Zoekresultaat: 32 artikelen

x
Artikel

De huurprijsbetalingsverplichting van huurders van middenstandsbedrijfsruimte in coronatijd

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering Online First 2020
Trefwoorden Coronacrisis, Huurprijsvermindering, Opschorting huur
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of en zo ja onder welke condities de huurder van middenstandsbedrijfsruimte bevoegd is zijn verplichting tot betaling van de huurprijs tijdelijk uit te stellen en/of vermindering van de huurprijs te vorderen indien de coronacrisis tot een verminderd gebruik van het gehuurde heeft geleid.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan Tilburg University.
Artikel

Access_open Het toepassingsbereik van de klachtplicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden verbintenis, gebrek, zorgplicht, geldsom, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. J.J. Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    De klachtplicht is van toepassing op alle ‘verbintenissen’, maar dan wel alleen bij ‘gebrekkige prestaties’. De auteur verkent het toepassingsbereik van de klachtplicht aan de hand van deze begrippen. Aan de orde komen onder meer zorgplichten, onrechtmatige daad, de betaling van een geldsom en interne bestuurdersaansprakelijkheid.


Mr. J.J. Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Institutioneel recht

Anomalie of de aankondiging van een omwenteling?

Het EU-stelsel van rechtsbescherming na Rimšēvičs

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EMU, onafhankelijkheid, rechterlijke bevoegdheden, rechtsstaat, direct beroep
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Rimšēvičs vernietigde het Hof van Justitie voor het eerst een besluit van een nationaal overheidsorgaan. Het ging om het ontslag van de president van de Letse centrale bank. De vernietiging doorbreekt de klassieke bevoegdheidsverdeling tussen het Hof van Justitie en nationale rechters, maar is gebaseerd op een bijzondere bepaling uit het EMU-recht. Betreft het om die reden een geïsoleerd geval, of kan de uitspraak bredere implicaties krijgen?
    HvJ 26 februari 2019, gevoegde zaken C-202/18 (Rimšēvičs/Letland) en C-238/18 (ECB/Letland), ECLI:EU:C:2019:139.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. (Ton) van den Brink is Jean Monnet professor EU-wetgevingsleer en is als universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement in Europe – RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Artikel

The Imperfect International Sales Law

Time for a New Go or Better Keeping the Status Quo?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden CISG, imperfections of the current international sales law, reform, supplement, CISG 2.0
Auteurs Prof. mr. A.U. Janssen en N.G. Ahuja
SamenvattingAuteursinformatie

    A series of imperfections in the CISG touching upon various areas are laid out thereby prompting the question of whether the Convention ought to be reformed. Two possibilities, namely supplementing the CISG with additional hard law instruments and drafting a new convention, i.e. CISG 2.0 are discussed and evaluated.


Prof. mr. A.U. Janssen
Prof. mr. A.U. Janssen is a Professor of Civil Law and European Private Law at the Radboud University Nijmegen, The Netherlands.

N.G. Ahuja
N.G. Ahuja is a Doctorate Candidate in Law at City University of Hong Kong.
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.

Dr. Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis werkte voorheen als onderzoeker bij het WODC en sinds najaar 2018 bij Bureau Strategische Analyse van de Inspectie der Rijksfinanciën (Ministerie van Financiën).

Dr. Andreas Hofmann
Andreas Hofmann is a post-doctoral researcher at Freie Universität Berlin. He has held previous positions as lecturer at the University of Cologne and post-doctoral fellow at the Centre for European Research (CERGU), University of Gothenburg.
Artikel

Sla het brein niet in de boeien

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Detentie, Zelfregulatie, executieve functies, verarmde omgeving, Imprisonment, self-regulation, executive functions, impoverished environment
Auteurs Jesse Meijers, Prof. Joke M. Harte en Prof. Erik J.A. Scherder
SamenvattingAuteursinformatie

    Executive functions (EF) are higher order brain functions that are crucial for self-regulation, which may be negatively influenced by an impoverished environment. Since prison can be characterized as an impoverished environment, we studied whether EF and self-regulation decline during imprisonment. While EF are already often impaired in antisocial and criminal populations, we found a decline in attention and self-regulation after three months of imprisonment. We discuss the implications of our findings regarding recidivism and propose to aim for an improvement in executive functions during imprisonment, by enriching the prison environment.


Jesse Meijers
Jesse Meijers deed promotieonderzoek bij de afdeling Klinische Neuro- en Ontwikkelingspsychologie van de Vrije Universiteit en is thans werkzaam als neuropsycholoog in opleiding tot GZ-psycholoog in Justitieel Complex Zaanstad.

Prof. Joke M. Harte
Prof. Joke Harte is hoogleraar Criminologie bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en lid van de redactie van PROCES.

Prof. Erik J.A. Scherder
Prof. Erik Scherder is hoogleraar Klinische neuropsychologie bij de afdeling Klinische Neuro- en Ontwikkelingspsychologie van de Vrije Universiteit.
Artikel

Het effect van internationale netwerken en agentschappen in nationale implementatie van Europees beleid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden Europees beleid, implementatie, agentschappen, netwerken
Auteurs Esther Versluis en Josine Polak
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de betrokkenheid van internationale netwerken en agentschappen bij de implementatie van Europese regelgeving op nationaal niveau. Aan de hand van een synthese van eerder onderzoek concluderen wij dat dit soort internationale samenwerking alleen succesvol is als er sprake is van wederzijdse afhankelijkheid tussen landen, en er een informele samenwerkingscultuur heerst. Omdat oorzaken van implementatieproblematiek nooit hetzelfde zullen zijn in alle EU-lidstaten, doen Europese netwerken en agentschappen er verstandig aan niet te gedetailleerd te willen sturen, maar rekening te blijven houden met het belang van culturele verschillen tussen de verschillende lidstaten van de EU.


Esther Versluis
Dr. E. Versluis is professor European Regulatory Governance aan de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht.

Josine Polak
J. Polak is senior onderzoeksmedewerker bij de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel

Het Hof van Justitie spreekt zich uit over de bindende werking van een aanbeveling van de Europese Commissie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Bindende werking aanbeveling Europese Commissie, Tariefmaatregelen, Pure BULRIC-kostenberekeningsmodel, Grimaldi rechtspraak, Soft law
Auteurs Mr. J.C.A. van Dam, MA
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 15 september 2016 verduidelijkt het Hof van Justitie in hoeverre een aanbeveling van de Europese Commissie een bindende werking heeft voor de nationale regelgevende instanties en de nationale rechter. In deze bijdrage wordt onderzocht of de bindende werking die door het Hof van Justitie aan deze aanbeveling wordt toegekend ook geldt voor andere aanbevelingen van de Europese Commissie dan wel of deze bindende wering beperkt is tot deze specifieke aanbeveling. Voorts wordt onderzocht welke consequenties dit arrest mogelijk kan hebben voor de nationale rechts- en bestuurspraktijk.
    HvJ 15 september 2016, zaak C-28/15, KPN e.a./ACM, ECLI:EU:C:2016:692


Mr. J.C.A. van Dam, MA
Mr. J.C.A. (Claartje) van Dam, MA is Promovendus aan de Afdeling Staats- en Bestuursrecht in Leiden.
Casus

Macht aus dem Rechtsstaat keinen Gurkensalat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden rechtsstaat, rechtsstatelijkheid, empirische data, bronnenonderzoek, rechtswetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel en Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op het artikel ‘De rechtsstaat: van sluitpost naar “Leitmotiv”’ van Zouridis, Wierenga en Niemeijer in het Nederlands Juristenblad, waarin kritiek wordt geleverd op het eerste hoofdstuk van het jaarverslag van de Raad van State. De Raad waarschuwt daarin voor het zien van rechtsstatelijke overwegingen in de politiek als een soort van sluitpost. Zouridis, Wierenga en Niemeijer vragen zich af op basis van welke empirische feiten de conclusies van de Raad van State zijn gebaseerd en of deze wel de juiste oorzaken voor het afkalven van de rechtsstaat in het vizier heeft. De auteurs van deze reactie vragen zich op hun beurt echter af of het betoog in dat artikel op zijn beurt wel op voldoende empirische onderbouwing steunt. Het gaat de auteurs daarbij met name om de onderbouwing van de stelling dat bestuur en wetgever ‘regelverslaafd’ zijn, de vraag wat het aantal wettelijke regels zegt over het rechtsstatelijke gehalte van de samenleving en welke rol overheidsjuristen vervullen bij het bewaken van rechtsstatelijke normen. Aan het slot van de bijdrage gaan de auteurs in op de vraag of er niet sprake is van een bredere trend, die twijfels oproept over de wijze waarop binnen het rechtswetenschappelijk onderzoek met empirische data en bronnenonderzoek wordt omgegaan.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Het meten van effecten van de handhaving door de Belastingdienst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden effectmeting, handhaving, toezicht, Belastingdienst, compliance
Auteurs Dr. Sjoerd Goslinga, Drs. Maarten Siglé en Prof. dr. mr. Lisette van der Hel
SamenvattingAuteursinformatie

    De maatschappij verwacht in toenemende mate dat toezichthouders de effecten van hun toezicht inzichtelijk maken. Dat geldt ook voor de Belastingdienst. Dit artikel bespreekt de theorie en de praktijk van effectmeting in het fiscale domein en levert zo een bijdrage aan de ontwikkeling van effectmeting van het (overheids)toezicht. Vastgesteld wordt dat in de praktijk een aantal uitdagingen het hoofd moet worden geboden wil de Belastingdienst daadwerkelijk tot een integrale effectmeting van het toezicht komen. Dit zijn: het expliciteren van de beleidstheorie, het vinden van de juiste determinanten van compliance, het meten van effecten van preventieve activiteiten, het opzetten van methodologisch verantwoord onderzoek en de organisatorische inbedding van effectmeting.


Dr. Sjoerd Goslinga
S. Goslinga is werkzaam bij de Belastingdienst en daarnaast als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.

Drs. Maarten Siglé
M.A. Siglé is werkzaam bij de Belastingdienst en is daarnaast als PhD-student en docent verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit.

Prof. dr. mr. Lisette van der Hel
E.C.J.M. van der Hel is werkzaam bij de Belastingdienst en daarnaast als hoogleraar effectiviteit van overheidstoezicht verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit.

    In the theory, legislation and practice of regulation and conduct of administrative procedures, trends towards the concept of good administration can be detected at both supra- and national levels. Based on normative and comparative-legal analyses of Slovene (1999), Croatian (2009) and the EP Resolution (2013) administrative procedure acts (APAs), the article identifies user-oriented institutions that pursue the principles of good administration. Furthermore, it examines acceleration and braking mechanisms that influence the duration of procedures (e.g. setting and shortening time limits, positive fiction, preclusions, and enforcement of procedural errors, broader participation of affected parties, legal protection). Timely and efficient decision-making viewed as a human right with balanced protection of public and private legal interests is in fact crucial for achieving good administration. Hence, in conclusion, the authors propose selected changes de lege ferenda for the reregulation of APAs in Slovenia and beyond, in support of less excessive length of procedures.


Tina Sever

Polonca Kovac
Artikel

EU-bestuurlijke regelgeving in de praktijk: het IORP II Richtlijn-voorstel als voorbeeld

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden wetgeving, delegatie, uitvoering, IORP, EU-agentschappen
Auteurs Mr. dr. T. van den Brink en Prof. dr. mr. H. van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderscheid tussen wetgeving en bestuurlijke regelgeving en tussen delegatie en uitvoering uit het EU-Verdrag bepaalt het wetgevingssysteem van de Europese Unie. Aan de hand van de herziening van de IORP-Richtlijn wordt de uitwerking van dit systeem in de praktijk geanalyseerd. Niet alleen geven beide onderscheiden aanleiding tot conflicten tussen vooral nationale en EU-wetgevers, maar ook worden geschillen over de inhoud van EU-regelgeving uitgevochten. Ook biedt het artikel nader inzicht in de rol van EIOPA, het EU-agentschap op het terrein van pensioenen. Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening


Mr. dr. T. van den Brink
Mr. dr. T. (Ton) van den Brink is verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht. Dank gaat uit naar Elmar Schmidt voor de ondersteuning.

Prof. dr. mr. H. van Meerten
Prof. dr. mr. H. (Hans) van Meerten is verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht. Tevens is hij advocaat bij Clifford Chance. Dank gaat uit naar Elmar Schmidt voor de ondersteuning.
Artikel

Draagmoederschap en verlof

De arresten C.D. en Z. over zwangerschaps-en bevallingsverlof van wensmoeders

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden gelijke behandeling, draagmoederschap, zwangerschapsverlof wensmoeder, handicap, VN-Verdrag handicap
Auteurs Dr. Susanne Burri
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechters worden met nieuwe vragen geconfronteerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de vraag of een wensmoeder in geval van draagmoederschap recht heeft op zwangerschaps- en bevallingsverlof terwijl ze zelf niet zwanger is geweest. De meningen van twee advocaten-generaal verschillen over de betekenis van het Unierecht in dit verband. Hun opinies leveren interessante gezichtspunten. Het Hof van Justitie kiest een voorzichtige benadering.
    HvJ EU 18 maart 2014, zaak C-167/12, C.D./S.T, n.n.g. en HvJ EU 18 maart 2014, zaak C-363/12, Z./A Government Department, The Board of management of a community school, n.n.g


Dr. Susanne Burri
Dr. S.D. (Susanne) Burri is als universitair hoofddocent verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheidvan de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht en is coördinator van het Europees Netwerk op het terrein van Gendergelijkheid van de Europese Commissie.
Praktijk

Prijs- en waardebepaling van aandelen in besloten vennootschappen in ondernemingsrechtelijke procedures

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Prijsbepaling, waardebepaling, blokkeringsregeling, uitkoopprocedure, geschillenregeling
Auteurs Mr. J. van Borssum Waalkes en Drs. E. van der Schans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt de prijs- en waardebepaling van aandelen in besloten vennootschappen in het kader van ondernemingsrechtelijke procedures tussen scheidende aandeelhouders, bij gebreke van statutaire en/of contractuele prijsbepalingsregels, niet zelden een kostbare, tijdrovende aangelegenheid met een onzekere uitkomst, waardoor de rechtszekerheid in het gedrang komt. Aan de hand van een analyse van het huidig wettelijk kader en de rechtspraak omtrent prijs- en waardebepaling van aandelen in ondernemingsrechtelijke procedures doen auteurs een tweetal voorstellen voor aanpassing van de wettelijke regelingen omtrent prijs- en waardebepaling om de gesignaleerde problematiek te mitigeren.


Mr. J. van Borssum Waalkes
Mr. J. van Borssum Waalkes is advocaat bij Boekel De Nerée te Amsterdam.

Drs. E. van der Schans
Drs. E. van der Schans is financieel deskundige (tevens gerechtelijk deskundige)/schade-expert bij Horatio Assurance Group B.V.

    The central issue of this article is which European requirements apply when European and national authorities divide European grants among the applicants. Mostly, the European money which is available for awarding European grants is scarce. In this article, two questions come up for discussion. First: which distribution system has to be chosen? Second: to what extent the principles of equal treatment and transparancy – derived from the European procurement rules – are applicable to the distribution of European grants? This article will conclude that there is a difference between European grants awarded by the European Commission, European agencies and the so-called national agencies on the one hand, and European grants awarded by national authorities on the other.


Jacobine van den Brink
Jacobine van den Brink promoveert later dit jaar met het proefschrift ‘De uitvoering van Europese subsidieregelingen Nederland’ en is werkzaam als onderzoeker bij de Universiteit Leiden.

    The case law of the Court of Justice on revoking a national final administrative decision or judgement which is not compliant with EU law can illustrate the existing tension between the principle of primacy on the one hand, and the principle of national procedural autonomy on the other. Although the Court’s choice for one of the two principles as a starting point for solving a collision between EU law and national law may seem arbitrary at first glance, a system may be possible to a certain extent. This study discusses this system, hoping to provide a possible model of explanation which may be applicable to future case law.


Rolf Ortlep
R. Ortlep is gepromoveerd rechtswetenschapper en verbonden aan het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.  M.J.M. Verhoeven is gepromoveerd rechtswetenschapper en RAIO bij de Rechtbank Arnhem.

Maartje Verhoeven
M.J.M. Verhoeven is gepromoveerd rechtswetenschapper en RAIO bij de Rechtbank Arnhem.
Artikel

Het motiverende effect van normatieve en afschrikwekkende boodschappen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden handhaving, voorlichting, angstcommunicatie, sociale normen, stated preference
Auteurs Drs. D. de Graaf, Dr. B. van den Putte, S.G. van der Werff MSc. e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van een stated preference-analyse is onderzocht wat de beste manier van communicatie is om te zorgen dat men zich aan regels van de overheid houdt. Zowel aan leidinggevenden van bedrijven als burgers zijn voorlichtingsboodschappen over door hen begane kleine overtredingen voorgelegd. Respondenten zeggen zich het meest te laten motiveren om de overtredingen niet langer te begaan door voorlichtingsboodschappen met een afschrikwekkend element. Bij burgers gaat het daarbij om de sanctiekans, bij leidinggevenden van bedrijven om de boetehoogte. Ook boodschappen die zich richten op persoonlijke en sociale normen worden motiverend gevonden, maar in mindere mate.


Drs. D. de Graaf
Drs. D. de Graaf is stafmedewerker bij de Onderwijsraad in Den Haag en was ten tijde van het beschreven onderzoek senior onderzoeker bij het cluster Arbeid & Onderwijs van SEO Economisch Onderzoek, Amsterdam.

Dr. B. van den Putte
Dr. B. van den Putte is universitair hoofddocent bij de programmagroep Persuasieve Communicatie van de Universiteit van Amsterdam.

S.G. van der Werff MSc.
S.G. van der Werff MSc is onderzoeker bij het cluster Arbeid & Onderwijs van SEO Economisch Onderzoek te Amsterdam.

Dr. R. Kessels
Dr. R. Kessels is postdoctoraal onderzoeker van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO) aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen en StatUa Center for Statistics van de Universiteit Antwerpen.
Casus

Het onderscheid tussen ‘wetgeving’ en ‘regelgeving’: de Europese rechter spreekt zich uit

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Europese wetgeving, terminologie, toegang tot de rechter
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    In een lang geanticipeerde uitspraak heeft het Hof van Justitie bij monde van het Gerecht onlangs bepaald dat ‘regelgeving’ in het Unierecht geen overkoepelende term is voor allerlei vormen van wetgeving, maar een beperktere categorie omvat die ‘wetgevingshandelingen’ in de zin van het Werkingsverdrag uitsluit. Deze interpretatie heeft gevolgen voor de toegang tot de rechter voor particulieren bij vernietigingsberoepen.


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is universitair hoofddocent bij het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van Tilburg Law School. anne.meuwese@uvt.nl
Toont 1 - 20 van 32 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.