Zoekresultaat: 40 artikelen

x
Legisprudentie

Advisering over verwijzing naar niet-publiekrechtelijke normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2020
Trefwoorden legisprudentie, wetgevingsadvisering, algemeen verbindend verklaren, verwijzen
Auteurs Mr. M. Nap
SamenvattingAuteursinformatie

    In de advisering over het algemeen verbindend verklaren van normen die niet door publiekrechtelijke instanties zijn opgesteld, hamert de Raad van State vooral op de kenbaarheid van de geldende normen. De lat van de adviseur lijkt hoger te liggen dan die van de rechter.


Mr. M. Nap
Mr. M. (Mentko) Nap is docent Staatsrecht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Boekbespreking

Access_open Lukas van den Berge, Bestuursrecht tussen autonomie en verhouding. Naar een relationeel bestuursrecht

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden autonoom bestuursrecht, relationeel bestuursrecht, wederkerige rechtsbetrekking, publiekrecht, privaatrecht
Auteurs Richard Neerhof
Auteursinformatie

Richard Neerhof
Richard Neerhof is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder normalisatie, certificatie en accreditatie, aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Objets trouvés

Recht is niet alleen recht als er recht op staat

Over het (h)erkennen van de rechtskracht van private normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden normalisatie, meetinstructie, prejudiciële vragen, status en rechtsgevolgen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Achmea/Rijnberg-arrest van de Hoge Raad leek een doorbraak te zijn bereikt inzake de doorwerking van private regelgeving in het recht. Wanneer partijen het onderling eens zijn over de toepasselijkheid van bijvoorbeeld gedragscodes, toetst de Hoge Raad er ook aan zonder de juridische status ervan te beoordelen. De vraag wat te doen wanneer de relevantie van private regelgeving tussen partijen wordt betwist, blijkt echter een veel lastiger te nemen hobbel. Recente jurisprudentie over normalisatienormen toont aan dat het in zo’n geval buitengewoon complex is om te bepalen welke rechtsgevolgen aan private regels moeten worden verbonden. Wettelijke (h)erkenningsregels die de rechter behulpzaam kunnen zijn bij het kwalificeren en waarderen van private regels worden in die situatie node gemist. Hier ligt ook een taak voor wetgevingsjuristen. De vraag is alleen of één algemeen wettelijk kader voor uiteenlopende vormen van private regelgeving momenteel al haalbaar is. Werken met experimenteerbepalingen zou wel eens vruchtbaarder kunnen blijken te zijn. Dergelijke bepalingen zullen alleen werken wanneer wetgevingsjuristen, die ze moeten opstellen, zich eerst verdiepen in de schaduwwereld van private normen waarop deze bijdrage enig licht probeert te werpen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

Access_open De toepassing van de klachtplicht bezien vanuit het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Klachtplicht, Bouwcontracten, Aansprakelijkheid na oplevering, Verjaring en verval
Auteurs Prof. mr. S. van Gulijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de klachtplichtregeling, waarvoor de algemene wettelijke grondslag in artikel 6:89 BW is neergelegd. Specifiek voor de consumentenkoop en de aanneming van werk zijn daarvan afwijkende regelingen opgenomen, respectievelijk in artikel 7:23 en artikel 7:758 lid 3 BW. De klachtplichtregeling van artikel 7:758 lid 3 BW zal gaan wijzigen. De regering is immers voornemens in titel 7.12 BW (aanneming van werk) drie privaatrechtelijke wijzigen door te voeren in het kader van het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen. Aan artikel 7:758 BW zal een nieuw lid 4 worden toegevoegd. In deze bijdrage wordt allereerst de klachtplichtregeling van artikelen 6:89, 7:23 en 7:758 lid 3 BW toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de gevolgen van het voorgestelde nieuwe lid 4 voor de toepassing van de klachtplicht in de praktijk.


Prof. mr. S. van Gulijk
Prof. mr. S. van Gulijk is hoogleraar privaatrecht, bijzondere overeenkomsten, aan de Tilburg Law School.
Artikel

‘Een verdrag met potentieel vérstrekkende gevolgen’

De toepassing van het VN-verdrag Handicap door de Nederlandse rechter

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2017
Auteurs Mr. G.J.W. Pulles
SamenvattingAuteursinformatie

    De toetreding van het Koninkrijk der Nederlanden tot het VN-verdrag Handicap zal leiden tot nieuwe rechtsontwikkelingen op het gebied van bescherming van de rechten van personen met een handicap. Een belangrijke rol zal daarbij zijn weggelegd voor de rechter, die immers over de toepassing en interpretatie van het Verdrag zal gaan oordelen in concrete gevallen. De rechter zal daarbij rekening moeten houden met de regels die gelden voor de toepassing van internationaal recht. Dit artikel handelt over de wijzen waarop de rechter het Verdrag kan toepassen en op die manier kan laten doorwerken in de Nederlandse rechtsorde. Het gaat in op de Nederlandse regels voor rechtstreekse, indirecte en horizontale toepassing. Daarbij wordt aandacht besteed aan de uitspraak van 10 oktober 2014 van de Hoge Raad, waarin een hele nieuwe maatstaf voor rechtstreekse toepassing van internationaal recht werd aangelegd. Daarnaast komen de rol en de invloed van Europese rechtspraak van het EHRM en van het HvJ EU en van uitspraken van internationale verdragscomités aan de orde. Het artikel verschaft praktijkjuristen daarmee hopelijk extra argumenten om bij te dragen aan een wezenlijke bescherming van de rechten en waardigheid van personen met een handicap.


Mr. G.J.W. Pulles
Mr. G.J.W. (Gerrit Jan) Pulles is advocaat in Amsterdam en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij werkt aan een proefschrift over doorwerking van economische en sociale rechten.
Artikel

De Lex Michiels

Handhaving van de asbestregelgeving: met effect en op niveau?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden asbest, handhaving, LAVS, Lex Michiels
Auteurs Drs. H.E. (Hans Erik) Woldendorp
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur behandelt in zijn bijdrage de handhaving van de asbestregelgeving. Deze regelgeving behoort volgens de Rekenkamer tot de slechtst nageleefde regelgeving. Auteur gaat vanuit de invalshoek van de wetgevingsjurist in op de vraag of integratie van de versnipperde regelgeving iets kan bijdragen aan een betere handhaving.


Drs. H.E. (Hans Erik) Woldendorp
Drs. H.E. Woldendorp is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Tevens is hij vrijwillig medewerker bij de Universiteit Gent alsmede adviseur bij het Instituut voor Infrastructuur, Milieu en Innovatie (IMI) te Brussel.
Artikel

Verhandelbare rechten, tussen markt en overheid

Over het dierrechtenstelsel in de Meststoffenwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden verhandelbare rechten, vergunningstelsel, algemene wettelijke regels, mestregelgeving
Auteurs Mr. D.R.P. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too much love will kill you’, zong Brian May van Queen ooit. Van iets moois kun je ook te veel hebben, waardoor het in het tegenovergestelde verandert. Zo is het ook met mest: een waardevol product waarvan we in Nederland veel te veel hebben en dat dus tot problemen kan leiden. ‘Tot de schijt ons doodt.’ Dat betekent dat er maatregelen nodig zijn om de boel in goede banen te leiden. Dat gebeurt door regels te stellen over het aanwenden van mest, maar ook over de productie ervan. Dat laatste is gebeurd in de vorm van een dierrechtenstelsel. Dierrechten zijn de rechten voor veehouders om dieren (varkens en pluimvee) te houden. Die rechten zijn gelimiteerd (schaars) en vrij verhandelbaar gemaakt. In dit artikel wordt dit dierrechtenstelsel aan een nadere beschouwing onderworpen en afgezet tegen drie alternatieven, te weten een ‘traditioneel’ vergunningstelsel zonder verhandelbaarheid, een verplichting om via privaatrechtelijke overeenkomsten het publiek belang te borgen, en het stellen van algemene regels. De twee laatstgenoemde alternatieven zijn daadwerkelijk uitgewerkt in wetsvoorstellen, die in het artikel ook worden beschreven. Geconstateerd wordt dat uiteraard alle stelsels hun voor- en nadelen hebben, maar dat een stelsel van verhandelbare rechten als het dierrechtenstelsel als aanvullend sturingsinstrument waarschijnlijk de beste optie is en blijft. Dat komt met name door de eenvoud, de harde bovengrens en de goede uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.


Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Regulering door middel van het privaatrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden regulering, privaatrecht, Airbnb, effectiviteit
Auteurs prof.mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Regulering door middel van het privaatrecht is tot op heden in beperkte mate onderzocht. Het gaat om het stellen van regels die bedoeld zijn om in meerdere gevallen te worden gebruikt en die bindend worden gemaakt door middel van het privaatrecht, zoals in contracten of op grond van eigendomsbevoegdheden. Deze vorm van reguleren heeft een aantal voordelen en kan soms de enige manier zijn om in de internationale context te reguleren. Dat neemt niet weg dat er ook evidente nadelen aan kleven, zoals op het terrein van legitimiteit en rechtsbescherming. Deze vorm van reguleren moet daarmee niet principieel worden uitgesloten, maar het is wel belangrijk om randvoorwaarden te stellen die deze nadelen zo veel mogelijk wegnemen.


prof.mr. M.W. Scheltema
Prof.mr. M.W. (Martijn) Scheltema is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law en advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Artikel

De introductie van private partijen in het bouwtoezicht. Waar moeten we om denken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden privatisering, bouwtoezicht, inperking negatieve effecten, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Auteurs Mr. A. (Annalies) Outhuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen realiseert de privatisering van het bouwtoezicht. Eerdere ervaringen, in binnen- en buitenland, laten zien dat de privatisering van toezicht gepaard kan gaan met negatieve effecten. Dit artikel bekijkt hoe privaat toezicht in de bouwsector kan worden geïntroduceerd, gelet op de mogelijke negatieve effecten, knelpunten en belangen van de diverse actoren. De auteur besluit met het formuleren van enkele aanbevelingen ter inperking van de mogelijke negatieve effecten.


Mr. A. (Annalies) Outhuijse
Mr. A. Outhuijse verricht sinds 1 oktober 2015 promotieonderzoek naar de geschilbeslechting en besluitvorming door de mededingingsautoriteit aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De invloed van niet-rechtstreeks werkende grondrechtelijke verdragsbepalingen en de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, sociaal-economische rechten, interpretatie van grondrechtelijke verdragsbepalingen, proportionaliteitvereiste
Auteurs Mr. dr. A.E.M. Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal hoe niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen doorwerken in wetgeving. Dergelijke bepalingen komen in allerlei soorten en maten voor en in deze bijdrage gaat het om de grondrechtelijke soort, die vaak zogenaamde sociaal-economische rechten betreffen. Het blijkt dat, hoewel dergelijke bepalingen niet direct doorwerken in de Nederlandse rechtsorde, zij toch hun invloed daarop uitoefenen. Ook de wetgever dient zich rekenschap te geven van dergelijke verdragsbepalingen, omdat het sluiten van een verdrag verplichtingen met zich brengt. In deze bijdrage wordt de wetgever een aantal handvatten aangereikt waar hij rekening mee moet houden. Proportionaliteit speelt hierbij een belangrijke rol. Tot slot wordt de relatie tussen wetgever en rechter in deze context beschreven, met name hoe de competentie tussen beide staatsmachten dient te worden afgebakend.


Mr. dr. A.E.M. Leijten
Mr. dr. A.E.M. (Ingrid) Leijten LL.M. is als universitair docent verbonden aan de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden

    Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die de auteur uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht.


Anna Gerbrandy
Prof. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die zij uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht. Laurens van Kreij wordt hartelijk bedankt voor zijn hulp bij het omwerken van de oratietekst naar deze publicatie.
Redactioneel

Kwaliteitsborging door het veld: en de wetgever dan?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Auteurs Mr.dr. G.J.M. Evers en Prof. mr. F.J. van Ommeren
Auteursinformatie

Mr.dr. G.J.M. Evers
Mr.dr. G.J.M. (Guido) Evers is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. (Frank) van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Private kwaliteitsborging als wetgevingsvraagstuk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden private kwaliteitsborging, regulering, toezicht
Auteurs dr. A.R. Neerhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij zowel de Europese als de nationale overheid is er al meer dan twee decennia lang een duidelijke belangstelling voor private kwaliteitsborging als een instrument voor regulering en toezicht naast exclusief overheidsoptreden. Dit past bij de gedachte dat in de samenleving ook veel kan worden gereguleerd zonder dat de overheid daar meteen aan te pas hoeft te komen. De auteur bespreekt dit instrument als wetgevingsvraagstuk. Daarbij komen de modaliteiten van private kwaliteitsborging aan bod en welke aandachtspunten in acht moeten worden genomen als de wetgever kiest voor private kwaliteitsborging. Deze aandachtspunten zijn te ontlenen aan beginselen van de democratische rechtsstaat en beginselen van behoorlijke wetgeving, goed bestuur en de open markt. Aan het slot trekt de auteur enkele conclusies over op welke wijze de overheid rekening moet houden met private kwaliteitsborging bij de totstandkoming van wetgeving.


dr. A.R. Neerhof
dr. A.R. (Richard) Neerhof is als universitair hoofddocent bestuursrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht onderzoek in het programma ‘Public Contracts: Law & Governance’.
Casus

Samenwerking in meerpartijenverhoudingen in de bouw: stand van zaken en praktische tools

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2016
Trefwoorden samenwerking, bouwrecht, meerpartijenverhoudingen, contracten, digitalisering
Auteurs Dr. S. Van Gulijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij samenwerking in meerpartijenverhoudingen, zoals bouwcontracten, gaat geregeld iets mis. Vaak komt dit voort uit onvoldoende communicatie, coördinatie en afstemming tussen betrokkenen. Op contractanten in meerpartijenverhoudingen rusten op basis van de wet slechts vrij basale verplichtingen ten behoeve van samenwerking, zoals elkaar informeren over de stand van zaken van het werk. In standaard voorwaarden is meer aandacht voor verplichtingen gericht op goede samenwerking en in hedendaagse contracten worden steeds vaker positieve prikkels opgenomen (tevredenheidsverklaringen, bonussen, besparingsmodellen) om de onderlinge samenwerking te bevorderen. Ten slotte worden specifiek in de bouwpraktijk digitale tools ingezet (o.m. BIM en LEAN thinking) om samenwerking en contracten beter te kunnen managen.”


Dr. S. Van Gulijk
Dr. S. van Gulijk is universitair hoofddocent Privaatrecht aan de Tilburg University.

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING) gelegitimeerd is om te adviseren over de mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob en zo ja, welke zorgvuldigheidseisen op dit advies van toepassing zijn. Om deze vraag te beantwoorden wordt allereerst de algemene werkwijze van BING besproken. Ten tweede wordt het eigen Bibob-onderzoek van het bestuursorgaan aan een analyse onderworpen. Ten derde wordt een analyse verricht naar de toepasselijkheid van de zorgvuldigheidseisen, die voortvloeien uit artikel 3:9 Awb, op het onderzoek en het advies van BING. Er wordt geëindigd met een conclusie.


mr. drs. B. van der Vorm

    Bestuursorganen kunnen zonder tussenkomst van de rechter bestuurlijke sancties opleggen. De zwaarte van deze sancties is in enkele decennia fors toegenomen. Dat geldt in de eerste plaats voor de bestraffende maatregel van de bestuurlijke boete, maar ook veel herstelsancties zijn in kracht toegenomen. Naast de bestuurlijke boete zijn er ook sancties die door een leedtoevoegend element als punitief zijn te kenschetsen en daarmee niet of niet langer het karakter dragen van een niet bestraffende sanctie gericht op het herstel van een rechtmatige toestand. Is sprake van een punitieve sanctie, dan heeft het bestuursorgaan een reeks rechtswaarborgen te eerbiedigen.


mr. A. de Groot
Artikel

Duurzaamheidsbelangen in het mededingingsrecht

De positie van ACM ten opzichte van het Hof van Justitie en de Europese Commissie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden mededinging, duurzaamheid, doorwerking Europees recht, bevoegdheden ACM
Auteurs Dr. A. Gerbrandy
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de aankondiging van ACM dat zij in haar mededingingsbeoordeling van samenwerkingsverbanden tussen ondernemingen duurzaamheidsbelangen als relevant in aanmerking neemt, neemt ACM stelling in de discussie over de relatie tussen mededingingsrecht en duurzaamheid. De vraag of ACM eigenstandig beleid kan voeren betreft de verhouding ACM - Europese Commissie - Hof van Justitie. De ruimte die ACM in deze verhouding heeft, is het onderwerp van dit artikel.


Dr. A. Gerbrandy
Dr. A. (Anna) Gerbrandy is universitair hoofddocent Economisch Publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad. Dank is verschuldigd aan Lisette Simons voor haar uitstekende ondersteuning bij de totstandkoming van dit artikel.
Artikel

De overgang van vergunningen bij fusies en overnames

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2013
Trefwoorden vergunning, overgang, overdracht, fusie, splitsing
Auteurs Mr. S.F.J. Sluiter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur verschillende regelingen voor overgang van vergunningen die van betekenis zijn voor de fusie- en overnamepraktijk. Aan de orde komen de wettelijke regelingen en recente jurisprudentie met betrekking tot overgang door overdracht, overgang op grond van het bestuursrecht en overgang door fusie of splitsing.


Mr. S.F.J. Sluiter
Mr. S.F.J. Sluiter is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 40 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.