Zoekresultaat: 34 artikelen

x
Vrij verkeer

De PEPP-verordening. Pensioenfondsen: Quo vadis?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden PEPP-verordening, pensioeninstellingen, verplichtstelling, meeneembaarheid van pensioenen, Europees pensioenrecht
Auteurs Prof. dr. H. van Meerten en A.K.R. Wouters LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van 29 juni 2017 betreffende een Verordening van het Europees Parlement en de Raad voor een Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (hierna: PEPP) werd in Nederland met argusogen ontvangen. Met dit voorstel wilde de Europese Commissie een impuls geven om de fragmentatie van nationale markten op het gebied van persoonlijke pensioenen aan te pakken. Via het PEPP wil de EU-wetgever een vrijwillig, aanvullend, eenvoudig en kostenbesparend pensioenproduct in het leven roepen dat grotendeels op EU-niveau wordt gereguleerd. Vanwege de meeneembaarheid voor consumenten is PEPP een welkome aanvulling voor de pensioenen van EU-burgers. Nederland echter heeft te allen tijde kritisch tegenover de komst van een PEPP gestaan vanwege onder andere een vermeende inbreuk op de ‘verplichtstelling’ en de rol voor de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA). In dit artikel wordt het PEPP besproken: wat is de meerwaarde van het PEPP? Is de vrees van Nederland wel terecht?
    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP).


Prof. dr. H. van Meerten
Prof. dr. H. (Hans) van Meerten is hoogleraar Europees Pensioenrecht aan de Universiteit Utrecht.

A.K.R. Wouters LLM
A.K.R. (An) Wouters LLM is Fellow aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De bewaarentiteit: het ei van Columbus of een vreemde eend in de bijt?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden bewaarentiteit, fonds voor gemene rekening, vermogensscheiding, beleggingsfondsen, AIFM/UCITS-richtlijn
Auteurs Mr. dr. S.N. Hooghiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Het fonds voor gemene rekening als rechtsvorm is in Nederland niet gecodificeerd. Een bewaarentiteit wordt daarom gebruikt om vermogensscheiding te bewerkstelligen. Buitenlandse jurisdicties kennen een dergelijke entiteit niet. Codificatie van deze rechtsvorm zorgt daar al voor de benodigde vermogensscheiding. De Nederlandse bewaarentiteit is daarom ‘een vreemde eend in de bijt’.


Mr. dr. S.N. Hooghiemstra
Mr. dr. S.N. Hooghiemstra is een associate bij NautaDutilh en werkt momenteel als onderdeel van een international secondment in de fondsenpraktijk van NautaDutilh Luxemburg.
Artikel

Terrorisme- en radicaliseringsstudies

Een explosief onderzoeksveld

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2017
Trefwoorden terrorism studies, radicalization studies, definition, analysis levels, pitfalls
Auteurs Prof.dr. B.A. de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    Studying terrorism and radicalization is quite problematic because of a lack of reliable sources. Finding out what motivates terrorists often boils down to educated guessing. The author describes the search for an academic definition of terrorism and summarizes the development of this discipline since the 1970s, thereby distinguishing research on three levels: macro, micro and meso. While before 9/11 few academics were involved in this research field, it ‘exploded’ thereafter. Important factor contributing to this expansion is the greater availability of government funds and relevant data for this type of research. However, the growth of this discipline isn’t just good news, researchers should be aware of a number of pitfalls identified as the proximity to government power, too much self-confidence (hybris) of researchers pretending to have designed a ‘unified theory’, the abundance of funds for this type of research, resulting in a lot of low-quality research, and finally the politicization of the subject, which could limit the academic freedom.


Prof.dr. B.A. de Graaf
Prof. dr. Beatrice de Graaf is als hoogleraar History of International Relations & Global Governance verbonden aan de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Ontstaan en ontwikkeling van de reclassering in vogelvlucht: 1823-heden

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Probation service, History of social work, history of pprobation, Solitary confinement, professionalization, Volunteer work, state control, social casework, resocialization, Alternative sanctions, What Works-debate
Auteurs Dr. Maarten van der Linde
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decade history of social work gained a growing interest among social professionals, teachers, students and policy makers. They want to know more about the contributions the social work professions made to social welfare, community building and public safety. A website was launched, which today in 2017 presents the history of fifteen fields of social work: www.canonsociaalwerk.eu/.
    Part of this is the history of Probation. In this article this history is told, following highlights as the inspiration from Great Britain, the start in 1823 and the first decades of volunteer work. Probation tried to compensate the negative effects of solitary confinement. Since the early twentieth century the role of the state was growing (Probationcharter 1910) leading to 100% financial support in 1965 and 100% control in the 1980s. The probation service was integrated in the juridicial system, but became not an stateservice. Performance was delegated to relative independant institutions, heirs of the private probation associations of the past, with strong traditions of work ethic. This history of probation shows the influence of social casework methods since the 1950s, the search for a balance between dependance and independance from the state, and the balance between punishment and resocializing. Since the 1990s the role of probation in alternative sanctions, the contribution of volunteer work to a highly professionalized probation service and the What Works-debate brought innovation and new inspiration to the field of probation service.


Dr. Maarten van der Linde
Dr. Maarten van der Linde is emeritus lector Geschiedenis van sociaal werk aan de Hogeschool Utrecht.
Artikel

Geweld tegen politieambtenaren

Beweegredenen en rationalisering door verdachten

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Politie, Geweld tegen politie, Daderperspectief
Auteurs Danaé Stad en Jaap Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper tries to answer the question why defendants use violence against police officers and whether, and if so how, they construct justifications for their own behavior. The study consists of an analysis of the situational aspects of violence against police officers and the characteristics of suspects. In addition, some suspects were interviewed about the incident in which they were involved. They were asked what their perception of the situation was, and what the background of the violence was. They were also asked for their opinion on the image of the police in general, and for their knowledge and perception of the relevant laws and regulations. The conclusion is that the motives for violence against a police officer lie in their belief that all men, police officer or not, are equal and should be treated with respect. Suspects feel treated unfairly and disrespectfully by police officers. Suspects feel that in such cases they are entitled to use force. Suspects are not aware of the differences between their own rights and responsibilities in such a situation and the authority that police officers legally have to use of force in order to perform their legal tasks.


Danaé Stad
Danaé Stad is criminoloog en onderzoeker bij het lectoraat Residentiële Jeugdzorg aan de Hogeschool Leiden.

Jaap Timmer
Jaap Timmer is politiesocioloog en universitair hoofddocent Maatschappelijke Veiligheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Het Commissiepakket ‘betere regelgeving voor betere resultaten’ en het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord beter wetgeven: Too little, too late?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden betere regelgeving, betere wetgeving, interinstitutionele verhoudingen, gedeelde verantwoordelijkheid
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    De EU krijgt nog steeds veelal gestalte via de uitoefening van de wetgevende bevoegdheden die ze in de loop der tijd heeft gekregen. De toenemende kritische houding van de burger tegenover de Unie – niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar ook elders – heeft druk gezet op zowel de lidstaten als de Europese instellingen om de manier waarop die bevoegdheden worden uitgeoefend opnieuw te doordenken. Als zodanig kan de hernieuwde focus op ‘betere regelgeving’ goed worden begrepen. Het nieuwe Uniebeleid roept echter wel de vraag op, betere regelgeving voor wie? Die vraag heeft na het Britse ‘nee’ tegen het Unielidmaatschap nog meer lading gekregen.
    BR-Mededeling (COM (2015)215 final), BR-richtsnoeren (SWD (2015)111 final), REFIT (SWD (2015)110 final), Interinstitutioneel Akkoord, PbEU2016, L 123.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum. Ook is zij redactielid van NtEr.
Artikel

Europees Depositoverzekeringsstelsel (EDIS). Institutionele en praktische perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Bankenunie, EDIS, depositogarantie, resolutie, depositoverzekeringsstelsel
Auteurs Dr. G. ter Kuile en A. Veuskens LL.M, M.Sc
SamenvattingAuteursinformatie

    De bankenunie krijgt een derde pijler voor het verzekeren van deposito’s binnen de gehele Eurozone. Het voorstel hiertoe van de Europese Commissie, dat eind november 2015 werd gepubliceerd, wordt in dit artikel besproken. Aandacht wordt gegeven aan het concept van depositogarantie, de grondslag, de reikwijdte en de ratio, de interne governance (gelieerd aan die van het resolutiemechanisme), en aan het nieuwe depositofonds. Met enkele bespiegelingen over ‘vertrouwen’, de grondgedachte van de derde pijler, wordt het artikel besloten.

    • Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 806/2014 met het oog op de instelling van een Europees depositoverzekeringsstelsel, van de Europese Commissie, Straatsburg 24.11.2015, COM(2015)586 final, 2015/0270(COD).

    • Verordening (EU) Nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010, PbEU 2014, L 225/1


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile werkt als jurist bij het secretariaat van de Toezichtsraad (Supervisory Board) van de ECB.

A. Veuskens LL.M, M.Sc
A. (Anke) Veuskens, LL.M, M.Sc werkt als jurist bij het secretariaat van de Toezichtsraad (Supervisory Board) van de ECB. Anke Veuskens is gedetacheerd vanuit Juridische zaken (Afdeling internationaal & institutioneel) van De Nederlandsche Bank, waar ook medeauteur Gijsbert ter Kuile tot voor kort werkte. De auteurs schreven dit artikel op persoonlijke titel en hun opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan de ECB, DNB of het SSM.
Casus

In memoriam Herman (Thomas) Bianchi (1924-2015)

‘As it gewelt begjint, hâldt it rjocht op’ (Als het geweld begint, houdt het recht op)

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2016
Auteurs Jacques Claessen
Auteursinformatie

Jacques Claessen
Jacques Claessen is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de vakgroep Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht. In 2010 verscheen zijn dissertatie Misdaad en straf. Een herbezinning op het strafrecht vanuit mystiek perspectief (Nijmegen: Wolf Legal Publisher). Zijn interessegebieden zijn sanctierecht, herstelrecht en de strafrechtelijke positie van het slachtoffer. Claessen is redacteur van de Nieuwsbrief Strafrecht en het Tijdschrift voor Herstelrecht. Voorts is hij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg. Hij is winnaar van de Bianchi Herstelrechtprijs 2012.
Artikel

Access_open Herman Bianchi

Over criminologie, emoties en ongerijmdheden

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Herman Bianchi, labelling approach, critical criminology, abolitionism, historical criminology
Auteurs prof. dr. René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Herman Bianchi, who passed away on the 30th of December 2015, has been a true ‘significant other’ for cultural criminologists. This article is a ‘criminological Verstehen’ of Bianchi’s work. His general attitude towards criminology is characterised by a mix of academic analysis, emotional outrage and incongruities. In order to understand this, his contributions to criminology are linked to biographical notes and to the mixed reactions he got on his work. Bianchi played an important role in the establishment of criminology as an autonomous academic discipline, yet he was very critical of this ‘discipline of shame’ because it has always served the exclusion of the most vulnerable members of society. He has been one of the frontmen of critical criminology, but he was not a Marxist. His concern for the despised other is related to his eternal fear, as a gay man in a ‘closet with a revolving door’, of new waves of discrimination against gays, and his rigorous abolitionism to his experience as a prisoner in a Nazi-concentration camp in 1944. Bianchi’s historical interest led him at the end of his career in the 1980s to support the emergence of strong historical criminol­ogy, but his utilitarian use of historical studies, also resulted in some clashes with professional historians.


prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is werkzaam als hoogleraar Criminologie aan de Erasmus Universiteit, Erasmus School of Law, sectie Criminologie.
Artikel

Schaduwgebieden van Europese regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden soft law, Europese normstelling, bestuurlijke regelgeving
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden drie trends geschetst op het terrein van Europese regulering die nogal ongrijpbaar zijn, omdat ze zich aftekenen in de schaduw van de formele normenhiërarchie die het Verdrag van Lissabon heeft geïntroduceerd. Dit zijn ‘zachte’ bestuurlijke regelgeving door de Commissie, ten tweede bestuurlijke regelgeving door netwerken en verschillende Europese agentschappen en ten derde de ‘infiltratie’ van private regulering in het Unierecht. Deze trends hebben als gevolg dat Europese normstelling een steeds diffuser karakter krijgt, zowel in termen van feitelijke herkomst en ‘auteurschap’ als in termen van juridische aard en status. Lidstaten en nationale autoriteiten worden hiermee geconfronteerd, maar staan niet helemaal aan de zijlijn van deze ontwikkelingen, althans niet wanneer bevoegdheden op grond van wetgevingshandelingen waarbij de Raad is betrokken (wat doorgaans het geval is), aan de Commissie en agentschappen worden toegekend. De trends roepen wel vragen op ten aanzien van de betrokkenheid van nationale autoriteiten bij de opstelling ervan, alsook van stakeholders.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en bestuurder bij het onderzoekscentrum RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Artikel

EU-bestuurlijke regelgeving in de praktijk: het IORP II Richtlijn-voorstel als voorbeeld

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden wetgeving, delegatie, uitvoering, IORP, EU-agentschappen
Auteurs Mr. dr. T. van den Brink en Prof. dr. mr. H. van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderscheid tussen wetgeving en bestuurlijke regelgeving en tussen delegatie en uitvoering uit het EU-Verdrag bepaalt het wetgevingssysteem van de Europese Unie. Aan de hand van de herziening van de IORP-Richtlijn wordt de uitwerking van dit systeem in de praktijk geanalyseerd. Niet alleen geven beide onderscheiden aanleiding tot conflicten tussen vooral nationale en EU-wetgevers, maar ook worden geschillen over de inhoud van EU-regelgeving uitgevochten. Ook biedt het artikel nader inzicht in de rol van EIOPA, het EU-agentschap op het terrein van pensioenen. Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening


Mr. dr. T. van den Brink
Mr. dr. T. (Ton) van den Brink is verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht. Dank gaat uit naar Elmar Schmidt voor de ondersteuning.

Prof. dr. mr. H. van Meerten
Prof. dr. mr. H. (Hans) van Meerten is verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht. Tevens is hij advocaat bij Clifford Chance. Dank gaat uit naar Elmar Schmidt voor de ondersteuning.

    Bestuursorganen kunnen zonder tussenkomst van de rechter bestuurlijke sancties opleggen. De zwaarte van deze sancties is in enkele decennia fors toegenomen. Dat geldt in de eerste plaats voor de bestraffende maatregel van de bestuurlijke boete, maar ook veel herstelsancties zijn in kracht toegenomen. Naast de bestuurlijke boete zijn er ook sancties die door een leedtoevoegend element als punitief zijn te kenschetsen en daarmee niet of niet langer het karakter dragen van een niet bestraffende sanctie gericht op het herstel van een rechtmatige toestand. Is sprake van een punitieve sanctie, dan heeft het bestuursorgaan een reeks rechtswaarborgen te eerbiedigen.


mr. A. de Groot
Artikel

Voorstel IORP II-richtlijn: aanzet tot hervorming van het Nederlands pensioenstelsel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden IORP-richtlijn, IORP II, pensioenfonds, pensioeninstelling, pensioenstelsel
Auteurs Mr. drs. Pascal Borsjé en Dr. Hans van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van de Europese Commissie van 27 maart 2014 tot herziening van de IORP-richtlijn (met betrekking tot instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen) heeft consequenties voor het huidige Nederlandse pensioenstelsel. De Europese Commissie streeft naar een gelijk speelveld tussen pensioenfondsen en verzekeraars en heeft daarom in het voorstel gekeken naar de uitgangspunten voor verzekeraars onder Solvency II-richtlijn. Het voorstel beoogt onder meer de bescherming van transparante individuele pensioenrechten. Dit staat op gespannen voet met het principe van ‘solidariteit’ dat in het Nederlandse pensioenstelsel traditioneel als uitgangspunt wordt gehanteerd. De hervorming van het Nederlands pensioenstelsel lijkt daarom ook vanuit EU-rechtelijk perspectief noodzakelijk.
    Europese Commissie, Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, Brussel, 27 maart 2014 COM(2014)167 final, 2014/0091 (COD)


Mr. drs. Pascal Borsjé
Mr. drs. P. (Pascal) Borsjé is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.

Dr. Hans van Meerten
Dr. H. (Hans) van Meerten is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.
Praktijk

Prijs- en waardebepaling van aandelen in besloten vennootschappen in ondernemingsrechtelijke procedures

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Prijsbepaling, waardebepaling, blokkeringsregeling, uitkoopprocedure, geschillenregeling
Auteurs Mr. J. van Borssum Waalkes en Drs. E. van der Schans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt de prijs- en waardebepaling van aandelen in besloten vennootschappen in het kader van ondernemingsrechtelijke procedures tussen scheidende aandeelhouders, bij gebreke van statutaire en/of contractuele prijsbepalingsregels, niet zelden een kostbare, tijdrovende aangelegenheid met een onzekere uitkomst, waardoor de rechtszekerheid in het gedrang komt. Aan de hand van een analyse van het huidig wettelijk kader en de rechtspraak omtrent prijs- en waardebepaling van aandelen in ondernemingsrechtelijke procedures doen auteurs een tweetal voorstellen voor aanpassing van de wettelijke regelingen omtrent prijs- en waardebepaling om de gesignaleerde problematiek te mitigeren.


Mr. J. van Borssum Waalkes
Mr. J. van Borssum Waalkes is advocaat bij Boekel De Nerée te Amsterdam.

Drs. E. van der Schans
Drs. E. van der Schans is financieel deskundige (tevens gerechtelijk deskundige)/schade-expert bij Horatio Assurance Group B.V.
Artikel

Burgerparticipatie in het omgevingsrecht

Zet de regulering – nu en in de Omgevingswet – aan tot het instellen van bezwaar en beroep?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden participatie, Omgevingswet, Tracéwet, verkenning
Auteurs mr. drs. C. de Brauw, mr. dr. M. van Amstel-van Saane en Prof. dr. Tj. de Cock Buning
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken burgerparticipatie bij ruimtelijke besluitvorming. Daarbij wordt aandacht besteed aan de achtergrond van burgerparticipatie, de vorderingen die in recente wetgeving zijn gemaakt en de toekomst van burgerparticipatie in de Omgevingswet. Vanuit sociaalwetenschappelijk oogpunt wordt betoogd dat de wettelijke verankering in afdeling 3.4 Awb onvoldoende is. Burgerparticipatie is pas effectief als daadwerkelijk invloed ontstaat bij de participanten worden geactiveerd om deel te nemen en de mogelijkheid krijgen om het beslissingsproces te beïnvloeden.


mr. drs. C. de Brauw
Claar de Brauw is junior onderzoeker bij het Athena Instituut VU Amsterdam en advocaat bij Vos en Vennoten Advocaten te Haarlem.

mr. dr. M. van Amstel-van Saane
Mariette van Amstel-van Saane is assistent professor aan het Athena Instituut van de VU en tevens senior adviseur sociaal maatschappelijk ondernemen bij Schuttelaar en Partners in Den Haag.

Prof. dr. Tj. de Cock Buning
Tjard de Cock Buning is professor ethiek in de aard- en levenswetenschappen bij het Athena Instituut, VU.
Artikel

Illegaal verblijvende moslimmigranten in jihadistische samenwerkingsverbanden

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden jihadi Salafism, terrorism, radicalization, irregular immigrants, survival crime
Auteurs Drs. Jasper de Bie, Dr. Christianne de Poot en Prof. dr. Joanne van der Leun
SamenvattingAuteursinformatie

    Irregular immigrants were disproportionally present in jihadi movements in the Netherlands between 2001 and 2005. By analyzing closed police files and interviewing imams and personnel from Asylum Seeker Centers and Detention Centers, this paper claims that the attractiveness of jihadi movements can be explained by a combination of pragmatic and ideological factors. Jihadi movements are able to fulfil the needs of the irregular immigrants in a pragmatic way, in which crime is an important feature. In addition, the results show that irregular immigrants are searching for meaning, which the jihadi movements can offer. Nonetheless, the salafi-jihadi ideology does not seem to be the core factor to most of the illegally residing immigrants that expresses the attractiveness of the jihadi movements.


Drs. Jasper de Bie
Drs. J.L. de Bie is werkzaam als promovendus bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC) en bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is waarnemend hoofd van de sectie rechtshandhaving van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC) en tevens lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en aan de Politieacademie.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is als hoogleraar criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Fiore Geelhoed
Dr. Fiore Geelhoed is docent bij de sectie criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: f.geelhoed@vu.nl.
Artikel

De Nederlandse pensioensector en de EU: Hannibal aan de poort?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2012
Trefwoorden pensioenfondsen, EU, IORP, Solvency II
Auteurs Mr. dr. H. van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage biedt de lezer een actueel inzicht in de complexe wereld van Nederlandse en Europese pensioenfondsen.


Mr. dr. H. van Meerten
Mr. dr. H. van Meerten is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Vermogensscheiding bij premiepensioeninstellingen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2012
Trefwoorden premiepensioeninstelling, afgescheiden vermogen, rangregeling, vermogensscheiding, pensioenbewaarder
Auteurs Mr. R.K.Th.J. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    De premiepensioeninstelling ligt onder vuur vanwege kritiek op de wettelijke regeling ten aanzien van vermogensscheiding. Het is van belang voor het (internationale) succes van dit nieuwe type pensioenuitvoerder dat alle onduidelijkheden over het al dan niet afgescheiden vermogen verdwijnen.


Mr. R.K.Th.J. Smits
Mr. R.K.Th.J. Smits is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance in Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.