Zoekresultaat: 7 artikelen

x
Objets trouvés

Recht is niet alleen recht als er recht op staat

Over het (h)erkennen van de rechtskracht van private normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden normalisatie, meetinstructie, prejudiciële vragen, status en rechtsgevolgen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Achmea/Rijnberg-arrest van de Hoge Raad leek een doorbraak te zijn bereikt inzake de doorwerking van private regelgeving in het recht. Wanneer partijen het onderling eens zijn over de toepasselijkheid van bijvoorbeeld gedragscodes, toetst de Hoge Raad er ook aan zonder de juridische status ervan te beoordelen. De vraag wat te doen wanneer de relevantie van private regelgeving tussen partijen wordt betwist, blijkt echter een veel lastiger te nemen hobbel. Recente jurisprudentie over normalisatienormen toont aan dat het in zo’n geval buitengewoon complex is om te bepalen welke rechtsgevolgen aan private regels moeten worden verbonden. Wettelijke (h)erkenningsregels die de rechter behulpzaam kunnen zijn bij het kwalificeren en waarderen van private regels worden in die situatie node gemist. Hier ligt ook een taak voor wetgevingsjuristen. De vraag is alleen of één algemeen wettelijk kader voor uiteenlopende vormen van private regelgeving momenteel al haalbaar is. Werken met experimenteerbepalingen zou wel eens vruchtbaarder kunnen blijken te zijn. Dergelijke bepalingen zullen alleen werken wanneer wetgevingsjuristen, die ze moeten opstellen, zich eerst verdiepen in de schaduwwereld van private normen waarop deze bijdrage enig licht probeert te werpen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

Het verschoningsrecht in de context van interne onderzoeken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2017
Trefwoorden verschoningsrecht, intern(e) onderzoek(en), fraudeonderzoek(en)
Auteurs Mr. dr. A. Kristic
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt betoogd dat de ratio van het professionele verschoningsrecht van advocaten, bezien in samenhang met de aard van de hulpvraag en bijhorende beroepsmatige werkzaamheden die een cliënt doorgaans van zijn advocaat verwacht in de context van interne fraudeonderzoeken, meebrengt dat het verschoningsrecht in beginsel onverkort van toepassing is op (resultaten van) interne fraudeonderzoeken.


Mr. dr. A. Kristic
Mr. dr. A. Kristic is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Wetgeving en andere normenstelsels: zes aanwijzingen aan de Nederlandse wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden meergelaagde rechtsorde, private regulering
Auteurs Prof. dr. J.M. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    Het doel van deze bijdrage is om na te gaan hoe de nationale wetgever heeft te reageren op de toename van rechtens relevante normenstelsels. Er worden zes vragen verkend waar de nationale wetgever praktisch mee heeft te rekenen. De voorzichtige conclusie is dat de wetgever zich tot nu toe onvoldoende realiseert wat het betekent om in een meergelaagd rechtssysteem te functioneren. Het zou goed zijn indien door politici en wetgevingsjuristen een fundamenteler discussie wordt gevoerd over onder meer de ‘wie doet wat’-vraag, de kenbaarheid en coherentie van het recht, de implementatie van EU-recht, verwijzing naar private regulering en de positionering van Nederland op de internationale ‘rechtsmarkt’. Eén ding moet daarbij vooropstaan: een meergelaagde rechtsorde is geen bedreiging voor de nationale wetgever, maar biedt vooral een kans om opnieuw invulling te geven aan de eisen die in een rechtsstaat aan regelgeving moeten worden gesteld.


Prof. dr. J.M. Smits
Prof. dr. J.M. Smits is hoogleraar Europees Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

De Nederlandse wetgever en andere normenstelsels: op zoek naar het recht der werkelijkheid

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden multilevel lawmaking, Dutch legislator, private regulation, coherence of law
Auteurs Jan Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    It is well known that the role of the national legislator in setting legally relevant norms is rapidly changing under the influence of increasing Europeanization, globalization and privatization. Today the national legislator is only one of the relevant norm-setters. This contribution considers the role that the Dutch legislator sees for itself in this emerging multilevel legal order. To this end, six themes of fundamental importance in a multilevel order are explored: (1) the question of when government regulation is to be preferred over private regulation; (2) the question of at which level of government (national, European, sub-national or supranational) a topic is preferably dealt with; (3) the role of the national legislator in realizing the cognoscibility and coherence of law; (4) the preferred way of implementing EU directives; (5) the question of whether the national legislator must refer to codes of conduct, certification and norms of standards bodies, and if so how; (6) the question of whether the national legislator must position its own national law on the international ‘law market.’


Jan Smits
Jan Smits is hoogleraar Europees Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Kaderwetgeving en de verstrooiing van de wetgevende macht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden kaderwetgeving, delegatie, snelheid en slagvaardigheid, primaat van de wetgever
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren heeft zowel de Raad van State als de Eerste Kamer zich herhaaldelijk met klem verzet tegen het vermeendelijk toegenomen gebruik van kaderwetgeving vanwege de inbreuk die kaderwetten al snel zouden maken op het primaat van de wetgever. Het belangrijkste bezwaar tegen kaderwetten lijkt het gevaar dat het parlement als medewetgever buiten spel wordt gezet door te kiezen voor open normen in wetgeving en veelvuldige delegatie van regelgevende bevoegdheid naar het bestuur of het overlaten van nadere normstelling aan private regelgevers. Een vaak genoemd motief voor het gebruik van kaderwetten is het streven naar meer snelheid en slagvaardigheid in het wetgevingsproces. De vraag is echter of snelheid wel het daadwerkelijke motief is achter de inzet van kaderwetgeving, aangezien de tijdwinst die ermee wordt geboekt, vaak twijfelachtig lijkt. Denkbaar is ook dat veeleer sprake is van een verstrooiing van de wetgevende macht mede als gevolg van het tanende gezag van het parlement als medewetgever. Daarnaast lijkt de invloed van Europa belangrijke gevolgen te hebben voor het gebruik van kaderwetgeving en valt op dat het fenomeen kaderwet zeker geen nieuw of louter nationaal verschijnsel is. Het gebruik van kaderwetgeving lijkt populair in tijden van crisis en komt zowel op Europees niveau (kaderrichtlijnen) als in de ons omringende landen (lois-cadres, Rahmengesetze, skeleton bills, enzovoort) regelmatig voor.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

GOMA: op weg naar een betere afwikkeling van medische aansprakelijkheidszaken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden GOMA, aansprakelijkheid, gedragscode, letselschade, schadeafwikkeling
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk en mr. A.E. Krispijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2010 is een gedragscode geïntroduceerd voor partijen die betrokken zijn bij de afwikkeling van incidenten, klachten en schadeclaims als gevolg van een medische behandeling, de GOMA. De negentien aanbevelingen van de GOMA richten zich tot zorgaanbieders, verzekeraars en belangenbehartigers van patiënten. De gedragscode is tot stand gekomen omdat bij de behandeling van medische aansprakelijkheidszaken specifieke knelpunten bestaan. Het doel van de gedragscode is om de communicatie tussen partijen en de transparantie van het schadebehandelingsproces te verbeteren. In dit artikel wordt onder andere de totstandkoming en de inhoud van de GOMA besproken.


Mr. Chr.H. van Dijk
Chris van Dijk is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

mr. A.E. Krispijn
Alice Krispijn is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Private normstelling: criteria voor toepassing van private regelgeving in de rechtszaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Private normstelling, private regelgeving, rechtsstaat, juridische binding, rechterlijke toetsing
Auteurs mr. A. Kristic, mr. F.A. van Tilburg en mr. P.W.J. Verbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    Private regelgeving geeft blijk van een bepaalde maatschappelijke behoefte aan normstelling door private, niet-statelijke actoren. De regels die uit deze private normstelling voortvloeien, vallen in beginsel buiten ‘het recht’ in de zin van artikel 79 Wet RO. Als gevolg blijft ook de toepassing van private regelgeving door de rechter beperkt. In deze bijdrage wordt via een analyse van de rechtsstaat een aanzet gedaan tot het formuleren van criteria aan de hand waarvan de rechter een gemotiveerd oordeel kan vormen betreffende de juridische binding van private regelgeving in een concreet geschil.


mr. A. Kristic
Mr. A. Kristic is promovenda bij de vakgroep Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg. a.kristic@uvt.nl

mr. F.A. van Tilburg
Mr. F.A. van Tilburg is promovenda bij de vakgroep Privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg. f.a.vantilburg@uvt.nl

mr. P.W.J. Verbruggen
Mr. P.W.J. Verbruggen is promovendus aan het Europees Universitair Instituut te Florence. paul.verbruggen@eui.eu
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.