Zoekresultaat: 21 artikelen

x
Artikel

Antecedentenscreening in de financiële sector

Een empirische blik op integriteitswaarborging door de uitwisseling en beoordeling van antecedenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden integriteitstoetsing, screening, antecedenten, gegevensdeling, financiële sector
Auteurs Dr. mr. E.G. van ’t Zand, Prof. mr. dr. P.M. Schuyt en Prof. mr. J.H. Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    In de financiële sector vinden steeds meer integriteitstoetsingen en -screenings plaats. Het beoordelen van integriteit draait niet alleen om strafrechtelijke antecedenten, maar ook om toezichtantecedenten, (fiscaal) bestuursrechtelijke antecedenten, financiële antecedenten en tuchtrechtelijke antecedenten. Juridisch-empirisch onderzoek laat zien dat de financiële sector zich kenmerkt door een bont geschakeerd palet aan instanties die integriteitseisen stellen, het gedrag van professionals en ondernemingen toetsen en daarvoor onderling gegevens over antecedenten delen. Aangezien het totale integriteitsinstrumentarium veel overlap kent, is meer duidelijkheid over hoe lang, op welke wijze en in welke contexten antecedenten kunnen doorwerken onontbeerlijk. Daarbij lijkt het aangewezen meer oog te hebben voor de consistentie en systematiek in het totale systeem van integriteitstoetsingen en -screenings.


Dr. mr. E.G. van ’t Zand
Dr. mr. E.G. van ’t Zand is universitair docent criminologie.

Prof. mr. dr. P.M. Schuyt
Prof. mr. dr. P.M. Schuyt is hoogleraar sanctierecht en straftoemeting.

Prof. mr. J.H. Crijns
Prof. mr. J.H. Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht.
Redactioneel

Alleen samen krijgen we fraude onder controle?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden accountant, advocaat, tuchtrecht, Openbaar Ministerie, beroepsregels
Auteurs Mr. A.A. Feenstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Nauwere samenwerking tussen accountants en advocaten wordt door de politiek nauwlettend in de gaten gehouden. Gelet op recente tuchtrechtspraak van de Accountantskamer is het noodzakelijk dat ook eens kritisch wordt gekeken naar de samenwerking van dienstverleners met overheidsinstanties, zoals de dienstbetrekking van een accountant met het Openbaar Ministerie, de FIOD en de Belastingdienst.


Mr. A.A. Feenstra
Mr. A.A. Feenstra is advocaat bij Hertoghs advocaten.
Artikel

Het groeiende doolhof van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën voor verplichtingen met drugsprecursoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden drugsprecursoren, chemicaliën, Wet voorkoming misbruik chemicaliën, WED, Opiumwet
Auteurs Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet voorkoming misbruik chemicaliën (Wvmc) bepaalt dat het verboden is om in strijd te handelen met uiteenlopende voorschriften uit Europese verordeningen over drugsprecursoren. Deze Europese voorschriften brengen met zich dat bij handelingen met bepaalde drugsprecursoren, in het bijzonder zogenoemde geregistreerde stoffen, allerlei verplichtingen in acht moeten worden genomen. Zo gelden onder andere vergunning-, documentatie-, registratie- en opslagplichten. Thans is in de Tweede Kamer een wetsvoorstel in behandeling om een nieuw verbod in de Wvmc op te nemen. Met dit verbod wordt beoogd handelingen strafbaar te stellen met stoffen die (nog) niet zijn geregistreerd op grond van de Europese verordeningen maar geen legale toepassing zouden hebben. In dit artikel wordt ingegaan op de verplichtingen met drugsprecursoren en het voorgestelde verbod. Bij het wetsvoorstel worden de nodige kanttekeningen geplaatst.


Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers te Amsterdam.
Artikel

Access_open Samenwerkingsverbanden en de strafrechtspleging

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden samenwerkingsverbanden, verdedigingsrechten, nemo tenetur-beginsel, onrechtmatig bewijs, convenanten
Auteurs Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel ‘Gegevensuitwisseling in samenwerkingsverbanden’ beoogt kaders te bieden voor de multilaterale samenwerking tussen strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke actoren ter bestrijding van ongewenste maatschappelijke fenomenen, waaronder de bestrijding van fraude. Het voorstel richt zich uitsluitend op de normering van de gegevensverwerking die onder de vlag van die samenwerkingsverbanden plaatsvindt. In dit artikel wordt betoogd dat die benadering te beperkt is. Dat wordt geïllustreerd met een analyse van de mogelijke gevolgen van het voorstel voor de verdedigingsrechten en het bewijsrecht, in het bijzonder het leerstuk van het onrechtmatig verkregen bewijs.


Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman
Prof. mr. M.J.J.P. Luchtman is hoogleraar Transnationale rechtshandhaving en fundamentele rechten aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Specialisten: voer WHOA meteen in

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2020
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Artikel

Access_open De uitzondering bevestigd: het ne bis in idem-beginsel in recente rechtspraak van de Hoge Raad in het licht van de ratio van het ne bis in idem-beginsel en vanuit Europees perspectief

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden bis, alcoholslotprogramma, criminal charge, onevenredige bestraffing, cumulatie van procedures
Auteurs Mr. W. (Willemijn) Albers en Mr. T.M. (Tessa) de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt recente rechtspraak van de Hoge Raad inzake het ne bis in idem-beginsel na het Alcoholslotprogramma-arrest. Hieruit blijkt dat dat een vergelijking met dit arrest niet opgaat en dat het arrest een uitzonderingspositie in blijft nemen. Ook wordt de rechtspraak beschouwd en gewaardeerd in het licht van de ratio van het ne bis in idem-beginsel en vanuit Europees perspectief. Geconcludeerd wordt dat de nadruk, zowel in nationale als in Europese context, (steeds meer) lijkt te liggen op evenredige bestraffing bij cumulatie van procedures, zodat recht wordt gedaan aan de materiële grondslag van het ne bis in idem-beginsel.


Mr. W. (Willemijn) Albers
Mr. W. Albers is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Mr. T.M. (Tessa) de Groot
Mr. T.M. de Groot is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Strafrecht

De uitleg van het begrip rechterlijke autoriteit bij de uitvaardiging van een Europees arrestatiebevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden rechterlijke autoriteit, Europees arrestatiebevel, onafhankelijkheid officier van justitie, overlevering, rechter-commissaris
Auteurs Mr. dr. J.W. van der Hulst
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 mei 2019 heeft het Hof van Justitie bij prejudiciële beslissing in drie zaken een uitspraak gedaan over de uitleg van het begrip ‘rechterlijke autoriteit’ in verband met het uitvaardigen van een Europees arrestatiebevel. Met een rechterlijke autoriteit wordt volgens het Hof van Justitie niet bedoeld het openbaar ministerie van een lidstaat dat niet onafhankelijk is van de uitvoerende macht, met name de minister van Justitie. Dit betekent dat in Nederland de Overleveringswet moet worden gewijzigd in de zin dat het uitvaardigen van een EAB voortaan is voorbehouden aan een rechterlijke autoriteit. Ook de Rechtbank Amsterdam moet zich beraden op de behandeling van lopende verzoeken tot overlevering afkomstig van niet-rechterlijke autoriteiten van andere lidstaten.
    HvJ 27 mei 2019, gevoegde zaken C-508/18 en C-82/19 PPU, OG en PI, ECLI:EU:C:2019:456 en HvJ 27 mei 2019, zaak C-509/18, Minister for Justice and Equality/PF, ECLI:EU:C:2019:457.


Mr. dr. J.W. van der Hulst
Mr. dr. J.W. (Jaap) van der Hulst is universitair docent Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Strafrecht

Access_open Het Europees Openbaar Ministerie komt eraan: waakhond of papieren tijger?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, EOM, Rechtsbescherming, OLAF, Onderneming
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. S.J. Lopik
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 augustus 2018 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) bevestigd dat Nederland gaat deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie (hierna: EOM). Het EOM is een onafhankelijk vervolgingsorgaan dat, in het kort, bevoegd is om strafbare feiten die ten koste gaan van de EU-begroting te onderzoeken, vervolgen en voor de nationale strafrechter te brengen, een taak die tot dusver was voorbehouden aan de nationale vervolgingsautoriteiten (in Nederland het Openbaar Ministerie). Dit past in een trend waarbij de Unie, die historisch gezien indirect handhaaft, steeds vaker aan directe handhaving doet. Ook past het bij een Unie die steeds meer strafrechtelijke taken naar zich toetrekt: waar strafrechtelijke samenwerking tot het Verdrag van Lissabon nog behoorde tot de derde pijler, bestaan inmiddels meerdere Europeesrechtelijke strafrechtelijke agentschappen, waaronder Eurojust, Europol en OLAF. Er wordt ook wel gesproken van een europeanisering van het Nederlands strafrecht. De ambities van de Commissie voor het EOM strekken echter verder dan alleen het bestrijden van fraude. In deze bijdrage gaan wij in op de achtergrond van het EOM, de inrichting en taken van het EOM en de betekenis daarvan voor personen en ondernemingen die verdacht worden van strafbare feiten die binnen de bevoegdheid van het EOM vallen.
    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie(‘EOM’), PbEU 2017, L 283/1-71
    Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt, PbEU 2017, L 198/29-41


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Een Europees Openbaar Ministerie: kansen en risico’s

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie (EOM), Europese Unie (EU), Forumshoppen, Telefoontappen
Auteurs Mr. Tom Huisjes
SamenvattingAuteursinformatie

    By the end of 2020, the European Public Prosecutor’s Office (EPPO) will be operational. The EPPO will be tasked with investigating, prosecuting and bringing to judgement criminal offences against the EU budget. The substantive competence of the EPPO could in the future be extended to terrorism and other serious cross-border crimes. This article will first describe the background, structure and competences of the future EPPO. Then the procedural guarantees will be discussed and the problem of ‘forum shopping for evidence’. This problem entails that the choice in which Member State to conduct an investigative measure could be made on the basis of the less stringent rules in that Member State regarding, for example, the right to privacy. The article will end with a proposal on how to prevent forum shopping for evidence.


Mr. Tom Huisjes
Mr. Tom Huisjes heeft de master Europees Recht afgerond en volgt momenteel de master Strafrecht aan de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

Over de beoogde verhouding tussen een gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering en het bijzondere strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering, Bijzondere strafwetgeving, Strafvorderlijke grondbeginselen, verhouding tussen Sv en bijzonder strafrecht
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van de uitgangspunten van de wetgever met betrekking tot het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering wordt onderzocht in hoeverre de wetgever zich houdt aan de gepostuleerde uitgangspunten van de modernisering. De wetgever wenst thans de bijzondere strafwetgeving niet te integreren in het moderniseringsproces. Dat zal later per wet moeten worden gedaan, waartegen moet worden gewaakt. Advies aan de wetgever luidt dat met het oog op consistentie, structuur en grondbeginselen van strafvorderlijke wetgeving reeds thans de bijzondere wetgeving in het gemoderniseerde wetboek zal moeten worden ‘ingeweven’.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Redactioneel

Bestuursrechtelijke criminologie: relevant voor het bijzondere strafrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Bestuursrechtlijke criminologie, Bestuursstrafrecht, Bijzonder strafrecht, Bestuurlijke maatregel, Ondermijning
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    De deeldiscipline bestuursrechtelijke criminologie is gericht op de werking van de bestuursrechtelijke handhaving. Het is een empirische wetenschap, die ook relevant is voor het bijzondere strafrecht.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Peer-reviewed artikel

Nieuwe bevoegdheden van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting

Adequate rechtsbescherming voor zorgaanbieders gewaarborgd?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o., toezicht, actieve openbaarmaking van inspectiegegevens, aanwijzingsbevoegdheid, rechtsbescherming
Auteurs Ton Duijkersloot, Alina Koelewijn en Karen Top
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de nieuwe aanwijzingsbevoegdheid van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. ten aanzien van de organisatiestructuur van zorgaanbieders op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg en op de wettelijke grondslag die is gecreëerd in de Gezondheidswet voor het actief openbaar maken van bepaalde toezichtgegevens door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. Is bij deze nieuwe bevoegdheden de rechtsbescherming van zorgaanbieders door de bestuursrechter op adequate wijze gewaarborgd? Zijn in het bijzonder de waarborgen van de artikelen 6 en 8 EVRM gerespecteerd? Naar het oordeel van de auteurs kan dit worden betwijfeld en ligt hier een taak voor de wetgever.


Ton Duijkersloot
Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en daar als onderzoeker verbonden aan The Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce).

Alina Koelewijn
Mr. A. Koelewijn is werkzaam als jurist bij de Raad van State.

Karen Top
Mr. C.G. Top is afgestudeerd voor de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en volgt thans de master Strafrecht aan de VU.
Artikel

De keuze tussen strafrechtelijke en bestuursrechtelijke sanctionering en het criterium van de ernstige gedraging

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Bestuursstrafrecht, Sanctiestelsel, Ernstige gedraging, Moraliteit, Strafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    In the near future, the legislator will decide on the criteria to be applied to make a choice between the administrative and the criminal justice system. It is a possibility that the legislator will depart from the so-called ‘open context’ and the ‘confined context’. In his Farewell Speech, Rogier pleaded that the severity of behavior should be the criterion to the applied. When behavior can be qualified as ‘serious’ a criminal procedure should take place and if the behavior is ‘less serious’ the administrative procedure has to be chosen.


Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
Mr. dr. drs. Benny van der Vorm is universitair docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht.

    Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die de auteur uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht.


Anna Gerbrandy
Prof. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die zij uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht. Laurens van Kreij wordt hartelijk bedankt voor zijn hulp bij het omwerken van de oratietekst naar deze publicatie.
Artikel

Bescherming van EU-burgers tegen niet voorzienbare strafrechtelijke vervolgingen in de Ruimte van Vrijheid, Veiligheid en Recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel, EU-burgers, onvoorzienbare rechtsmacht, legaliteit, Overleveringswet
Auteurs Mr. J.J.M. Graat
SamenvattingAuteursinformatie

    Een EU-burger die gebruikmaakt van zijn recht op vrijheid van verkeer strafrechtelijk vervolgd worden door een lidstaat waarvan hij de rechtsmacht niet had kunnen voorzien. Met de inwerkingtreding van het Kaderbesluit betreffende het Europees Aanhoudingsbevel kan een EU-burger in een dergelijk geval ook aan die lidstaat worden overgeleverd. In dit artikel wordt zowel deze keerzijde van het Kaderbesluit geanalyseerd als de mate waarin door het materiële legaliteitsbeginsel het Kaderbesluit zelf en de Overleveringswet bescherming wordt geboden. Op basis van deze analyses wordt vervolgens vastgesteld of er sprake is van een gebrek aan bescherming en worden enkele oplossingsrichtingen aangedragen.


Mr. J.J.M. Graat
Mr. J.J.M. (Joske) Graat is promovenda Europees Strafrecht bij de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Noot bij Rb Rotterdam, sector bestuur, 31 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:5635

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden integriteitsvragen financieel management, bestuurlijke afdoening, voorgenomen publicatie van uitspraak, procedurele tekortkoming, vergelijking bestuursrechtelijke en strafrechtelijke afdoening
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De hierboven afgedrukte uitspraak in een van de rechterlijk procedures van DNB tegen de Delta Lloyd c.a. is uitdrukking van de lange tijd geheerst hebbende onmin tussen DNB als toezichthouder en Delta Lloyd (die overigens naar het schijnt, na de komst van een nieuw ma­nagement, enigszins lijkt te verdwijnen, al bemoeide DNB zich onlangs nog met de op stapel staande, maar lange tijd betwiste emissie door Delta Lloyd).
    Aanleiding was van een vermoeden bij de AFM van handelen met voorkennis door leden van het financiële management van Delta Lloyd, afgedekt, naar de rechtbank Rotterdam vaststelde, door de top van Delta Lloyd. Dit vermoeden van aangetaste integriteit van de bestuurders was voor de DNB aanleiding Delta Lloyd op de korrel te nemen. De bestuursrechtelijke procedure eindigde met de boven vermelde uitspraak van de rechtbank Rotterdam met een ferme negatieve uitspraak jegens door Delta Lloyd ingeroepen hulp van deskundigen. Zij verklaarde het beroep van de natuurlijke personen gegrond, stelde de bestuurlijke boete naar beneden bij wegens een, in mijn ogen, overigens niet geringe procedurele tekortkoming en vernietigde het publicatiebesluit.
    In het onderstaande commentaar wordt ingegaan op het verschil tussen een bestuursrechterlijke of een strafrechtelijke afdoening in dit soort zaken. De conclusie is dat Delta Lloyd door de ‘vlucht naar voren’ slechts als verliezer uit deze strijd komt, ook al wint zij op punten. Zij lijdt ernstig imagoverlies mede door zelf de publiciteit te kiezen. Ook DNB komt niet geheel ongeschonden uit de strijd: zij verliest op punten en of zij haar blazoen nu geheel heeft opgepoetst na het aanhoudende verwijt uit financiële kringen dat zij een ferme daad wilde stellen na haar, naar men stelt, zwakke optreden tijdens de financiële crises sedert 2008, blijft de vraag.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is Bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Afbakening van bevoegdheden en de toepassing van het ne bis in idem-beginsel in het mededingingsrecht na het Toshiba-arrest

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Ne bis in idem-beginsel, Verordening 2003/1/EG, competentieverdeling, handhaving, boete
Auteurs Mr. R. Elkerbout LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    43 jaar na het Walt Wilhelm-arrest heeft de grote kamer van het Hof van Justitie zich in het Toshiba-arrest opnieuw uitgelaten over de onderlinge afbakening van bevoegdheden tussen de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten alsook over de betekenis van het ne bis in idem-beginsel bij de handhaving van het mededingingsrecht in grensoverschrijdende kartelzaken. De auteur bespreekt in deze bijdrage het arrest en de implicaties daarvan voor de afbakening van bevoegdheden binnen het Europese netwerk van mededingingsautoriteiten. Voorts wordt een aantal kritische kanttekeningen geplaatst bij het oordeel van het Hof van Justitie aangaande de toepassing van het ne bis in idem-beginsel in de onderhavige kartelzaak.


Mr. R. Elkerbout LL.M
Ruben Elkerbout is advocaat bij Stek in Amsterdam.
Artikel

Klokkenluiden en veiligheid

De wegen die werknemers bewandelen bij verschillende typen misstanden op het werk

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden whistle-blowing, safety, employee, report, wrongdoing
Auteurs Doris van van Dijk, Marijke Malsch, Gezinus Wolters e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands whistle-blowing regulations are still unbalanced and ineffective in the protection of whistle-blowers and the prevention of misconduct at work. This article focuses on the question how whistle-blowing behaviour is influenced by the type and severity of the wrongdoing. The study also examines to whom employees would report (internally and/or externally), if they would report anonymously, and why they would do that or not. As far as the authors know, this is one of the first studies on whistle-blowing behaviour that systematically investigates the characteristics of the wrongdoing by using vignettes. In a two by two design, two kinds of wrongdoing (safety problem or embezzlement) at two levels of severity are plotted against each other. When confronted with severe wrongdoing, respondents intend to blow the whistle more often (externally) than with mild wrongdoing. Of the four cases, the difference between mild and severe embezzlement is most pronounced. Internally, a difference is found between the vignettes in reporting anonymously. Most respondents prefer to report to their direct supervisor, especially when a mild safety problem occurs. With severe embezzlement however, respondents prefer to report to a confidential adviser within the company. Outside the company, reporting to one’s trade union is most popular. Nearly all respondents would only report externally after an internal report has not yielded any results, or they would not report outside the company at all. They often argue that it is an internal problem and that the company could be harmed if the wrongdoing would be disclosed. This argument is used in all vignettes. Anonymity is still considered important by the majority of the respondents. It is recommended in this article that policymakers specify whistle-blowing regulations that are adaptable to the specific characteristics of the wrongdoing and the reporting employee(s).


Doris van van Dijk
Mr. D. (Doris) van Dijk MSc is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). E-mail: dorisvandijk@zonnet.nl

Marijke Malsch
Mr. dr. Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Haarlem en in het Hof Den Bosch. E-mail: mmalsch@nscr.nl

Gezinus Wolters
Dr. Gezinus Wolters is universitair hoofddocent cognitieve psychologie aan de Universiteit Leiden.

Wim Huisman
Prof. mr. dr. Wim Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: w.huisman@vu.nl
Artikel

De problematiek van sfeervervaging bij de bestuurlijk-strafrechtelijke aanpak van mensenhandel in de legale prostitutiesector

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden human trafficking, prostitution control, adminstrative measures, prevention, criminal justice
Auteurs Nina Holvast en Patrick van der Meij
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the legalization of the prostitution sector, not only has the combating of human trafficking through criminal law been substantially fortified, but also the administrative approach to human trafficking in that sector. This integral approach of human trafficking, in which administrative and criminal law measures complement each other, is necessary to combat this harrowing type of crime. The criminal law-administrative approach offers good footholds for a more forceful reaction to human trafficking. Besides the preventive effect administrative measures can have as a complement to criminal law, administrative supervision can also be useful to obtain criminal law information. However, that brings several new dilemmas with it that are connected to the phenomenon of the blurring of spheres. Under certain circumstances, the blurring of spheres between a criminal law and an administrative approach can lead to an improper use of competencies. We conclude that in the manner in which the prostitution sector is currently supervised, the legal protection of the citizen against actions of the supervisor is inadequately guaranteed. That does not mean that information that is obtained through administrative supervision may no longer be used in criminal cases. It is to be recommended however that several changes be made to current practice, which may prevent the improper use of supervisory competencies in prostitution controls.


Nina Holvast
Mr. drs. N.L. (Nina) Holvast is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: holvast@frg.eur.nl.

Patrick van der Meij
Mr. dr. P.P.J. (Patrick) van der Meij is strafrechtadvocaat bij Cleerdin & Hamer Advocaten in Amsterdam en tevens research fellow bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: p.p.j.vandermeij@law.leidenuniv.nl.
Titel

Implementatie van EU-handhavingsvoorschriften: tussen Europese regie en nationale praktijken

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 05 2008
Trefwoorden Handhaving, Lidstaat, Strafrecht, Hof van justitie EG, Publicatieblad van de europese unie, Europees recht, Luchtkwaliteit, Mededinging, Toezicht, Douane
Auteurs Adriaanse, P.C., Barkhuysen, T., Boswijk, P. e.a.

Adriaanse, P.C.

Barkhuysen, T.

Boswijk, P.

Habib, K.

de Kruif, C.

Luchtman, M.J.J.P.

Ouden, W. den

Prechal, S.

Steunenberg, B.

Vervaele, J.A.E.

Vries, S. de

Voermans, W.J.M.

Widdershoven, R.J.G.M.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.