Zoekresultaat: 29 artikelen

x
Artikel

Cessie(verboden), onoverdraagbaarheidsbedingen en de bescherming van betrokken actoren

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden cessie, onoverdraagbaarheidsbeding, cessieverbod, consumentenbescherming, redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij cessie staat contractsvrijheid voorop. Partijen kunnen ervoor kiezen om hun vordering overdraagbaar te houden of onoverdraagbaar te maken. Onder omstandigheden kan de aard van de vordering of de aard van de partijrelatie aan deze vrijheid in de weg staan. Deze bijdrage bespreekt wanneer dit het geval is.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als bedrijfsjurist werkzaam bij ING. Daarnaast is hij gastmedewerker bij het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden en redacteur van dit tijdschrift.
Mededinging

Gun jumping en de EU-Concentratieverordening: wanneer is sprake van een valse start?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden concentratiecontrole, gun jumping, voortijdige totstandbrenging, standstill-verplichting
Auteurs Mr. dr. J.C.A. Houdijk en Mr. R.M.T.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag welke criteria gelden om te bepalen of sprake is van een totstandbrengingshandeling in het kader van het EU-concentratiecontroleregime. Het Hof van Justitie geeft hiermee een verdere uitleg van de standstill-verplichting ex artikel 7 lid 1 EU-Concentratieverordening. De uitspraak bevat voorts criteria om de risico’s omtrent gun jumping in de praktijk beter te kunnen inschatten.
    HvJ 31 mei 2018, zaak C-633/16, Ernst & Young P/S/Konkurrenceradet, ECLI:EU:C:2018:371.


Mr. dr. J.C.A. Houdijk
Mr. dr. J.C.A. (Joost) Houdijk is advocaat bij AKD.

Mr. R.M.T.M. Jaspers
Mr. R.M.T.M. (Robbert) Jaspers is advocaat bij AKD.
Artikel

Rechtsbescherming tegen de cumulatie van privaatrechtelijke en strafrechtelijke gebiedsverboden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden soccer banning order, pub banning order, criminal charge, accumulation, legal protection
Auteurs Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    There are different types of banning orders (criminal, administrative and private banning orders) and also various procedures for imposing these orders. According to the case law of the European Court of Human Rights (EctHR) it is unlikely that the private banning orders can be labelled as a criminal charge. The nature of the private banning orders is not punitive. These orders are to be regarded as recovery sanctions. However, applying the ‘Engel criteria’ will lead to the conclusion that some criminal banning orders are to be considered as a criminal charge. Accumulation between criminal and private law banning orders might be troublesome, but it is possible. It is recommended that the Public Prosecution Service is cautious when it comes to demanding a criminal banning order, when a private banning order has already been imposed.


Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Conflictoplossing en Geschillenbeslechting van de Universiteit Utrecht.

    In de zaak Austria Asphalt heeft het Hof van Justitie voor wat betreft de toepassing van de EU-Concentratieverordening bepaald dat bij een wijziging van uitsluitende naar gedeelde zeggenschap over een bestaande onderneming pas sprake is van een concentratie indien de gemeenschappelijke onderneming die uit een dergelijke transactie voortkomt duurzaam alle functies van een zelfstandige economische eenheid vervult.
    HvJ 7 september 2017, zaak C-248/16, Austria Asphalt GmbH/Bundeskartellanwalt, ECLI:EU:C:2017:643


Mr. dr. J.C.A. Houdijk
Mr. dr. J.C.A. (Joost) Houdijk is advocaat bij AKD te Brussel.

Mr. R.M.T.M. Jaspers
Mr. R.M.T.M. (Robbert) Jaspers is advocaat bij AKD te Brussel.
Artikel

Bespiegelingen over de keuze tussen bestuursrecht en strafrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden sanctiestelsel, bestuurlijke boete, bestuurlijke strafbeschikking, ernstige gedraging, bestuursstrafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nabije toekomst zal de wetgever zich gaan beraden over de zogenoemde ‘open context’ en ‘besloten context’. Deze criteria spelen een belangrijke rol ten aanzien van de keuze tussen het bestuursrecht en het strafrecht. Vanuit meerdere hoeken zijn deze criteria bekritiseerd, omdat ze te onbepaald zijn. In deze bijdrage wordt betoogd dat de wetgever meer gewicht moet toekennen aan het criterium van de ernstige gedraging. Er dient te worden gekozen voor het strafrecht indien sprake is van een ernstige gedraging, terwijl bestuursrechtelijk optreden mogelijk is bij minder ernstige gedragingen. Ten aanzien van de keuze tussen de bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking dient vooral pragmatisch te worden gekozen.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. (Benny) van der Vorm is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van diezelfde universiteit.

Janneke Gerards
Prof. mr. J.H. (Janneke) Gerards is als hoogleraar fundamentele rechten verbonden aan de Universiteit Utrecht. Deze bijdrage is losjes gebaseerd op de oratie die zij op 29 maart 2017 uitsprak.
Artikel

De inningspraktijk bij verkeersboetes, rijp voor verandering: is de rechtsbescherming voldoende gewaarborgd?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Gijzeling, Verkeersboete, Betalingsonmacht, Inningspraktijk, Rechtsbescherming
Auteurs Mr. dr. J.W. van der Hulst
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de inningspraktijk bij de afdoening van verkeersboetes op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Deze praktijk is buitengewoon streng, waarbij het standaard is dat bij betalingsachterstand automatisch gijzeling wordt gevorderd. Recent hebben diverse kantonrechters en de Nationale Ombudsman deze praktijk bekritiseerd. Mede op basis van deze kritiek wordt voorgesteld om gijzeling achterwege te laten bij betalingsonmacht en in de overige gevallen gijzeling enkel te vorderen indien daar een gemotiveerde noodzaak toe is.


Mr. dr. J.W. van der Hulst
Mr. dr. J.W. van der Hulst is universitair docent bij de sectie strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Enige beschouwingen over trustakten naar Curaçaos recht en de uitleg daarvan

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2016
Trefwoorden trusts, objectieve uitleg, derden, goederenrecht, verbintenissenrecht, Haviltex
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij het fenomeen van de Curaçaose trust en bij de uitleg van akten, waarmee dergelijke trusts in het leven plegen te worden geroepen. De auteur betoogt dat in de regel een gedifferentieerde uitlegmethode voor dit soort akten aangewezen is, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen bedingen in de trustakte met goederenrechtelijke implicaties jegens derden en bedingen van zuiver verbintenisrechtelijke aard.


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam aan de rechtenfaculteit van de University of Curaçao (s.bakker@uoc.cw) en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

De uitleg van onoverdraagbaarheidsbedingen aan de hand van het arrest Coface/Intergamma: (wet)systematisch of niet?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden onoverdraagbaarheidsbeding, overdracht, vorderingsrecht, erfpachtrecht, opstalrecht
Auteurs Mr. dr. R. Mellenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in zijn arrest Coface/Intergamma een uitgangspunt bij de uitleg van contractueel overeengekomen overdraagbaarheidsbedingen (art. 3:83 lid 2 BW) geformuleerd. In dit artikel wordt ingegaan op de achtergrond van art. 3:83 lid 2 BW, alsmede op de mogelijkheid om de overdracht van een erfpachtrecht of opstalrecht contractueel te beperken. Komt de uitspraak van de Hoge Raad overeen met de bedoeling van de wetgever?


Mr. dr. R. Mellenbergh
Mr. dr. R. Mellenbergh is universitair hoofddocent/associate professor bij de afdeling Privaatrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en directeur van het International Business Law-programma van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Unitrading Revisited. Oncontroleerbaar bewijs tussen eerlijk proces en doeltreffendheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden doeltreffende rechtsbescherming, doeltreffendheid, procedurele autonomie, eerlijk proces, oncontroleerbaar bewijs
Auteurs Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2015 wees de Hoge Raad arrest in de zaak Unitrading. In lijn met de uitspraak van het Hof van Justitie in die zaak beoordeelt de Hoge Raad de toelaatbaarheid als bewijs van de voor partijen en rechter oncontroleerbare onderzoeksresultaten van een Amerikaans laboratorium niet in het licht van artikel 47 Handvest, maar op basis van het nationale bewijsrecht en het Unierechtelijke beginsel van doeltreffendheid. Deze beoordeling leidt tot vernietiging van de bestreden uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, omdat het gerechtshof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de bevindingen van het Amerikaans laboratorium betrouwbaar heeft geacht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de uitspraak van het Hof van Justitie in Unitrading en het arrest van de Hoge Raad, en wordt de problematiek van toelaatbaarheid van oncontroleerbaar bewijs in een breder kader geplaatst. Is dat een kwestie van doeltreffendheid van het Unierecht of toch van een eerlijk proces?
    HR 4 december 2015, 12/02876, AB 2016/112, m.nt. Y.E. Schuurmans, ECLI:NL:HR:2015:3467 (Unitrading Ltd./Staatssecretaris van Financiën).


Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
Prof. mr. R.J.G.M. (Rob) Widdershoven is als hoogleraar Europees bestuursrecht verbonden aan het Centrum voor Regulering en Rechtshandhaving van EU-recht van de Universiteit Utrecht.

    Niet-gecontracteerde zorgaanbieders, cessieverbod

Casus

Contractuele afspraken met goederenrechtelijke werking: het onoverdraagbaarheidsbeding, eigendomsvoorbehoud en overwaardearrangement

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2015
Trefwoorden onoverdraagbaarheidsbeding, eigendomsvoorbehoud, overwaardearrangement, goederenrechtelijke werking
Auteurs Mr. dr. R. Mellenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    Sommige contractuele afspraken hebben vergaande goederenrechtelijke gevolgen. De precieze formulering van contractuele afspraken met goederenrechtelijke gevolgen is noodzakelijk, aangezien kleine aanpassingen in de tekst van het contractuele beding belangrijke goederenrechtelijke gevolgen kunnen hebben. In dit artikel wordt aan de hand van drie in de praktijk belangrijke situaties ingegaan op de goederenrechtelijke werking van contractuele afspraken: (1) het onoverdraagbaarheidsbeding, (2) het eigendomsvoorbehoud, en (3) het overwaardearrangement. Deze drie situaties zijn van belang binnen de commerciële contractspraktijk en voor de financiering van bedrijven.


Mr. dr. R. Mellenbergh
Mr. dr. Rik Mellenbergh is als universitair hoofddocent verbonden aan de Vrije Universiteit, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, afdeling Privaatrecht, en is directeur van het International Business Law programma van de VU.
Praktijk

Private enforcement van het mededingingsrecht: de toekomst van schadevergoedingsprocedures voor kartelschade in Nederland

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden private enforcement, private handhaving van het mededingingsrecht, civiele schadevergoedingsacties wegens kartelschade
Auteurs J. Houdijk en T. Schäfers
SamenvattingAuteursinformatie

    De handhaving c.q. afdwinging van (de normen van) het mededingingsrecht kent een duale uitwerking. Deze kenmerkt zich namelijk door een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke dimensie. De publiekrechtelijke handhaving is in handen van de nationale mededingingsautoriteiten, zoals de Autoriteit Consument & Markt in Nederland, en van de Europese Commissie binnen de Europese Unie. Publiekrechtelijke interventie heeft tot dusver steeds voorop gelopen binnen de Europese Unie en binnen de EU-lidstaten. Privaatrechtelijke handhaving, dan wel private enforcement, is echter aan een opkomst bezig: het betreft hier de toepassing van mededingingsrechtelijke normen in geschillen tussen private partijen, in het bijzonder in procedures die draaien om schadeverhaal ten aanzien van schade die een onderneming heeft geleden door de kartelgedragingen van andere marktpartijen. De opkomst van het fenomeen van private enforcement van het mededingingsrecht is recent kracht bij gezet door nieuwe regelgevingsinitiatieven van de Europese Commissie. In de Nederlandse rechtspraak zijn inmiddels de eerste schadevergoedingszaken vanwege (gestelde) kartelschade aanhangig. Ondanks deze initiatieven staat private enforcement van het mededingingsrecht in Nederland nog in de kinderschoenen: er zijn nog veel onduidelijkheden en nog vele stappen te zetten alvorens het is uitgegroeid tot een volwassen rechtsgebied. Denk hierbij aan de vaststelling c.q. berekening van geleden schade. Ook op het vlak van de organisatie en financiering van claim(procedure)s zijn interessante ontwikkelingen gaande in de vorm van voorstellen tot nieuwe Nederlandse wetgeving op het gebied van de ‘class action’.


J. Houdijk
Mr. dr. J. Houdijk is advocaat bij AKD te Brussel, Praktijkgroep Europees en Mededingingsrecht.

T. Schäfers
Mr. T. Schäfers is advocaat bij AKD te Brussel, Praktijkgroep Europees en Mededingingsrecht.
Artikel

Uitleg van een derdenbeding in een verzekeringspolis

Enkele beschouwingen naar aanleiding van HR 19 april 2013, NJ 2013/239 (Alheembouw/HDI-Gerling)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden uitleg, contract, derdenbeding, verzekering, polisvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt aan de hand van het arrest HR 19 april 2013, NJ 2013/239 (Alheembouw/HDI-Gerling) de vraag behandeld hoe ten opzichte van de in de jurisprudentie ontwikkelde gevalstypen van contractsuitleg de uitleg van een derdenbeding in een verzekeringsovereenkomst te plaatsen is. Wanneer is van zo’n beding sprake en welke uitlegmaatstaf moet hierbij worden gehanteerd?


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Coface/Intergamma en onoverdraagbaarheidsbedingen: HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:682

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden cessieverbod, onoverdraagbaarheid, Coface/Intergamma, artikel 3:83 lid 2 BW
Auteurs Mr. M.S. Breeman en Mr. S. Houdijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad beantwoordt in het Coface/Intergamma-arrest de vraag op welke wijze contractuele cessieverboden en onoverdraagbaarheidsbedingen dienen te worden uitgelegd. In deze bijdrage worden het arrest en de daarin vervatte bijzondere uitlegregel geanalyseerd. Daarnaast wordt ingegaan op de door de Hoge Raad nog onbeantwoorde vragen of een cessieverbod noodzakelijkerwijs een verpandingsverbod met zich brengt en op welke wijze een door een onoverdraagbaarheidsbeding ongeldige cessie of verpanding alsnog tot stand kan komen.


Mr. M.S. Breeman
Mr. M.S. Breeman is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Mr. S. Houdijk
Mr. S. Houdijk is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Duurzaamheidsbelangen in het mededingingsrecht

De positie van ACM ten opzichte van het Hof van Justitie en de Europese Commissie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden mededinging, duurzaamheid, doorwerking Europees recht, bevoegdheden ACM
Auteurs Dr. A. Gerbrandy
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de aankondiging van ACM dat zij in haar mededingingsbeoordeling van samenwerkingsverbanden tussen ondernemingen duurzaamheidsbelangen als relevant in aanmerking neemt, neemt ACM stelling in de discussie over de relatie tussen mededingingsrecht en duurzaamheid. De vraag of ACM eigenstandig beleid kan voeren betreft de verhouding ACM - Europese Commissie - Hof van Justitie. De ruimte die ACM in deze verhouding heeft, is het onderwerp van dit artikel.


Dr. A. Gerbrandy
Dr. A. (Anna) Gerbrandy is universitair hoofddocent Economisch Publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad. Dank is verschuldigd aan Lisette Simons voor haar uitstekende ondersteuning bij de totstandkoming van dit artikel.
Artikel

Regionale risicoprofielen ter versterking van veiligheidscapaciteiten

Overzicht en evaluatie tegen de achtergrond van het externe-veiligheidsbeleid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Regional Risk Assessment, all-hazards approach, multi-criteria evaluation, likelihood estimation, risk diagram.
Auteurs Charles Vlek
SamenvattingAuteursinformatie

    A regional risk profile (RRP) is a systematic ordering – by likelihood and impact seriousness – of identified hazards and threats in one of the Netherlands’ 25 safety regions. Since 2010, RRPs follow the Dutch National Risk Assessment (NRA) as a basis for prioritising regional safety capacities. In Europe, RRPs are proliferating, and the corresponding risk-assessment approach is further spreading internationally. The methodology comprises risk identification, scenario development, multi-criteria impact evaluation, expert likelihood estimation, a two-dimensional risk diagram and an analysis and prioritisation of safety capabilities. A compact overview and discussion is provided of the 25 published RRPs for the Netherlands, each covering between 9 and 40 hazards and threats, along with their most and least worrying risk scenarios. It appears that for many regions pandemic disease, electricity black-out and major flooding are most worrying, while transport accident, industry fire and disturbance of water supply are (relatively) least worrying. Also, in different regions similar risk scenarios (e.g., pandemic disease and electricity black-out) are assessed rather differently, both by likelihood and by impact seriousness. Apparent weaknesses of the RRP (and the NRA) approach so far are, among other: lack of stakeholder involvement, rigid multi-criteria impact evaluation, hybrid methods for likelihood estimation, forced comparison of disparate risk scenarios, and unclear decision rules for risk acceptance. Independent review and validation of major RRP components is recommended for strengthening overall results as a reliable basis for regional safety policies. The ‘new risk thinking’ is considered in view of the long-problematic standard-setting approach about Individual Risk and Group Risk in the framework of Dutch external-safety policies. The RRP approach may be called ambitious and much-demanding. External validation and closer cooperation between safety policy-makers and scientists seem desirable.


Charles Vlek
Prof. dr. Charles Vlek is emeritus hoogleraar omgevingspsychologie en besliskunde aan de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, Grote Kruisstraat 2/I, 9712 TS Groningen E-mail: c.a.j.vlek@rug.nl.
Artikel

Is mededingingsbeperking nodig voor duurzaamheid?

Drie case studies uitgelicht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden kartelverbod, mededingingsrecht, duurzaamheid, samenwerking, uitzonderingsgronden
Auteurs Drs. J. Parlevliet en Dr. M. Drahos
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in de literatuur als in de beleidswereld bestaat toenemende aandacht voor de mogelijke spanning tussen duurzame ontwikkeling en het mededingingsrecht. Hierbij stellen veel auteurs te vraag of de (toepassing van) het mededingingsrecht mogelijk aanpassing behoeft. Een vraag die hieraan vooraf gaat is of in de praktijk voorbeelden bestaan van mededingingsbeperkende afspraken die antwoorden bieden op duurzaamheidsproblemen. Dit artikel verkent of hiervan sprake is voor drie voorbeelden genoemd door Ottervanger in zijn oratie van vorig jaar: duurzame visserij, kinderarbeid en duurzame cacao.


Drs. J. Parlevliet
Drs. J. Parlevliet is werkzaam bij de Directie Economische Zaken van de Sociaal-Economische Raad.

Dr. M. Drahos
Dr. M. Drahos is werkzaam bij de Directie Economische Zaken van de Sociaal-Economische Raad.
Artikel

Een upgrade van het zorgbeleid van de NMa: de derde versie van de Richtsnoeren voor de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorg en mededinging, publieke belangen en mededinging, diensten van algemeen economisch belang, begrip onderneming
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 maart 2010 stelde de NMa haar Richtsnoeren voor de zorgsector vast. Dit is alweer de derde versie van deze richtsnoeren die de NMa publiceert. De NMa wil graag tegemoet komen aan de onzekerheden die in de zorgsector over toelaatbaarheid van bepaalde afspraken en andere praktijken bestaan. Een belangrijke kwestie in dit verband is welke rol publieke belangen spelen. In de onderhavige bijdrage staat daarom de vraag centraal of de NMa in de Richtsnoeren de verhouding tussen het mededingingsrecht en de publieke zorgbelangen heeft verduidelijkt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Professor Wolf Sauter wordt hartelijk dank gezegd voor zijn commentaar op een conceptversie van dit artikel.
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.