Zoekresultaat: 78 artikelen

x

Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat, docent Verdiepend ondernemingsrecht aan de University of Curaçao en redacteur van het Caribisch Juristenblad.

Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht, en redacteur van het Caribisch Juristenblad.
Redactioneel

Naleving van de Nederlandse Corporate Governance Code: 99%?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Corporate governance code, naleving, vrouwenquota, Monitoring commissie
Auteurs Mr. T. Spronk
Auteursinformatie

Mr. T. Spronk
Mr. T. (Tess) Spronk is wetenschappelijk docent bij de sectie ondernemingsrecht van de Erasmus School of Law.
Artikel

Kwalitatieve aansprakelijkheid: het gebruik van gebrekkige zaken en dieren door zelfstandige hulppersonen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, zelfstandige hulppersonen, bedrijfsmatig gebruik, gebrekkige zaken, dieren
Auteurs Mr. dr. A. Kolder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op wie rust de kwalitatieve aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken en dieren die worden gebruikt door zelfstandige hulppersonen? Hoewel ons economische verkeer zich in toenemende mate kenmerkt door flexibele (arbeids)relaties, heeft deze vraag nog niet veel aandacht genoten. Aan de hand van een bespreking van art. 6:181 BW wordt de opgeworpen vraag aan een beschouwing onderworpen.


Mr. dr. A. Kolder
Mr. dr. A. Kolder is advocaat bij PUNT Letselschade Advocaten en tevens docent en onderzoeker aan de vakgroep Privaatrecht en Notarieel recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Bouwen in een circulaire stad

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden circulair, circulaire economie, hergebruik
Auteurs Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of het huidige en toekomstige omgevingsrechtelijk instrumentarium voldoende mogelijkheden en/of stimulansen biedt om volledig circulaire steden mogelijk te maken. Daarbij komen de volgende onderwerpen aan de orde. Eerst wordt ingegaan op de eisen die aan de circulariteit van bouwwerken kunnen worden gesteld in de ontwerpfase. Besproken wordt in hoeverre de ambities van gemeentelijke ‘koplopers’ kunnen worden vormgegeven door strenge(re) eisen te stellen aan het materiaalgebruik bij nieuwbouw. Vervolgens wordt ingegaan op de vraag in hoeverre circulariteit bij bestaande bouw kan worden bereikt. Daarbij gaat het zowel om het planologisch instrumentarium om leegstand tegen te gaan, als om de eisen die kunnen worden gesteld aan verantwoord materiaalgebruik bij renovatie. Daarna komen de mogelijkheden in de sloopfase van een bouwwerk aan de orde: in hoeverre kunnen eisen worden gesteld ten aanzien van de scheiding van waardevol bouw- en sloopmateriaal?


Mr. dr. M.N. (Marlon) Boeve
Mr. dr. M.N. Boeve is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De kleur van de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Omgevingswet, milieu, ruimtelijke ordening, Lex Michiels
Auteurs Prof. dr. Ch.W. (Chris) Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur stelt de Utrechtse oratie van Michiels uit 2001 ‘Kleur in het omgevingsrecht’ centraal. In deze oratie ging Michiels in op de relatie tussen het ruimtelijkeordeningsrecht en het milieurecht en stelde de vraag of wij niet naar een integrale omgevingswet zouden moeten en wat de kleur daarvan zou moeten zijn. Auteur gaat in op de vraag welke kleur de Omgevingswet heeft gekregen. Is er sprake van een grijsbruin mengsel of van een kleurrijk schilderij?


Prof. dr. Ch.W. (Chris) Backes
Prof. dr. Ch.W. Backes is hoogleraar Omgevingsrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law (UCWOSL).
Artikel

Lex Michiels als godfather van de Omgevingswet

Lexplicatie welkom

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Omgevingswet, Lex Michiels
Auteurs Mr. dr. J.H.G. (Jan) van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van een bespreking van de regeling over milieubelastende activiteiten in de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving laat auteur zien dat er nog veel vragen zijn te beantwoorden door Lex als ‘godfather aan de Kneuterdijk’.


Mr. dr. J.H.G. (Jan) van den Broek
Mr. dr. J.H.G. van den Broek is Senior Legal Counsel bij VNO-NCW en MKB-Nederland in Den Haag en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Oost-Brabant. In 1981 studeerde hij af aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, waarbij Lex deel uitmaakte van het triumviraat dat ‘zijn’ mondeling examen afnam. In 2012 promoveerde hij in Maastricht op Bundeling van omgevingsrecht, waarbij Lex deel uitmaakte van ‘zijn’ beoordelingscommissie.
Artikel

Is er een verplichting tot het uitvoeren van het tracébesluit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Tracéwet, Omgevingswet, Lex Michiels
Auteurs Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur gaat in zijn bijdrage in op de relatie tussen het tracébesluit en het leerstuk van voorwaardelijke verplichtingen en handhaving.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is werkzaam als wetgevingsjurist ruimtelijke ordening en als gemachtigde beroepszaken bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Tevens is hij als geassocieerd medewerker verbonden aan de Universiteit Utrecht en voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Over hoe rechtmatige bestemmingsplannen een onrechtmatige daad kunnen opleveren: verleden, heden en toekomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Omgevingswet, bestemmingsplan, omgevingsplan, Lex Michiels
Auteurs Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse en Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs verkennen aan de hand van jurisprudentie of de burgerlijke rechter mogelijk meer materiële rechtsbescherming bij bestemmingsplangeschillen kan bieden dan de bestuursrechter. Daarbij kijken zij niet alleen naar het verleden en heden, maar ook naar de toekomst. Zij betogen dat als onder de Omgevingswet meer globale omgevingsplannen worden vastgesteld, de burgerlijke rechter wel eens een effectievere rechtsbescherming aan gehinderden zou kunnen bieden.


Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. Groothuijse is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law (UCWOSL) van de Universiteit Utrecht en is tevens redactielid van dit tijdschrift.

Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries
Mr. dr. H.J. de Vries is beleidsadviseur bij de provincie Utrecht en eveneens redactielid van dit tijdschrift. Hij is tevens annotator van Tijdschrift voor Bouwrecht.

Prof. mr. H.F.M.W. (Marleen) van Rijswick
Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick is hoogleraar Europees en nationaal waterrecht en leidt het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law (UCWOSL).
Artikel

Het omgevingsplan in de nieuwe Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, omgevingsplan, Omgevingswet
Auteurs Prof. mr. N.S.J. (Niels) Koeman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een onderdeel van het themanummer naar aanleiding van de Vlaams-Nederlandse bijeenkomst over het omgevingsrecht met de titel: ‘Omgevingsrecht in de Lage Landen: Toren van Babel of Tuin der Lusten?’
    De auteur gaat in op het Nederlandse omgevingsplan zoals dit in de Omgevingswet is opgenomen.


Prof. mr. N.S.J. (Niels) Koeman
Prof. mr. N.S.J. Koeman is staatsraad bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Omgevingswaarden: waardevol?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, omgevingswaarde, Omgevingswet, milieukwaliteitseis
Auteurs Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een onderdeel van het themanummer naar aanleiding van de Vlaams-Nederlandse bijeenkomst over het omgevingsrecht met de titel: ‘Omgevingsrecht in de Lage Landen: Toren van Babel of Tuin der Lusten?’
    In dit artikel gaat de auteur in op milieukwaliteitseisen en de transitie naar omgevingswaarde onder de Omgevingswet.


Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. Groothuijse is als universitair hoofddocent Omgevingsrecht verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Regulering door middel van het privaatrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden regulering, privaatrecht, Airbnb, effectiviteit
Auteurs prof.mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Regulering door middel van het privaatrecht is tot op heden in beperkte mate onderzocht. Het gaat om het stellen van regels die bedoeld zijn om in meerdere gevallen te worden gebruikt en die bindend worden gemaakt door middel van het privaatrecht, zoals in contracten of op grond van eigendomsbevoegdheden. Deze vorm van reguleren heeft een aantal voordelen en kan soms de enige manier zijn om in de internationale context te reguleren. Dat neemt niet weg dat er ook evidente nadelen aan kleven, zoals op het terrein van legitimiteit en rechtsbescherming. Deze vorm van reguleren moet daarmee niet principieel worden uitgesloten, maar het is wel belangrijk om randvoorwaarden te stellen die deze nadelen zo veel mogelijk wegnemen.


prof.mr. M.W. Scheltema
Prof.mr. M.W. (Martijn) Scheltema is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law en advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn

    De vraag die in dit artikel centraal staat, is hoe het wetsvoorstel nieuwe normering primaire waterkeringen kan worden omgezet naar het stelsel van de Omgevingswet en met welke punten rekening gehouden moet worden. Allereerst wordt het wetsvoorstel beschreven, waarna wordt aangegeven welke kaders – naast de Waterwet en de Omgevingswet – van belang zijn voor de omzetting. Vervolgens komen technische aspecten van het incorporeren van het wetsvoorstel in het stelsel van de Omgevingswet aan de orde en worden enkele inhoudelijke punten aangestipt, die nog meer denkwerk vereisen. Tot slot wordt geschetst welke stappen nog moeten worden gezet richting de invoeringsregelgeving van de Omgevingswet voor zover het gaat om het waterveiligheidsbeleid.


Mr. drs. D. (Danny) van Twist
Mr. drs. D. van Twist is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is met het onderwerp van dit artikel cum laude afgestudeerd aan de Academie voor Wetgeving.

Elbert de Jong
Elbert de Jong is postdoc aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL). Zijn expertise richt zich in het bijzonder op het aansprakelijkheidsrecht en (rechterlijke) risicoregulering. Hij heeft veel gepubliceerd op het terrein van gezondheids- en milieurisico’s en het aansprakelijkheidsrecht. In zijn proefschrift ‘Voorzorgverplichtingen’ behandelt hij hoe de civiele rechter de vereiste omgang met onzekere risico’s dient vast te stellen, en hoe verschillende wetenschappelijke onzekerheden over risico’s daarbij dienen mee te wegen. Thans onderzoekt hij hoever de rechter mag gaan in het corrigeren van (vermeend) falend overheidsbeleid bij gezondheids- en milieurisico’s.
Article

Access_open ‘We Do Not Hang Around. It Is Forbidden.’

Immigration and the Criminalisation of Youth Hanging around in the Netherlands

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Criminalisation of youth hanging around, culture of control, immigration and discrimination
Auteurs Thaddeus Muller
SamenvattingAuteursinformatie

    The focus in this article is the ‘criminalisation’ of youth hanging around with the emergence of bans on hanging around. A critical social constructivist approach is used in this study, which draws predominantly on qualitative primary data collected between the late 1980s and 2010s. The article compares indigenous with immigrant youth, which coincides with, respectively, youth in rural communities and youth in urban communities. This study shows that there is discrimination of immigrant youth, which is shaped by several intertwining social phenomena, such as the ‘geography of policing’ – more police in urban areas – familiarity, sharing biographical information (in smaller communities), and the character of the interaction, normalising versus stigmatising. In further research on this topic we have to study (the reaction to) the transgressions of immigrant youth, and compare it with (the reaction to) the transgressions of indigenous youth, which is a blind spot in Dutch criminology.


Thaddeus Muller
Thaddeus Muller, Ph.D., is senior lecturer at the Lancaster University Law School.
Artikel

Zal ik je eens wat laten zien?

Over visuele onderzoeksmethoden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2016
Trefwoorden visual methods, visual data, visual sociology, visual criminology, photo-elicitation
Auteurs Dr. G. Vanderveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Visual research methods aren’t magic. Yet, they do work. In this article, different reasons and methods are described, based on the author’s own experiences as well as on the literature. Visual methods refer to the visual as a data source, employing visuals in the data collection or using visuals when presenting and expressing social scientific knowledge. The reasons to use visual methods can be divided into two broad categories. First, visual methods enhance the data and the data collection and second, they can facilitate the participation of and collaboration with research participants. Examples of visual methods are presented, such as the use of photographs in interviews as well as some dilemmas a researcher (similar to legal professionals) can face when employing them. Visual methods are still developing, and the author concludes that there’s still a lot to learn.


Dr. G. Vanderveen
Dr. Gabry Vanderveen is universitair docent Criminologie aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daarnaast is zij eigenaar van Recht op Beeld, dat onderzoek, training en advies verzorgt op het gebied van visuele data en methoden in het algemeen en beeldmateriaal in de strafrechtsketen in het bijzonder.
Artikel

De Omgevingswet zet een speelveld uit voor duurzame ontwikkeling

Maar waar staan de piketpalen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Omgevingswet, duurzame ontwikkeling
Auteurs Drs. J.E.M. (Michel) Filart
SamenvattingAuteursinformatie

    Het begrip duurzame ontwikkeling is al enkele decennia onderwerp van publiek debat. Het heeft zich ook sluipenderwijs een plek verworven in het internationale recht. Het wetsvoorstel voor de Omgevingswet introduceert het begrip duurzame ontwikkeling in de Nederlandse wetgeving. En wel meteen als kerndoel van de wet. Deze ‘evolutiestap’ zou een impuls moeten geven aan de normatieve betekenis van duurzame ontwikkeling binnen de Nederlandse samenleving.
    Dit beschrijvende artikel plaatst het begrip duurzame ontwikkeling in het perspectief van zijn opkomst. Hiermee wordt getracht te peilen wat de huidige normatieve kracht van het begrip is en of het wetsvoorstel van de Omgevingswet de normatieve kracht van duurzame ontwikkeling versterkt. Op basis van de bevindingen in dit artikel zal de auteur nader onderzoeken hoe de Omgevingswet kan worden ingezet voor de verdere normatieve versterking van duurzame ontwikkeling.
    Dit artikel memoreert eerst de waarden die aan het concept duurzame ontwikkeling ten grondslag liggen. Daarna geeft het globaal weer hoe het staat met de problematiek waarvoor het begrip duurzame ontwikkeling in het leven is geroepen. Vervolgens tracht het aan te geven in hoeverre er bestuurlijke en juridische ‘handen en voeten’ zijn gegeven aan duurzame ontwikkeling. Daarbij worden onder andere de Verklaring van Rio de Janeiro voor Milieu en Ontwikkeling uit 1992 en de alweer bijna vergeten Millennium Declaration uit 2000 in herinnering gebracht. Vervolgens wordt de blik op Nederland gericht. In ‘gidsland’ Nederland kwam na de ondertekening van de genoemde Verklaring van Rio veel positieve energie los rond duurzame ontwikkeling. De heldere Nederlandse koers raakte echter verloren in de mistbanken van de internationale politiek. Dit lijkt de daadkracht die in de jaren na ‘Rio 1992’ aan de dag was gelegd, geen goed te hebben gedaan.
    Het wetsvoorstel voor de Omgevingswet slaat ‘piketpalen’ voor een nieuw ‘speelveld’ voor duurzame ontwikkeling. Het wetsvoorstel sluit aan bij de ecologische achtergrond van het begrip duurzame ontwikkeling. Wellicht zet dit nieuwe wettelijke kader de maatschappelijke krachten op een duurzamere koers. De normatieve kracht van duurzame ontwikkeling binnen het kader van de Omgevingswet lijkt te worden begrensd door wetenschappelijke, juridische en bestuurlijke (on)mogelijkheden om omgevingswaarden voor duurzame ontwikkeling te definiëren. De normatieve kracht van de Omgevingswet wordt mede bepaald door de wisselwerking tussen de Omgevingswet en andere rechtsdomeinen. Het artikel bakent dit externe bereik van de Omgevingswet conceptueel af aan de hand van de term ‘duurzaamheidsrecht’, een concept dat goed aan zou kunnen sluiten bij de maatschappelijke behoefte aan duurzame ontwikkeling, maar dat in de bestaande Nederlandse situatie geen formele rechtsbasis heeft.


Drs. J.E.M. (Michel) Filart
Drs. J.E.M. (Michel) Filart is zelfstandig onderzoeker-adviseur onder de bedrijfsnaam Improofit MVO-Consult en buitenpromovendus via de Open Universiteit (zie voor verdere informatie www.improofit.com).
Artikel

Over crimmigratie en discretionair beslissen binnen het Mobiel Toezicht Veiligheid … of Vreemdelingen … of Veiligheid?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Mobiel Toezicht Veiligheid, Crimmigratie, Discretionaire bevoegdheid, Koninklijke Marechaussee
Auteurs Mr. dr. Maartje van der Woude, Tim Dekkers BBA MSc en Jelmer Brouwer MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims to explore the driving factors behind the process of crimmigration, the merger of crime control and migration control. By analysing the legal and policy framework governing the so-called ‘Mobile Security Monitor’ – the discretionary immigration checks carried out by the Royal Netherlands Marechaussee in the borderlands with Belgium and Germany, the research explores the extent to which the framework might leave room for crimmigration-based decisions on the street level. As the article shows, the dual nature of the Mobile Security Monitor as both an instrument for immigration control and crime control combined with an important name-change and the ongoing securitization of migration in Europe seem to create a favourable environment for crimmigration.


Mr. dr. Maartje van der Woude
Maartje van der Woude is Universitair Hoofddocent Straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van dezelfde universiteit.

Tim Dekkers BBA MSc
Tim Dekkers is promovendus Criminologie en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Jelmer Brouwer MSc
Jelmer Brouwer is promovendus Criminologie en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Positieve veiligheid: een kwestie van vertrouwen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden positive security, trust, agency, public familiarity, social engineering
Auteurs Fenna van Marle
SamenvattingAuteursinformatie

    The concept of security is mainly used in a negative way as it is related to the prevention and repression of matters which are perceived as not secure or not safe. This article provides a definition of positive security in order to provide a starting point for research and for working on positive security in the field. The influence of the belief in the idea of social engineering on the negative view of security is discussed and the way in which this is a hindrance to security. The meaning of the concept of security is outlined by focusing on the origin of this concept, the difference between objective and subjective security and by distinguishing it from the absence of crime. Research on public familiarity is covered which is argued to be an important concept in relation to positive security as it shows the importance of trust and predictability. The statement that trust is crucial to security is further supported by examining this relationship from a psychological perspective. In addition agency is introduced as the second factor, next to trust, as conditions for creating positive security. Finally, the focus is on the practical utility of the operationalisation of positive security for further research on the way positive security is shaped in practice.


Fenna van Marle
Fenna van Marle is Hogeschooldocent Integrale Veiligheidskunde aan de De Haagse Hogeschool.
Toont 1 - 20 van 78 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.