Zoekresultaat: 28 artikelen

x
Artikel

Samenhang in beleid op het terrein van veiligheid en justitie

Een longitudinale analyse van de geleverde prestaties per bestede euro in de V&J-sector in de periode 1980-2016

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden justitie, veiligheid, productiviteit, beleid, systeembenadering
Auteurs Jos Blank en Alex van Heezik
SamenvattingAuteursinformatie

    Policy coherence in the area of safety and justice – A longitudinal analysis of service delivery per euro spent in the S&J sector during the period 1980-2016

    In the safety and justice policy area, there is a strong intertwining between performances of the various sectors, such as police, judiciary and prison system. The question is whether policy takes these interdependencies into account sufficiently. Are the resources used – from a broader wealth perspective – optimally allocated amongst the various safety and justice provisions? The authors answer this question on the basis of an integrated time series analysis of the productivity development of the Dutch safety and justice system in the period 1980-2016. The analysis shows that productivity of safety and justice services has hardly changed since 1980. At best, in 2016, citizens will receive as much value per euro of taxpayers’ money as in 1980, but probably slightly less. It is striking, however, that the S&J system as a whole operates more efficient than the sum of its parts (the individual sectors). There have been substantial changes in the allocation of resources over time. Obviously money from the police was transferred to the judiciary and municipalities.


Jos Blank
Jos Blank is voormalig hoogleraar Productiviteit van de Publieke Sector aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Associate professor aan de TU Delft en voorzitter van de stichting Instituut Publieke Sector Efficiëntie Studies. Hij is een erkende autoriteit op het gebied van productiviteitsmeting in de publieke sector en treedt al decennialang op als adviseur voor politici, beleidsmakers en vertegenwoordigers van publieke instellingen en organisaties.

Alex van Heezik
Alex van Heezik is sinds 1993 zelfstandig onderzoeker op het terrein van de publieke dienstverlening. Hij richt zich daarbij voornamelijk op het uitvoeren van historische beleidsevaluaties en (kwantitatieve) trendanalyses. De doelmatigheid en productiviteit van het beleid staan hierin vaak centraal.

    In deze bijdrage analyseert de auteur de gevolgen van het Skanska-arrest in een schadeprocedure voor overtreding van het Europese mededingingsrecht. Op grond van de jurisprudentie en literatuur concludeert de auteur dat de doorwerking van het ondernemingsbegrip, als gevolg van het Skanska-arrest, de benadeelde een significante uitbreiding van aansprakelijkheidsmogelijkheden kan bieden.


S.W. Bothof
S.W. Bothof is juridisch medewerker bij Newground Law te Amsterdam.
Covid-19

Access_open De mededingingsregels tijdens de Covid-19-crisis: een flexibel instrument voor de bescherming van de interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Covid-19, staatssteun, mededingingsregels, Tijdelijke Kaderregeling, Tijdelijk Raamwerk
Auteurs Mr. M.C. van Heezik, Mr. drs L.N.M. van Uden en Mr. L.G.J. Fiorilli
SamenvattingAuteursinformatie

    De mededingingsregels, waaronder de staatssteunregels, bieden ruimte aan overheden en ondernemingen om de ingrijpende economische gevolgen als gevolg van de Covid-19-crisis op te vangen. In tijdelijke kaders heeft de Europese Commissie uiteengezet welke bijzondere steunmaatregelen en welke samenwerkingsvormen tussen concurrerende ondernemingen zijn toegestaan. Om snel ingrijpen mogelijk te maken heeft de Commissie voorzien in flexibele procedures die op korte termijn rechtszekerheid bieden. In deze bijdrage bespreken wij de specifieke invulling van de mededingingsregels in de tijdelijke kaders en gaan wij in op de vraag wat de tijdelijke materiële en procedurele flexibiliteit betekent voor de toekomst van deze regels.


Mr. M.C. van Heezik
Mr. M.C. (Greetje) van Heezik is advocaat bij Houthoff te Brussel.

Mr. drs L.N.M. van Uden
Mr. drs. L.N.M. (Lumine) van Uden is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.

Mr. L.G.J. Fiorilli
Mr. L.G.J. (Lorenzo) Fiorilli is advocaat bij Houthoff te Brussel.
Artikel

Concurrentie en duurzaamheid gaan hand in hand

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2020
Trefwoorden duurzaamheid, artikel 101 VWEU, concurrentie, artikel 6 Mw, Mededingingsrecht
Auteurs Eric van Damme
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage belicht de auteur de onderwerpen mededinging, duurzaamheid en klimaatverandering vanuit economisch perspectief en probeer hij te duiden wat de bijdrage van de economische wetenschap aan de discussie over mededinging en duurzaamheid zou kunnen zijn. Zijn belangrijkste stelling is dat mededinging niet slechts een instrument is, maar een publiek belang dat bescherming verdient, dat onze Mededingingswet dit belang onvoldoende beschermt en dat de ACM zich sterker als hoeder van dit belang zou moeten opstellen.


Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is werkzaam bij het Departement Economie en TILEC van de Universiteit Tilburg.
Artikel

Duurzaamheidsinitiatieven en het kartelverbod – wie is aan zet?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2020
Trefwoorden duurzaamheid, kartelverbod, Concept Leidraad Duurzaamheidsafspraken, ACM, Europese Commissie
Auteurs Jori de Goffau en Greetje van Heezik
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op de beperkte mogelijkheden die er zijn onder het kartelverbod voor ondernemingen die duurzaamheidsafspraken willen maken om definitieve rechtszekerheid te krijgen over de toelaatbaarheid van deze afspraken. In deze bijdrage bespreken wij waarom de procedurele instrumenten die in de huidige systematiek kunnen worden toegepast onvoldoende ruimte bieden voor checks and balances en daardoor ook niet tot rechtsontwikkeling kunnen leiden. Vervolgens doen wij suggesties voor de inzet van bestaande en nieuwe instrumenten om tot aanvullende rechtszekerheid te komen en/of rechtsontwikkeling mogelijk te maken, teneinde de totstandkoming van de genoemde samenwerkingen maximaal te stimuleren.


Jori de Goffau
Mr. J.C. de Goffau is advocaat bij Houthoff te Amsterdam en Brussel.

Greetje van Heezik
Mr. M.C. van Heezik is advocaat bij Houthoff te Brussel.

Anna Gerbrandy
Prof. mr. dr. A. Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht, non-governmental advisor bij de ACM en Kroonlid bij de SER.

Wolf Sauter
Prof. mr. dr. drs. W. Sauter is verbonden aan de ACM en deels gedetacheerd bij de Vrije Universiteit Amsterdam.
Covid-19

Access_open De covid-19-maatregelen van de EU: buigen of barsten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden corona, covid-19, interne markt, volksgezondheid, mededinging
Auteurs Mr. drs. H.A.G. Temmink
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het uitbreken van de covid-19-crisis heeft de Europese Unie zich schrap gezet om de gevolgen van de pandemie te beteugelen. Deze bijdrage geeft een overzicht van de initiatieven die tot dusverre zijn genomen. In eerste instantie betreft het maatregelen om de directe gevolgen voor de volksgezondheid te bestrijden en de integriteit van de interne markt te waarborgen. Ondertussen wordt ook aan herstelmaatregelen gewerkt voor het weer aan de gang krijgen van de economie. Wat zijn de gevolgen van corona voor de interne markt en de toekomst van de Unie?


Mr. drs. H.A.G. Temmink
Mr. drs. H.A.G. (Harrie) Temmink is plv. afdelingshoofd van de unit ‘Intellectuele Eigendom’, DG GROW, Europese Commissie. Deze bijdrage is op strikt persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Samenwerking in de landbouw en de mededingingsregels

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden ProducentenOrganisatie, kartelverbod, Verordening inzake de gemeenschappelijke marktordening, uitsluiting toepassing mededingingsregels, Afwijking kartelverbod
Auteurs Maria Litjens en Thomas van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse regering wil de wetgeving aanpassen om samenwerking in de landbouw te stimuleren. De meest recente Europese PO-regels (2018) zouden de basis moeten zijn, maar deze regels zijn niet duidelijk en niet afgestemd op de uitspraak van het Hof van Justitie in de Franse witlofzaak (2017). In dit artikel werken we uit hoe de Europese benadering uitgelegd kan worden. Het Hof van Justitie spreekt over uitsluiting waardoor bij een PO het kartelverbod niet van toepassing is, terwijl de Europese wetgever alleen een afwijking aangeeft. Dit verschil in benadering en ook de complexe regelgeving maakt het invullen van de regels op nationaal niveau lastig maar niet ondoenlijk. De Nederlandse overheid moet aansturen op verheldering van de Europese PO-regels en kan tegelijkertijd naar het voorbeeld van de Duitse regelgeving haar nationale regels verbeteren.


Maria Litjens
Mr. M.E.G. Litjens was werkzaam binnen Wageningen Universiteit en heeft in september 2018 bij de Universiteit van Groningen haar proefschrift over samenwerking binnen PO’s afgerond.

Thomas van Rijn
Mr. T.P.J.N. van Rijn was als juridisch hoofdadviseur verbonden aan de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Annotatie

Goldman Sachs/Europese Commissie. Private equity in het vizier van mededingingsautoriteiten

Gerecht 12 juli 2018, zaak T-419/14, ECLI:EU:T:2018:445

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2018
Trefwoorden private equity, investeerder, toerekening, aansprakelijkheid, bewijsvermoeden
Auteurs Robin Struijlaart en Mark Brabers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 juli 2018 heeft het Gerecht een beroep van Goldman Sachs tegen een boetebesluit van de Commissie verworpen. Dit arrest maakt (nogmaals) duidelijk dat private equity-investeerders een reële kans lopen om aansprakelijk te worden gesteld voor kartelgedrag van hun portfolio-ondernemingen. De toets die de Commissie en het Gerecht uitvoeren, komt er in essentie op neer dat volstaat dat de moederonderneming zeggenschap heeft in de zin van het concentratietoezicht en dat er bewijs is dat zij die zeggenschap aantoonbaar heeft uitgeoefend. Veel investeerders zullen aan die beide criteria voldoen en bevinden zich dus in de gevarenzone.


Robin Struijlaart
Mr. R.A Struijlaart is werkzaam als advocaat bij de praktijkgroep Mededinging en Overheid van Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Mark Brabers
Mr. drs. M.C. Brabers is werkzaam als advocaat bij de praktijkgroep Mededinging en Overheid van Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Gunnar Niels
Dr. G. Niels is partner bij Oxera.
Jurisprudentie

Witlofkartelzaak: mededingingsregels niet van toepassing op inherente beperkingen van de taakuitoefening door erkende (unies van) producentenorganisaties

HvJ EU 14 november 2017, zaak C-671/15, Président de l’Autorité de la Concurrence/APVE e.a., ECLI:EU:C:2017:860

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden producentenorganisatie, afwijking, witlofkartel, voorrang, artikel 42 VWEU
Auteurs Greetje van Heezik
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van het Hof van Justitie in de Franse witlofkartelzaak geeft de lang verwachte duidelijkheid over de mededingingsrechtelijke status van de uitoefening van de taken die het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) aan zogenoemde (unies van) producentenorganisaties (U)PO’s) opdraagt. Gelet op de pijlerfunctie die (U)PO’s in het GLB vervullen, heeft de taakuitoefening volgens het Hof van Justitie voorrang op de mededingingsregels voor zover de activiteiten van de (U)PO strikt noodzakelijk zijn voor het realiseren van de opgedragen taken. De taakuitoefening van de organisaties betrokken bij het witlofkartel voldoet volgens het Hof van Justitie niet aan deze voorwaarde en profiteert derhalve niet van de voorrangsregel.


Greetje van Heezik
Mr. M.C. van Heezik is advocaat bij Houthoff te Brussel.
Staatssteun

Market economy operator: de economische ratio van een crediteurenakkoord is bepalend

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden staatssteun, criterium van de marktdeelnemer in een markteconomie, insolventie, crediteurenakkoord, onderzoekverplichtingen van de Europese Commissie
Auteurs Mr. D. Ninck Blok en Mr. G. Van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie en het Gerecht hebben in hun arresten in de langlopende zaak Frucona Košice voor de toepasselijkheid en toepassing door de Commissie van het beginsel van de marktdeelnemer in een markteconomie (‘market economy operator’ (MEOP)) duidelijke regels vastgesteld. Het arrest Frucona Košice zet de lijn van eerdere jurisprudentie verder door een objectieve economische toets van de transactie bij de beoordeling van het voordeelcriterium centraal te stellen. De subjectieve gedragingen of bewustheid van de overheidsinstanties zijn daarbij ondergeschikt.
    HvJ 20 september 2017, zaak C-300/16 P, Europese Commissie/Frucona Košice, ECLI:EU:C:2017:706.


Mr. D. Ninck Blok
Mr. D. (Doortje) Ninck Blok is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Mr. G. Van der Wal
Mr. G. (Gerard) van der Wal is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.
Mededinging

Het ICAP-arrest: With a little help from my friends…

Over kartelfacilitatie en het vermoeden van onschuld in settlement procedures

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden artikel 101 lid 1 VWEU, hybride schikkingsprocedure, Facilitatie
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ICAP-arrest is om meerdere redenen interessant. In de eerste plaats verduidelijkt het de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om een onderneming als ‘facilitator’ van een inbreuk op artikel 101 lid 1 VWEU aan te merken en geeft het inzicht in de manier waarop en de intensiteit waarmee het Gerecht toetst of aan deze kwalificatie is voldaan. In de tweede plaats gaat het in op de vraag wanneer een zogenoemde hybride schikkingsprocedure ten aanzien van niet-schikkende partijen inbreuk kan maken op het vermoeden van onschuld en welke gevolgen verbonden moeten worden aan een dergelijke inbreuk. Tot slot bevat het interessante overwegingen over het concept van de voortgezette inbreuk en de motiveringsvereisten voor boetes.
    Gerecht 10 november 2017, zaak T-180/15, ICAP/Commissie, ECLI:EU:T:2017:795 (hogere voorziening verzocht: C-39/18 P), HvJ 22 oktober 2015, zaak C-194/14 P, AC-Treuhand, ECLI:EU:C:2015:717.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy.

Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy.
Artikel

Aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden en het mededingingsrecht: wat moet een mededingingsjurist weten van de mogelijkheden tot uitsluiting in het aanbestedingsrecht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden aanbesteding, uitsluitingsgronden, ernstige fout, valse verklaring, proportionaliteit
Auteurs Maurice Esssers en Robert Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de per 1 juli 2016 geïntroduceerde wijzigingen van de Aanbestedingswet 2012 is het kader voor aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden gewijzigd. In dit artikel staan de uitsluitingsgronden centraal die voor beoefenaars van het mededingingsrecht relevant zijn. Met name wanneer ACM boetes oplegt wegens overtreding van (sectorspecifieke) regelgeving, gaan deze uitsluitingsgronden in latere aanbestedingen een rol spelen. Aspecten van een besluit die een impact hebben op de aanbestedingsrechtelijke kansen van ondernemingen zijn onder meer: de duur van de overtreding, de aard van de overtreding, de wijze van afdoening, de rechtspersonen waaraan de overtreding wordt toegerekend, de publicatiedatum en de mate van verwijtbaarheid.


Maurice Esssers
Mr. M.J.J.M. Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Robert Fröger
Mr. R.A. Fröger is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.
Artikel

Aanbodbundeling en gezamenlijke verkoop van primaire landbouwproducten – hoever reikt het kartelverbod?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden GMO, mededingingsrecht, kartelverbod, landbouwsector, producentenorganisatie
Auteurs Mr. Eric Janssen en Mr. Sjaak van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vorig jaar in werking getreden GMO-Verordening worden producenten van primaire landbouwproducten gestimuleerd hun producten gezamenlijk af te zetten. Wanneer gezamenlijke afzet tevens centrale prijsstelling en/of aanbodbundeling impliceert, kan een spanningsveld ontstaan met het kartelverbod dat concurrentiebeperkende afspraken zoals prijsafspraken en quotering verbiedt. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op de verhouding tussen de GMO-Verordening en het kartelverbod, waarbij de (on)mogelijkheden voor samenwerking in de landbouwsector worden geschetst.
    Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, PbEU 2013, L 347


Mr. Eric Janssen
Mr. H.C.E.P.J. (Eric) Janssen is advocaat mededingings- en GMO-recht bij Dirkzwager advocaten & notarissen

Mr. Sjaak van der Heul
Mr. S. (Sjaak) van der Heul is advocaat mededingings- en GMO-recht bij Dirkzwager advocaten & notarissen
Artikel

Meer ruimte voor producentenorganisaties door hervorming Europees landbouwbeleid

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Landbouwbeleid, producentenorganisaties, hervorming, Gemeenschappelijke Marktverordening, GMO, EU
Auteurs Mr. ir. Maria E.G. Litjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nieuwe GMO-verordening prevaleren de producentenorganisatieregels binnen bepaalde grenzen boven de mededingingsregels. Evenals vroeger zijn de grenzen van de vrije ruimte in de verordening in algemene bewoordingen geformuleerd. Dit leidt tot een groot grijs gebied en daarmee tot grote onzekerheid over toelaatbaarheid van handelen. De ruimte voor meer samenwerking geldt niet alleen voor producentenorganisaties, maar voor elke andere vorm van samenwerking in de land- en tuinbouw.


Mr. ir. Maria E.G. Litjens
Maria Litjens is werkzaam bij de leerstoelgroep Recht en Bestuur aan Wageningen Universiteit. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Regiomaatschappen in de zorg

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden regiomaatschap, medisch specialist, marktmacht
Auteurs Ramsis Croes, Murat Duman en Misja Mikkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Medisch specialisten hebben een bijzondere positie in ons zorgstelsel. Iets minder dan de helft van de specialisten werkt in loondienst, de anderen werken als vrijgevestigde specialisten in een maatschap. Voor deze laatste groep zijn de verhoudingen met het ziekenhuis vastgelegd in de toelatingsovereenkomsten. Steeds vaker fuseren maatschappen van medisch specialisten tot ziekenhuis overstijgende regiomaatschappen. De regiomaatschappen zijn maatschappen waarvan de aangesloten specialisten voor meerdere ziekenhuizen tegelijk werken. Specialisten geven aan dat kwaliteit een belangrijk motief is om regiomaatschappen te vormen. In deze bijdrage laten wij zien dat de vorming van regiomaatschappen leidt tot een toename van marktmacht. Daarnaast bespreken we de mogelijkheden om de eventuele negatieve gevolgen via het (sector specifieke) mededingrecht aan te pakken.


Ramsis Croes
R.R. Croes MSc is medewerker van de NZa en daarnaast verbonden aan IBMG (Erasmus Universiteit).

Murat Duman
Mr. M. Duman is medewerker van de NZa.

Misja Mikkers
Dr. M. Mikkers RA is medewerker van de NZa en daarnaast verbonden aan TILEC (Universiteit van Tilburg).
Artikel

Scheiding tussen spoor en trein

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden vervoer, spoor, infrastructuurbeheerder, holdingmodel
Auteurs Mr. K. Sevinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Kort nadat de plannen voor een vierde pakket liberaliseringsmaatregelen in de spoorsector het licht zagen, heeft het Hof van Justitie zich voor het eerst kunnen uitspreken over( een onderdeel van) het eerste spoorwegpakket. Het betreft de positie van de infrastructuurbeheerder in het spoorbestel. De arresten en het voorstel uit het vierde spoorwegpakket over de beheerstructuur van de spoorweginfrastructuurbeheerder geven de kaders voor de ook in Nederland gaande discussie over de structuur van de spoorsector.
    HvJ EU 28 februari 2013, zaken C-555/10, Commissie/Oostenrijk en C-556/10 Commissie/Duitsland, n.n.g.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. Sevinga is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2012

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2013
Trefwoorden kroniek, civiele rechtspraak, mededinging
Auteurs Mr. S. Tuinenga en prof. mr. J.S. Kortmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden door Nederlandse civiele rechters in 2012 gewezen uitspraken waarin het Nederlandse en/of Europese mededingingsrecht aan de orde kwam, besproken. Net als in de kronieken van vorige jaren wordt ook aandacht besteed aan enkele belangwekkende uitspraken met betrekking tot schadevergoedingsvorderingen op basis van mededingingsrechtelijke overtredingen. Waar het in het verleden vooral buitenlandse uitspraken betrof, bracht het afgelopen jaar ook de eerste belangwekkende uitspraken van Nederlandse rechters op dit gebied.


Mr. S. Tuinenga
Mr. S. Tuinenga is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

prof. mr. J.S. Kortmann
Prof. mr. J.S. Kortmann is werkzaam als advocaat bij Stibbe en is als hoogleraar European Tort Law verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Producentenorganisaties in het Europees landbouwbeleid en het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2012
Trefwoorden mededingingsrecht, Europees landbouwbeleid, producentenorganisaties, PO, Gemeenschappelijke Marktordening
Auteurs B.P.T. van Wonderen LLM MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gemeenschappelijk Europees landbouwbeleid (GLB) voorziet landbouworganisaties, en in het bijzonder producentenorganisaties (PO’s), van een economische functie in het organiseren van de landbouwmarkten. De vraag hierbij is of de economische functie van PO’s op gespannen voet staat met de Europese mededingingsregels. In dit artikel betoog ik dat de economische rol van PO’s in het landbouwbeleid in samenhang moet worden gezien met de uitzonderingsbepaling voor de landbouw, die is neergelegd in Verordening 2006/1184/EG en in artikel 175 en 176 van Verordening 2007/1234/EG. Op basis van deze uitzonderingsbepaling zouden uitzonderingen op het kartelverbod mogelijk zijn ten behoeve van horizontale samenwerking in PO’s.


B.P.T. van Wonderen LLM MA
B.P.T. van Wonderen LLM MA studeerde Internationaal en Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam en was beleidsmedewerker bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Dit artikel is geschreven op basis van zijn afstudeerscriptie.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.