Zoekresultaat: 17 artikelen

x
Artikel

Access_open Waarom melden burgers?

Individuele, sociale en institutionele drijfveren voor meldgedrag in het verleden en toekomstige meldingsbereidheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden reporting behavior, crime, citizen participation, psychological drivers, response efficacy
Auteurs Wendy Schreurs
SamenvattingAuteursinformatie

    Reports by citizens are a great source of information for the police. Local residents often know well what is going on in their neighborhood and which situations are suspicious. In this study, an online survey was conducted to investigate what drives citizens to report to the police. A wide range of individual, social and institutional drivers were explored. The results show that the more often people have reported anything to the police in the past, the higher their risk perception, self-efficacy, citizen participation and police legitimacy. Furthermore, participants with a higher degree of self-efficacy, response efficacy, trust in the police and police legitimacy appeared to be more willing to report in the future. An open question regarding what motivates people the most to report show that response efficacy (the idea to what extent reporting has an effect on increasing safety and reducing crime) and altruistic values (justice, to help society and punish the perpetrators) were mentioned most frequently.


Wendy Schreurs
Wendy Schreurs is werkzaam bij de Politieacademie.
Artikel

Heel Holland spoort op

Naar een afwegingsmodel voor de politie in de omgang met burgers die zelfstandig onderzoek doen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Participation, citizen, police, investigation, reciprocity
Auteurs Arnout de Vries, Shanna Wemmers, Stan Duijf e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Citizens investigating crimes themselves is a growing trend, because of democratization of information (e.g. social media), tools (e.g. apps) and knowledge (e.g. explanimations on YouTube). More and more citizens do their own research as modern Sherlocks. The police has to handle these trends in line with participant wishes and the law, but does not yet have concrete tools to do so. This article explores how the police participate in contemporary citizen criminal investigations, including the difficulties and benefits experienced. The obtained insights of the presented research serve as guidance, which can help police officers understand how to participate with citizens who have started, or want to start, a criminal investigation. The presented model explains how police can use it to better guide and stimulate, but also stop or protect citizens in their investigative activities. An app with professional guidance was piloted in four police units to participate with citizens that do their own research and learn from expectations and experiences. Citizens need guidance, but more importantly expect a certain degree of reciprocity in collaborating with police in criminal investigations.


Arnout de Vries
Arnout de Vries is werkzaam bij TNO Groningen.

Shanna Wemmers
Shanna Wemmers is werkzaam als scientist innovator bij TNO.

Stan Duijf
Stan Duijf won als masterstudent Science in Policing en in 2019 de scriptieprijs van de Politieacademie.

Victor Kallen
Victor Kallen klinisch psychofysioloog bij TNO Behavioural & Societal Sciences.
Artikel

Is digitale buurtpreventie een goed instrument voor burgeropsporing?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden digital neighborhood watch, community crime prevention, crime reduction, surveillance, social control
Auteurs Jossian Zoutendijk en Krista Schram
SamenvattingAuteursinformatie

    It is often assumed that digital neighbourhood watch groups lead to more emergency calls and more arrests by the police. This article revolves around the question whether or not these groups actually contribute to reducing crime in the Netherlands. It does so by looking at recent studies and the results of researchers’ own ‘realist evaluation’ of the city of Rotterdam’s policy on digital neighbourhood watch. The latter includes a reconstruction of the program theory and ten case studies with different types of groups. The reconstruction of program theory revealed two main routes to crime reduction: 1) more emergency calls and more arrests by the police and 2) more social control. Chat histories have been studied and moderators, participants, non-participants and professionals were interviewed on their perception of active mechanisms and on the efficacy of their group. None of the respondents believed their group led to an increased number of arrests, but interviews and chat histories show that crime can be reduced by means of social control. Social control by neighbours limits the opportunity for crime and disturbs criminal acts. Other studies in the Netherlands support this finding. The article closes by putting digital neighbourhood watch in a citizen’s perspective with suggestions to improve the efficacy of digital neighbourhood watch groups and the notion that for citizens, crime reduction is not the only or principal goal.


Jossian Zoutendijk
Jossian Zoutendijk is werkzaam bij Hogeschool Inholland Rotterdam.

Krista Schram
Krista Schram is werkzaam bij Hogeschool Inholland Rotterdam.
Artikel

De tweeconclusieregel en beginselen van burgerlijk procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden tweeconclusieregel, rechtsstrijd in hoger beroep, beginselen van behoorlijk procesrecht
Auteurs Frank Kroes
SamenvattingAuteursinformatie

    Beginselen van behoorlijk procesrecht nemens sinds de dagen van Van Boneval Faure een plaats in in het burgerlijk procesrecht en winnen nog steeds aan belang. Aan de tweeconclusieregel, die de mogelijkheden om de rechtsstrijd in hoger beroep te wijzigen of uit te breiden aan banden legt, liggen met name de beginselen ten grondslag van toegang tot de rechter, hoor en wederhoor, berechting binnen een redelijke termijn en de partijautonomie. Ook de uitzonderingen op de regel laten zich goed verklaren uit beginselen van behoorlijk procesrecht.


Frank Kroes
Mr. Chr.F. Kroes is advocaat in Amsterdam en werkzaam bij Baker McKenzie.
Annotatie

De ISU-beschikking; rijdt de Commissie een scheve schaats?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2018
Trefwoorden ISU, doelbeperking, gevolgbeperking, sport en mededinging, marktordening
Auteurs Felix Roscam Abbing
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Europese Commissie geoordeeld dat de regels van de ISU op grond waarvan schaatsers die aan niet-geautoriseerde wedstrijden van derden meedoen een langdurige of zelfs levenslange schorsing riskeren, in strijd zijn met het mededingingsrecht. De Commissie concludeert dat de ISU-regels een doelbeperking zijn in de zin van artikel 101 VWEU. In deze annotatie wordt besproken of deze zaak zich wel leent voor beoordeling als doelbeperking in plaats van gevolgbeperking, en of artikel 101 VWEU überhaupt wel zou moeten worden toegepast. Als laatste wordt kort besproken of dergelijke zaken wel zouden moeten worden beoordeeld onder het mededingingsrecht.


Felix Roscam Abbing
Mr. F.A. Roscam Abbing is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Jurisprudentie

Zorgen over de rechtspositie van de topsporter

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden doping, WADA, IOC, risicoaansprakelijkheid, whereabouts
Auteurs Vincent Geeraets
Auteursinformatie

Vincent Geeraets
Dr. mr. V.C. Geeraets werkt als universitair docent bij de afdeling rechtstheorie en rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Voordeelstoerekening: leuker kunnen wij het niet maken, wel inzichtelijker

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden artikel 6:100 BW, voordeelstoerekening, schadeverweer, toerekening naar redelijkheid, eenzelfde gebeurtenis, condicio sine qua non
Auteurs Mr. S.S.Y. Engelen en Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft op 8 juli 2016 in zijn arrest TenneT/ABB een nieuwe maatstaf geformuleerd voor voordeelstoerekening. Hierbij komt hij expliciet terug op zijn eerdere rechtspraak over dit leerstuk, zoals neergelegd in artikel 6:100 BW. De nieuwe maatstaf geeft niet alleen meer houvast bij de beoordeling van een beroep op voordeelstoerekening, maar schakelt het leerstuk van voordeelstoerekening bovendien gelijk met de wijze waarop de omvang van de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:95 tot met 6:98 BW dient te worden vastgesteld. In deze bijdrage bespreken de auteurs de inhoud en implicaties van de nieuwe maatstaf voor personenschadezaken.


Mr. S.S.Y. Engelen
Mr. S.S.Y. (Sara) Engelen is docent privaatrecht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. (Anne) Keirse is als hoogleraar privaatrecht verbonden aan het Utrecht Center for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij parttime raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Sporttuchtrecht 2.0

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2017
Trefwoorden sportrecht, sporttuchtrecht, field of play, privaat verenigingstuchtrecht
Auteurs Mr. M. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het sporttuchtrecht/private verenigingstuchtrecht heeft een bijzondere positie en een eigen domein binnen het recht. In dit artikel wordt dit domein nader beschouwd. Binnen het sporttuchtrecht is een bijzondere rol weggelegd voor de scheidsrechter. Scheidsrechterlijke beslissingen mogen slechts marginaal worden getoetst, op basis van het ‘field of play’-principe. Het sporttuchtrecht is effectief en vergroot in veel gevallen de acceptatiebereidheid onder sporters. Sportrechtelijke tuchtprocedures zijn vaak sneller en goedkoper dan gewone civiele procedures en bovendien beschikt de tuchtrechter over sportspecifieke kennis en kan er adequaat worden gestraft. Publieke regulering van het sporttuchtrecht is niet nodig, omdat het sporttuchtrecht nu voldoende effectief is en overbodige regulering zou kunnen leiden tot een knock-out van een goed functionerend systeem.


Mr. M. van Dijk
Mr. M. (Michiel) van Dijk is advocaat en partner bij CMS Derks Star Busman in Utrecht. Daarnaast is hij als bestuurder, arbiter en sporter actief in de sportwereld.
Artikel

De preparatie op de nafase binnen veiligheidsregio’s

Een verkennend onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Crisisbeheersing, Bevolkingszorg, Psychosociale aspecten, Veiligheidsregio’s
Auteurs Martine de Bas, Ira Helsloot en Michel Dückers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article addresses disaster recovery preparedness characteristics prescribed by literature and guidelines. An exploratory study was conducted in 25 Dutch safety regions to describe the status of disaster recovery preparedness with an emphasis on psychosocial support aspects. The study pointed at substantial cross-regional variation. Particular areas of improvement were identified in relation to involving citizens and partner organizations in safety regions’ recovery planning efforts, and the extent to which preparedness activities are guided by regional risk profiles. Optimization of preparedness takes place in an everyday context where relatively little priority is assigned to disaster recovery. Also, as major crises are fairly scarce there is little room for learning or routinization. Deliberate investments to enhance disaster recovery preparedness are needed, they would however benefit from more research into the association between relevant conditions, the disaster recovery preparedness level and the quality of service delivery when an event actually takes place.


Martine de Bas
Martine de Bas is Senior adviseur bij De Nafase.

Ira Helsloot
Ira Helsloot is hoogleraar besturen van veiligheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Michel Dückers
Michel Dückers is programmacoördinator rampen en crises bij Impact – Landelijk kennis- en adviescentrum psychosociale hulp bij rampen en calamiteiten, en senior onderzoeker bij NIVEL – Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg.
Artikel

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 0304 2015
Trefwoorden gebiedsgebonden politiewerk, burgerparticipatie, sociale media, participatieladder
Auteurs José Kerstholt, Arnout de Vries en Mirjam Huis in ’t Veld
SamenvattingAuteursinformatie

    Community oriented policing (COP) can be seen as a co-production between citizens and police (and other stakeholders) in increasing public safety. There is a broad range of projects to cooperate with citizens. We ordered these projects along two dimensions: level of co-production (informing/consulting, advising and co-creation) and domain (prevention, law and order, investigation and quality of life). Today, most initiatives are at the lowest rungs (informing and consulting), but social media provide new possibilities to involve citizens in a more direct and fast way. The effects of the various projects are mostly limited to psycho-social factors like experienced safety, feelings of control and legitimacy. However recent studies show that these factors may have an indirect effect on crime rate. Furthermore, as reducing crime rate was not the only goal for introducing COP effect studies should not be limited to crime rate but incorporate a broad range of indicators.


José Kerstholt
José Kerstholt is werkzaam bij TNO Soesterberg, Universiteit Twente te Enschede.

Arnout de Vries
Arnout de Vries is werkzaam bij TNO Soesterberg, Universiteit Twente te Enschede.

Mirjam Huis in ’t Veld
Mirjam Huis in ’t Veld is werkzaam bij TNO Soesterberg, Universiteit Twente te Enschede.
Artikel

Sectorspecifiek mededingingsrecht en fusietoetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden fusietoets, aanmerkelijke marktmacht, mededinging, toezicht, sectorspecifiek
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland kent naast het algemene op Europese leest geschoeide mededingingsregime dat wordt gehandhaafd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een aantal sectorspecifieke regimes, die deels eveneens door de ACM, maar ook deels door andere toezichthouders worden gehandhaafd. Het algemene regime dat geldt ten aanzien van de mededingingsbeperkende afspraken, misbruik van economische machtsposities en fusies wordt voor een aantal sectoren aangevuld met een regime ten aanzien van aanmerkelijke marktmacht (AMM), dat het mogelijk maakt om verplichtingen op te leggen teneinde mededingingsproblemen te voorkomen. Bovendien kent een aantal sectorregimes een eigen – doorgaans aanvullende – fusietoets. Deze bijdrage beschrijft het sectorspecifieke mededingingsrecht met de nadruk op de verschillende vormen van fusietoetsing en hun samenhang met het commune mededingingsregime.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Tilburg Law and Economics Center (TILEC). wsauter@nza.nl
Artikel

Een upgrade van het zorgbeleid van de NMa: de derde versie van de Richtsnoeren voor de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorg en mededinging, publieke belangen en mededinging, diensten van algemeen economisch belang, begrip onderneming
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 maart 2010 stelde de NMa haar Richtsnoeren voor de zorgsector vast. Dit is alweer de derde versie van deze richtsnoeren die de NMa publiceert. De NMa wil graag tegemoet komen aan de onzekerheden die in de zorgsector over toelaatbaarheid van bepaalde afspraken en andere praktijken bestaan. Een belangrijke kwestie in dit verband is welke rol publieke belangen spelen. In de onderhavige bijdrage staat daarom de vraag centraal of de NMa in de Richtsnoeren de verhouding tussen het mededingingsrecht en de publieke zorgbelangen heeft verduidelijkt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Professor Wolf Sauter wordt hartelijk dank gezegd voor zijn commentaar op een conceptversie van dit artikel.
Artikel

Een nieuwe mededingingsbevoegdheid voor de NZa?

Artikel 45 Wmg over ingrijpen in de voorwaarden en de wijze van tot stand komen van overeenkomsten met betrekking tot zorg of tarieven

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Wet marktordening gezondheidszorg, AMM-instrument, Contractuele voorwaarden, Europeesrechtelijke dimensie
Auteurs Mr. drs. J. Bijkerk en Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel signaleren en bespreken wij een nieuwe ontwikkeling in het sectorspecifieke mededingingstoezicht op de zorg. Artikel 45 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) geeft de in 2006 opgerichte Zorgautoriteit (NZa) de bevoegdheid tot ingrijpen in de wijze van tot stand komen van overeenkomsten met betrekking tot zorg of tarieven en in de voorwaarden in die overeenkomsten met het oog op de inzichtelijkheid van zorgmarkten en/of de bevordering van de concurrentie. Tot voor kort heeft de NZa spaarzaam gebruikgemaakt van deze bevoegdheid. Onlangs heeft zij echter naast een uitgebreide toelichting op de mogelijkheden die dit instrument haar biedt een eveneens uitgebreid gemotiveerde nadere regel aangenomen die de toegang bevordert tot overeenkomsten betreffende elektronische netwerken met betrekking tot zorg. Dit is de aanleiding voor de huidige bespreking waarin naast de reikwijdte van artikel 45 Wmg ook de samenloop met de bevoegdheden van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Europeesrechtelijke dimensie aan de orde zullen komen.


Mr. drs. J. Bijkerk
Mr. drs. José Bijkerk is werkzaam bij de NZa.

Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. Wolf Sauter is werkzaam bij de NZa en is tevens verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Fusies van ziekenhuizen

Het beoordelingskader van de NMa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden fusies, ziekenhuiszorg, NMa, concentratiecontrole, marktafbakening
Auteurs Prof. dr. M.C.W. Janssen, Drs. K. Schep en Prof. dr. J. van Sinderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een overzicht van de NMa-besluiten met betrekking tot fusies tussen ziekenhuizen. Het plaatst de besluiten en de commentaren daarop in perspectief van de ontwikkeling van het denken binnen de NMa. Het artikel besteedt aandacht aan wat wel en niet mogelijk is binnen het toetsingskader van de Mededingingswet. Alleen dan wanneer er sprake is van marktmacht op de relevante markt kan de NMa aspecten van kwaliteit van de zorg en efficiency voordelen mee laten wegen. In haar besluiten houdt de NMa sterk rekening met het feit dat marktwerking in de zorgmarkt nog in een pril stadium verkeert.


Prof. dr. M.C.W. Janssen
Prof. dr. M.C.W. Janssen is raadsadviseur van de NMa ten behoeve van de zorgsector, Competition Economists Group (CEG-Europe) en hoogleraar Ersamus Universiteit Rotterdam.

Drs. K. Schep
Drs. K. Schep is senior medewerker bij de NMa, cluster zorg.

Prof. dr. J. van Sinderen
Prof. dr. J. van Sinderen is Chief Economist, NMa en hoogleraar Economische Politiek, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Marktafbakening en marktmacht in de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden marktafbakening, marktmacht, fusiesimulatie, ziekenhuiszorg
Auteurs Dr. R.S. Halbersma, Drs. W. Kerstholt en Dr. M.C. Mikkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Marktmacht wordt doorgaans indirect vastgesteld door afbakening van de relevante markt, bijvoorbeeld met de Elzinga Hogarty-test. Een alternatief is het direct modelleren van marktgedragingen, bijvoorbeeld met de LOCI- en de Option Demand-methoden. Wij hebben deze drie methoden geïmplementeerd op Nederlandse ziekenhuisgegevens. Uit onze resultaten blijkt dat veel Nederlandse ziekenhuismarkten sterk geconcentreerd zijn. De geografische omvang van een Elzinga Hogarty-markt leidt tot een optimistische inschatting van de marktconcentratie ten opzichte van alternatieve methoden. Daarnaast blijken de LOCI- en Option Demand-methoden tot sterk overeenkomstige patronen te leiden. Deze robuuste conclusies zijn in overeenstemming met de internationale literatuur.


Dr. R.S. Halbersma
Dr. R.S. Halbersma is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit en is als Extramural Fellow verbonden aan TILEC van de universiteit van Tilburg.

Drs. W. Kerstholt
Drs. W. Kerstholt is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit.

Dr. M.C. Mikkers
Dr. M.C. Mikkers is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit en is als Extramural Fellow verbonden aan TILEC van de universiteit van Tilburg

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Prof. dr. E.E.C. van Damme
Prof. dr. E.E.C. van Damme is hoogleraar Economie aan de Universiteit van Tilburg, CentER for Economic Research en co-directeur van TILEC.
Artikel

Corporate governance bij elektriciteitsbedrijven

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2004
Trefwoorden aandeelhouder, commissaris, netbeheerder, vennootschap, staatsdeelneming, elektriciteitsbedrijf, aandeel, bestuurder, landelijk hoogspanningsnet, aanwijzing
Auteurs H.A. Kerstholt

H.A. Kerstholt
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.