Zoekresultaat: 62 artikelen

x
Annotatie

De rechtbankuitspraak in de NS-zaak: hoe een theory of harm ontspoort

Rb. Rotterdam 27 juni 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5089

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2019
Auteurs Tjarda van der Vijver en Midas Klijsen
Auteursinformatie

Tjarda van der Vijver
Mr. dr. T.D.O. van der Vijver is advocaat in Amsterdam bij Allen & Overy LLP.

Midas Klijsen
Mr. M.S. Klijsen is advocaat in Amsterdam bij Allen & Overy LLP.
Annotatie

Belang van openbare infrastructuur binnen de Wet Markt en Overheid

CBb 11 juni 2019, ECLI:NL:CBB:2019:233 (Gemeente Hellevoetsluis/ACM)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2019
Trefwoorden infrastructuur, integrale kosten, overheid, haven
Auteurs Ekram Belhadj
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2016 stelde de ACM vast dat de gemeente Hellevoetsluis bij de exploitatie van ligplaatsen in boxen in een aantal havens in strijd met artikel 25i lid 1 Mededingingswet de integrale kosten niet had doorberekend. De kern van deze zaak is welke kosten tot de integrale kosten moeten worden gerekend. De discussiepunten vormen de kosten van de publieke haveninfrastructuur en de vermogenskosten van het water waarin de ligplaatsen liggen. Het punt dat in deze annotatie wordt belicht betreft de kosten van de publieke haveninfrastructuur die naar het oordeel van het College ten dele bij de integrale kosten berekend moeten worden.


Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh.

Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en redacteur van dit tijdschrift.

Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V.
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Mededinging

Excessieve prijzen in het mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden misbruik van machtspositie, excessieve prijzen, auteursrecht, tariefvergelijking, ‘PPP-index’
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het hier besproken arrest komt opnieuw een evergreen uit het (Europees) mededingingsrecht aan de orde: het (beweerd) misbruik van machtspositie in de vorm van excessieve tarieven van collectieve beheersorganisaties voor auteursrechten met een (feitelijk dan wel wettelijk verankerd) incassomonopolie. Het Hof van Justitie bevestigt dat bij toepassing van de in de Franse discothekenrechtspraak uit de jaren tachtig ontwikkelde methode van internationale tariefvergelijking1xHvJ 13 juli 1989, zaak C-395/87, Tournier, ECLI:EU:C:1989:319 en HvJ 13 juli 1989, gevoegde zaken C-110/88, C-241/88 en C-242/88, Lucazeau e.a., ECLI:EU:C:1989:326. ook kan worden gebruikt als maar een beperkt aantal lidstaten in deze vergelijking wordt betrokken. Voorwaarde is dan wel dat deze lidstaten voldoende representatief zijn en er voor koopkrachtverschillen wordt gecorrigeerd. Alleen als de uit die vergelijking blijkende prijsverschillen significant en duurzaam zijn, kan sprake zijn van misbruik.
    HvJ 14 september 2017, zaak C-177/16, Autortiesību un komunicēšanās konsultāciju aģentūra/Latvijas Autoru apvienība tegen Konkurences padome, ECLI:EU:C:2017:689.

Noten

  • 1 HvJ 13 juli 1989, zaak C-395/87, Tournier, ECLI:EU:C:1989:319 en HvJ 13 juli 1989, gevoegde zaken C-110/88, C-241/88 en C-242/88, Lucazeau e.a., ECLI:EU:C:1989:326.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. (Paul) Kreijger is advocaat bij Visser Schaap & Kreijger te Amsterdam.

Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle en redacteur van dit tijdschrift.

Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.
Jurisprudentie

Gedomineerde en aanpalende markten – enkele opmerkingen bij NS Limburg

Besluit ACM d.d. 22 mei 2017, artikel 24 Mw en artikel 102 VWEU (Aanbesteding Concessie Limburg)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden misbruik van machtspositie, misbruik op aanpalende markten, roofprijzen, competition on the merits, stelsel van gedragingen als misbruik
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Was het misbruikverbod in de Nederlandse mededingingspraktijk lange tijd een rustig, zo niet wat ingeslapen bezit, met het zeer uitvoerige boetebesluit waarmee de ACM de gang van zaken rond de aanbesteding in 2014 van de OV-concessie Limburg afstraft, is aan die rust voorlopig een einde gekomen. Voor mededingingsjuristen biedt de ACM stof tot nadenken met een op onderdelen innovatieve aanpak, die echter de analyse van de effecten van het gestelde misbruik stiefmoederlijk bedeelt.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).
Jurisprudentie

De bagatelbepaling van artikel 7 lid 2 Mw verplicht de ACM tot marktonderzoek

Rechtbank Rotterdam 13 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7664

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden bagatelbepaling, taxionderneming, ACM, merkbaarheidsvereiste, strekkingsbeding
Auteurs Frank Cornelissen en Sjaak van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 13 oktober 2016 heeft de Rechtbank Rotterdam de boetebesluiten vernietigd die de ACM had gericht tegen twee taxiondernemingen (en hun feitelijk leidinggevenden) die actief waren op het gebied van contractueel taxivervoer. Volgens de ACM hadden de taxiondernemingen zich schuldig gemaakt aan verboden afstemmingen van hun inschrijvingen voor contractueel taxivervoer in de regio Rotterdam. Hoewel de Rechtbank Rotterdam het oordeel van de ACM deelt dat de taxiondernemingen partij waren bij overeenkomsten met mededingingsbeperkende strekking, had de ACM niet bewezen dat het marktaandeel van betrokken partijen groter was dan de bagateldrempel van artikel 7 lid 2 Mededingingswet (Mw). De uitspraak roept diverse vragen op. De auteurs gaan achtereenvolgens in op de zelfstandige rol van het merkbaarheidsvereiste in geval van een strekkingsbeding, op de rol van de bagatelbepaling en op de marktafbakening bij aanbestedingsprocedures.


Frank Cornelissen
Mr. drs. F.J.J. Cornelissen is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

Sjaak van der Heul
Mr. S. van der Heul is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.
Jurisprudentie

Brulotte in Europa? Opmerkingen bij Genentech/Hoechst

Hof van Justitie EU 7 juli 2016, zaak C-567/14, ECLI:EU:C:2016:526 (Genentech Inc./Hoechst GmbH en Sanofi-Aventis Deutschland GmbH)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2016
Trefwoorden IE en mededinging, royaltyverplichting na verval octrooirecht, mededingingsbeperking
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Is een verplichting van een (octrooi)licentienemer om royalty’s te betalen voor technologie die niet beschermd wordt door een octrooi, bijvoorbeeld na vernietiging daarvan, mededingingsbeperkend? Het Hof van Justitie bevestigde onlangs het antwoord dat het in 1989 op deze vraag gaf in een klassiek precedent op het snijvlak van IE en mededinging, maar lijkt dat onbedoeld meer ‘ordoliberaal’ uit te leggen. Dezelfde vraag houdt ook het Amerikaanse recht bezig, waar men juist graag af zou willen van een alom als achterhaald beschouwd precedent uit 1964.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).
Redactioneel

Economisering

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2016
Auteurs Eric van Damme
Auteursinformatie

Eric van Damme
Prof. dr. E.E.C. van Damme is hoogleraar economie aan de Tilburg University.
Artikel

Naar een Europees wetboek voor elektronische communicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden elektronische communicatie, telecommunicatie, internet, breedbandtoegang, radiospectrum
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt ingegaan op de ontwikkelingen in het Europese telecommunicatiekader in de afgelopen drie jaren. Het bevorderen van connectiviteit was een thema uit de voorstellen voor een ‘Connected Continent’ van Commissaris Kroes in 2013. Opnieuw is toegang tot snelle internetconnectiviteit een belangrijke doelstelling van regulering in het voorstel voor een geheel nieuw Europees wetboek voor elektronische communicatie dat de Europese Commissie in september 2016 publiceerde. Het voorstel betekent een algehele herziening van het Europees telecommunicatiekader dat gevolgen zal hebben voor de Nederlandse Telecommunicatiewet.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is bijzonder hoogleraar telecommunicatierecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid (afdeling eLaw) van de Universiteit Leiden en advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Jurisprudentie

Eturas: ontvangst ongevraagde online informatie kan leiden tot onderling afgestemd feitelijk gedrag

HvJ EU 21 januari 2016, zaak C-74/14, Eturas UAB e.a./Lietuvos Respublikos konkurencijos taryba, ECLI:EU:C:2016:42

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Trefwoorden onderling afgestemd gedrag, bewijslast, bewijsstandaard, Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, onschuldpresumptie
Auteurs Winfred Knibbeler
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Eturas vormt een belangrijke bouwsteen in de rechtspraak over onderling afgestemd feitelijk gedrag. Het Hof van Justitie bevestigt dat een online mededeling in een verticale context kan leiden tot een inbreuk op artikel 101 VWEU. Daarvoor is wel nodig dat een mededingingsautoriteit volgens nationale bewijsregels aannemelijk maakt dat de ontvanger van een online bericht op de hoogte was van de inhoud van het bericht. Nationale bewijsregels worden begrensd door het vermoeden van onschuld, dat vervat is in artikel 48 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en het is ook mogelijk zich van de inbreuk te distantiëren door te bewijzen dat de ongevraagde online informatie commercieel is genegeerd.


Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam.
Artikel

Viermaal auteursrecht in de digitale eengemaakte markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Digitale eengemaakte markt, Auteursrecht, Digitaal en grensoverschrijdend gebruik, Online-uitzendingen van omroeporganisaties, Visueel gehandicapten
Auteurs Prof. mr. D.J.G. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Als onderdeel van haar strategie voor een ‘digitale eengemaakte markt’ (Digital Single Market, afgekort DSM) heeft de Europese Commissie op 14 september 2016 voorstellen gedaan voor maar liefst vier verschillende instrumenten op het gebied van het auteursrecht: een richtlijn en een verordening over digitaal en grensoverschrijdend gebruik én een richtlijn en een verordening over gebruik voor visueel gehandicapten. Deze voorstellen worden in deze bijdrage besproken.

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt- COM(2016)593. (‘DSM-richtlijn’)

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake de uitoefening van auteursrechten en naburige rechten die van toepassing zijn op bepaalde online-uitzendingen van omroeporganisaties en doorgifte van televisie- en radioprogramma’s - COM(2016)594. (‘Online Omroep verordening’, (OOV))

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de grensoverschrijdende uitwisseling tussen de Unie en derde landen van exemplaren in toegankelijke vorm van bepaalde door het auteursrecht en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben - COM(2016)595 (‘Marrakesh’-verordening).

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake bepaalde toegestane vormen van gebruik van door auteursrechten en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, en tot wijziging van Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij - COM(2016)596. (‘Marrakesh’-richtlijn)


Prof. mr. D.J.G. Visser
Prof. mr. D.J.G. (Dirk) Visser is hoogleraar Intellectuele Eigendom in Leiden en advocaat in Amsterdam.
Artikel

Het verbod op geoblocking en geodiscriminatie

Het voorstel voor een verordening betreffende de aanpak van geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie nader bezien

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden geoblocking, geodiscriminatie, mededinging, e-commerce, COM(2016)289
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. M.A.M.L. van de Sanden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 mei 2016 heeft de Europese Commissie als onderdeel van haar Digital Single Market-strategie een voorstel gepubliceerd voor een verordening waarin geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie (dat wil zeggen discriminatie op grond van nationaliteit, woon- of vestigingsplaats) worden verboden. De conceptverordening kent een ruim toepassingsbereik. Het voorstel beoogt met het verbod op geoblocking zowel discriminatie ten aanzien van de leveringsbereidheid en verkoopprijzen als discriminatie in de wijze van verkoop of betalingsmethoden bij online verkoop uit te bannen. Naast een bespreking van dit toepassingsgebied wordt aandacht besteed aan de wisselwerking met het mededingingsrecht, waaronder de e-commerce sector inquiry die de Europese Commissie (DG Concurrentie) momenteel ook uitvoert en ten slotte de gevolgen van de conceptverordening voor de praktijk.
    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie op basis van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging binnen de eengemaakte markt en wijziging van verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, COM(2016) 289.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers en M.A.M.L. (Mariska) van de Sanden zijn beiden werkzaam als advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. M.A.M.L. van de Sanden
Artikel

Wet Markt en Overheid: hoe nu verder?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2016
Trefwoorden marktoptreden overheid, Wet Markt en Overheid, algemeenbelangbepaling, verbod
Auteurs Raymond Gradus
SamenvattingAuteursinformatie

    De effectiviteit van de onlangs ingevoerde Wet Markt en Overheid wordt betwijfeld. Een initiatief vanuit de Tweede Kamer stelt daarom een ‘nee-tenzij’-benadering voor een op de markt opererende overheid voor. Een schets van de voorgeschiedenis geeft aan dat een algemeen aanvaarde norm voor het marktoptreden door de overheid een onmogelijke opgave is en dat het soms welvaartsverhogend kan zijn als de overheid mee concurreert. Wel bestaat het risico van het (te) ruim interpreteren van de algemeenbelangbepaling door medeoverheden. Dit kan ondervangen worden door in het besluit de belangen nader te expliciteren en de mogelijkheden voor beroep door ondernemers te verbeteren.


Raymond Gradus
Prof. dr. R.H.J.M. Gradus is hoogleraar Bestuur en Economie van de Publieke sector en Non-profit organisaties aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij was destijds als een van de secretarissen betrokken bij het rapport Markt en Overheid. Hij dankt een redactielid, Bettine van Droffelaar, Jarig van Sinderen en Willem Hutten voor commentaar op een eerdere versie.
Artikel

Online diensten over de grens

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Online content diensten, digital single market, grensoverschrijdende portabiliteit, auteursrecht, geo-blocking
Auteurs Prof. mr. D.J.G. Visser en Mr. P. J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 december 2015 presenteerde de Europese Commissie een voorstel voor een ‘Verordening betreffende de grensoverschrijdende portabiliteit van online-inhoudsdiensten in de interne markt’.1xCOM(2015) 627 final, Brussel, 9 december 2015. Consumenten in de EU krijgen recht op toegang tot de online content waar ze in hun eigen land een abonnement op hebben, wanneer ze tijdelijk in een ander EU-land verblijven. Dit voorstel, dat vermoedelijk snel zal worden goedgekeurd en in werking zal treden, wordt in deze bijdrage besproken.
    COM(2015) 627 final), Brussel, 9 december 2015

Noten

  • 1 COM(2015) 627 final, Brussel, 9 december 2015.


Prof. mr. D.J.G. Visser
Prof. mr. D.J.G. (Dirk) Visser is advocaat in Amsterdam en hoogleraar in Leiden.

Mr. P. J. Kreijger
Mr. P. J. (Paul) Kreijger is advocaat in Amsterdam.
Artikel

Europese harmonisatie van online en op afstand verkoop van zaken en de levering van digitale inhoud (I)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Online en op afstand verkoop van zaken, Levering van digitale inhoud
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 december 2015 heeft de Europese Commissie onder meer een voorstel ingediend voor een richtlijn voor online of anderszins op afstand gesloten overeenkomsten tot levering van zaken. In dit artikel wordt aandacht besteed aan het toepassingsgebied van de richtlijn, de conformiteit van op afstand gekochte zaken en de remedies bij non-conformiteit. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag of de invoering van nog een regeling voor het kooprecht wel werkbaar is voor de rechtspraktijk.
    - Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, COM(2015)635 final
    - Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud, COM(2015)634 final


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder Europees consumentenrechten, bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam, lid van het Bestuur van de Onderzoeksschool Ius Commune en medewerker van dit blad. Dit artikel is mede gebaseerd op presentaties tijdens de Workshop Digital Single Market: Stakeholders’ Perspective on proposed new Contract Rules, georganiseerd door het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam en de ministeries van Economische Zaken en van Veiligheid en Justitie in het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie op 4 februari 2016, en tijdens de op 18 februari 2016 in Brussel gehouden Conference New EU Rules for digital contracts, georganiseerd door ERA.
Artikel

De nieuwe Section 5 Statement – in weiter Ferne, so nah?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Federal Trade Commission, Section 5, Federal Trade Commission Act
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 13 augustus 2015 publiceerde de Federal Trade Commission een beknopt document met uitgangspunten voor de handhaving van ‘Section 5’ van de Federal Trade Commission Act. Het gaat hier om de handhaving van het verbod op, onder meer, ‘Unfair methods of competition in or affecting commerce’, een bepaling die deels, maar zeker niet volledig overlapt met Section 1 en 2 van de Sherman Act, de Amerikaanse versies van ons kartelverbod en misbruikverbod. Deze korte bijdrage schetst het ‘Statement of Enforcement Principles’ en werpt de vraag op of een ‘Europees Section 5’ aantrekkelijk zou zijn.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam bij Visser Schaap & Kreijger.

    Het Deense postmonopolie is aanleiding voor niet minder dan twee fundamentele arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van het misbruikverbod. Na een veelbelovend schot voor de economiseringsboeg in Post Danmark I zet het Hof van Justitie met de prejudiciële beslissing van 6 oktober 2015 in de zaak Post Danmark II voorzichtige, maar niet onbelangrijke stappen op het zo controversiële terrein van de beoordeling van kortingen verleend door dominante ondernemingen.
    HvJ 6 oktober 2015, zaak C-23/14, Post Danmark A/S – Konkurrencerådet, ECLI:EU:C:2015:651


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. (Paul) Kreijger is advocaat bij Visser Schaap & Kreijger te Amsterdam
Jurisprudentie

Markt en Overheid gestrand in het zicht van de Aanloophaven?

Besluit ACM d.d. 29 mei 2015, artikel 70c lid 1 aanhef en onder a Mededingingswet (Aanloophaven Zeewolde)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Wet markt en overheid, verklaring voor recht, algemeen belang besluit, terugwerkende kracht
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het eerste besluit van ACM sinds het volledig in werking treden van de Wet markt en overheid verklaart zij voor recht dat de gemeente Zeewolde in strijd heeft gehandeld met het gebod van kostendoorberekening (art. 25j Mw) bij de verhuur van ligplaatsen in de ‘Aanloophaven’. De gemeente probeert ACM de wind uit de zeilen te nemen door een algemeenbelangbesluit te nemen op grond van artikel 25h lid 6 Mw. De intrigerende vraag is of dat ook met terugwerkende kracht tot 1 juli 2014 kan, zoals de gemeente stelt en ACM – begrijpelijkerwijze – betwist.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).
Toont 1 - 20 van 62 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.