Zoekresultaat: 55 artikelen

x
Artikel

Duizelingwekkende en zorgwekkende ontwikkelingen in de rechtspositie van gedetineerden

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Sanctierecht, Detentie, Rechtspositie gedetineerden, Penitentiair beleid
Auteurs Prof.mr. S. (Sanne) Struijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In toenemende mate wordt in het penitentiair beleid niet alleen de doelmatigheid, maar ook de eigen verantwoordelijkheid van de gedetineerde vooropgesteld. Dit laatste geschiedt dan vanuit de neoliberale responsabiliseringsgedachte dat het gevangeniswezen zich nog slechts hoeft in te spannen om de gedetineerde zelf in staat te stellen zich op zijn terugkeer in de samenleving voor te bereiden, mits en zolang hij dat zelf tenminste wil, zich daarvoor inzet en daar ook zijn verantwoordelijkheid voor neemt. Deze bijdrage bespreekt enkele voorbeelden van de doorgevoerde en aangekondigde veranderingen in het penitentiair recht en betoogt dat deze wijzigingen al met al een forse achteruitgang van de rechtspositie van en rechtszekerheid voor gedetineerden met zich brengen.


Prof.mr. S. (Sanne) Struijk
Sanne Struijk is bijzonder hoogleraar penologie en penitentiair recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens universitair hoofddocent straf(proces)recht aan Erasmus School of Law.

Claartje van Sijl
Dr. C. van Sijl is coach voor academici bij Van Sijl Counseling & Training.
Boekbespreking

Marokkanenpaniek zoekt de nuance

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2019
Auteurs Dr. Willem Koetsenruijter
Auteursinformatie

Dr. Willem Koetsenruijter
Dr. A.W.M. Koetsenruijter is universitair docent aan de Universiteit Leiden bij de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media.
Artikel

Transmuraal herstelgericht werken

Nieuwe conceptuele landkaart naar succesvol re-integreren

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden gedetineerden, re-integratie, herstelgerichte detentie, strength-based benadering
Auteurs Bart Claes
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past twenty-five years, a lot of attention is paid to a more victim-aware and restorative justice focused policy in prisons in Belgium and The Netherlands, striving for a restorative culture and climate in the institutions (among prisoners and staff) and for more restorative practices like victim-awareness programs and mediation. The focus is primarily on the prison structure and culture, striving to create a more restorative prison culture and climate in the institutions. In this article we argue for a shift from this system-focused pursuit of ‘estorative detention’ to the restorative reintegration of prisoners at the individual level, and by this supporting their desistance from crime. We present a conceptual framework for restorative reintegration in and outside prison as a strengths-based approach, with attention to the structural and individual elements that supports their desistance from crime.


Bart Claes
Bart Claes is houder van het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool, bestuurslid van het European Forum for Restorative Justice (www.euforumrj.org) en medeoprichter van het Expertisecentrum K I N D, Ouder en Detentie (www.expertisecentrumkind.nl).
Artikel

Access_open Re-integratie van ex-justitiabelen als speerpunt voor een herstelgerichte reclasseringspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden re-integratie, herstelgericht werken, reclassering, ex-gedetineerden
Auteurs Peter Nelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the development of a restorative justice probation practice is discussed from the perspective of the restorative justice principle of the inclusive community and the contribution of probation volunteers to the reintegration of (ex-)offenders through specific restorative justice intervention strategies. It is shown that in penal policy of the past decades the penal welfare-model and the aim of reintegration of ex-offenders has been overshadowed by a more utilitarian, punitive and management logic of criminal justice. As a result, the reintegration and social inclusion of ex-offenders has become a rather neglected area and, in the current liberal-democratic state, offenders face social conditions in which it is very hard to turn their life around. In addition it is suggested that both in mainstream and in restorative justice interventions, achievement of the goal of reintegration is often problematic or absent. Moreover, this lack of opportunities for connection may undermine and reduce the effects of interventions, including those with a restorative justice approach. Probation services that use specific restorative justice intervention strategies guided by both professionals and probation volunteers might contribute to a more active, inclusive role of the community and society in the reintegration of ex-offenders.


Peter Nelissen
Peter Nelissen is criminoloog en werkzaam als onderzoeker/consultant en als docent.
Redactioneel

Herstelgericht en slachtofferbewust reclasseren

Kansrijke detentiepraktijken en dubbelzinnige beleidsuitgangspunten

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2019
Auteurs Bas van Stokkom en Annemieke Wolthuis
Auteursinformatie

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is hoofdredacteur van dit tijdschrift. Hij is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen behoren politie, burgerschap en lokale veiligheidszorg, straftheorie en herstelrecht. www.basvanstokkom.nl

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is juriste en bestuurslid van het European Forum for Restorative Justice.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Faillissementsfraude: een queeste naar remedies voor gedupeerden in België

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden faillissementsfraude, bestuursaansprakelijkheid, schuldeiserscontrole, financieringsproblematiek
Auteurs Mr. R. Verheyden
SamenvattingAuteursinformatie

    In faillissementen met een sterk maatschappelijk belang en/of waarbij er kennelijke aanwijzingen zijn van fraude moet het Openbaar Ministerie het onderzoek voeren in België. De curator heeft daarbij een ondersteunende rol, maar moet ook in andere gevallen door de rechter-commissaris gedwongen kunnen worden onderzoek te verrichten. Bij lege boedels moet de Staat de procedurekosten dragen.


Mr. R. Verheyden
Mr. R. Verheyden is doctoraatsbursaal bij het Instituut voor Handels- en Insolventierecht van de KU Leuven.
Artikel

Access_open Martha Nussbaums Anger and Forgiveness

Over vergelding en vergeving en over woede en liefde

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Vergeving, liefde, woede, vergelding, strafrecht
Auteurs Jacques Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the author discusses the book Anger and Forgiveness written by the well-known and influential American philosopher Martha Nussbaum. In the opinion of the author Anger and Forgiveness is a provocative and challenging book. In the book, Nussbaum makes a distinction between conditional and unconditional forgiveness, she relates conditional forgiveness to the logic of retribution and she disapproves retribution and, by extension, conditional forgiveness on moral grounds. Her disapproval of retribution and conditional forgiveness is related to her disapproval of (vindictive) anger, which in her opinion is intrinsic part of retribution and conditional forgiveness. According to Nussbaum, anger – transitional anger excluded – has to be replaced by unconditional love; only conduct that stems from unconditional love can be qualified as moral. Sometimes unconditional forgiveness can be seen as a form of unconditional love. Subsequently, Nussbaum applies her ideas on anger, retribution, forgiveness and love to the political domain, to which also criminal law belongs. Nussbaum pleads for a criminal law system empty of anger and retribution; in Nussbaum’s criminal law system there is only room for prevention, grace and human welfare – all stemming of unconditional love. Nussbaum’s Anger and Forgiveness offers an alternative view on concepts such as anger, retribution, forgiveness and love, concepts which are important within the context of criminal law and restorative justice. The author argues that, although the reader can certainly learn from Nussbaum’s ideas as explained in Anger and Forgiveness, the radicality of her ideas inevitably causes criticism; Nussbaum holds a very idealistic perspective that neglects the human condition. Instead of ruling out anger and retribution, the author advocates a criminal law system that is capable of canalizing anger and transforming vindictive anger into transitional anger. Furthermore, he pleads for a criminal law system that makes forgiveness possible without forcing victims to forgive. For that reason restorative justice practices need to be incorporated into the criminal law system. In sum, to a certain extent Nussbaum and Claessen share the same moral ideals, but they disagree on the path leading tot those ideals. Where Nussbaum opts for a top-down approach, Claessen opts for a bottom-up approach which respects the human condition.


Jacques Claessen
Jacques Claessen (Maastricht, 1980) is als universitair hoofddocent straf(proces)recht verbonden aan de Capaciteitsgroep Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg. In 2012 ontving hij voor zijn proefschrift de eerste Bianchi Herstelrecht Prijs.
Artikel

Zelfredzaamheid in detentie

Kritische kanttekeningen bij het systeem van promoveren en degraderen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Zelfredzaamheid, Burgerschap, Gevangenis, Autonomie
Auteurs Dr. Esther van Ginneken
SamenvattingAuteursinformatie

    In the ‘participation society’ it is expected that citizens actively contribute to solving societal problems, including health care, immigration and security issues. A somewhat similar responsibilisation culture is visible in prisons, where prisoners are held responsible for their own rehabilitation. This article problematizes the way in which prisoners’ agency is promoted in Dutch prisons, considering prisoners’ constrained agency and the normative expectations that are tied to the approach. This critique is advanced through discussion of the promotion/demotion system that has been used in Dutch prisons since 2014. This system, comparable to the Incentives and Earned Privileges system in England and Wales, espouses both ‘hard’ and ‘soft’ behavioural norms. The soft behavioural norms reflect a citizenship ideal that extends beyond compliance with the law. It is argued that these normative expectations tied to agency have a limiting effect on prisoners’ autonomy. This article argues in favour of a shift from the citizenship ideal to an autonomy ideal, which applies the principle of minimum restrictions. Furthermore, access to education, reintegration courses and contact with family should be treated as a right, rather than a privilege, in order to maximise autonomy and minimise the harmful effects of imprisonment.


Dr. Esther van Ginneken
Dr. Esther van Ginneken is universitair docent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Reactie: convocatierecht en agenderingsrecht – een rechtspolitieke wens als vader van Eikelbooms gedachten

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2017
Trefwoorden convocatierecht, agenderingsrecht, aandeelhoudersactivisme, EU-recht, stakeholdersbenadering
Auteurs Mr. dr. F.G.K. Overkleeft
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur geeft een reactie op het eveneens in dit nummer gepubliceerde artikel van Eikelboom over het convocatierecht (art. 2:110/111 BW) en het agenderingsrecht (art. 2:114a BW) van aandeelhouders in beursvennootschappen. De auteur laat zien dat Eikelboom in zijn beschouwing de verschillen in het toepasselijk juridisch kader voor deze onderscheidenlijke rechten miskent en dat Eikelboom voorts in dit verband een te brede uitleg aan artikel 6 van de Richtlijn Aandeelhoudersrechten uit 2007 geeft.


Mr. dr. F.G.K. Overkleeft
Mr. dr. F.G.K. Overkleeft is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Jacques Claessen
Jacques Claessen is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de vakgroep Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht. In 2010 verscheen zijn dissertatie Misdaad en straf. Een herbezinning op het strafrecht vanuit mystiek perspectief (Nijmegen: Wolf Legal Publisher). Zijn interessegebieden zijn sanctierecht, herstelrecht en de strafrechtelijke positie van het slachtoffer. Claessen is redacteur van de Nieuwsbrief Strafrecht en het Tijdschrift voor Herstelrecht. Voorts is hij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg. Hij is winnaar van de Bianchi Herstelrechtprijs 2012.

Janny Dierx
Janny Dierx is jurist en MfN-mediator. Zij is coördinator van de mediatorspool bij de Utrechtse pilot herstelbemiddeling in strafzaken en meewerkend voorvrouw. Zij is tevens redactielid van dit tijdschrift.

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen behoren politie, burgerschap en lokale veiligheidszorg, straftheorie en herstelrecht. www.basvanstokkom.nl

Sven Zebel
Sven Zebel is universitair docent bij de vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid aan de Universiteit van Twente.
Artikel

Gevangenissen en herstel: reflecties over nut en noodzaak van een herstelgerichte detentiepraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Retribution, desistance, behavioural change, empowerment, remoralization
Auteurs Peter Nelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the justification of restorative practices in prison is first discussed from a normative perspective. On the basis of Lippke’s retributive theory of imprisonment it is argued that modern, humane retributive sanctioning entails an obligation to provide prisoners with opportunities to engage in restorative practices. Second, restorative practices in prison are examined from the perspective of possible impacts on the empowerment of prisoners and their experience to move away from crime and do good. Finally, it is argued that in order to yield positive effects, restorative practices in prison need to be supported by a safe and healthy living environment.


Peter Nelissen
Peter Nelissen is criminoloog en werkzaam als onderzoeker/consultant en als docent.
Redactioneel

Herstelgerichte detentie: kansen en uitdagingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2017
Auteurs Jacques Claessen, Manon Elbersen, Kris Vanspauwen e.a.
Auteursinformatie

Jacques Claessen
Jacques Claessen is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de vakgroep Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht. In 2010 verscheen zijn dissertatie Misdaad en straf. Een herbezinning op het strafrecht vanuit mystiek perspectief (Nijmegen: Wolf Legal Publisher). Zijn interessegebieden zijn sanctierecht, herstelrecht en de strafrechtelijke positie van het slachtoffer. Claessen is redacteur van de Nieuwsbrief Strafrecht en het Tijdschrift voor Herstelrecht. Voorts is hij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg. Hij is winnaar van de Bianchi Herstelrechtprijs 2012.

Manon Elbersen
Manon Elbersen is beleidsmedewerker van Slachtoffer in Beeld.

Kris Vanspauwen
Kris Vanspauwen is bemiddelaar bij Moderator – Forum voor herstelrecht en bemiddeling, Vlaanderen en redactielid van dit tijdschrift.

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen behoren politie, burgerschap en lokale veiligheidszorg, straftheorie en herstelrecht. www.basvanstokkom.nl
Artikel

Doelverschuiving binnen toezichthoudende organisaties: typologie en optreden

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden doelverschuiving, toezichtdoel, verminderde/contraproductieve effecten
Auteurs Kees Huizinga en Martin De Bree
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit conceptuele artikel wordt doelverschuiving binnen toezichthoudende organisaties verkend. Onderscheid wordt gemaakt in drie types doelverschuiving, te weten doelverplaatsing, doelversmalling en doelverbreding. Indicaties voor het optreden van elk van deze types binnen toezichthoudende organisaties worden beschreven. Geconcludeerd wordt dat doelverschuiving de doeltreffendheid van toezicht ongemerkt aanzienlijk negatief kan beïnvloeden.


Kees Huizinga
Drs. K. Huizinga is buitenpromovendus Erasmus Universiteit Rotterdam en Senior adviseur Rijkswaterstaat.

Martin De Bree
Dr. Ing. M.A. de Bree MBA is post-doctorate researcher Rotterdam School of Management/ Erasmus Institute of Business/Regulation Management.

    Like many other European countries the Netherlands experienced a major influx of refugees in the fall of 2015. A majority of the population supported providing shelter to the refugees, but not without worries and anxieties about the effects of that influx, which sometimes lead to limited, local forms of social unrest. A study was started to shed more light on the worries and fears that existed in the population, on the assumptions these were based upon and on whether these worries and fears could lead to social unrest on a larger scale. The study was explorative, based on an eclectic, multi methods approach. The findings show that worries and anxieties were not limited to those who were opposed to the influx of migrants, but existed among supporters as well. The worries and anxieties were of a diverse nature, on topics like security, livability, economics, perceived (in)justice and socio-cultural aspects of life. A clear, credible answer or policy from the government was missed. When compared to the findings of earlier studies on the influx of migrants, some worries and anxieties seemed closely connected to what might be expected, in other cases a distinct ‘disconnect’ was found. These could be understood however when distorting mechanisms were taken into consideration that have been described in studies of more general security perceptions. As the worries and anxieties on the influx of refugees resonated other existing worries, anxieties and fears in society, a ‘cocktail of concerns’ was created that, given the right trigger, could have led to social unrest on a larger scale.


Marnix Eysink Smeets
Marnix Eysink Smeets is Lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en Hoofd Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid van Hogeschool Inholland.

Anoek Boot
Anoek Boot was tot april 2017 onderzoeker bij de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid van Hogeschool Inholland Rotterdam.
Artikel

Vennootschappen uit het Verenigd Koninkrijk in Nederland na de brexit: gaan zij terug naar het verdomhoekje?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, Verenigd Koninkrijk, brexit, buitenlandse rechtspersonen, incorporatiestelsel
Auteurs Mr. B. Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de gevolgen van een harde brexit voor de vrije vestiging van vennootschappen uit het Verenigd Koninkrijk in Nederland. Daarbij wordt onder meer ingegaan op de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen. Dit wordt ook beschouwd vanuit het perspectief van regulatory competition tussen landen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat en als universitair docent verbonden aan het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van Maastricht University.
Artikel

Bottom-up concernenquête door de verschaffer van vreemd vermogen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden enquêteprocedure, concernenquête, bottom-up, Landis, enquêtebevoegdheid
Auteurs Mr. T. Drenth
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie over de (bottom-up) concernenquête onderzoekt de auteur of geldend recht mogelijkheden biedt voor het entameren van een bottom-up concernenquête door enquêtebevoegde verschaffers van vreemd vermogen.


Mr. T. Drenth
Mr. T. Drenth is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 55 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.