Zoekresultaat: 12 artikelen

x

    Beroepsbeoefenaars kunnen met hun opdrachtgever overeenkomen dat het kantoor waaraan zij zijn verbonden als enig opdrachtnemer heeft te gelden. De vraag is in hoeverre daarmee ook de persoonlijke aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar kan worden uitgesloten. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het uitsluiten van persoonlijke aansprakelijkheid door beroepsbeoefenaars mogelijk is.


Mr. E.A.L. van Emden
Mr. E.A.L. van Emden is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag.

Pieter Frans Lock
Mr. F.J.P. Lock is senior-raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij is tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Wijziging van de onderlinge rangorde van pandrechten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden prioriteitsbeginsel, rangorde, pandrecht, rangwijziging, rangwisseling
Auteurs Mr. C.F.B. Groot Rouwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt dikwijls dat pandhouders hun onderlinge rangorde wensen te wijzigen. De wettelijke regeling van het pandrecht voorziet evenwel niet in een mogelijkheid daartoe. Deze bijdrage behandelt de mogelijkheid tot rangwijziging van pandrechten door analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW, wijziging van de inhoud van het pandrecht, eigenlijke achterstelling en herverpanding.


Mr. C.F.B. Groot Rouwen
Mr. C.F.B. Groot Rouwen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Eigendomsvoorbehoud

Bespreking van het proefschrift van mr. E.F. Verheul

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden vermogensrecht, eigendomsvoorbehoud, art. 3:92 BW
Auteurs Mr. B.I. Kraaipoel en Mr. drs. V.G.M. Leferink
SamenvattingAuteursinformatie

    Verheul heeft een proefschrift over eigendomsvoorbehoud geschreven met een mooi en strak juridisch-dogmatisch kader. Een welkome aanvulling op bestaande literatuur over een beding dat in de praktijk veel voorkomt.


Mr. B.I. Kraaipoel
Mr. B.I. Kraaipoel is als advocaat werkzaam bij RESOR te Amsterdam.

Mr. drs. V.G.M. Leferink
Mr. drs. V.G.M. Leferink is als advocaat werkzaam bij RESOR te Amsterdam.
Artikel

De waarheid bij de eigen aangifte tot faillietverklaring

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2018
Trefwoorden eigen aangifte faillissement, waarheidsplicht, Insolventieprocesrecht
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    De ratio van art. 362 lid 2 Faillissementswet leidt tot analogische toepassing van de procesrechtelijke regels uit het Rv op in de wet voorkomende insolventieprocedures. Betoogd wordt dat voor analogie van de waarheidsplicht ex art. 21 Rv bij de eigen aangifte tot faillietverklaring geen plaats is.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is emeritus hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden.
Casus

Waarom zou de aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad zijn uitgesloten?

HR 17 februari 2017: art. 2:11 BW en onrechtmatige daad – de Hoge Raad kiest (terecht?) voor eenheid

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden art. 2:11 BW, hoofdelijke aansprakelijkheid, onrechtmatige daad, tweedegraads bestuurder, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 17 februari 2017 heeft de Hoge Raad een knoop doorgehakt: art. 2:11 BW leidt ook tot hoofdelijke aansprakelijkheid van de tweedegraads bestuurder, als de rechtspersoon-bestuurder tegenover een crediteur van de bestuurde rechtspersoon aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad. Bij de motivering van deze keuze door de Hoge Raad kunnen vraagtekens worden geplaatst; geheel in het stelsel van de bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen past de keuze niet. Maar voordeel is dat nu aan een al jaren slepende discussie in de literatuur en aan de verwarring in de lagere rechtspraak een einde is gekomen.
    De via art. 2:11 BW aangesproken tweedegraads bestuurder heeft een disculpatiemogelijkheid: als hij stelt en, zo nodig, bewijst dat hem geen persoonlijk ernstig verwijt treft, ontkomt hij alsnog aan aansprakelijkheid. Hoever moet de aangesproken bestuurder daarbij gaan: moet hij ook stellen dat hij niet is tekortgeschoten in zijn collegiale verantwoordelijkheid? Een vonnis gewezen tegen de rechtspersoon-bestuurder en tegen een collega-tweedegraads bestuurder heeft jegens hem geen gezag van gewijsde.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. Vetter is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag en redactielid.
Artikel

Aansprakelijkheidsrisico’s bij het gebruiken van een lege projectvennootschap: aandeelhouders- of bestuurdersaansprakelijkheid?

Beschouwingen bij HR 24 maart 2017, NJ 2017/149 (Hanzevast/G4 II)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, aandeelhoudersaansprakelijkheid, SPV, projectvennootschap, verhaalsrisico
Auteurs Mr. E.C.H.J. Lokin en Mr. O.J.W. Schotel
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs gaan aan de hand van het Hanzevast/G4 II-arrest in op het verhaalsrisico bij het contracteren door middel van lege projectvennootschappen en de vraag in hoeverre een eventuele aansprakelijkheid in een dergelijk geval geënt dient te worden op bestuurdersaansprakelijkheid, een indirecte doorbraak van aansprakelijkheid, of wellicht op beide.


Mr. E.C.H.J. Lokin
Mr. E.C.H.J. Lokin en mr. O.J.W. Schotel zijn advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. O.J.W. Schotel
Artikel

Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht

Bespreking van het proefschrift van mr. V. Tweehuysen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden uniciteitsbeginsel, algemeenheid van goederen, rechtsobject, pandrecht, hypotheekrecht
Auteurs Mr. B.I. Kraaipoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Valérie Tweehuysen heeft met Het uniciteitbeginsel in het goederenrecht een fraai proefschrift geschreven. Als het uniciteitsbeginsel – één goederenrechtelijk recht heeft slechts één rechtsobject – wordt losgelaten kan bijvoorbeeld een zekerheidsrecht op een onderneming of een assurantieportefeuille worden gevestigd. Tweehuysen concludeert dat het loslaten van het uniciteitsbeginsel geen praktische voordelen zal opleveren.


Mr. B.I. Kraaipoel
Mr. B.I. Kraaipoel is advocaat bij RESOR te Amsterdam.
Artikel

Een praktijkvennootschap voor een advocaat: de nieuwe kleren van de keizer?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, beroepsaansprakelijkheid, Onrechtmatige daad, praktijkvennootschap
Auteurs Mr. B.I. Kraaipoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 september 2015 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over beroepsaansprakelijkheid van twee advocaten. Het artikel behandelt de vraag in hoeverre een beroepsbeoefenaar door zijn praktijkvennootschap wordt beschermd tegen persoonlijke aansprakelijkheid. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag onder welke omstandigheden een werknemer aansprakelijk kan worden gehouden door de contractuele wederpartij van zijn werkgever.


Mr. B.I. Kraaipoel
Mr. B.I. Kraaipoel is advocaat bij RESOR te Amsterdam.
Artikel

Contractuele vervaltermijnen

Een overzicht aan de hand van de jurisprudentie van de Raad van Arbitrage voor de Bouw

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden overeenkomst, vervalbeding, rechtsgevolgen, verjaring, vervaltermijn
Auteurs Mr. S.J.H. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Bouwcontracten bevatten vaak vervalbedingen, waarover bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw veel jurisprudentie verschijnt. Een categorisering van deze vervalbedingen en van deze rechtspraak in combinatie met de literatuur inzake vervalbedingen geeft inzicht in het formuleren van vervalbedingen en in de rechtsgevolgen ervan.


Mr. S.J.H. Rutten
Mr. S.J.H. Rutten is advocaat bij Simmons & Simmons te Amsterdam en auteur van Praktijkboek verjarings- en vervaltermijnen in de bouw, IBR 2014.
Artikel

Coface/Intergamma en onoverdraagbaarheidsbedingen: HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:682

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden cessieverbod, onoverdraagbaarheid, Coface/Intergamma, artikel 3:83 lid 2 BW
Auteurs Mr. M.S. Breeman en Mr. S. Houdijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad beantwoordt in het Coface/Intergamma-arrest de vraag op welke wijze contractuele cessieverboden en onoverdraagbaarheidsbedingen dienen te worden uitgelegd. In deze bijdrage worden het arrest en de daarin vervatte bijzondere uitlegregel geanalyseerd. Daarnaast wordt ingegaan op de door de Hoge Raad nog onbeantwoorde vragen of een cessieverbod noodzakelijkerwijs een verpandingsverbod met zich brengt en op welke wijze een door een onoverdraagbaarheidsbeding ongeldige cessie of verpanding alsnog tot stand kan komen.


Mr. M.S. Breeman
Mr. M.S. Breeman is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Mr. S. Houdijk
Mr. S. Houdijk is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Titel

De uitleg van schriftelijke overeenkomsten: zuiver commerciële transacties (arrest Uni-Invest)

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 09 2007
Trefwoorden Uitleg, Contract, Bewijslast, Overeenkomst, Vaststellingsovereenkomst, Bank, Commerciële transactie, Rechtspraak, Precontractuele fase, Vennootschap
Auteurs Hartman Kok, J.J.

Hartman Kok, J.J.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.