Zoekresultaat: 40 artikelen

x
Artikel

Access_open Herziening ten voordele van de gewezen verdachte als buitengewoon rechtsmiddel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden herziening ten voordele, novumcriterium, ACAS, nader onderzoek, rechtsvergelijking, Strafrecht
Auteurs Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Herziening ten voordele van de gewezen verdachte is een bijzonder rechtsmiddel in het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Onder meer op grond van een novum kan, bij hoge uitzondering, een onherroepelijke veroordeling alsnog ongedaan worden gemaakt. De regeling heeft in 2012 diverse wijzigingen ondergaan. Daarbij is het novumcriterium verruimd en is de mogelijkheid ingevoerd dat de procureur-generaal een nader onderzoek verricht naar het mogelijke bestaan van een novum. De Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS) adviseert hem veelal over de wenselijkheid van dergelijk onderzoek. Het wettelijke novumcriterium en de taakopvatting van de ACAS zijn echter geen rustig bezit gebleken. Er wordt doorlopend voorgesteld om het novumcriterium verder te verruimen en om de ACAS breder naar afgesloten zaken te laten kijken. Het is de vraag of de wetgever aan die oproep gehoor moet geven.


Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.
Artikel

‘Gelukkig is geen ramp ontstaan’

De omgang met slachtoffers na grote branden

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden victim needs, social justice, disasters, fires, legal settlement
Auteurs Michael Blommers
SamenvattingAuteursinformatie

    Based on a retrospective analysis of six large scale and fatal fires in the Netherlands, an improvement in terms of meeting the needs of victims can be seen. A comparison of the legal settlement of these fires shows mayor differences in the fulfilling of different aspects of social justice that are identified in social psychology. Two victim needs commonly associated with retributive justice – financial compensation and a thorough, neutral investigation into the causes of the disaster – were fulfilled to a higher degree after the most recent fires than after those that occurred decades ago. The legal settlement after the New Year’s fire in Volendam (2001) appears – at least on paper – to have been more just from the victim’s point of view than the ones after the other incidents. Empirical research into the experienced social justice after the New Year’s fire can be valuable to assess the factors that can lead to a just settlement after disasters.


Michael Blommers
Michael Blommers is een in de praktijk werkzame onderzoeker en verbonden aan Spuistraat 10 Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De rol van intermediairs in het Nederlandse prostitutiebeleid

Top-down toepassen of bottom-up aanpassen van regels?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden regulatory intermediaries, Social Working theory, Regulatory Intermediary Target model, prostitution policy
Auteurs Nicolle Zeegers
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to the more current Regulator Intermediary Target (RIT) model, Griffiths’ Social Working (SW) theory points to the relevance of intermediaries for explaining rule following behavior. In this article, the author applies both theories (RIT and SW) concerning the role of intermediaries in rule following to explain developments in Dutch prostitution policy: the non-implementation of the emancipatory, sex workers’ rights based approach, and its replacement by a more repressive policy of closing down sex facilities. The analysis shows that although both theories contain useful starting point for explaining these developments, the SW theory’s special value is its acknowledgement of how regulatory intermediaries operate in a social field with existing social rules and a specific balance of power. Such rules and power relations have put barriers to the implementation of the Dutch prostitution policy as formulated in 1999. As illustrated in the article, the SW- theory offers more tools than the RIT- model for an analysis of how legal rules work in practice.


Nicolle Zeegers
Nicolle Zeegers is universitair docent politicologie bij de vakgroep Transboundary Legal Studies (TLS), Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. In haar onderzoek richt zij zich op vraagstukken over invloed en macht in de totstandkoming en werking van wetgeving. In augustus 1998 werd zij lid van de vakgroep Rechtstheorie waarvan John Griffiths de voorzitter was. Zij heeft verschillende malen over de sociale-werkingstheorie gepubliceerd (zie Weyers & Stamhuis 2003 en Zeegers, Witteveen & Van Klink 2005).

Peter Mascini
Erasmus University Rotterdam, Erasmus School of Law. Corresponding author. Sanders building, 7 West, P.O. Box 1738, 3000 DR, Rotterdam, The Netherlands, pmascini@gmail.com.

Wibo van Rossum
Erasmus University Rotterdam, Erasmus School of Law.
Artikel

U vraagt, wij draaien iets anders

Een empirische studie naar wat benadeelden zoeken en krijgen in zaken over seksueel misbruik door de rooms-katholieke kerk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden seksueel misbruik, rooms-katholieke kerk, slachtoffers, klachtenprocedure, compensatie
Auteurs Prof. mr. G. van Dijck
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereldwijde belangstelling die het seksueel misbruik door de rooms-katholieke kerk heeft gekregen, heeft in Nederland geresulteerd in een procedure voor slachtoffers van dit seksueel misbruik in Nederland. Deze bijdrage doet verslag van een onderzoek waarin is geanalyseerd (1) of benadeelden kregen wat zij zochten, en (2) wat daarnaast verklaarde waarom de geschilbeslechters overgingen tot het toekennen van niet-financiële compensatie zoals excuses, erkenning van het leed en erkenning van het seksueel misbruik.


Prof. mr. G. van Dijck
Prof. mr. G. van Dijck is hoogleraar Privaatrecht aan Maastricht University.

    This paper starts by reviewing empirical research that threatens law and economics’ initial success. This research has demonstrated that the functioning of the law cannot be well understood based on the assumption of the rational actor and that policies which are based on this assumption are likely to be flawed. Subsequently, three responses to this criticism are discussed. Whereas the first response denounces this criticism by maintaining that the limitations attributed to the rational actor can easily be incorporated in rational choice theory, the second response welcomes the criticism as an opportunity to come up with an integrative theory of law and behavior. The third response also takes the criticism seriously but replaces the aspiration to come up with such an integrative theory by a context-sensitive approach. It will be argued that the first two responses fall short while the third response offers a promising way to go forward.


Peter Mascini
Prof. dr. P. Mascini, Erasmus School of Law and Erasmus School of Social and Behavioural Sciences, Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Access_open Onzekere risico’s en de verdeling van generieke causaliteitsonzekerheden vanuit twee paradigma’s

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden causaliteitsonzekerheid, onzekere risico’s, voorzorgverplichting, macro-effecten, risicoregulering
Auteurs Mr. dr. E.R. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij aansprakelijkheid en onzekere risico’s draait het om de verdeling van wetenschappelijke onzekerheden. In dit artikel wordt besproken dat vanuit een correctief paradigma men focust op de verdeling van onzekerheden tussen de procespartijen, terwijl het reguleringsparadigma de nadruk legt op de verdeling van onzekerheden over de maatschappij. Toepassing van beide paradigma’s leidt tot verschillende uitkomsten, onder meer in het kader van de onrechtmatigheid en het CSQN-verband.


Mr. dr. E.R. de Jong
Mr. dr. E.R. de Jong is als Universitair Hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Recensies en signalementen

Methodologie in actie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Auteurs Dr. Nienke Doornbos
Auteursinformatie

Dr. Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is docent en onderzoekster aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.
Redactioneel

Recht als probleemoplossing?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Auteurs Hilke Grootelaar, Prof. Peter Mascini en Dr. Wibo van Rossum
Auteursinformatie

Hilke Grootelaar
Hilke Grootelaar is postdoc onderzoeker bij het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is ze redactiesecretaris van dit tijdschrift en maakt ze deel uit van de gastredactie van dit themanummer van Recht der Werkelijkheid.

Prof. Peter Mascini
Peter Mascini is hoogleraar Empirical Legal Studies aan de Erasmus School of Law, de universiteit waaraan hij ook verbonden is als universitair hoofddocent Sociologie bij de Faculteit der Sociale Wetenschappen. Zijn onderzoek richt zich op legitimering, uitvoering en handhaving van wetgeving en beleid. Daarnaast is hij redactielid van Recht der Werkelijkheid en maakt hij deel uit van de gastredactie van dit themanummer van Recht der Werkelijkheid.

Dr. Wibo van Rossum
Wibo van Rossum is Universitair Hoofddocent aan het departement Sociology, Theory & Methodology van de Erasmus School of Law. Hij maakt deel uit van de gastredactie van dit themanummer van Recht der Werkelijkheid.
Artikel

Voorbij procedurele rechtvaardigheid

De betrekkelijkheid van de beleving van respondenten

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Procedural Justice, Administrative law, Access to Justice, Outcomes of legal proceedings
Auteurs Dr. Nienke Doornbos
SamenvattingAuteursinformatie

    To overcome problems of juridification and formalization of administrative law, successful initiatives have been undertaken by professionals in the public administration and judiciary to improve administrative procedures. These initiatives have been inspired by theories of (perceived) procedural justice, as developed by Tyler and Lind (1988). Although the author acknowledges the importance of procedural justice, she argues that the strong focus on procedural aspects, based on subjective opinions of claimants, may unintentionally lead to a situation in which other important issues may be easily overlooked, such as the question why citizens would refrain from starting a lawsuit or the question what explains the low success rates of citizens in administrative law.


Dr. Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent bij de Afdeling Algemene rechtsleer van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.

    This article examines the main assumptions and theoretical underpinnings of case study method in legal studies. It considers the importance of research design, including the crucial roles of the academic literature review, the research question and the use of rival theories to develop hypotheses and the practice of identifying the observable implications of those hypotheses. It considers the selection of data sources and modes of analysis to allow for valid analytical inferences to be drawn in respect of them. In doing so it considers, in brief, the importance of case study selection and variations such as single or multi case approaches. Finally it provides thoughts about the strengths and weaknesses associated with undertaking socio-legal and comparative legal research via a case study method, addressing frequent stumbling blocks encountered by legal researchers, as well as ways to militate them. It is written with those new to the method in mind.


Lisa Webley
Redactioneel

Waarheen leidt de weg…?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2016
Trefwoorden review process, VSR, editorial, journal rankings
Auteurs Peter Mascini
Auteursinformatie

Peter Mascini
Peter Mascini is hoogleraar Empirical Legal Studies aan de Erasmus School of Law, de universiteit waaraan hij ook verbonden is als universitair hoofddocent Sociologie bij de Faculteit der Sociale Wetenschappen. Zijn onderzoek richt zich op legitimering, uitvoering en handhaving van wetgeving en beleid.
Diversen: Verslag

Smart mixes van juridische en beleidsinstrumenten: verslag van een project en conferentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden smart mixes, milieuproblemen, governance, grensoverschrijdend
Auteurs Prof. M.G. Michael Faure en Prof. P.A. André Nollkaemper
SamenvattingAuteursinformatie

    Met steun van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) hebben de Erasmus School of Law (Rotterdam) en de Universiteit van Amsterdam sedert 2014 een project uitgevoerd over ‘smart mixes of transboundary environmental harm’.


Prof. M.G. Michael Faure
Prof. M.G. Faure is hoogleraar internationaal en vergelijkend milieurecht, Universiteit Maastricht en hoogleraar comparative private law and economics aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. P.A. André Nollkaemper
Prof. P.A. Nollkaemper is decaan en hoogleraar Internationaal Publiekrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Understanding judges’ choices of sentence types as interpretative work: An explorative study in a Dutch police court

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Judicial decision-making, sentencing type, (ir)redeemability, whole case approach
Auteurs Peter Mascini, Irene van Oorschot PhD, Assistant professor Don Weenink e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article critically evaluates the prevailing factor-oriented (e.g. a priori defined legal and extralegal characteristics of defendants) approach in analyses of judicial decision-making. Rather than assuming such factors, we aim to demonstrate how Dutch judges engage in interpretative work to arrive at various sentence types. In their interpretative work, judges attempt to weigh and compare various legal and extralegal features of defendants. Importantly, they do so in the context of the case as a whole, which means that these features do not have independent or fixed meanings. Judges select and weigh information to create an image of defendants’ redeemability. However, extralegal concerns other than redeemability also inform judges’ decisions. We argue that studying the naturally occurring interpretative work of judges results in a better understanding of judicial decision-making than outcome-oriented studies, which view criminal cases as collections of independent legal and extralegal factors.


Peter Mascini
Peter Mascini holds a chair in Empirical Legal Studies at the Erasmus School of Law of the Erasmus University Rotterdam, where he is also associate professor of sociology at the Faculty of Social and Behavioural Sciences. His research focuses on the legitimization, implementation, and enforcement of laws and policies.

Irene van Oorschot PhD
Irene van Oorschot is a PhD candidate at the Faculty of the Social Sciences at the Erasmus University Rotterdam and will soon start as a postdoctoral researcher at the Anthropology Department of the University of Amsterdam. Drawing on actor network theory and feminist studies of knowledge, her research focuses on legal and scientific modes of truth-production.

Assistant professor Don Weenink
Don Weenink is assistant professor of Sociology at the Department of Sociology at the University of Amsterdam. He has published work on, among other subjects, ethnic inequalities in judicial sentencing.

Gratiëlla Schippers
Gratiëlla Schippers has studied Sociology at the Erasmus University Rotterdam. For her master thesis she has done research about the understanding of judges’ choices of sentence types.
Praktijk

Zacht waar het kan, hard waar het moet? Casestudies naar handhaving in de sociale zekerheid

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2016
Trefwoorden responsive regulation, social security, enforcement, field research
Auteurs Paulien de Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch social security is mainly conducted by municipalities (social services), the Dutch Employment Insurance Agencies (UWV) and the Social Insurance Bank (SVB). In order to explore to what extent agents adjust their enforcement style, as stated in the responsive regulation approach (Ayres & Braithwaite), five case studies will be conducted; three studies at social services and two studies at Employment Insurance Agencies.
    During this field research I will attend every agency for two months. I will be observing the behavior of agents during their contact moments with beneficiaries. At the same time I will ask for comments on events, opinions and feelings regarding various aspects of the work. I will also conduct in-depth interviews with several agents and beneficiaries. Based on a sample I will make a selection of enforcement cases and I will analyze agreements on enforcement, regulation, directives, guidelines and recommendations.


Paulien de Winter
Paulien de Winter is afgestudeerd als socioloog en sinds februari 2014 werkzaam als promovenda bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij doet onderzoek naar handhaving in de sociale zekerheid en voert hiervoor participerende observaties uit bij sociale diensten en UWV.

Nina Holvast
Nina Holvast is promovenda bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Ze doet onderzoek naar de rol en invloed van juridische ondersteuning op het rechterlijk besluitvormingsproces. Daarnaast geeft ze onderwijs, onder andere het vak Recht en Menselijk Gedrag.
Casus

Shoarma aan de rol!

Het effect van vernieuwend toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Effectstudie, gedragsbeïnvloeding, voedselveiligheid, shoarmaondernemers, NVWA
Auteurs Linda van Rooij-van den Bos, Wendy Verdonk-Kleinjan, Laurie Jansen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2011 blijkt dat 60% van de shoarmaondernemers de voedselveiligheidswetgeving naleeft. Dit naleefniveau is voor de NVWA onvoldoende en er wordt vastgesteld dat de reguliere werkwijze onvoldoende effect heeft op de doelgroep. Een gestructureerde aanpak van het probleem, via risico- en doelgroepanalyse, leidt tot een andere, meer overwogen en op de doelgroep afgestemde interventie, die nog effectief blijkt ook. Voor andere toezichthouders kan deze casus gebruikt worden als een ‘best practice’ om op een andere wijze het toezicht in te richten.


Linda van Rooij-van den Bos
Ir. L. van Rooij-van den Bos is senior inspecteur toezichtontwikkeling, divisie Consument & Veiligheid bij de NVWA.

Wendy Verdonk-Kleinjan
Dr. M.I. Verdonk-Kleinjan is coördinerend specialistisch adviseur, afdeling Staf bij de NVWA.

Laurie Jansen
Msc. L. Jansen is inspecteur toezichtontwikkeling, divisie Consument & Veiligheid bij de NVWA.

Herman Jansen
Ing. H.A.P.M. Jansen is inspecteur toezichtontwikkeling, divisie Consument & Veiligheid bij de NVWA.

Ghislaine Mittendorff
Ing. G.J.M. Mittendorff is coördinerend specialistisch inspecteur, divisie Consument & Veiligheid bij de NVWA.
Artikel

De Nederlandse wetgever en andere normenstelsels: op zoek naar het recht der werkelijkheid

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden multilevel lawmaking, Dutch legislator, private regulation, coherence of law
Auteurs Jan Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    It is well known that the role of the national legislator in setting legally relevant norms is rapidly changing under the influence of increasing Europeanization, globalization and privatization. Today the national legislator is only one of the relevant norm-setters. This contribution considers the role that the Dutch legislator sees for itself in this emerging multilevel legal order. To this end, six themes of fundamental importance in a multilevel order are explored: (1) the question of when government regulation is to be preferred over private regulation; (2) the question of at which level of government (national, European, sub-national or supranational) a topic is preferably dealt with; (3) the role of the national legislator in realizing the cognoscibility and coherence of law; (4) the preferred way of implementing EU directives; (5) the question of whether the national legislator must refer to codes of conduct, certification and norms of standards bodies, and if so how; (6) the question of whether the national legislator must position its own national law on the international ‘law market.’


Jan Smits
Jan Smits is hoogleraar Europees Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.

    This editorial offers an introduction to the current issue.


Peter Mascini
Peter Mascini is an associate professor of sociology at Erasmus University Rotterdam and he holds a chair in empirical legal studies at the same university. He serves as co-director of the research program Behavioral Approaches to Contract and Tort. His research focuses on the legitimization, implementation, and enforcement of different policy ideas. He often studies the tenability of assumptions underlying policy instruments.

Judith van Erp
Judith van Erp is an associate professor in Criminology at Erasmus School of Law and chair of its research program Monitoring Safety and Security. Her research focuses on monitoring and compliance of business. She co-chairs the Collaborative Research Network on Regulatory Governance at the Law and Society Association and the European Society of Criminology’s working group on Corporate and White Collar Crime.
Toont 1 - 20 van 40 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.