaker instructies geven om dit te bewerkstelligen. Nieuw is deze wens niet; wel nieuw is dat de wetgever haar in de wet heeft geëxpliciteerd en op de overtreding van enkele sleutelbepalingen concretere sancties stelt. Deze bijdrage onderzoekt of de wetgever met die wijzigingen de al decennia gewenste ‘cultuuromslag’ in het civiele proces eindelijk afdwingt; praktische vraag daarbij is of partijen nog wel een pleitnota mogen indienen.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is cassatieadvocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten en gastonderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit.
Artikel

Empirisch-juridisch onderzoek – toekomstmuziek of werkelijkheid?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2016
Trefwoorden empirical legal studies, law in action, law in the real world, evidence-based law
Auteurs Dr. N.A. Elbers
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical Legal Studies (ELS) are studies investigating the law in the real world, using empirical methods. Internationally, ELS is on the rise. However, not much is known about what is being done around ELS in the Netherlands. This article describes the results of a systematic review, investigating how many PhD researchers who defended their thesis at a Dutch law faculty in 2015 have collected empirical data, what topic they investigated, which method they used and what background they have. The findings are that 33% of the PhD theses could be labelled as ELS. The majority of ELS were conducted by researchers who have a social science degree. Some of the (only few) lawyers collecting empirical data did not aim to conduct ELS, even though their research questions were very empirical. It is concluded that more empirical education and research funding are needed to stimulate lawyers to conduct more ELS.


Dr. N.A. Elbers
Dr. Nieke Elbers is postdoc-onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en projectleider voor de stimuleringsactie Empirical Legal Studies. Zij is als sociale wetenschapper (MSc (neuro)psychologie) gepromoveerd bij de rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam (afdeling privaatrecht).
Artikel

De introductie van private partijen in het bouwtoezicht. Waar moeten we om denken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden privatisering, bouwtoezicht, inperking negatieve effecten, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Auteurs Mr. A. (Annalies) Outhuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen realiseert de privatisering van het bouwtoezicht. Eerdere ervaringen, in binnen- en buitenland, laten zien dat de privatisering van toezicht gepaard kan gaan met negatieve effecten. Dit artikel bekijkt hoe privaat toezicht in de bouwsector kan worden geïntroduceerd, gelet op de mogelijke negatieve effecten, knelpunten en belangen van de diverse actoren. De auteur besluit met het formuleren van enkele aanbevelingen ter inperking van de mogelijke negatieve effecten.


Mr. A. (Annalies) Outhuijse
Mr. A. Outhuijse verricht sinds 1 oktober 2015 promotieonderzoek naar de geschilbeslechting en besluitvorming door de mededingingsautoriteit aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Private kwaliteitsborging als wetgevingsvraagstuk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden private kwaliteitsborging, regulering, toezicht
Auteurs dr. A.R. Neerhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij zowel de Europese als de nationale overheid is er al meer dan twee decennia lang een duidelijke belangstelling voor private kwaliteitsborging als een instrument voor regulering en toezicht naast exclusief overheidsoptreden. Dit past bij de gedachte dat in de samenleving ook veel kan worden gereguleerd zonder dat de overheid daar meteen aan te pas hoeft te komen. De auteur bespreekt dit instrument als wetgevingsvraagstuk. Daarbij komen de modaliteiten van private kwaliteitsborging aan bod en welke aandachtspunten in acht moeten worden genomen als de wetgever kiest voor private kwaliteitsborging. Deze aandachtspunten zijn te ontlenen aan beginselen van de democratische rechtsstaat en beginselen van behoorlijke wetgeving, goed bestuur en de open markt. Aan het slot trekt de auteur enkele conclusies over op welke wijze de overheid rekening moet houden met private kwaliteitsborging bij de totstandkoming van wetgeving.


dr. A.R. Neerhof
dr. A.R. (Richard) Neerhof is als universitair hoofddocent bestuursrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht onderzoek in het programma ‘Public Contracts: Law & Governance’.
Artikel

Een gebouw van contracten: de contractengroep als juridisch kader voor bouwprocessen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden contractengroep, relativiteitsbeginsel, bouwcontracten, samenhangende overeenkomsten
Auteurs Mr. S. van Gulijk en Mr. L.H. Muller
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van derden in het contractenrecht heeft zich sterk ontwikkeld. Zo zijn door de rechtspraak bij samenhangende rechtsverhoudingen uitzonderingen op het relativiteitsbeginsel aangenomen. Samenhangende rechtsverhoudingen komen veel voor in het bouwcontractenrecht, waardoor problemen kunnen ontstaan bij het vestigen van aansprakelijkheid. Mogelijk biedt de contractengroep als overkoepelend juridisch kader voordelen voor de regulering van samenhangende rechtsverhoudingen in het bouwcontractenrecht.


Mr. S. van Gulijk
Mr. S. van Gulijk is universitair hoofddocent privaatrecht aan Tilburg University.

Mr. L.H. Muller
Mr. L.H. Muller is advocaat bouwrecht te Nijmegen.
Casus

Samenwerking in meerpartijenverhoudingen in de bouw: stand van zaken en praktische tools

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2016
Trefwoorden samenwerking, bouwrecht, meerpartijenverhoudingen, contracten, digitalisering
Auteurs Dr. S. Van Gulijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij samenwerking in meerpartijenverhoudingen, zoals bouwcontracten, gaat geregeld iets mis. Vaak komt dit voort uit onvoldoende communicatie, coördinatie en afstemming tussen betrokkenen. Op contractanten in meerpartijenverhoudingen rusten op basis van de wet slechts vrij basale verplichtingen ten behoeve van samenwerking, zoals elkaar informeren over de stand van zaken van het werk. In standaard voorwaarden is meer aandacht voor verplichtingen gericht op goede samenwerking en in hedendaagse contracten worden steeds vaker positieve prikkels opgenomen (tevredenheidsverklaringen, bonussen, besparingsmodellen) om de onderlinge samenwerking te bevorderen. Ten slotte worden specifiek in de bouwpraktijk digitale tools ingezet (o.m. BIM en LEAN thinking) om samenwerking en contracten beter te kunnen managen.”


Dr. S. Van Gulijk
Dr. S. van Gulijk is universitair hoofddocent Privaatrecht aan de Tilburg University.
Artikel

De regisserende zaaksrechter: de regierol van de rechter volgens KEI

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden zaaksrechter, KEI, regierol, casemanagement
Auteurs Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat wetsvoorstel 34059 bedoelt met de regierol van de rechter werkt door bij het opstellen van procesreglementen en het doordenken van werkprocessen zoals dat nu in het project KEI gebeurt. De opvatting over de regierol die het wetsvoorstel uitdraagt, plaatst de zaaksrechter, die zo vroeg als mogelijk is bij de behandeling van de zaak wordt betrokken, op de voorgrond. Dit eist een andere aanpak van zaken dan tot nu toe bij veel gerechten gebruikelijk is.


Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar
Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar is senior rechter inhoudelijk bij Rechtbank Gelderland en hoogleraar Rechtspraak aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. P. Klik
Mr. P. Klik is lector aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao.

    The article takes as its point of departure some of the author’s multidisciplinary projects. Special attention is given to the question of whether the disciplines united in the various research team members already constituted a kind of ‘inter-discipline’, through which a single object was studied. The issue of how the disciplinary orientations of the research team members occasionally clashed, on methodological issues, is also addressed.
    The outcomes of these and similar multidisciplinary research projects are followed back into legal practice and academic legal scholarship to uncover whether an incorporation problem indeed exists. Here, special attention will be given to policy recommendations and notably proposals for new legislation. After all, according to Van Dijck et al., the typical role model for legal researchers working from an internal perspective on the law is the legislator.
    The author concludes by making a somewhat bold case for reverse incorporation, that is, the need for (traditional) academic legal research to become an integral part of a more encompassing (inter-)discipline, referred to here as ‘conflict management studies’. Key factors that will contribute to the rise of such a broad (inter-)discipline are the changes that currently permeate legal practice (the target audience of traditional legal research) and the changes in the overall financing of academic research itself (with special reference to the Netherlands).


Annie de Roo
Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.
Diversen

Procedurele en distributieve rechtvaardigheid

Verslag van de voorjaarsvergadering 2014 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2014
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. P.E. Ernste
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. P.E. Ernste
Mr. P.E. Ernste is universitair docent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 1 - 20 van 27 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.