Zoekresultaat: 16 artikelen

x
Article

Access_open Age Limits in Youth Justice

A Comparative and Conceptual Analysis

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden youth justice, age limits, minimum age of criminal responsibility, age of criminal majority, legal comparison
Auteurs Jantien Leenknecht, Johan Put en Katrijn Veeckmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In each youth justice system, several age limits exist that indicate what type of reaction can and may be connected to the degree of responsibility that a person can already bear. Civil liability, criminal responsibility and criminal majority are examples of concepts on which age limits are based, but whose definition and impact is not always clear. Especially as far as the minimum age of criminal responsibility (MACR) is concerned, confusion exists in legal doctrine. This is apparent from the fact that international comparison tables often show different MACRs for the same country. Moreover, the international literature often seems to define youth justice systems by means of a lower and upper limit, whereas such a dual distinction is too basic to comprehend the complex multilayer nature of the systems. This contribution therefore maps out and conceptually clarifies the different interpretations and consequences of the several age limits that exist within youth justice systems. To that extent, the age limits of six countries are analysed: Argentina, Austria, Belgium, the Netherlands, New Zealand and Northern Ireland. This legal comparison ultimately leads to a proposal to establish a coherent conceptual framework on age limits in youth justice.


Jantien Leenknecht
Jantien Leenknecht is PhD Fellow of the Research Foundation Flanders (FWO) at KU Leuven, Institute of Social Law and Leuven Institute of Criminology.

Johan Put
Johan Put is Full Professor at KU Leuven, Institute of Social Law and Leuven Institute of Criminology.

Katrijn Veeckmans
Katrijn Veeckmans is PhD Fellow at KU Leuven, Institute of Social Law and Leuven Institute of Criminology.
Artikel

Access_open Jeugdhulpverlening ‘met zachte drang’: duidelijkheid vereist

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden drangkader, jeugdhulpverlening, vrijwillig, jeugdbescherming
Auteurs Mr. D.S. Verkroost
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen de jeugdhulpverlening is een kader ontstaan waarbinnen gezinnen bewogen worden om ‘vrijwillig’ mee te werken aan de hulpverlening. Dit ‘drangkader’ is niet wettelijk geregeld, met onduidelijkheden over de rechten, plichten en verantwoordelijkheden van betrokkenen tot gevolg. Dit artikel geeft de huidige stand van zaken weer.


Mr. D.S. Verkroost
Mr. D.S. Verkroost is als onderzoeker en docent verbonden aan de afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden. Zij werkt aan een proefschrift waarin de positie van het recht in de Nederlandse jeugdhulpverlening wordt bezien vanuit een rechtshistorisch perspectief, een internationaal kinder- en mensenrechtenperspectief en een uitvoeringsperspectief.
Praktijk

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Bestuursrecht, Wkkgz, Kwzi, WtZi, Gmw
Auteurs Mr. M.L. Batting, mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen en mr. M.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek, die een periode van bijna twee jaar beschrijft, bespreekt een groot aantal bestuursrechtelijke uitspraken op het gebied van de gezondheidszorg. Ook de meest belangwekkende uitspraken over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet worden besproken. Achtereenvolgens komen aan de orde: algemeen bestuurs(proces)recht, uitspraken over de Wet BIG, over de Wkkgz en de Kwzi, jurisprudentie over de WTZi, de Gmw en de Wgp, uitspraken over de Wob, een uitspraak over de Wbp, jurisprudentie over de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Als laatste komen de rapporten van de Nationale ombudsman aan de orde.


Mr. M.L. Batting
Marije Batting is advocaat-partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen
Juliette van der Jagt-Jobsen werkt als juridisch adviseur staats- en bestuursrecht bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

mr. M.A. de Vries
Merle de Vries is eveneens advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Jurisprudentie

Access_open Grote schoonmaak ten aanzien van de poetsplicht?

De drie CRvB-uitspraken van 18 mei 2016 over de Wmo 2015

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. dr. M.F. Vermaat en Mr. C.W.C.A. Bruggeman
Auteursinformatie

Mr. dr. M.F. Vermaat

Mr. C.W.C.A. Bruggeman
Mr. dr. M.F. (Matthijs) Vermaat is advocaat te Amsterdam en mr. C.W.C.A. (Kees-Willem) Bruggeman zelfstandig adviseur sociaal domein (Brug Consult) en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Gelderland; beiden zijn docent Wmo aan het opleidingsinstituut voor de rechterlijke macht (SSR).
Artikel

Gebrek aan rechtsbescherming bij persoonsgebonden budget

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2016
Auteurs Regien de Graaff en Renske Imkamp

Regien de Graaff

Renske Imkamp
Article

Access_open Juveniles’ Right to Counsel during Police Interrogations: An Interdisciplinary Analysis of a Youth-Specific Approach, with a Particular Focus on the Netherlands

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2014
Trefwoorden legal representation, counsel, juvenile justice, police interrogations, children’s rights
Auteurs Prof. Dr. Ton Liefaard Ph.D. LL.M en Yannick van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    The right to counsel of juveniles at the stage of police interrogations has gained significant attention since the Salduz ruling of the European Court on Human Rights in 2008. The legislative and policy developments that have taken place since then and that are still ongoing – both on a regional (European) and domestic (Dutch) level – reveal a shared belief that juvenile suspects must be awarded special protection in this phase of the criminal justice proceedings. This calls for a youth-specific approach as fundamentally different from the common approach for adults. At the same time, there seems to be ambivalence concerning the justification and concrete implications of such a youth-specific approach. This article aims to clarify the underlying rationale and significance of a youth specific approach to the right to counsel at the stage of police interrogations on the basis of an interdisciplinary analysis of European Court on Human Rights case law, international children’s rights standards and relevant developmental psychological insights. In addition, this article aims to position this right of juveniles in conflict with the law in the particular context of the Dutch juvenile justice system and provide concrete recommendations to the Dutch legislator.


Prof. Dr. Ton Liefaard Ph.D. LL.M
Prof. Dr. T. Liefaard is Professor of Children’s Rights (UNICEF Chair) at Leiden Law School, Department of Child Law; t.liefaard@law.leidenuniv.nl.

Yannick van den Brink
Y.N. van den Brink, LL.M, MA, is PhD researcher at Leiden Law School, Department of Child Law; y.n.van.den.brink@law.leidenuniv.nl.
Artikel

Het internationaal recht en de gesloten jeugdzorg

Adviezen voor de praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2012
Trefwoorden closed youth care, International Child Rights Convention, freedom of expression, standard of living, education
Auteurs S.J. Höfte, G.H.P. van der Helm en G.J.J.M. Stams
SamenvattingAuteursinformatie

    During childhood, a child is entitled to receive special care and assistance. The child’s best interest should be a primary objective. The Dutch government has an obligation to guarantee the children rights. But do the closed youth care accommodations meet the requirements as stated in the International Child Rights Convention, as far as deprivation of liberty and treatment under coercion are concerned? The study concluded that some closed youth care institutions do not meet the requirements as stated in the above mentioned Convention. There is often no possibility of free expression, physical complaints may not be taken seriously, an adequate standard of living is not always provided and the level of education is often too low. Most of the minors indicate that they are bored during their stay in the accommodations. On this basis, limiting the fundamental rights of these youngsters is currently surrounded with inadequate guarantees.


S.J. Höfte
Mr. Susanne Höfte is jurist. Zij studeerde recent af aan de Radboud Universiteit Nijmegen met een scriptie over de gesloten jeugdzorg.

G.H.P. van der Helm
Dr. Peer van der Helm is werkzaam bij het lectoraat Jeugdzorg en Jeugdbeleid van de Hogeschool Leiden.

G.J.J.M. Stams
Prof. dr. Geert Jan Stams is hoogleraar Forensische Orthopedagogiek aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De VOG en minderjarige wetsovertreders

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2012
Trefwoorden juveniles, criminal records, reintegration, juvenile justice
Auteurs Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning
SamenvattingAuteursinformatie

    Juvenile offenders are confronted with criminal records. When they want to start education, work or an internship after detention, they often need a certificate of good conduct. In the Netherlands in recent years it has become more difficult for youth offenders to receive this certificate; criminal records have a detrimental impact, in particular for sex offenders. International juvenile justice standards stress the importance of the right of youngsters to social reintegration and protection of the right to privacy and should lead to an adjustment of this policy of repression.


Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning
Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning is hoogleraar Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Voorwaardelijke PIJ-maatregel of voorwaardelijke jeugddetentie?

Een vergelijking van problematiek van de jeugdigen en invulling van de sancties

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2012
Trefwoorden conditional juvenile detention, conditional PIJ-measure, change of behaviour, punishment
Auteurs MSc Aniek Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Juvenile detention and the custodial measure ‘institutional placement order’ (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen; PIJ-measure) are often administered by the court under conditions at first. It is unknown to what extend it is possible to make a distinction between a punishment and a treatment measure looking at both conditional penalties. In order to gain more information about the differences and similarities between these conditional penalties, the verdicts of juvenile offenders have been studied. The study involves a group of juvenile offenders with a conditional PIJ-measure and a group of juvenile offenders with a conditional juvenile detention. The results reveal that there are considerable similarities between the two groups. The high prevalence of behavioural problems and disorders in the group juvenile offenders with a conditional juvenile detention is particularly notable. Conditional juvenile detention may include treatment of the behavioural problems and disorders, but if the conditional juvenile detention is transformed into unconditional juvenile detention there will be no individual and specific treatment of these disorders.


MSc Aniek Verwest
Aniek Verwest MSc studeerde Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, met als specialisatie Jeugd, Samenleving en Criminaliteit. Momenteel volgt zij de master Strafrecht aan diezelfde universitieit.
Artikel

De leeftijdsgrenzen in het jeugdstrafrecht en het jongvolwassenenstrafrecht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2011
Trefwoorden juvenile justice, adolescent justice, age limits, neurobiological and psychological development
Auteurs Mr. Marjolein Herweijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent scientific studies have shown that a major part of juvenile delinquency is due to the incomplete development of adolescents and will stop before the age of 23. The Convention on the Rights of the Child and the accompanying General Comment Children’s rights in juvenile justice give detailed guidelines about juvenile justice. This article focuses on an advice of the Council for the Administration of Criminal Justice and Protection of Juveniles, according to which both of these developments require adjustment of the lower and upper age limit of criminal responsibility for juvenile offenders and justify a special criminal law for adolescents.


Mr. Marjolein Herweijer
Mr. Marjolein Herweijer is adviseur en secretaris van de sectie Jeugd van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
Artikel

Van overlastmelding naar een globale typering van problematische jeugdgroepen: de shortlist als quickscan

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden shortlist, Beke, teenagers causing trouble, youth groups, youth group inventory, youth group causing trouble, criminal youth group
Auteurs Paul Harland
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘Shortlist troublesome youth groups’ is a compact survey that enables police-officers to categorize problematic youth groups on a general level. The ‘shortlist’ results in three categories. The least troublesome groups are labelled ‘annoying’, the more serious groups are referred to as ‘disturbing’ and the most serious ones are called ‘criminal’ youth groups. As a quick scan, the shortlist tool has originally been developed in order to prevent criminalization of youth. It has now become a compulsorily used instrument for all 25 police services in the Netherlands. The shortlist is seen as the central starting point that should ultimately lead to the implementation of multidisciplinary interventions to tackle the specific problems that the youth groups cause.This article briefly discusses the highly subjective judgements of perceptions of disorder in society. Against this background this article describes the aim, the benefits and limits to the use of the shortlist. This analysis is based on fifteen years of experience with the annual listing of troublesome youth groups by means of the shortlist at the Haaglanden police service.This contribution concludes that the shortlist is a useful instrument that enables police officers to efficiently categorize problematic youth groups. Several changes by the Haaglanden police service with regard to the content as well as to the procedure further optimized the use of the shortlist. However, its global characteristic hampers evaluation of local safety interventions on the group. Also, comparisons of results between police services are not possible just like that. For those purposes (evaluations and comparisons) additional, i.e. more detailed information on the groups are to be gathered. The shortlist-methodology consists of further steps that include more in-depth analyses.Having said this, the shortlist is a valuable quick scan tool that enables professionals to swiftly categorize problematic youth groups.


Paul Harland
Dr. Paul Harland is senior onderzoeker bij de Politie Haaglanden, afdeling Analyse & Research (Staf Korpsdirectie). E-mail: Paul.harland@haaglanden.politie.nl.
Discussie

Confronteren, maar met mate! <i>Rondetafeldebat over Halt, herstel en taakstraffen</i>

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 04 2005
Trefwoorden Politie, Slachtoffer, Herstel, Ouders, Strafbaar feit, Delinquent, Confrontatie, HALT-afdoening, Investering, Diefstal
Auteurs Wiersma, E., Wolthuis, A. en Stokkom, B. van

Wiersma, E.

Wolthuis, A.

Stokkom, B. van
Titel

Schandpaal of schandvlek? Naar een effectieve aanpak van ernstig criminele jongeren

Tijdschrift PROCES, Aflevering 04 2003
Trefwoorden Recidive, Reclassering, Tussenkomst, Aansprakelijkheid, Delinquent, Getuige, Leerstraf, Politie, Re-integratie, Slachtoffer
Auteurs Vliet, J.A. van

Vliet, J.A. van
Artikel

Wat doet jonge veelplegers stoppen met criminaliteit?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Desistance, Jeugdcriminaliteit, Veelplegers
Auteurs Diane van Drie en Ido Weijers
SamenvattingAuteursinformatie

    Een heel kleine groep jongeren ontwikkelt een ‘criminele carrière’. Toch stopt ook iedere veelpleger vroeg of laat. Dit proces van desistance bij jongeren en jongvolwassenen is het onderwerp van dit artikel. Eerst wordt een overzicht van recente literatuur gegeven, daarna worden de resultaten van een kleine, exploratieve studie gepresenteerd: Familie vormt een krachtig motief voor jonge veelplegers om te stoppen. Liefdesrelaties hebben daarentegen nauwelijks invloed, net als werk. Als eenmaal is besloten te stoppen, is werk wel belangrijk om het vol te houden. Ten slotte is de eigen keuze, human agency of ‘subjectieve verandering’ heel belangrijk bij desistance.


Diane van Drie
Diane van Drie is pedagoog.

Ido Weijers
Ido Weijers is als bijzonder hoogleraar Jeugdrechtspleging verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtwetenschappen (Universiteit Utrecht) en als hoofddocent aan de opleiding Pedagogiek van dezelfde universiteit.
Artikel

Samenwerking in de jeugdstrafrechtsketen door middel van het justitieel casusoverleg in Rotterdam

Een analyse van de Rotterdamse praktijk van het justitieel casusoverleg als instrument voor de vervolging, afdoening en hulpverlening in jeugdstrafzaken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Justitieel casusoverleg, Openbaar Ministerie, Ketenpartners, Jeugdigen
Auteurs Kevin Pieters en Shirley Splinter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt in vogelvlucht de totstandkoming en de theorie van het justitieel casusoverleg (JCO) geschetst. Het JCO is een overleg waarbij verschillende ‘ketenpartners’ per jeugdige overleggen over de beste aanpak ten aanzien van vervolging, afdoening en hulpverlening. De Rotterdamse praktijk van het JCO komt ook aan bod. Er wordt met name ingegaan op de effectiviteit van het Rotterdamse JCO. Hoewel het Rotterdamse JCO effectief is, kan de objectieve meerwaarde nog verder worden verbeterd. Ontwikkelingen zoals de komst van het Rotterdamse Veiligheidshuis bieden kansen om het JCO nog beter te laten functioneren.


Kevin Pieters
Kevin Pieters is junior juridisch medewerker bij het Kabinet RC te Rotterdam.

Shirley Splinter
Shirley Splinter is buitengriffier bij de Strafsector te Middelburg.
Artikel

De nieuwe regeling van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij jeugdigen in het licht van de onschuldpresumptie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Bijzondere voorwaarden, Voorlopige hechtenis, Onschuldpresumptie, Wet gedragsbeïnvloeding jeugdigen
Auteurs Jolande uit Beijerse
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderwerp van deze bijdrage is de schorsing van de voorlopige hechtenis onder bijzondere voorwaarden bij jeugdigen. Centrale vraag is in hoeverre de wetgever erin is geslaagd om in de nieuwe Wet gedragsbeïnvloeding jeugdigen en het bijbehorende Besluit duidelijkheid te creëren over de grenzen van de onschuldpresumptie. Op basis van de algemene beschouwingen, waarin de nadruk ligt op proportionaliteit in plaats van op subsidiariteit, het nieuwe criterium ‘voorwaarden het gedrag van de veroordeelde betreffende’, dat volledig is toegesneden op de voorwaardelijke veroordeling en een beschouwing van de nieuw opgenomen bijzondere voorwaarden, wordt geconcludeerd dat dit niet het geval is. Tot slot worden concrete aanbevelingen gedaan om de wet en praktijk alsnog met de onschuldpresumptie in overeenstemming te brengen.


Jolande uit Beijerse
Jolande uit Beijerse is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens redactielid van PROCES.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.