Zoekresultaat: 29 artikelen

x
Artikel

De wetgever die tot zichzelf sprak

Over de binding van de wetgever aan procedurele, wettelijke normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden organieke wetgeving, zelfbinding, grondwetsinterpretatie, autonomie van de wetgever
Auteurs Prof. mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag besproken of de wetgever in formele zin gebonden is aan eerdere eigen wetgeving die extra procedurele eisen aan het wetgevingsproces bevat. Die vraag wordt, met een beroep op de autonomie van de wetgever, ontkennend beantwoord. Dat geldt ook als die procedurele wetgeving uitwerking geeft aan grondwettelijke normen. Wel kan de organieke wet een hulpmiddel zijn bij de interpretatie van de achterliggende grondwettelijke norm. Aan die norm is de wetgever uiteraard wel gebonden.


Prof. mr. S.A.J. Munneke
Prof. mr. S.A.J. (Solke) Munneke is hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Redactioneel

De betekenis van de Grondwet voor de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Auteurs Mr. dr. L.C. Groen en Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Auteursinformatie

Mr. dr. L.C. Groen
Mr. dr. L.C. (Lisanne) Groen is wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. (Roel) Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Access_open De ruimtegevende wetgever

Het right to challenge in vergelijking tot andere ruimtegevende instrumenten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden ruimtegevende wetgevingsinstrumenten, right to challenge, experimenteerbepaling, vrijstelling, ontheffing
Auteurs Mr. D.R.P. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn jaarverslag over 2018 presenteert de Raad van State zijn ideaal van de wet als een pijler van ‘buigzaam beton’. Met dat ‘beton’ (rechtszekerheid) zit het bij de Raad wel goed, maar die buigzaamheid (flexibiliteit) komt er wat bekaaid af. Daarom gaat dit artikel in op manieren om die flexibiliteit in wetgeving te bereiken. Die manieren worden gecategoriseerd en voorzien van commentaar. Uiteraard komt daarbij ook het right to challenge aan bod, als één van die instrumenten en als benchmark voor de andere. Het artikel sluit af met aanbevelingen tot aanpassing van de Aanwijzingen voor de regelgeving.


Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Access_open Controleren van gemeentelijke samenwerking

Een blik op interbestuurlijk toezicht vanuit het perspectief van gemeenteraden

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden interbestuurlijk toezicht, democratische controle, horizontale controle, gemeenteraad, gemeenschappelijke regelingen
Auteurs Klaartje Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    Gemeenteraden worstelen met hun controlerende taak, zeker ten aanzien van de grote regionale samenwerkingsverbanden zoals de Veiligheidsregio, de GGD en de Omgevingsdienst. De kwaliteit van de informatievoorziening over prestaties van die verbanden is een belangrijk knelpunt. Bij nadere beschouwing blijkt dat Rijksinspecties en de provincies in hun rol als interbestuurlijk toezichthouder regelmatig onderzoek doen naar gemeenten en hun samenwerkingsverbanden dat voor gemeenteraden uiterst bruikbaar is. Gemeenteraden lijken daar weinig gebruik van te maken, deels doordat zij niet worden geïnformeerd over de onderzoeken en de resultaten ervan. Dat moet veranderen: er moet bij toezichthouders meer oog komen voor het belang van gemeenteraden als eerste controleur van het gemeentebestuur.


Klaartje Peters
Prof. dr. K. Peters is zelfstandig onderzoeker, rekenkamerlid en bijzonder hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Interbestuurlijk toezicht op bestuurlijke integriteit

Naar een werkbare balans tussen lokale autonomie en bovenlokale doorzettingsmacht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden bestuurlijke integriteit, autonomie, interbestuurlijke toezicht, burgemeester, commissaris van de Koning
Auteurs Niels Karsten
SamenvattingAuteursinformatie

    De integriteit van het lokaal bestuur en het versterken van de integriteitscultuur in gemeenten staan hoog op de landelijke politiek-bestuurlijke agenda. De minister stelt dat het huidige instrumentarium van het generieke toezicht tekortschiet en er behoefte is aan meer middelen en instrumenten. Daarom verkent ze nieuwe vormen van interbestuurlijk toezicht vanuit het Rijk en de provincie. Dit artikel betoogt dat zulke maatregelen al snel op gespannen voet staan met de lokale autonomie, die een belangrijke pijler vormt van de gedecentraliseerde eenheidsstaat, en dat het daarom passender is om eerst binnen het lokaal bestuur op zoek te gaan naar innovatieve vormen van toezicht.


Niels Karsten
Dr. N. Karsten MA is universitair docent aan Tilburg University en adviseur/onderzoeker bij Necker van Naem.
Notenkraker

VTH-taken bij Brzo-inrichtingen

De onderlinge relatie tussen bevoegd gezag en uitvoerende dienst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Brzo 2015, VTH-taken, bevoegd gezag, Brzo-omgevingsdienst, onderlinge aansprakelijkheid
Auteurs Edward Brans en Katrien Winterink
SamenvattingAuteursinformatie

    De meest risicovolle bedrijven van Nederland zijn onderworpen aan een streng veiligheidsregime dat is neergelegd in het Besluit risico’s zware ongevallen 2015. Deze Brzo-inrichtingen worden regelmatig onderworpen aan inspecties. Binnen het milieudomein worden de VTH-taken ter zake van Brzo-inrichtingen uitgevoerd door gespecialiseerde omgevingsdiensten. Het uitvoeren van de VTH-taken gaat onvermijdelijk gepaard met fouten die kunnen leiden tot schade bij derden. Hebben het bevoegd gezag en de uitvoerende omgevingsdienst (afdoende) afspraken gemaakt over de onderlinge aansprakelijkheid in geval van schade bij derden als gevolg van de uitvoering van VTH-taken?


Edward Brans
Mr. dr. E.H.P. Brans is als advocaat werkzaam in de sectie Ruimte en Milieu van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, advocaten en notarissen.

Katrien Winterink
Mr. K. Winterink is als advocaat werkzaam in de sectie Ruimte en Milieu van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, advocaten en notarissen.
Artikel

Nietigheid van de overeenkomst met het Land Curaçao wegens het contracteren met een vertegenwoordigingsonbevoegde overheidsfunctionaris

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Trefwoorden privaatrecht, Land Curaçao, overeenkomsten, privaatrechtelijke normen, publiekrechtelijke normen
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter behartiging van het algemeen belang bedient de Curaçaose overheid zich behalve van het publiekrecht ook van het privaatrecht. Wanneer het daartoe overgaat, zijn op dat handelen zowel privaat- als publiekrechtelijke normen van toepassing. Zodoende kan de geldigheid van met de overheid gesloten contracten ter discussie komen te staan op basis van de in het privaatrecht verankerde wilsgebreken (art. 3:44 en 6:228 BW) of de figuur van strijd met de wet, goede zeden of openbare orde (art. 3:40 BW), maar ook op basis van bijzondere publiekrechtelijke normen.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao, als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht en als visiting lecturer aan de Nyenrode Business University.
Artikel

De Europese kreukelzone van de wetgever

Goede wetgeving vanuit het EU- en EVRM-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden EU, EVRM, wetgever, toetsing, Verenigbaarheid
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers en Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is een ‘goede wet’ voor de Nederlandse rechter vanuit het EU-recht en het EVRM bezien? Een ‘goede wet’ – daaronder mede begrepen de toelichting bij de wet – stelt de rechter afdoende in staat om (1) de verenigbaarheid van een wet met het EU-recht of het EVRM te beoordelen en (2) potentiële conflicten met het EU-recht of het EVRM constructief op te lossen zonder te hoeven grijpen naar ‘zware’ opties. Maar hoe, en tot op welke hoogte, kan of moet de wetgever rekening houden met de Europese taak en habitat van de Nederlandse rechter, zowel qua inhoud als qua motivering van wetgeving? En welke wetgevende kreukelzone mag de rechter onder Europees recht en het EVRM aan de wetgever laten alvorens in te grijpen? Ter beantwoording van deze vragen gaat deze bijdrage in op de verschillende vereisten die het EU-recht en het EVRM stellen aan goede wetgeving, waarbij mede wordt ingegaan op de structuur van de stapsgewijze toetsing door de Europese Hoven van nationale wetgeving.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr.dr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is plaatsvervangend hoofd afdeling Constitutionele Zaken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Recent

De cliënt als ambassadeur

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2018
Auteurs Francisca Mebius

Francisca Mebius
Artikel

Access_open Met recht een zorg

Lokale sociale professionals als poortwachters van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Sociaal domein, Wmo 2015, wijkteams, Juridische kennis, besluitvorming
Auteurs D. Claessen MSc, Mr. dr. Q.A.M. Eijkman en Dr. M. Lamkaddem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van één casestudy van een wijkteam in Amersfoort gaat dit artikel in op de mate van juridische kennis van lokale sociale professionals over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Ook komen knelpunten aanbod, die zij ervaren in de uitvoering van de juridische procedure. Als hulpverlener dienen ze de belangen van hun cliënt te behartigen. Tegelijkertijd bepalen ze als poortwachter, onder mandaat van de gemeente, wie in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening op basis van de Wmo 2015. Deze dubbele pet heeft onbedoelde consequenties voor geschillenbeslechting. Professionalisering is nodig om de kwaliteit van besluitvorming door sociale professionals te verbeteren en de rechtspositie van mensen met een beperking sterker te waarborgen.


D. Claessen MSc
D. (Dorien) Claessens is docent/onderzoeker bij het lectoraat Toegang tot het Recht van de Hogeschool Utrecht.

Mr. dr. Q.A.M. Eijkman
Mr. dr. Q.A.M. (Quirine) Eijkman is lector Toegang tot het Recht en Ondervoorzitter van het College voor de Rechten van de Mens (haar bijdrage is op persoonlijke titel geschreven).

Dr. M. Lamkaddem
Dr. M. (Majda) Lamkaddem is docent/senior onderzoeker bij het lectoraat Toegang tot het Recht van de Hogeschool Utrecht.
Artikel

100 Ideeën en 1 suggestie voor de Aanwijzingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden gemeenten, regelgeving, regelgevingstechniek, aanwijzingen, Konijnenbelt
Auteurs Mr. D. Corver
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de meeste gemeentejuristen is het schrijven van regelgeving iets dat ze er slechts sporadisch bij doen. Het is dan ook een goede zaak dat hun een helpende hand wordt toegestoken met de 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever, opgesteld door Willem Konijnenbelt en uitgegeven door de VNG. In deze bijdrage wordt eerst kort nader ingegaan op de 100 Ideeën, alvorens drie verschillen tussen de 100 Ideeën en de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) te bespreken en twee punten van kritiek ten aanzien van de 100 Ideeën. Tot slot volgt ook nog een suggestie ter verdere verbetering van de Ar.


Mr. D. Corver
Mr. D. (Daan) Corver is senior jurist bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen. In het verleden was hij als wetgevingsjurist werkzaam bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

De naleving van wetstechnische aanwijzingen bij ministeriële regelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doet de auteur verslag van zijn onderzoek naar de wetstechnische kwaliteit van 28 ministeriële regelingen die in november en december 2017 in de Staatscourant verschenen. Bekeken is in hoeverre deze regelingen afwijkingen bevatten van de wetstechnische aanwijzingen uit de Aanwijzingen voor de regelgeving zoals die vóór 1 januari 2018 golden. Over het geheel genomen lijkt de wetstechnische kwaliteit van ministeriële regelingen te zijn verbeterd ten opzichte van de bevindingen uit eerdere onderzoeken uit 2002 en 2004. Het aantal onvolkomenheden is uiteindelijk immers tamelijk gering en geringer dan bij de eerdere onderzoeken. Nog steeds zijn er echter tamelijk veel onvolkomenheden in het opschrift en het slotformulier. Ook de terminologie ‘bedoeld’ en ‘als bedoeld’ en bijlagen verdienen de aandacht. Opvallend is verder dat de verplichting om in de toelichting melding te maken van het afwijken van de vaste verandermomenten of van de minimuminvoeringstermijn vaak niet wordt nageleefd.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Over de houdbaarheid van de parlementaire immuniteit voor (gemeentelijke) volksvertegenwoordigers

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Parlementaire immuniteit, Vrijheid van meningsuiting, Volksvertegenwoordigers, Vervolgingsrecht, Uitingsdelicten
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Volksvertegenwoordigers die zich binnen een officiële vergadering beledigend uitlaten tegenover andere parlementariërs kunnen hiervoor niet worden vervolgd of civielrechtelijk worden aangesproken. Hetzelfde geldt voor andere delicten, zoals de schending van de geheimhoudingsplicht en het aanzetten tot haat. Het Openbaar Ministerie komt in dergelijke gevallen geen vervolgingsrecht toe. De voorzitter is bevoegd om sanctionerend op te treden. In het huidige regime lijkt de toegevoegde waarde van deze parlementaire immuniteit voor volksvertegenwoordigers achterhaald te zijn, vanwege een ruime uitleg van de vrijheid van meningsuiting voor politici.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Delegatie van regelgevende bevoegdheid in Nederland: tijd voor herbezinning

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2017
Trefwoorden delegatie, experimenteerwetgeving, kaderwetgeving
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey en Mr. C.S. Aal
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat delegatie van regelgevende bevoegdheid in Nederland op het niveau van de centrale overheid centraal. Het lijkt tijd voor een herbezinning op het geldende constitutionele kader voor delegatie. De auteurs merken op dat deze uitgangspunten weliswaar formeel nog worden onderschreven, maar onder druk van maatschappelijke veranderingen wordt daar in de praktijk steeds vaker van afgeweken. De samenleving verandert in technologisch, economisch en cultureel opzicht snel en de regering staat voor de uitdaging om wetgeving die veranderingen bij te laten benen. Dit gebeurt mede door bijvoorbeeld steeds meer gebruik te maken van kaderwetgeving, waarbij op formeel wetsniveau alleen kaderstellende regels worden vastgelegd; de uitwerking vindt plaats in lagere regelgeving. Dit roept echter de nodige vragen op over onder meer de positie van het parlement als controleur en medewetgever. Het is vanwege deze ontwikkelingen dat het volgens de auteurs tijd is voor een herbezinning op het constitutionele kader voor delegatie.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is hoogleraar op de Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden, staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Mr. C.S. Aal
Mr. C.S. (Charald) Aal is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

De bestraffende handhaving van de Omgevingswet: bestuurlijke strafbeschikking of bestuurlijke boete?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden strafrecht, bestuursrecht, omgevingsrecht, handhaving, sanctiestelsels
Auteurs Prof. mr. B.F. Keulen en Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2014 is het voorstel voor de Omgevingswet bij de Tweede Kamer ingediend. Aanvankelijk was het kabinet van plan over de volle breedte van de Omgevingswet de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete in te voeren. De Raad van State heeft zich daar in zijn advies tegen gekeerd. Dat heeft het kabinet ertoe gebracht opdracht te geven tot nader onderzoek. Dit artikel bouwt voort op dat onderzoek, dat vanaf de zomer van 2014 tot in maart 2015 is uitgevoerd door medewerkers van de Groningse rechtenfaculteit, onder wie de auteurs van dit artikel. In deze bijdrage richten wij ons vooral op de voorstellen die in de slotbeschouwing zijn gedaan. Het accent ligt op de samenwerking tussen bestuurlijke en justitiële autoriteiten.


Prof. mr. B.F. Keulen
Prof. mr. B.F. Keulen is hoogleraar Straf(proces)recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. Bröring is hoogleraar Integrale rechtsbeoefening aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De verschuivende functies van de Awb

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden harmonisatie, rechtseenheid, borging van rechtsstatelijkheid
Auteurs Prof. dr. B.J. Schueler
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in op een van de drie hoofdcategorieën van rechtseenheid die Stip en Zijlstra onderscheiden, namelijk de rechtseenheid die ziet op het voorkomen van verschillende uitleg en toepassing van dezelfde rechtsnormen binnen een rechtsorde. De auteur bespreekt de vijf belangrijkste redenen om algemene regels van bestuursrecht in de Awb op te nemen in plaats van een regeling te maken voor deelterreinen. Hij bespreekt deze redenen vanuit vijf invalshoeken: rechtseenheid, kenbaarheid, voorspelbaarheid, efficiëntie van wetgeving en borging van rechtsstatelijkheid. In het huidige tijdsgewricht zijn met name die laatste twee van belang door twee ontwikkelingen. Ten eerste proberen bestuur en wetgevers de slagkracht van het bestuur te vergroten. De Awb waarborgt dat burgers de middelen houden die nodig zijn om voor hun belangen en rechten op te komen. Ten tweede komt door verschuivingen het zwaartepunt in wetgeving steeds meer bij het bestuur te liggen: normstelling wordt meer bestuurlijk ingekleurd, de rechter wordt op afstand gezet en de wetgever laat inhoudelijke regelgeving over aan het bestuur. Dit werpt een nieuw licht op de waarborgfunctie van de Awb, die het handelen van het bestuur normeert.


Prof. dr. B.J. Schueler
Prof. dr. B.J. Schueler is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder het omgevingsrecht, aan de Universiteit Utrecht en staatsraad in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Naar een Landsverordening algemene regels van bestuursrecht?

Beschouwingen over nut en noodzaak van een Awb voor Caribisch Nederland

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Bestuursrecht, Landsverordening, Harmonisatie, Concordantie, Wetgevingsbeleid
Auteurs Prof. mr. S.E. Zijlstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In Aruba wordt op dit moment gewerkt aan een Landsverordening houdende algemene regels van bestuursrecht, terwijl dat land, evenals de andere Caribische landen van het Koninkrijk, meerdere andere algemeen-bestuursrechtelijke wetten kent. Dit artikel onderzoekt het nut van invoering van een ‘Algemene wet bestuursrecht’ voor die Caribische landen. Conclusie is dat het belangrijker is dat het onderwerp van de bestuurlijke handhaving geregeld wordt, dan dat men gaat werken aan één omvattende landsverordening met meerdere bestuursrechtelijke onderwerpen. Deze conclusie is relevant voor het wetgevingsbeleid in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.


Prof. mr. S.E. Zijlstra
Prof. mr. S.E. Zijlstra is hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij was eerder onder andere adjunct-secretaris en later secretaris van de commissie Algemene regels van bestuursrecht (commissie-Scheltema), de commissie die de Nederlandse Awb voorbereidt.
Column

Toepassing van het VWEU in het zorgstelsel: van zorgen verzekerd

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden vrije artsenkeuze, Europese Unie, zorgstelsel, marktwerking
Auteurs Prof. mr. E. Steyger
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt kort de problemen die het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie veroorzaakt wanneer de zorgverzekeraars patiënten naar zorgaanbieders willen sturen die door hen zijn gecontracteerd. Zowel de Patiëntenrichtlijn als het vrij verkeer van diensten is in het geding als buitenlandse zorgaanbieders worden uitgesloten van vergoedingen aan Nederlandse patiënten.


Prof. mr. E. Steyger
Elies Steyger is hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Vrije Universiteit en advocaat te ’s-Hertogenbosch. Dit artikel is gedeeltelijk ontleend aan haar preadvies ‘Het zorgstelsel in Europeesrechtelijk perspectief’, jaarvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2015.

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING) gelegitimeerd is om te adviseren over de mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob en zo ja, welke zorgvuldigheidseisen op dit advies van toepassing zijn. Om deze vraag te beantwoorden wordt allereerst de algemene werkwijze van BING besproken. Ten tweede wordt het eigen Bibob-onderzoek van het bestuursorgaan aan een analyse onderworpen. Ten derde wordt een analyse verricht naar de toepasselijkheid van de zorgvuldigheidseisen, die voortvloeien uit artikel 3:9 Awb, op het onderzoek en het advies van BING. Er wordt geëindigd met een conclusie.


mr. drs. B. van der Vorm
Artikel

Autonomie: geen recht zonder verantwoordelijkheid

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Koninkrijksrecht, staatsstructuur, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, Koninkrijksaangelegenheden, autonomie
Auteurs Mr. R.R. Santos do Nascimento
SamenvattingAuteursinformatie

    In de 21ste eeuw blijkt meer dan ooit dat verzorging van het algemeen welzijn een verantwoordelijkheid is die staten niet onafhankelijk kunnen dragen. Dit brengt de noodzaak van steeds meer onderlinge afstemming en samenwerking met zich. Tegen deze achtergrond onderzoekt de auteur hoe de autonomie van de Caribische Landen binnen het Koninkrijk moet worden opgevat, waarbij hij tot de conclusie komt dat de belangen van burger en Koninkrijk met zich brengen dat autonomie begrepen moet worden als meer dan enkel een recht dat Nederland dient te eerbiedigen: autonomie is ook en vooral een plicht met de daaraan noodzakelijk gekoppelde verantwoordelijkheden.


Mr. R.R. Santos do Nascimento
Mr. R.R. Santos do Nascimento is momenteel werkzaam als wetenschappelijk assistent Staatsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Aruba en werkt aan een dissertatie over de positie van Aruba binnen het Koninkrijk.
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.