Zoekresultaat: 87 artikelen

x

    Beroepsbeoefenaars kunnen met hun opdrachtgever overeenkomen dat het kantoor waaraan zij zijn verbonden als enig opdrachtnemer heeft te gelden. De vraag is in hoeverre daarmee ook de persoonlijke aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar kan worden uitgesloten. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het uitsluiten van persoonlijke aansprakelijkheid door beroepsbeoefenaars mogelijk is.


Mr. E.A.L. van Emden
Mr. E.A.L. van Emden is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag.
Artikel

Access to Justice voor 12- tot 16-jarigen bij niet-nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst?

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Access to Justice, minderjarigen, medische behandelingsovereenkomst, formele rechtsingang, artikel 5 IVRK
Auteurs B. Blanckenburg LL.M, I.F.H.M. Gerrits LL.B en Dr. M.P. Sombroek-van Doorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Patiënten in de leeftijd van 12 tot 16 jaar moeten, naast hun ouders, op basis van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) toestemming geven voor hun medische behandelingsovereenkomst. Maar dit houdt niet in dat de jeugdige tussen de 12 en 16 jaar een zelfstandige toegang tot de rechter toekomt in geval van niet-nakoming van de behandelingsovereenkomst. Is dit in overeenstemming met kinder- en mensenrechten?


B. Blanckenburg LL.M
B. Blanckenburg LL.M is advocaat bij Van Doorn cs advocaten.

I.F.H.M. Gerrits LL.B
I.F.H.M. Gerrits LL.B is masterstudent jeugdrecht aan de Universiteit van Leiden.

Dr. M.P. Sombroek-van Doorm
Dr. M.P. Sombroek-van Doorm is directeur van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en benoemd in het Faculteitsbestuur. Verder is zij universitair docent bij de afdeling jeugdrecht en tuchtrechter bij het Regionaal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg in Amsterdam.
Artikel

De zorgplicht van de assurantietussenpersoon en onderverzekering

HR 6 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1298 (Sauna Peize/Rabobank)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verzekerde waarde, onderdekking, accresclausule, brandverzekering, verzekering tegen bedrijfsstagnatie
Auteurs Mr. M.J. Bruins Slot CPL
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Sauna Peize/Rabobank-arrest oordeelt de Hoge Raad over de zorgplicht van de assurantietussenpersoon in relatie tot onderverzekering. Een complexe zaak, waarin niet direct duidelijk is of sprake is van onderverzekering met inachtneming van de accresclausule. Wat mag van een redelijk bekwame en redelijk handelende assurantietussenpersoon worden verwacht?


Mr. M.J. Bruins Slot CPL
Mr. M.J. Bruins Slot CPL is advocaat bij NN Advocaten te Den Haag.
Artikel

Access_open Aansprakelijkheid van curator en bewindvoerder in insolventiezaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2019
Trefwoorden beroepsaansprakelijkheid, Insolventie, Maclou-norm
Auteurs Mr. E.A.L. van Emden
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel betreft de persoonlijke aansprakelijkheid van de faillissementscurator, de bewindvoerder in surseance en de bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling. Het relevante juridische kader wordt besproken, evenals diverse scenario’s waarin persoonlijke aansprakelijkheid aan de orde kan komen. Dit geschiedt aan de hand van gepubliceerde en niet-gepubliceerde rechtspraak. Het artikel beoogt daarmee een algemeen overzicht te geven van de (on)mogelijkheden om persoonlijke aansprakelijkheid te vestigen.


Mr. E.A.L. van Emden
Mr. E.A.L. van Emden is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag en buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. W.M.A. Kalkman
Prof. dr. W.M.A. Kalkman is hoofd Legal & Compliance van Nationale-Nederlanden Levensverzekering Maatschappij N.V./NN Advocaten en hoogleraar verzekeringsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Kan de aangepaste Belgische abortuswet ook Nederland inspireren?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden abortus, abortus in België, abortus in Nederland, Wet afbreking zwangerschap
Auteurs Mr. P.L. Garré
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt de recente wijzigingen aan de Belgische abortuswetgeving en gaat na of sommige aanpassingen ook nuttig kunnen zijn voor een hervorming van de Waz. Deze wijzigingen in de Belgische wetgeving dienen slechts in beperkte mate als inspiratiebron voor een mogelijke aanpassingen aan de Nederlandse wetgeving.


Mr. P.L. Garré
Patrick Garré is jurist en economist bij de Belgische Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid.
Artikel

Vergeet de begunstiging krachtens levensverzekering niet!

Erfstelling en begunstiging gaan ‘hand in hand’ (II)

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 16 2019
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens

Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/compagnon bij Nysingh-advocaten en notarissen en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De digitale schandpaal: opsporingsberichtgeving in een gedigitaliseerde samenleving

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden DIY-policing, online policing, wanted notices, right to privacy, procedural defect
Auteurs Gabry Vanderveen en Mojan Samadi
SamenvattingAuteursinformatie

    In the context of criminal investigations police and prosecution can appeal to the public for information to further their case. This decision cannot be taken lightly and requires a balancing exercise between the rights of the suspect (and other people involved), specifically the right to privacy, the interest of criminal investigations, such as the identification of the suspect or witnesses, and public pressure to fight crime.
    In the current digital society, the prosecutor can choose between a wide range of (new) media and modes of communication to ask for information. Next to wanted notices on paper posters and broadcasts on television, appeals for information are published on websites, social media platforms, apps and digital screens. Citizens can modify and share these appeals and they can comment on them. This necessitates careful consideration by the prosecutor on whether and how to appeal for information. After all, these appeals could lead to DIY-policing or online vigilantism (digilantism), leading to infringements on the right to privacy and even possibly to misidentification of suspects.
    This article contributes to the continuing debate. We describe the legal framework the prosecution has to take into account in such cases. The importance of a considered decision is illustrated by three cases in which judicial authorities appealed to the public for help in the criminal investigations, resulting in massive (media) attention and consequently affecting the eventual criminal case against the defendants. In two of these cases the prosecutorial decision to involve the public’s help resulted in a violation of the defendants’ rights to privacy and consequently had to be remedied by the court. Both cases led to social, legal and political debate about the balance between privacy and crime control.


Gabry Vanderveen
Gabry N.G. Vanderveen is als universitair docent verbonden aan de sectie Criminologie, Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Email: vanderveen@law.eur.nl.

Mojan Samadi
Mojan Samadi is als promovendus straf(proces)recht verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Email: m.samadi@law.leidenuniv.nl.

Mr. dr. J.H.H.M. Dorscheidt
Jo Dorscheidt is als universitair docent gezondheidsrecht verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en de Rijksuniversiteit Groningen. Tevens is hij voorzitter van het Landelijk Overleg Gezondheidsrechtelijk Onderwijs (LOGO).
Artikel

Het medische beroepsgeheim: Heilige huisjes en juridische fictie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Medische beroepsgeheim, Veronderstelde toestemming, Conflict van plichten, Zeer bijzondere omstandigheden, Dood
Auteurs Prof. mr. dr. W.L.J.M. Duijst en mr. drs. M.E.B. Morsink
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer wordt gesproken over het medische beroepsgeheim dan worden termen gebruikt die een geheel eigen leven zijn gaan leiden. Termen als ‘veronderstelde toestemming’, ‘conflict van plichten en ‘zeer bijzondere omstandigheden’, leiden zelden tot discussie. Wanneer deze termen nader worden beschouwd zijn zij uitermate onduidelijk en juridisch niet of nauwelijks houdbaar.


Prof. mr. dr. W.L.J.M. Duijst
Prof. mr. dr. W.L.J.M. Duijst is hoogleraar forensische geneeskunde en gezondheidsstrafrecht aan de Universiteit Maastricht.

mr. drs. M.E.B. Morsink
mr. drs. M.E.B. Morsink is SEH-arts KNMG in het Radboudumc in Nijmegen.
Artikel

Het gebruik van patiëntgegevens in de nieuwe klachtenprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Klachtrecht, Wkkgz, patiëntgegevens, verdediging, art. 6 EVRM
Auteurs Mr. C.E. Philips-Santman
SamenvattingAuteursinformatie

    De heersende opvatting dat voor het gebruik van patiëntgegevens in een klachtenprocedure uitdrukkelijke toestemming van een patiënt nodig is, moet in het kader van de inwerkingtreding van de Wkkgz worden heroverwogen. Twee belangrijke wijzigingen in het klachtrecht geven daarvoor aanleiding: (1) een zorgaanbieder is voor de interne behandeling van een klacht niet langer verplicht gebruik te maken van een onafhankelijke klachtencommissie en (2) een zorgaanbieder is verplicht zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie die (in tweede instantie) bij wege van bindend advies over een klacht oordeelt. Als een zorgaanbieder zelf een oordeel velt over de gegrondheid van een klacht moet het gebruik van patiëntgegevens in dat kader ook zonder toestemming van de patiënt mogelijk zijn. De procedure bij een geschilleninstantie valt onder de reikwijdte van artikel 6 lid 1 EVRM. De daarmee samenhangende waarborgen zouden ook van toepassing moeten zijn op de afhandeling van een klacht in ‘eerste aanleg’.


Mr. C.E. Philips-Santman
Cezanne Philips-Santman (34 jaar) is docent/onderzoeker in de sectie ethiek en recht van de gezondheidszorg in het LUMC. De auteur dankt Dick Engberts voor zijn commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
Artikel

Uitsluiting van homoseksuele mannen als bloeddonor: het arrest Léger en de Nederlandse praktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Richtlijn 2004/33/EG, discriminatie, volksgezondheid, Handvest, bloeddonor
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en Mr. A. Swarte
SamenvattingAuteursinformatie

    Verschillende lidstaten, waaronder Nederland en Frankrijk, sluiten mannen die seksueel contact hebben (gehad) met mannen levenslang uit als bloeddonor. Het Hof van Justitie heeft zich op 29 april 2015 uitgesproken over deze permanente uitsluiting van MSM en heeft voorwaarden geformuleerd waaraan in dat geval moet zijn voldaan.
    HvJ 29 april 2015, zaak C-528/13, Geoffrey Léger/Ministre des Affaires sociales, de la Santé et des Droits des femmes, en Établissement français du sang, ECLI:EU:C:2015:288


Prof. mr. J.C.J. Dute
Prof. mr. J.C.J. (Jos) Dute is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. A. Swarte
Mr. A. (Annejet) Swarte is stafjurist bij het College voor de Rechten van de Mens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Boekbespreking

H.J.J. Leenen et al., Handboek Gezondheidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2015
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en Prof. mr. J.G. Sijmons
Auteursinformatie

Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC/Universiteit van Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.

Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is hoogleraar Gezondheidsrecht UU/advocaat Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Column

Klachtgerechtigdheid van een nabestaande in het BIG-tuchtrecht ten onrechte beperkt

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden tuchtrecht, nabestaande, rechtstreeks belanghebbende, ontvankelijkheid
Auteurs Mr. L.E. Kalkman-Bogerd
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren heeft het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) een aantal uitspraken gedaan over de klachtgerechtigdheid van een naaste betrekking die na het overlijden van de patiënt als nabestaande een tuchtklacht indient over aan de patiënt verleende zorg. Het CTG zoekt bij het antwoord op de vraag of de nabestaande rechtstreeks belanghebbend is ten onrechte aansluiting bij de vertegenwoordigingsregeling van de geneeskundige behandelingsovereenkomst (art. 7:465 BW). Deze vertegenwoordiging eindigt met het overlijden van de patiënt en heeft geen betrekking op het indienen van een tuchtklacht. De benadering van het CTG doet ook geen recht aan het primaire doel van het tuchtrecht: handhaving en waar nodig verbetering van de kwaliteit van de zorgverlening. Het tuchtrecht is niet primair bedoeld voor genoegdoening van de patiënt. De klachtgerechtigdheid van een nabestaande vloeit voort uit zijn verwantschap aan de patiënt. Die verwantschap maakt hem, behoudens bijzondere omstandigheden, rechtstreeks belanghebbend, niet het antwoord op de vraag of de nabestaande geacht wordt de patiënt te vertegenwoordigen.


Mr. L.E. Kalkman-Bogerd
Laura Kalkman-Bogerd is juridisch adviseur gezondheidsrecht te Leiden.
Artikel

Tuchtrecht – meer tucht dan recht

Voorzittersrede VGR 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden tuchtrecht, strafrecht, artikel 6 lid 1 EVRM
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    De tuchtcolleges hebben afgelopen jaren de tuchtrechtelijke normen zowel ratione personae als ratione materiae fors opgerekt. Het tuchtrecht drijft daarmee af van zijn oorspronkelijke doelstellingen, te weten het bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. In plaats daarvan lijkt het tuchtrecht steeds meer te verworden tot instrument om onwenselijk gedrag van beroepsbeoefenaren, zowel beroepsmatig gedrag als in de privésfeer, te kunnen bestraffen. Ook anderszins glijdt het tuchtrecht af naar een vorm van strafrecht light. Dit roept fundamentele vragen op.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden, coördinator gezondheidsrecht bij artsenorganisatie KNMG en voorzitter van de Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Toont 1 - 20 van 87 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.