Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Artikel

Access to Justice voor 12- tot 16-jarigen bij niet-nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst?

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Access to Justice, minderjarigen, medische behandelingsovereenkomst, formele rechtsingang, artikel 5 IVRK
Auteurs B. Blanckenburg LL.M, I.F.H.M. Gerrits LL.B en Dr. M.P. Sombroek-van Doorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Patiënten in de leeftijd van 12 tot 16 jaar moeten, naast hun ouders, op basis van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) toestemming geven voor hun medische behandelingsovereenkomst. Maar dit houdt niet in dat de jeugdige tussen de 12 en 16 jaar een zelfstandige toegang tot de rechter toekomt in geval van niet-nakoming van de behandelingsovereenkomst. Is dit in overeenstemming met kinder- en mensenrechten?


B. Blanckenburg LL.M
B. Blanckenburg LL.M is advocaat bij Van Doorn cs advocaten.

I.F.H.M. Gerrits LL.B
I.F.H.M. Gerrits LL.B is masterstudent jeugdrecht aan de Universiteit van Leiden.

Dr. M.P. Sombroek-van Doorm
Dr. M.P. Sombroek-van Doorm is directeur van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en benoemd in het Faculteitsbestuur. Verder is zij universitair docent bij de afdeling jeugdrecht en tuchtrechter bij het Regionaal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg in Amsterdam.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Artikel

Over een grens: Nederlandse vondelingen uit of naar het buitenland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Vondeling, migratie, Nederland, rationelekeuzetheorie, gelegenheidstheorie
Auteurs Kerstin van Tiggelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the group of Dutch foundlings, 28% are migratory foundlings: children coming from abroad to the Netherlands (inbound foundlings), and children going abroad from the Netherlands (outbound foundlings). According to the rational choice theory, there is at some point a rational decision behind human action, based on consideration of costs and benefits – terminology reminiscent of the origins within economic science. When viewed from that perspective, cross-border abandonment may be regarded to be a conscious effort to hinder detection. After all, abandonment of foundlings has been a criminal offence in the Netherlands since at least the Middle Ages. There is therefore also a vested interest in not attracting attention. Anyone abandoning a child and wishing to protect their identity will be attracted to locations that lack effective supervision, defined as guardianship within the criminological routine activities theory. However, the less familiar a location, the trickier it is to avoid visibility. Does the rational consideration of costs and benefits result in migratory foundlings being abandoned just over the border (in order that the perpetrators attract the least possible attention) or actually further inland (in order to detract from the cross-border activity, for example)? Is there a comparable choice in terms of distance when people abandon native foundlings – children found in their country of birth? Relevant questions indeed, as greater insight into such variables can support the direction taken by detection activities. This study is an exploratory analysis of the distance between the domicile or birth location and the abandonment location of cross-border foundlings. The results will then be compared with the distances in the case of domestic foundlings.


Kerstin van Tiggelen
Kerstin van Tiggelen is gepromoveerd in de Humanistiek en voorzitter van stichting Nederlands Instituut voor de Documentatie van Anoniem Afstanddoen (NIDAA).

    Nederlandse kinderen lijken minder te weten over kinder- en mensenrechten dan andere kinderen in Europa. Om die reden zien beleidsmakers, wetenschappers en maatschappelijke organisaties een noodzaak om formele educatie op deze onderwerpen te introduceren in alle onderwijsniveaus. Wat denken middelbare leerlingen zelf hier echter over? Dit artikel onderzoekt het rechtsbewustzijn van kinderen in drie Nederlandse middelbare scholen ten aanzien van hun specifieke rechten als kinderen. Het wordt duidelijk dat kinderen ideeën en meningen hebben over hun rechten en daarmee een rechtsbewustzijn hebben, ook als zij geen rechtenjargon gebruiken. Hun rechtsbewustzijn bestaat uit moraliteit, wat verklaart dat zij bepaalde rechten zelf bedenken: sommige thema’s vinden zij zo belangrijk dat zij voelen dat ze deel uitmaken van hun fundamentele rechten als kinderen. Het integreren van mensenrechteneducatie in het schoolcurriculum zou een nodige, maar is een onvoldoende oplossing voor het ‘probleem’ dat voor ons ligt. Het is namelijk niet bewezen of meer kennis op deze onderwerpen ook leidt tot verandering van gedrag. De kinderen maakten namelijk ook bewuste keuzes om níet hun rechten in te roepen, maar om hun problemen anderszins op te lossen. Dit moet worden meegenomen om interventies effectief te laten zijn, zodat niet het tegenovergestelde van wat gewenst is, wordt bereikt. En effectieve interventies dienen daarnaast aan te sluiten bij het dagelijks leven van de kinderen. Volgens de leerlingen zijn kinderrechten vooral ook iets dat we moeten doen en oefenen.
    Dutch children seem to be less informed about children’s and human rights than their peers in other European states. Therefore, policy makers, academics and CSOs recognise a need to introduce formal education on these matters in all levels of schooling. But what do secondary school children themselves think about this? This article explores the legal consciousness of children in three Dutch schools on their specific rights as children. It has been evidenced that children have ideas and opinions about their rights and therefore have a legal consciousness, though without using the language of the law. Their legal consciousness consists of morality, which explains their ‘invention’ of certain rights: some themes are of such importance that they feel these are part of their fundamental rights as children. Integrating human rights education into the school curriculum may be a necessary, but is an insufficient solution to the ‘problem’ at hand. It has not been evidenced whether more knowledge changes their behavior. The children made informed decisions to not invoke their rights, and to solve their problems differently. Effective interventions need to take this into account in order to relate to their everyday lives and avoid having the opposite effect of what is intended. According to the students, children’s rights are mostly something to be done or practiced.


Carrie van der Kroon LL.M.
Carrie van der Kroon works as a programme officer on girls’ rights in the Global South at Defence for Children International – ECPAT the Netherlands. She obtained her masters in Legal Research (Cum Laude) at Utrecht University in the Netherlands, specialising in international children’s rights from a socio-legal perspective.

    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Artikel

Naar een ‘rights based’ jeugdherstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Kinderrechten, Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind, Jeugdherstelrecht
Auteurs Annemieke Wolthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution starts with an introduction of human rights, children’s rights and restorative justice. What are the links and differences between these concepts and how do they interrelate? An overview of human rights for children in international standards relevant to the discussion on juvenile justice, such as the UN Convention on the Rights of the Child and additional instruments, is given. It is examined how restorative justice fits in this framework.
    Human rights are one of the main pillars of our modern society. General juvenile justice principles such as diversion, the use of detention only as a measure of last resort and focusing on re-integration give a clear basis for restorative justice practice. Recent international and European conventions, guidelines and recommendations dealing with juvenile justice explicitly recommend the use of restorative justice. It is actually seen as the main priority focus of the reaction to youth criminality. The Committee on the Rights of the Child declared in General Comment 10 that the best interests of the child imply that the traditional aims of criminal justice – repression and retribution – should make room for rehabilitation and reintegration. Today’s focus on youth delinquency should be a restorative one. But how to implement rather broad notions such as restorative justice in individual cases and to make them fulfil internationally accepted human rights standards. With the model of Mitchell and Moore it is explored how children’s rights (mainly article 40 and the main principles of the CRC) and restorative justice are connected and how they can use each other. The need is stressed and some tools are given to work towards a ‘rights based restorative justice’.


Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is onderzoeker aan de Open Universiteit en schrijft een proefschrift over jeugdherstelrecht en kinderrechten. Zij is tevens verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut, waar zij bijdraagt aan maatschappelijk onderzoek, en redacteur van dit tijdschrift.
Titel

Bewijs en aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 01 2002
Trefwoorden Bewijslast, Model, Aansprakelijkheid, Bewijsrisico, Bewijslevering, Bewijslastverdeling, Schade, Stelplicht, Noodzakelijkheid, Bewijswaardering
Auteurs G.J. Visser

G.J. Visser
Jurisprudentie

Medische aansprakelijkheid/causaal verband/omkeringsregel: HR 23 november 2001, JOL 2001, 684 en HR 23 november 2001, JOL 2001, 683

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 01 2002
Trefwoorden Risico, Patiënt, Omkeringregel, Schade, Arts, Bewijslast, Causaliteit, Informatieplicht, Personenschade, Toestemming
Auteurs Kaandorp, D.T.G.J.

Kaandorp, D.T.G.J.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.