Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 228 artikelen

x
Artikel

Access_open Het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Hoe verder?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Modernisering Wetboek van Strafvordering, Politiek en strafrecht, Beleid, Wetgeving, Tweede Kamerverkiezingen
Auteurs Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nieuwe Wetboek van Strafvordering bevindt zich in een kritische tussenfase. Er is geld nodig om een volgende stap te kunnen zetten. Het volgende kabinet zal hierover moeten beslissen. Deze bijdrage kijkt naar nut en noodzaak van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Als daar positief over wordt geoordeeld, is een minstens even belangrijke vraag voor het komende kabinet hoe het traject op een kansrijke wijze zou kunnen worden voortgezet.


Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest
Pieter Verrest is hoogleraar straf(proces)recht, in het bijzonder Europees en internationaal strafrecht, Erasmus School of Law. Van 2018 tot medio 2020 was hij programmadirecteur modernisering Wetboek van Strafvordering bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Hij is tevens redacteur van Boom Strafblad.
Artikel

Access_open Het fenomeen ‘pedojagen’: toepassingsbereik van artikel 359a Sv, bezien in het licht van een mogelijke strafzaak tegen de (vermeende) pedoseksueel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden pedojagen/pedojagers, (evidente) pedoseksueel, (normering) burgeropsporing, (buitensporig) optreden, aanvulling/nuancering artikel 359a Sv
Auteurs Mr. J.D. (Jessica) Schmahl en Mr. L.W. (Lune) Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pedojagen’ is een groeiend fenomeen, zo blijkt uit recente incidenten. Strafvorderlijke autoriteiten dragen uit dat zij door pedojagers ontmaskerde vermeende pedoseksuelen niet zullen vervolgen. Het is de vraag of dit standpunt in de praktijk ook wordt nageleefd en of naleving altijd wenselijk is. De auteurs beargumenteren dat het OM tot vervolging moet kunnen overgaan wanneer door pedojagers een ‘evidente pedoseksueel’ wordt ontmaskerd. Onderzocht is welke ruimte het klassieke beoordelingskader van artikel 359a Sv (genuanceerd in HR 1 december 2020) aan de rechter biedt, dan wel zou moeten bieden, om consequenties te verbinden aan buitensporig optreden door pedojagers jegens de beschuldigde pedoseksueel.


Mr. J.D. (Jessica) Schmahl
Mr. J.D. Schmahl is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. L.W. (Lune) Verbeek
Mr. L.W. Verbeek is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het toezicht op de opsporing

Enkele aspecten van het toezicht door de officier van justitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden vormverzuimen, toezicht, rechterlijke controle, normering, opsporingsonderzoek
Auteurs Mr. dr. M. Samadi
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad staat een terughoudende rechterlijke controle van het vooronderzoek voor. Aan deze opstelling ligt de gedachte ten grondslag dat de controle op de strafvorderlijke overheid vooral een taak is van andere instanties, zoals de officier van justitie en in meer algemene zin het OM. Alom wordt aangenomen dat de officier van justitie een belangrijke verantwoordelijkheid heeft in dezen. Over hoe in de praktijk invulling wordt gegeven aan deze taak is echter weinig bekend. Dit artikel bespreekt op basis van eerder verricht onderzoek een aantal aspecten van het toezicht dat door de officier van justitie wordt uitgeoefend op de opsporing.


Mr. dr. M. Samadi
Mr. dr. M. Samadi is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Strafrechtelijk niet veroordeeld, maar erfrechtelijk wel beboet?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Onwaardigheid, Veroordeling, Strafbeschikking, verklaring van erfrecht, tuchtrechtelijke sanctie
Auteurs Mr. M. De Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Klager heeft zijn echtgenote opzettelijk van het leven beroofd. Wegens een ziekelijke stoornis volgt geen strafrechtelijke veroordeling, maar wordt hij ontslagen van alle rechtsvervolging. In de aan de broer van erflaatster afgegeven verklaring van erfrecht concludeert de notaris dat klager onwaardig is op grond van artikel 4:3 BW. Klager verwijt de notaris dat hij een onjuiste verklaring van erfrecht heeft opgesteld. De Kamer voor het Notariaat oordeelt de klacht gegrond en legt een waarschuwing op. In deze bijdrage wordt deze uitspraak besproken, waarbij aandacht wordt besteed aan de eis van een onherroepelijke veroordeling en de afgifte van een verklaring van erfrecht.


Mr. M. De Vries
Mw. mr. M. de Vries is jurist erfrecht en buitenpromovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Regionale praktijk onder druk

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2021
Auteurs Stijn Dunk en Kees van de Veen
Auteursinformatie

Stijn Dunk

Kees van de Veen
beeld
Artikel

Access_open Op de kast en weer terug, maar niet in de la

Raad van State en kabinet over de keuze tussen de twee bestraffende stelsels in het publiekrechtelijke sanctierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden advies Raad van State, bestuurlijke boete, verhouding strafrecht-bestuursrecht, rechtsbescherming
Auteurs Mr. dr. A.R. Hartmann en Mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Meer dan vijf jaar geleden verscheen het kritische advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over de rechtsbescherming bij bestuurlijke boetes. In deze bijdrage wordt allereerst in grote lijnen de ontwikkeling van boetebevoegdheden en wetgeving geschetst. Vervolgens wordt het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State besproken Ten slotte wordt een aantal wetswijzigingen besproken die naar het oordeel van de auteurs noodzakelijk zijn.


Mr. dr. A.R. Hartmann
Mr. dr. A.R. Hartmann is senior raadsheer bij de sector Strafrecht in het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en voormalig bijzonder hoogleraar Bestuursstrafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen
Mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen is advocaat bestuursrecht bij van Ardenne & Crince le Roy Advocaten, voormalig bijzonder hoogleraar Europees bestuursrecht en openbaar bestuur aan de Universiteit Maastricht, guest senior lecturer Comparative and Global Administrative Law aan de Tilburg University en international visiting scholar aan de American University, Washington D.C. College of Law (AUWCL).
Artikel

De klassieke vermogensdelicten: nieuwe wijn in oude zakken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden diefstal, eigenmachtig, oplichting, wederrechtelijk, wegnemen
Auteurs Em. prof. mr. D.H. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    De wettelijke omschrijvingen van de klassieke vermogensdelicten – diefstal, verduistering, oplichting, afpersing – zijn niet of nauwelijks gewijzigd. De reden is dat de rechter sinds het Elektriciteitsarrest continu bereid is geweest om aan centrale wetsbegrippen als ‘enig goed’, ‘wegnemen’ en ‘wederrechtelijke toe-eigening’ een eigentijdse invulling te geven. Dit heeft geleid tot onderlinge overlappingen. Bij de diefstalbepaling heeft dit geresulteerd in het uit zicht raken van de grenzen van haar bereik en tot een spanningsveld bij de overlapping met de oplichtingsbepaling, die in de jurisprudentie juist met terughoudendheid wordt gehanteerd. Dit roept de vraag op of de wettelijke regeling moet worden herzien.


Em. prof. mr. D.H. de Jong
Em. prof. mr. D.H. de Jong is emeritus hoogleraar Strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Streven naar coherentie in de publieke sanctionering van financieel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2021
Trefwoorden sociaaleconomisch strafrecht, financieel strafrecht, coherentie sanctiestelsels, WED, Wft
Auteurs Em. prof. mr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhavingsstelsels worden benaderd vanuit het oogpunt van coherentie. In de strafrechtelijke sanctionering is de WED het centrale uitgangpunt. De auteur acht uiteindelijk deze wet nog steeds toekomstbestendig. Andere benaderingen verliezen aan coherentie. De auteur doet enkele voorstellen voor verbetering en aanpassing van artikel 1 en 59 WED. De bestuursrechtelijke benadering start bij de Wft als centrale wet, maar de sanctionering is minder gestructureerd als in het strafrecht. De auteur ziet verschillende sanctiefiguren opkomen in het strafrecht en in het bestuursrecht (art. 74 Sr, 257a e.v. Sv), die een samenvloeien van bestuur- en strafsancties mogelijk maken. De procedures zullen voorlopig gescheiden blijven. De auteur geeft afsluitend enkele vuistregels voor humaan sanctioneren.


Em. prof. mr. R.C.P. Haentjens
Em. prof. mr. R.C.P. Haentjens is emeritus hoogleraar Financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-vice-president van het gerechtshof Amsterdam en oud-redacteur van dit blad.
Notenkraker

Het grijze gebied tussen toezicht en opsporing: wanneer er geen sprake (meer) is van toezicht?

Notenkraker bij HR 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1155 (toezicht of opsporing)

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden toezicht, opsporing, sfeerovergang, sfeercumulatie, toezichthouder
Auteurs Christien Saris
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt het arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1155). Daarin verduidelijkt de Hoge Raad wanneer uitsluitend sprake is van opsporing en niet (meer) van bestuurlijk toezicht en (bestuursrechtelijke) toezichtsbevoegdheden dus niet meer mogen worden ingezet.


Christien Saris
Mr. C.M. Saris is advocaat bij Stibbe.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/14

HR 17 november 2020, 19/02033, ECLI:NL:HR:2020:1804

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Artikel

De bedreigde getuige en artikel 226a Sv: knelpunten uit de praktijk

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden getuige, bedreigde getuige, anonieme getuige, artikel 226a Sv
Auteurs Mr. R. (Robin) Cozijnsen en Mr. dr. W.N. (Ward) Ferdinandusse
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de wettelijke regeling omtrent de bedreigde getuige nader bezien. Na een korte omschrijving van de totstandkoming en de inhoud van de wettelijke regeling (art. 226a-226f Sv), wordt uitgebreid ingegaan op verschillende vragen en knelpunten die in de praktijk naar voren komen. Achtereenvolgens worden de volgende onderwerpen besproken: de wettelijke plicht om verdachte vooraf op de vordering te horen, de bedreigde getuige in een zaak van een NN-verdachte en in zaken met meerdere verdachten, de praktische (on)uitvoerbaarheid van het waarborgen van anonimiteit en ten slotte het toetsingskader dat wordt gehanteerd bij een appel tegen een statusverlening.


Mr. R. (Robin) Cozijnsen
Mr. R. Cozijnsen is wetenschappelijk medewerker bij het landelijk parket van het openbaar ministerie.

Mr. dr. W.N. (Ward) Ferdinandusse
Mr. dr. W.N. Ferdinandusse is officier van justitie bij het landelijk parket van het openbaar ministerie.
Artikel

Access_open Het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels

Artikel 5a WVW als effectief wapen tegen de wegpiraat?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden gevaarlijk rijgedrag, rechtsvergelijking, roekeloosheid, te duchten gevaar, wegpiraat
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 5a WVW vult het ‘strafgat’ tussen de artikelen 5 en 6 WVW voor die gevallen waarin ernstig verkeersgevaarlijk gedrag zonder noemenswaardige gevolgen blijft.
    Dit artikel geeft nadere (lees: een meer ruimhartige) invulling aan het begrip roekeloosheid. In deze bijdrage wordt, mede aan de hand van de eerste verschenen jurisprudentie, ingegaan op het voor artikel 5a WVW benodigde ‘in ernstige mate schenden van de verkeersregels’, het opzetvereiste en het ‘te duchten gevaar’.
    Voorts wordt bekeken in hoeverre het ‘onder invloed zijn’ daarop van invloed is en wat de betekenis van deze wetswijziging is voor de invulling van het (omstreden) begrip roekeloosheid.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Overijsel.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de Belastingdienst.
Artikel

Access_open Het effect van een pro Justitia-rapportage op de bewijsbeslissing: een empirische verkenning

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Pro Justitia, Guilt, Conviction, Forensic mental health report
Auteurs Roosmarijn van Es MSc., Dr. Janne van Doorn, Prof. dr. Jan de Keijser e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A forensic mental health report is requested in about 30% of more serious cases presented to the criminal court. These reports can be used at sentencing and advise the judge on criminal responsibility, recidivism risk, and possible treatment measures, but is not a formal factor in decisions about guilt. The current study focuses on the (unwarranted) effect of forensic mental health information on conviction decisions. Using an experimental vignette study among 155 criminology students, results show that when a mental disorder is present, conviction rates are higher than when such information is absent. In line with the story model of judicial decision-making, additional analyses showed that this effect was mediated by the evaluation of guilt rather than by the evaluation of other physical evidence. Implications for further research and practice are discussed.


Roosmarijn van Es MSc.
Roosmarijn van Es is promovenda bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden. Haar onderzoek richt zich op de rol van informatie in pro Justitia-rapportages in rechterlijke beslissingen over bewijs en straf.

Dr. Janne van Doorn
Janne van Doorn is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. Jan de Keijser
Jan de Keijser is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan Universiteit Leiden.
Artikel

Kroniek materieel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2020
Auteurs Rachel Bruinen, Dirk Dammers, Alexandra Emsbroek e.a.

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Chaimae Ihataren

Inge Raterman

Melissa Slaghekke

Paul Verweijen

Ben Polman

Robert Malewicz

Debora Middelburg
Artikel

Handhaving van bijtincidenten

De gebeten hond

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2020
Trefwoorden bijtincidenten, artikel 425 Wetboek van Strafrecht, lichte bevelsbevoegdheid, Honden
Auteurs Mr. Jaap Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines how the enforcement of dog biting incidents takes place in the Netherlands. Enforcement can be carried out using both criminal and administrative law. This practice is discussed, as well as where the bottlenecks in enforcement practice are. Finally, proposals are made to improve present practices.


Mr. Jaap Baar
Mr. Jaap Baar is advocaat in straf- en bestuurszaken bij Kuyp Baar advocaten.
Artikel

‘Dirty money, pretty art’

Witwassen en ondermijning in tijden van financialisering van kunst

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2020
Trefwoorden art market, financialization, money laundering, financial crime, jaw enforcement
Auteurs Christoph Rausch, Léonie Bouwknegt, Jeroen Duijsens e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    What is the current nature and extent of money laundering on the art market in times of an increasing financialization of art? This article introduces the problem of money laundering through art and reflects on the associated risks of financial crime. Drawing on two recently published research reports the article describes art market and art financialization practices that may facilitate money laundering. It presents an overview of relevant rules and regulations and points to the challenges of preventing art-based financial crimes.


Christoph Rausch
Dr. C. Rausch is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Centre for Arts and Culture, Conservation and Heritage (MACCH) van de Universiteit Maastricht.

Léonie Bouwknegt
Mr. L. Bouwknegt is operationeel specialist bij de Politie Limburg en adviseur Ondermijning & Internationale Samenwerking, taakaccent Kunstgerelateerde Criminaliteit.

Jeroen Duijsens
Drs. J.M.H. Duijsens is als programmamanager verbonden aan het Platform Veilig Ondernemen Limburg.

Frank Assendelft
Dhr. F. Assendelft is werkzaam bij de afdeling Tactische Opsporing Financieel-Economisch van de Politie Limburg, taakaccent Kunst en Antiek.
Artikel

De aanpak van kunstcriminaliteit in Nederland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2020
Trefwoorden art crime, Dutch police, history, size of art crime, forgery
Auteurs Richard Bronswijk en Fons van Gessel
SamenvattingAuteursinformatie

    This article provides insight into the approach of the Dutch police to the criminal trade in art, antiques and cultural goods. The authors begin with a brief historical sketch of the development of art crime, before examining the question of how the police in the Netherlands has organized itself in this field. The scope of art crime and how to determine it is also examined. Much information is available from various sources, but a thorough and adequate picture is lacking. Finally, a specific form of art crime is discussed, namely false art. Detecting false art is a tough process, because different parties involved often share the same interests, resulting in ‘walls of silence’.


Richard Bronswijk
R. Bronswijk is teamleider bij het Team Kunst en Antiek van de Landelijke Eenheid.

Fons van Gessel
F. van Gessel is senior beleidsadviseur aan kunst, antiek en cultuurgoederen gerelateerde zware criminaliteit bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Leren van evaluaties

De fitness check van het Europees consumentenrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Betere regelgeving, Evaluaties, Europese beleidscyclus, Europese Commissie
Auteurs Dr. E.A.G. van Schagen LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De ervaringen met de fitness check van het Europees consumentenrecht laten zien hoe de richtlijnen voor fitness checks in de Richtsnoeren voor Betere Regelgeving in de praktijk worden gebracht. Een fitness check beoogt, onder meer, om consistentie en coherentie te verbeteren, en zou informatie moeten verzamelen over de gezamenlijke impact van maatregelen. Hoewel de Nederlandse wetgever niet heeft aangegeven fitness checks te willen invoeren, zijn de ervaringen met de fitness check van het consumentenrecht toch interessant voor de Nederlandse wetgever. In dit artikel wordt ingegaan op wat kan worden geleerd van de ervaringen met de fitness check van het Europees consumentenrecht.


Dr. E.A.G. van Schagen LLM
Dr. E.A.G. (Esther) van Schagen (LLM) is universitair docent bij de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/119

HR 1 september 2020, 19/00177, ECLI:NL:HR:2020:1347

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/117

HR 8 september 2020, 19/00523, ECLI:NL:HR:2020:1378

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Toont 1 - 20 van 228 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.