Zoekresultaat: 44 artikelen

x
Artikel

Toen en nu: heeft het gevangeniswezen de middelen om zijn doelen te bereiken?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2021
Trefwoorden goals of imprisonment, prison facilities, Dutch prison history, implementation, prison staff
Auteurs Toon Molleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Starting point in this article is the classical work of Herman Franke on the history of the Dutch prison system. Franke showed how policymakers and other people who influence prison policy and practice tried to reduce criminal behavior in the past two centuries. These attempts had various backgrounds, among which religious, sociological and biological, and varied greatly in scientifical substantiation. Every new prison policy elicited high hopes, but in practice criminal behavior was rarely pushed in the desired direction. The means of the prison system, among which staff, buildings and regime regulations, showed to be much later realized than the formulated goals established by law. Another problem that came up more than once in history was that the urge and compulsion mechanism of a new prison policy lacked support base and (agogical) skills among prison staff. Recommendations are formulated for the (near) future in favor of more successfull prison policy implementations.


Toon Molleman
Dr. T. Molleman is vestigingsdirecteur van de Penitentiaire Inrichting Arnhem.

    In its decision rendered on 28 February 2019, the Luxembourg Court of Appeal (Cour d’appel de Luxembourg) examined under which circumstances on-call duty performed at the workplace qualifies as actual working time.
    The issue raised was whether the time spent at night by an employee (i.e. the presence of an employee at the workplace) performing the work of a live-in carer was to be considered as ‘actual working time’.
    The Court expressly referred to EU case law and decided that the concept of actual working time is defined by two criteria, namely (i) whether the employee during such a period must be at the employer’s disposal, and (ii) the interference with the employee’s freedom to choose their activities.
    In view of the working hours provided for in the employment contract and in the absence of evidence proving that the employee would not have been at the employer’s home during her working hours, the Court found that the employee stayed at the employer’s home at night and at the employer’s request. It was irrelevant in this respect whether it was for convenience or not. It was further established that the employee could not leave during the night and return to her home and go about her personal business, so that the hours she worked at night were to be considered as actual working time.
    Given that the employee’s objections regarding her salary were justified (as the conditions of her remuneration violated statutory provisions), the Court decided that the dismissal was unfair.


Michel Molitor
Michel Molitor is the managing partner of MOLITOR Avocats à la Cour SARL in Luxembourg, www.molitorlegal.lu.
Artikel

Hoe behandel je klachten over etnisch profileren?

Een onderzoek van de Nationale ombudsman

Tijdschrift Tijdschrift voor Klachtrecht, Aflevering 2 2021
Auteurs Natalia Molina Espeleta en Marieke Ruitenburg
Auteursinformatie

Natalia Molina Espeleta
Mr. N.T. Molina Espeleta is senior onderzoeker bij de Nationale ombudsman en redactielid van dit tijdschrift.

Marieke Ruitenburg
Mr. M. Ruitenburg is onderzoeker structurele aanpak bij de Nationale ombudsman.

Edo Moll
Mr. E.J. Moll is advocaat bij Bax advocaten belastingkundigen te Doetinchem.
Artikel

A machine without an engine: why deportation would hardly find its place in the Italian judicial system

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden deportation, convicted foreign nationals, crimmigration, judicial decision-making
Auteurs Eleonora Di Molfetta
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decades, many Western countries have embraced an exclusionary stance towards non-members by increasingly relying on deportation. An important target of ‘crimmigration’ practices is represented by convicted foreign nationals, who are subject to deportation after serving their sentence. In Italy, trial judges can issue a deportation order towards convicted foreign nationals considered socially dangerous. This article examines whether and how deportation has found its space in judicial settings. Drawing on data collected in the court of Turin, this article sheds light on how structural and cultural traits of the Italian judicial system make deportation ‘a machine without an engine’.


Eleonora Di Molfetta
Dr. E. Di Molfetta, sectie Criminologie, Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Praten met vreemden

Leren over onbekende klagers én over uzelf

Tijdschrift Tijdschrift voor Klachtrecht, Aflevering 1 2021
Auteurs Natalia Molina Espeleta
Auteursinformatie

Natalia Molina Espeleta
Mr. N.T. Molina Espeleta is senior onderzoeker veiligheid, migratie en mobiliteit bij de Nationale ombudsman en redactielid van dit tijdschrift.
Rechtsbescherming

De toepasselijkheid van Uniegrondrechten op nationale verdergaande beschermingsmaatregelen

Nadere afbakening van het toepassingsgebied van Uniegrondrechten in het arrest TSN en AKT

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Uniegrondrechten, algemene beginselen van Unierecht, werkingssfeer van Unierecht, uitvoering van Unierecht
Auteurs Mr. dr. M. de Mol
SamenvattingAuteursinformatie

    De Uniegrondrechten zijn in beginsel van toepassing op nationale maatregelen die vallen binnen een Unierechtelijke bepaling die aan lidstaten een discretionaire bevoegdheid toekent. Het feit dat de lidstaten niet verplicht zijn om gebruik te maken van de bevoegdheid doet hier niet aan af. Hoe zit het echter met Unierechtelijke bepalingen die de lidstaten de ruimte geven om verdergaande bescherming te geven dan het EU-minimum? Als een lidstaat deze mogelijkheid benut door verdergaande bescherming te bieden, zijn de Uniegrondrechten dan ook van toepassing? Het arrest TSN en AKT geeft hierover duidelijkheid.
    HvJ 19 november 2019, gevoegde zaken C-609/17 en C-610/17, ECLI:EU:C:2019:981 (TSN en AKT)


Mr. dr. M. de Mol
Mr. dr. M. (Mirjam) de Mol is raadsheer-plaatsvervanger bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, onderzoeker aan de Universiteit Maastricht en docent SSR.
Artikel

De ontwikkelingen op het gebied van fiscale mediation in Nederland

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Mediation, Fiscale bemiddeling, Fiscale strafzaken, Mediationwetgeving
Auteurs Roelof Vos en Diede Molenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the authors summarize the current position of tax mediation in the Netherlands and pay attention to several differences between mediation in Belgium and the Netherlands. They also outline the recent developments in order to the proposed mediation legislation and the options for using mediation in tax fraud cases. Mediation legislation could be the incentive that tax mediation needs.


Roelof Vos
Roelof Vos is advocaat bij Hertoghs advocaten en MfN-registermediator.

Diede Molenaars
Diede Molenaars is advocaat bij Hertoghs advocaten.
Artikel

Kijkje in elkaars keuken

Eerstelijnsklachtbehandelaar ontmoet tweedelijnsklachtbehandelaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Klachtrecht, Aflevering 2 2020
Auteurs Ninke van der Kooy en Natalia Molina Espeleta
Auteursinformatie

Ninke van der Kooy
Mr. N.L. van der Kooy is klachtencommissaris bij de gemeente Enschede.

Natalia Molina Espeleta
Mr. N.T. Molina Espeleta is senior onderzoeker bij de Nationale ombudsman.
Artikel

Uiteenlopende jurisprudentie over gedwongen toerekening van verjaarde schulden

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verdeling nalatenschap, verjaarde geldlening, verrekening
Auteurs Mr. E.J. Moll
SamenvattingAuteursinformatie

    Er is uiteenlopende jurisprudentie van de gerechtshoven over het onderwerp verrekening van verjaarde leningen in familieverband bij afwikkeling van nalatenschappen. De auteur heeft dit onderwerp onderzocht door bestudering van jurisprudentie en literatuur. Zijn conclusie is dat de gedwongen toerekening van schulden bij de verdeling van de nalatenschap ten onrechte gezien wordt als verrekening. De gedwongen toerekening is geen verrekening, maar tenietgaan van een verbintenis door vermenging. Wanneer een vordering van een erflater op één van zijn erfgenamen is verjaard, is tenietgaan door vermenging niet mogelijk, ondanks artikel 6:131 lid 1 BW, waarin bepaald is dat verrekening ook mogelijk is met een verjaarde tegenvordering. Dit onderwerp is relevant omdat veel over nalatenschappen wordt geprocedeerd, waarbij regelmatig oude niet-afgeloste leningen binnen de familie onderwerp van geschil zijn.


Mr. E.J. Moll
Mr. E.J. Moll is werkzaam als advocaat bij BAX advocaten belastingkundigen te Doetinchem.
Artikel

Mediation in fiscale strafzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2020
Trefwoorden fiscaal strafrecht, mediation, mediationwetgeving, herstelrecht, bemiddeling in het strafrecht
Auteurs Mr. R. Vos en Mr. D.C. Molenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Mediation als buitengerechtelijke geschiloplossing is niets nieuws. Zeker in commune strafzaken is mediation een steeds vaker voorkomende vorm van geschilbeslechting, met in veel gevallen een positief resultaat. Dat kan gelegen zijn in het feit dat bemiddeling (mediation) als enig rechtsgebied een wettelijke basis kent in artikel 51h Sv.
    Ondanks de inzet van mediation in zowel het fiscale recht als in het strafrecht, heeft mediation in fiscale strafzaken, voor zover bij ons bekend, nog niet plaatsgevonden. In deze bijdrage gaan wij in op de mogelijkheden om mediation ook in te zetten in fiscale strafzaken waarbij wij verschillende (denkbare) aspecten en uitgangspunten voor mediation in fiscale strafzaken belichten.


Mr. R. Vos
Mr. R. Vos is werkzaam als advocaat bij Hertoghs advocaten in Rotterdam. Hij is tevens MfN-registermediator.

Mr. D.C. Molenaars
Mr. D.C. Molenaars is werkzaam als advocaat bij Hertoghs advocaten in Rotterdam.

    The Luxembourg Court of Appeal (Cour d’appel de Luxembourg) confirmed that an employee dismissed with notice and exempted from performing their work during the notice period is no longer bound by the non-competition duties arising from their loyalty obligation and can therefore engage in an employment contract with a direct competitor of their former employer during that exempted notice period. However, the Court of Appeal decided that, even if the former employee is in principle entitled to use the know-how and knowledge they acquired with their former employer, the poaching of clients during the notice period must, due to the facts and circumstances and in the light of the rules applicable in the financial sector, be considered as an unfair competition act and therefore constitutes serious misconduct justifying the termination of the employment contract with immediate effect.


Michel Molitor
Michel Molitor is the managing partner of MOLITOR Avocats à la Cour SARL in Luxembourg, www.molitorlegal.lu.

Régis Muller
Régis Muller is partner within the Employment, Pension & Immigration department of MOLITOR Avocats à la Cour SARL in Luxembourg, www.molitorlegal.lu.
Wetenschap en praktijk

Overeenkomst en faillissement

Rien ne va plus?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden faillissement, overeenkomst, verifieerbare vorderingen
Auteurs Mr. dr. F. Damsteegt-Molier
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Credit Suisse/Jongepier q.q. gaat (onder meer) over de vraag hoe moet worden omgegaan met vorderingen die na de datum van het faillissement uit hoofde van een lopende overeenkomst ontstaan. In dit artikel wordt stilgestaan bij de achtergrond van het arrest en wordt bezien wat nu de stand van zaken is op het gebied van de overeenkomst in faillissement. Ook worden de praktische gevolgen van de beslissing van de Hoge Raad belicht. Geconcludeerd wordt dat het arrest een bevestiging is van eerdere rechtspraak op dit punt en dat daarmee de vraag rest of een wetswijziging noodzakelijk is.


Mr. dr. F. Damsteegt-Molier
Mr. dr. F. (Femke) Damsteegt-Molier is senior-rechter/rechter-commissaris insolventiezaken bij de Rechtbank Rotterdam en als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Het borgtochtverweer in de context van overnamecontracten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden borgtochtverweer, borgtocht, hoofdelijke aansprakelijkheid, afbakeningscriterium, overname
Auteurs Mr. J.M. Möller
SamenvattingAuteursinformatie

    Het borgtochtverweer, waarbij hoofdelijke aansprakelijkheid op verzoek van degene die zich aansprakelijk heeft gesteld wordt geherkwalificeerd tot borgtocht, zorgt in de financieringspraktijk er nog wel eens voor dat een schuldeiser met lege handen achterblijft. De vraag is of er ook risico’s op een dergelijke herkwalificatie bestaan in de context van overnames. Hiervoor bekeek de auteur de bestaande jurisprudentie en probeerde daaruit bepalende factoren voor de overnamepraktijk te ontlenen. De conclusie luidt dat – net als in de financieringspraktijk – een natuurlijk persoon al snel bescherming toekomt en als borg wordt gekwalificeerd. In concernverhoudingen houdt hoofdelijke aansprakelijkheid in beginsel stand, omdat al snel mag worden aangenomen dat een groepsvennootschap die zich hoofdelijk aansprakelijk stelt indirect profijt van een transactie zal hebben.


Mr. J.M. Möller
Mr. J.M. Möller is advocaat bij Loyens & Loeff.

    The Court of Appeal held that disciplinary sanctions are subject to the general principles of criminal law and therefore must respect the principle of legality. Consequently, the wording of any collective agreement that is used as the legal basis of a sanction must be sufficiently clear and precise to enable the employee to understand the consequences of his or her misconduct.


Michel Molitor
Michel Molitor is a partner with MOLITOR Avocats à la Cour in Luxembourg, www.molitorlegal.lu.
Artikel

Ongewenst gedrag en privaatrecht

Hoe het privaatrecht ongewenst gedrag redresseert en sanctioneert

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2017
Auteurs Mr. dr. F. Damsteegt-Molier en Mr. dr. B.M. Paijmans
Auteursinformatie

Mr. dr. F. Damsteegt-Molier
Mr. dr. F. Damsteegt-Molier is raadsheer bij het Hof Den Haag en universitair docent bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. B.M. Paijmans
Mr. dr. B.M. Paijmans is advocaat bij Doelen Advocatuur te Utrecht en onbezoldigd universitair docent aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Hoe slachtofferbewust werkt de reclassering?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Probation, victim consciousness, Offenders, Recidivism, professional standards
Auteurs Debbie J.M. Mollen en Dr. Jaap A. van Vliet
SamenvattingAuteursinformatie

    The probation in the Netherlands works more victim conscious since last year. Victim conscious working in probation is defined as: involving the perspective and interests of the victim when working with offenders. This broadly and to the extent it is justifiable from the primary task of the probation to reduce recidivism and promote the re-integration of probation clients/offenders. With this justification is both the moral level (right action) as being involved professional standards (effective action).
    The article describes, among other, a study on how the victim consciously work has been implemented within the Salvation Army Probation Service in the Netherlands.


Debbie J.M. Mollen
Debbie J.M. Mollen is werkzaam op de afdeling Executie bij het Ressortsparket Arnhem-Leeuwarden.

Dr. Jaap A. van Vliet
Dr. Jaap A. van Vliet is zelfstandig adviseur en onderzoeker en tevens redacteur van PROCES.
Artikel

Over een Stradivarius, de processuele functie van bezit en de beschikkingsbevoegdheid van de lasthebber

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden beschikkingsbevoegdheid, overdracht, derdenbescherming, bezitsvermoeden, consignatie
Auteurs Mr. F. Damsteegt-Molier
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een arrest van de Hoge Raad besproken dat betrekking heeft op de eigendom van een Stradivarius. Aan de orde komen de bezitsvermoedens van art. 3:109 en 3:119 BW, de beschikkingsbevoegdheid van de tussenpersoon die op eigen naam een zaak verkoopt en levert aan een derde, en wat de gevolgen voor de derde zijn als die tussenpersoon niet beschikkingsbevoegd blijkt.


Mr. F. Damsteegt-Molier
Mr. F. Damsteegt-Molier is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

De studenten-OV is niet in strijd met het EU recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Burgerschap van de Unie, discriminatie op grond van nationaliteit, steun voor levensonderhoud, Richtlijn 2004/38/EG, artikel 18 VWEU
Auteurs Mr. dr. M. de Mol
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit arrest geeft het Hof van Justitie uitleg over artikel 24 lid 2 van Richtlijn 2004/38/EG. Deze bepaling is een uitzondering op het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit voor studiebeurzen en studieleningen voor levensonderhoud. Uit het eerdere arrest Commissie/Oostenrijk blijkt dat niet alle steun aan studenten kan worden gekwalificeerd als een studiebeurs of een studielening in de zin van deze bepaling. In het onderhavige arrest oordeelt het Hof van Justitie dat de Nederlandse studenten-OV er wel onder valt, omdat die de kenmerken vertoont van en verwant is aan ofwel een studiebeurs ofwel een studielening.
    HvJ 2 juni 2016, zaak C-233/14, Commissie/Nederland (studenten OV), ECLI:EU:C:2016:396.


Mr. dr. M. de Mol
Mr. dr. M. (Mirjam) de Mol is onderzoeker aan het Maastricht Centre of European Law (MCEL), Universiteit Maastricht.

    This report discusses the interesting remarks and conclusions made by the speakers at the ERA seminar, ‘Recent Case Law of the European Court of Human Rights in Family Law Matters’, which took place in Strasbourg on 11-12 February 2016. The report starts with a brief discussion on the shifting notion of ‘family life’ in the case law of the ECtHR, then turns to best interests of the child in international child abduction cases, the Court’s recognition of LGBT rights and finally the spectrum of challenges regarding reproductive rights in the Court’s case law. The overarching general trend is that the Court is increasingly faced with issues concerning non-traditional forms of family and with issues caused by the internationalisation of families. How this is seen in the Court’s recent case law and how it effects the various areas of family law is discussed in this report.


Charlotte Mol LL.B.
Charlotte Mol is a Legal Research Master student at the University of Utrecht, where she specializes in family law and private international law. She has assisted the Commission on European Family Law with the editing of the comparative study on informal relationships. As a guest student she visited the University of Antwerp for two months, where she researched the best interests of the child in international child abduction cases in collaboration with, and under the supervision of, Prof. Thalia Kruger. She holds a European Law School LL.B. from Maastricht University.
Toont 1 - 20 van 44 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.