Zoekresultaat: 25 artikelen

x

    Op 21 april 2020 wees de Hoge Raad twee arresten over euthanasie bij dementie in de spraakmakende Koffie-zaak. De belangrijkste rechtsbronnen van de Hoge Raad waren de tekst en de parlementaire geschiedenis van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding uit 2002. De Hoge Raad heeft het Internationale Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap uit 2006 niet als rechtsbron gebruikt. Op grond van dat verdrag moet de handelingsbekwaamheid van personen met een handicap worden erkend en mag de wilsonbekwaamheid van deze personen niet worden gebruikt om hun zelfbeschikkingsrecht te beperken. Uit het commentaar van het Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap op artikel 12 van het verdrag blijkt dat deze personen zo veel mogelijk moeten worden ondersteund bij het nemen van eigen beslissingen over alle aspecten van hun leven, wat in de Koffie-zaak niet is gebeurd.


Mr. dr. N. Rozemond
Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht Vrije Universiteit Amsterdam. Auteur van Het zelfgekozen levenseinde, Leusden: ISVW Uitgevers 2021.
Redactioneel

Digitalisering van het straf(proces)recht: een meerlagig fenomeen

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Redactioneel, Digitalisering, Cybercrime
Auteurs Prof. dr. D. (Dirk) Van Daele en Prof. mr. J.B.H.M. (Joep) Simmelink
SamenvattingAuteursinformatie

    Een veelheid aan ontwikkelingen doet de vraag opkomen naar de verenigbaarheid van de toenemende digitalisering van de maatschappij, en dus ook van de strafrechtelijke rechtshandhaving, met de waarden en beginselen die ten grondslag liggen aan onze strafrechtspleging. Het stimuleren van deze fundamentele reflectie was de belangrijkste drijfveer voor het samenstellen van dit nummer. Daarbij werd gepoogd een breed spectrum aan thema’s aan bod te laten komen.


Prof. dr. D. (Dirk) Van Daele
Dirk Van Daele is als hoogleraar verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en het Leuvens Instituut voor Criminologie van de KU Leuven en is tevens redactielid van Boom Strafblad.

Prof. mr. J.B.H.M. (Joep) Simmelink
Joep Simmelink is senior advocaat-generaal bij het Ressortsparket, bijzonder hoogleraar Openbaar Ministerie aan de Universiteit Maastricht en redactielid van Boom Strafblad.
Artikel

AI-risicotaxatie: nieuwe kansen en risico’s voor statistische voorspellingen van recidive

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Artificiële intelligentie, Risicotaxatie, Kunstmatige intelligentie, recidiverisico, voorspellingen
Auteurs G.M. (Max) de Vries, Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma, Prof. mr. dr. A.R. (Anne Ruth) Mackor e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt inzicht geboden in nieuwe instrumenten die een risicotaxatie mogelijk maken met behulp van artificiële intelligentie. In het bijzonder wordt ook ingegaan op de talrijke fundamentele vragen die met het gebruik ervan gepaard gaan. Tevens gaan de auteurs na in welke mate AI-risicotaxatie accurater is – of kan zijn – dan de bestaande methoden van risicotaxatie.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma
Johannes Bijlsma is als universitair docent strafrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen (WPI) en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL), Universiteit Utrecht.

Prof. mr. dr. A.R. (Anne Ruth) Mackor
Anne Ruth Mackor is als hoogleraar professie-ethiek, in het bijzonder van juridische professies, werkzaam bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. F.J. (Floris) Bex
Floris Bex is bijzonder hoogleraar data science en rechtspraak aan het Department of Law, Technology, Markets and Society, Tilburg University, wetenschappelijk directeur van het Nationaal Politielab AI bij het Innovation Centre for AI (ICAI) en universitair docent AI bij het departement Informatica, Universiteit Utrecht.

Prof. dr. G. (Gerben) Meynen
Gerben Meynen is als hoogleraar forensische psychiatrie verbonden aan het WPI en UCALL, Universiteit Utrecht en tevens bijzonder hoogleraar ethiek en psychiatrie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Op 21 april 2020 vernietigde de Hoge Raad het oordeel van de medische tuchtcolleges in de zaak van de verpleeghuisarts die het leven van een patiënte met dementie beëindigde zonder de levensbeëindiging eerst met de patiënte te bespreken. Volgens het Regionaal Tuchtcollege Den Haag en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg had de arts wel met de patiënte moeten praten over het voornemen om haar leven te beëindigen. Deze rechtsopvatting van de tuchtcolleges heeft een hechte grondslag in gezondheidsrechtelijke en mensenrechtelijke rechtsnormen. Daarom had de Hoge Raad de rechtsopvatting van de tuchtcolleges hierover niet moeten vernietigen, maar bevestigen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Eichmann, moreel oordelen en strafuitsluitingsgronden

De gedeelde verantwoordelijkheid voor verantwoordelijkheid

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden strafrechtelijke verantwoordelijkheid, reflexieve zelfcontrole, morele en juridische normen, strafuitsluitingsgronden
Auteurs Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegenwoordig bestaat meer aandacht voor burgers die om uiteenlopende redenen niet goed in staat zijn om zich aan juridische normen te houden, in het bijzonder ook aan strafrechtelijke normen. Het gaat om mensen wier cognitieve vermogens tekortschieten en/of die een onderontwikkeld vermogen van zelfcontrole hebben. Deze ontwikkeling kan worden beschouwd als een zekere mate van erkenning dat de maatschappij – en de overheid in het bijzonder – medeverantwoordelijk is voor het scheppen van de bestaansvoorwaarden waaronder mensen zich kunnen ontplooien tot verantwoordelijke burgers. In dit artikel betoog ik dat deze gedeelde verantwoordelijkheid niet alleen geldt voor de ontwikkeling van de mentale capaciteiten die nodig zijn om de normen van het recht te kunnen volgen, maar ook voor het bieden van toegang aan burgers tot de materiële normen zelf.


Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma
Johannes Bijlsma is universitair docent strafrecht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL), Universiteit Utrecht.
Artikel

Het bewijs van excepties

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Bewijsrecht, Excepties, Formeel recht
Auteurs Mr. dr. W.H.B. (Wilma) Dreissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt betoogd dat de stelling dat het bewijs van excepties een lagere bewijsdrempel niet juist is. De strafrechter geeft een oordeel over het bewijs van het tenlastegelegde én over de strafbaarheid van feit en dader. Voor elk van die oordelen geldt de eis dat de feiten buiten redelijke twijfel moeten vaststaan. Er is in die zin geen onderscheid tussen de eerste vraag zoals genoemd in artikel 350 Sv en de tweede en derde vraag die in die bepaling genoemd worden. Wel wijkt de wijze waarop de rechter tot zijn oordeel over de strafbaarheid komt af van de wijze waarop hij meestal tot het bewijsoordeel komt.


Mr. dr. W.H.B. (Wilma) Dreissen
Wilma Dreissen is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Open Universiteit.
Artikel

Het vaststellen van wilsonbekwaamheid bij patiënten met dementie ter zake van beslissingen over het beëindigen van hun leven

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, schriftelijke wilsverklaring, zelfbeschikkingsrecht, Wtl, Wzd
Auteurs Mr. dr. N. Rozemond
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding is euthanasie bij wilsonbekwame patiënten met dementie toegestaan op grond van een schriftelijke wilsverklaring. Voor het vaststellen van wilsonbekwaamheid kunnen de regels daarvoor worden gevolgd uit de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en geestelijk gehandicapte cliënten.


Mr. dr. N. Rozemond
Klaas Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Opinie

Tussen recht en datawetenschap

Toezicht door voorspellende algoritmische modellen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden toezicht, voorspellende algoritmische modellen, datawetenschap
Auteurs Giel Stoepker en Ivo Stoepker
SamenvattingAuteursinformatie

    Datawetenschap is voor het recht van groot belang. De daaruit voortvloeiende voorspellende algoritmische modellen kunnen worden gebruikt om toezicht uit te oefenen, bijvoorbeeld of geen uitkeringsfraude wordt gepleegd. Vaak leveren de inzichten uit de datawetenschap goede voorspellingen op over mogelijke fraudegevallen. In de praktijk zijn er toch problemen, bijvoorbeeld met de steekproef en de data op basis waarvan voorspellingen worden gedaan. Dat probleem is sterker aanwezig naarmate de gebruikte modellen complexer zijn. In deze bijdrage wordt op deze problemen ingegaan en wordt betoogd dat menselijk handelen van groot belang is wanneer gebruik wordt gemaakt van voorspellende modellen.


Giel Stoepker
Mr. G.J. Stoepker is juridisch medewerker bij de Centrale Raad van Beroep en docent staats- en bestuursrecht aan Tilburg University.

Ivo Stoepker
I.V. Stoepker M.Sc. is promovendus aan de Department of Mathematics and Computer Science faculteit Mathematics and Computer Science van Eindhoven University of Technology.
Artikel

Helder communiceren over recidiverisico’s

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden risk communication, risk assessment, Recidivism
Auteurs Vivienne de Vogel, Jacqueline Bosker en Ellen van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Structured assessment of the risk of repeated offending has become common practice in the judicial system. However, much less attention has been paid to the way of communicating about the results of these risk assessments to the court or forensic settings. Research shows that the way of communicating about risks of relapse may affect decision-making by judges. In this article, these research results will be summarized and the different approaches to risk communication are discussed. Finally, recommendations are provided for clear communication about risk assessment results.


Vivienne de Vogel
Vivienne de Vogel is werkzaam bij Hogeschool Utrecht en de Forensische Zorgspecialisten.

Jacqueline Bosker
Jacqueline Bosker is werkzaam bij Hogeschool Utrecht.

Ellen van den Broek
Ellen van den Broek is werkzaam bij de Forensische Zorgspecialisten.
Artikel

En toch is het prachtig werk: weerbaarheid bij forensisch sociale professionals

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden mentale weerbaarheid, Veerkracht, forensisch sociale professionals
Auteurs Vivienne de Vogel en Dr. Jacqueline Bosker
SamenvattingAuteursinformatie

    Working in the forensic social field is interesting and fulfilling and many professionals deliberately choose to do this work. However, it can also be a very demanding job. Experiencing aggressive incidents by forensic clients, continuous tensions in contact with clients and the confrontation with narratives about shocking events are specific characteristics of working in the forensic field that appeal to the resilience of professionals. This article discusses which characteristics of organisations, teams and individual professionals impact on resilience and how it can be enhanced.


Vivienne de Vogel
Vivienne de Vogel is lector Werken in justitieel kader bij Hogeschool Utrecht en onderzoeker bij De Forensische Zorgspecialisten, Utrecht.

Dr. Jacqueline Bosker
Dr. Jacqueline Bosker is hogeschoolhoofddocent bij het Instituut voor Recht en onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel kader van Hogeschool Utrecht. Tevens is zij redacteur van PROCES.
Artikel

Neurogeheugendetectietests in de Nederlandse strafrechtspleging: hoop of huiver?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2019
Trefwoorden neurogeheugendetectie, Opsporingsmethode, Zwijgrecht, Neurotests, brain-imaging, neurolaw, concealed information
Auteurs Mr. Naomi van Burgsteden
SamenvattingAuteursinformatie

    Neuroscience teaches us that we can obtain information about the brain by the use of neuro tests. An example of a neuro test is the concealed information test (CIT). This test examines whether a suspect recognizes specific details of a criminal offence. Afterwards experts can conclude whether the suspect has knowledge of a criminal offence, which only a perpetrator can know. This way a CIT contributes by the detection and adjudication of criminal offences. In recent decades, the interest in neuro tests such as the CIT has increased, also at the Ministry of Justice and Security. Based on the existing literature, both advantages and disadvantages of the CIT are discussed in this article.


Mr. Naomi van Burgsteden
Mr. Naomi van Burgsteden is juridisch medewerker bij Stichting Rechtswinkel Utrechtse Heuvelrug.
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.
Artikel

Access_open A new interpretation of the modern two-pronged tests for insanity

Why legal insanity should not be a ‘status defense’

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2018
Trefwoorden substantive criminal law, excuses, insanity defense, status defense
Auteurs Johannes Bijlsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Michael Moore has argued that modern two-pronged tests for legal insanity are wrongheaded and that the insanity defense instead should be a ‘status defense’. If Moore is right, than the laws on insanity in most legal systems are wrong. This merits a critical examination of Moore’s critique and his alternative approach. In this paper I argue that Moore’s status approach to insanity is either under- or overinclusive. A new interpretation of the modern tests for insanity is elaborated that hinges on the existence of a legally relevant difference between the mentally disordered defendant and the ‘normal’ defendant. This interpretation avoids Moore’s criticism as well as the pitfalls of the status approach.


Johannes Bijlsma
Johannes Bijlsma is assistant professor of criminal law at the Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Sla het brein niet in de boeien

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Detentie, Zelfregulatie, executieve functies, verarmde omgeving, Imprisonment, self-regulation, executive functions, impoverished environment
Auteurs Jesse Meijers, Prof. Joke M. Harte en Prof. Erik J.A. Scherder
SamenvattingAuteursinformatie

    Executive functions (EF) are higher order brain functions that are crucial for self-regulation, which may be negatively influenced by an impoverished environment. Since prison can be characterized as an impoverished environment, we studied whether EF and self-regulation decline during imprisonment. While EF are already often impaired in antisocial and criminal populations, we found a decline in attention and self-regulation after three months of imprisonment. We discuss the implications of our findings regarding recidivism and propose to aim for an improvement in executive functions during imprisonment, by enriching the prison environment.


Jesse Meijers
Jesse Meijers deed promotieonderzoek bij de afdeling Klinische Neuro- en Ontwikkelingspsychologie van de Vrije Universiteit en is thans werkzaam als neuropsycholoog in opleiding tot GZ-psycholoog in Justitieel Complex Zaanstad.

Prof. Joke M. Harte
Prof. Joke Harte is hoogleraar Criminologie bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en lid van de redactie van PROCES.

Prof. Erik J.A. Scherder
Prof. Erik Scherder is hoogleraar Klinische neuropsychologie bij de afdeling Klinische Neuro- en Ontwikkelingspsychologie van de Vrije Universiteit.

Dr. Liza Cornet
Dr. L.J.M. Cornet is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Katy de Kogel
Dr. C.H. de Kogel is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Het levenstestament

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2015
Trefwoorden life will, power of attorney, protection of vulnerable adults, mental (in)capacity, ageing
Auteurs Mr. C.G.C. Engelbertink
SamenvattingAuteursinformatie

    A legal document appointing one or more people to help a person make decisions or to make decisions on the person’s behalf is a power of attorney (levenstestament). It is meant to be used in situations when illness prevents a person to make decisions that need to be made. In the levenstestament certain trusted people have been given the authority to manage money affairs, property and medical decisions on behalf of the ill person. The document is registered. The author argues that mental incapacity can also be temporarily or partially.


Mr. C.G.C. Engelbertink
Mr. Chanien Engelbertink is estate planner en (levens)executeur te Bussum.
Artikel

Is de mens voor een biocriminoloog per definitie onvrij?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2015
Trefwoorden biocriminology, autonomy, plasticity, integration of neurosciences, psychology and social data, conscious and unconscious processes
Auteurs L.J.M. Cornet en C.H. de Kogel
SamenvattingAuteursinformatie

    Does biocriminology by definition corrode the image of human beings as ‘free’ in the sense of being autonomous and responsible? This article focuses on modern biocriminological research and discusses important aspects in which current biocriminological insights differ from historical perspectives on biology and criminal behaviour. Three aspects are discussed: plasticity, integration and conscious/unconscious processes. Illustrating their case with empirical research examples the authors argue that modern biocriminological research does not consider human beings as ‘unfree’. Instead, research shows that biological characteristics are subject to change and that biological insights are complementary to more traditional psychological and sociological perspectives. Finally, the authors argue that recognizing the biological influences on human behaviour should not be viewed as a threat to autonomy, but instead should be considered as an enrichment of our understanding of human behaviour, and may therefore even increase autonomy.


L.J.M. Cornet
Liza Cornet, MSc is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

C.H. de Kogel
Dr. Katy de Kogel is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Over een verdrinkend kalf en groener gras

Een beschouwing van de Nederlandse en Belgische gedragskundige rapportage in strafzaken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gedragskundige rapportage strafrecht, rapportage pro justitia, psychiatrische expertise
Auteurs Mr. Merijne Groeneweg
SamenvattingAuteursinformatie

    During the Belgian criminal trial on Kim de Gelder, Belgian forensic psychiatry was criticized. Forensic psychiatrists seemed to be longing for the Dutch practice. Was this justified? In this article, the psychological and psychiatric report in criminal cases in the Netherlands and Belgium are compared. Subjects of criticism are analyzed. Important differences exist regarding to the competency assessment the experts, their research possibilities, the (legal) requirements to the psychological and psychiatric report and the concept of ‘toerekeningsvatbaarheid’. New Belgian legislation can be a basis for improvement. Taking the differences into account, the Dutch practice could service on improving certain criticized aspects.


Mr. Merijne Groeneweg
Mr. Merijne Groeneweg was tot 1 januari 2015 jurist bij het NIFP, locatie Pieter Baan Centrum.
Praktijk

Neurorecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Neurorecht, Neurolaw, Recht, rechtspraktijk, neurowetenschap
Auteurs Dr. Katy De Kogel
Auteursinformatie

Dr. Katy De Kogel
Dr. C.H. de Kogel is als senior onderzoeker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij is psycholoog en promoveerde in de gedragsbiologie. Ook maakt zij deel uit van het MT van het Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie (NWO) met als thema: Veiligheid.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.