Zoekresultaat: 42 artikelen

x
Objets trouvés

Leidt terugtred van de wetgever tot een opmars van rechterlijke rechtsvorming en afbraak van democratische waarden?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Terugtred, Rechtsvorming, Tegendemocratie, Deparlementarisering, Primaat
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Raad van State gewaarschuwd dat het primaat van de wetgever wordt uitgehold door het regeren bij akkoord, gebruik van kaderwetgeving, experimentwetgeving en private regelgeving. Dat zou leiden tot een opmars van rechtsvorming door de rechter waardoor het primaat van de wetgever nog verder wordt aangetast. In deze bijdrage wordt echter verdedigd dat herstel van het primaat van de wetgever waarschijnlijk onmogelijk is en dat een grotere nadruk op rechterlijke rechtsvorming in het licht van de democratietheorie van Rosanvallon evengoed kan worden gezien als een zegen voor de democratie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

Access_open Ambtshalve toepassing van EU-recht: ook financieel toezichtrecht?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden ambtshalve, consumentenbescherming, financieel toezichtrecht, gedragstoezicht, B2C
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag of de door het HvJ EU geformuleerde verplichting tot ambtshalve toepassing van consumentenbeschermende bepalingen ook moet gelden voor financieel toezichtrecht, voor zover de bepalingen daarvan ook ten dele de particuliere belegger beogen te beschermen.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is verbonden aan het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Kroniek Europees burgerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Europees burgerschap, EU-burgerschap, Vrij verkeer van personen, non-discriminatie, kroniek
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de belangrijkste ontwikkelingen in de Europese en nationale rechtspraak van de afgelopen jaren, met een focus op de afgelopen drie jaar, met betrekking tot het Europees burgerschap besproken.


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is universitair docent Europees recht en postdoc onderzoeker bij BEUcitizen, Universiteit Utrecht.
Artikel

De 3 uit 6-voorwaarde voor export van Nederlandse studiefinanciering door niet-actieve EU-burgers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Europees burgerschap, studiefinanciering, Export van studiefinanciering, 3 uit 6-voorwaarde
Auteurs Mr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie had al beslist dat Nederland door een woonplaatsvereiste voor te schrijven, de zogenoemde 3 uit 6-voorwaarde, voor migrerende werknemers en hun gezinsleden om Nederlandse financiering voor buiten Nederland gevolgd hoger onderwijs te kunnen verkrijgen, zijn verplichtingen krachtens artikel 45 VWEU en artikel 7 lid 2 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 betreffende het vrije verkeer van werknemers niet was nagekomen. In de hier besproken uitspraak Martens is het de vraag of deze 3 uit 6-voorwaarde ook voor economisch niet-actieve EU-burgers verboden is, vanwege strijd met de bepalingen over het Europees Burgerschap (art. 20 en 21 VWEU).
    HvJ 25 februari 2015, zaak C-359/13, B. Martens/Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,


Mr. R.H. van Ooik
Mr. R.H. (Ronald) van Ooik is als Universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De zaken S. en G. & O. en B.: Grenzeloze gezinnen en afgeleide verblijfsrechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Europees burgerschap, vrij verkeer van werknemers, de volledig interne situatie, familieleden EU-burgers, derdelanders
Auteurs Mr. dr. Hanneke van Eijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In de twee arresten, de zaak S. en G. en de zaak O. en B., die het Hof van Justitie dit voorjaar wees, worden het vrije verkeer van personen en afgeleide verblijfsrechten uitgebreid. Het Hof van Justitie oordeelt in deze zaken dat een weigering van een verblijfsrecht aan een familielid in de lidstaat van nationaliteit in strijd met het vrije verkeer van werknemers en Unieburgers kan zijn. Dat betekent dat een Unieburger, onder omstandigheden, een recht heeft op gezinshereniging in de lidstaat van zijn nationaliteit.
    HvJ EU 12 maart 2014, zaak C-457/12, S. en G./Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ECLI:EU:C:2014:136
    HvJ EU 12 maart 2014, zaak C-456/12, O. en B./Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ECLI:EU:C:2014:135


Mr. dr. Hanneke van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en postdoc onderzoeker bij BEUcitizen en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe.
Artikel

Herziening Tabaksrichtlijn

Over de nieuwe Tabaksrichtlijn en de implicaties voor de Nederlandse rechtsorde

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden interne markt, volksgezondheid, harmonisatie, Richtlijn 2014/40/EU, intellectueel eigendom
Auteurs Mr. R.A. Fröger en Mr. K. de Weers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 maart 2014 is de nieuwe Tabaksrichtlijn 2014/40/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. De nieuwe Tabaksrichtlijn brengt een ingrijpende wijziging op het gebied van de productie en distributie van tabaksproducten met zich mee. Op 20 mei 2016 moet de Richtlijn in de Nederlandse wetgeving zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage worden de belangrijkste kenmerken van de Richtlijn besproken en wordt kort ingegaan op de gevolgen voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG, Pb. EU 2014, L 127/1.


Mr. R.A. Fröger
Mr. R.A. (Robert) Fröger is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. K. de Weers
Mr. K. (Koen) de Weers is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Woonplaatsvereisten en export van studiefinanciering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden vrij verkeer unieburgers, Europees Burgerschap, Studiefinanciering (export van), Woonplaatsvereisten, 3-uit-6-eis
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Prinz en Seeberger spreekt het Hof van Justitie zich (opnieuw) uit over de vraag of een woonplaatseis als voorwaarde voor een recht op export van studiefinanciering, verenigbaar is met de verdragsbepalingen over het vrij verkeer van EU-burgers (art. 20 en 21 VWEU). De twee betrokkenen, Duitse onderdanen, wilden in Nederland respectievelijk Spanje gaan studeren met Duitse studiefinanciering. Zij voldeden echter niet aan de in het Duitse recht vastgelegde zogenoemde driejaarregel: recht op Duitse studiefinanciering voor een volledige hogeronderwijsstudie in een andere EU-lidstaat bestaat alleen indien betrokkene direct voorafgaand aan die buitenlandse studie minstens drie jaar in Duitsland heeft gewoond. Volgens Prinz en Seeberger vormt deze driejaarregel een niet te rechtvaardigen beperking van het recht van Unieburgers op vrij verkeer en verblijf. Na een korte schets van de feitelijke en juridische achtergronden van de zaak wordt het arrest van het Hof van Justitie thematisch besproken, in welke thema’s het commentaar van de auteur is verwerkt, en vervolgens wordt afgesloten met de gevolgen van het arrest voor Nederland.
    HvJ EU 18 juli 2013, gevoegde zaken C-523/11 en C-585/11, Laurence Prinz/Land Hannover respectievelijk Philipp Seeberger/Studentenwerk Heidelberg, n.n.g.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. R.H. (Ronald) van Ooik is als universitair hoofddocent verbonden aan de UvA, Leerstoelgroep Europees recht en Amsterdam Centre for European Law and Governance.
Redactioneel

Proportionaliteit als toetsingsmaatstaf

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
Auteursinformatie

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. l.f.m.verheij@law.leidenuniv.nl
Artikel

Evenredigheid in het EU-recht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, rechtsgrondslag, subsidiariteitsbeginsel, besluitvorming EU, rol nationale parlementen, toetsing HvJ EU
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de functie die het evenredigheidsbeginsel speelt als toetsingsmaatstaf voor de instellingen van de Europese Unie wanneer zij bindende regelgeving uitvaardigen. Daartoe wordt eerst de omschrijving van dit beginsel in het Europese recht onderzocht, alsmede de verhouding van het evenredigheidsbeginsel tot de nauw verwante beginselen van toedeling van bevoegdheden en subsidiariteit. Daarna gaat het om de vraag wie, tijdens het totstandkomingproces van EU-regelgeving, invloed hebben op de beslissing of EU-regelgeving ‘evenredig’ is. Vervolgens wordt uitvoerig gekeken naar de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over toetsing van Europese regelgeving aan het evenredigheidsbeginsel. Daarna kunnen conclusies worden getrokken over de van die rechtspraak uitgaande normerende werking op de besluitvormende EU-instellingen.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. dr. R.H. van Ooik is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam. r.h.vanooik@uva.nl
Artikel

Het ex-Monti II-voorstel: ‘Paard van Troje’ of zege voor sociale grondrechten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden grondrechten, vrij verkeer, stakingsrecht, proportionaliteitstoets, sociaal beleid, Monti II
Auteurs Mr. dr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Nu de poging van de EU-wetgever om met het zogenoemde Monti II-voorstel economische en sociale rechten te verzoenen voorlopig gestrand lijkt, wordt het juridisch kader voor de uitoefening van het recht op collectieve actie in grensoverschrijdende situaties in de EU nog steeds bepaald door de jurisprudentie van het Hof van Justitie, in het bijzonder door de Viking-, Laval- en Rüffert-zaken.
    Centraal in deze bijdrage staat de vraag: in hoeverre was de Monti II-verordening in staat om een bijdrage te leveren aan een beter evenwicht tussen sociale grondrechten en economische Verdragsvrijheden? En wat zijn, nu het voorstel is ingetrokken, mede in het licht van het Verdrag van Lissabon, alternatieven om tot een meer harmonische relatie tussen de botsende sociale en economische rechten te komen?
    Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de uitoefening van het recht om collectieve actie te voeren in de context van de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting van 21 maart 2012, COM(2012) 130.


Mr. dr. S.A. de Vries
Mr. dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent Europees recht en Jean Monnet-leerstoelhouder EU-internemarktrecht en grondrechten.
Artikel

Effectieve rechtsbescherming: eindeloos potentieel, ongeleid projectiel?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden effectieve rechtsbescherming, effectiviteitsbeginsel, toegang tot de rechter, procedurele autonomie, rechterlijke toetsing
Auteurs Dr. L.Y.M. Parret
SamenvattingAuteursinformatie

    Het beginsel van effectieve rechtsbescherming komt in toenemende mate voor in de rechtspraak van het Hof van Justitie en het Gerecht, dwars door alle rechtsgebieden heen. De bedoeling van deze bijdrage is om aan de hand van enkele uitspraken van de afgelopen twee jaren, de grote variëteit van procesrechtelijke onderwerpen te illustreren waar de rechtspraak uit Luxemburg een impact op heeft. Die periode valt ook samen met de tijdspanne gedurende welke het Handvest van de grondrechten juridisch bindend is. Het Handvest bevat het beginsel van effectieve rechtsbescherming zoals hierna zal blijken. De nadruk ligt op de rechtspraak die handelt over de handhaving van het EU-recht door de nationale rechter, al wordt hier en daar de vergelijking gemaakt met de rol van het Hof van Justitie en het Gerecht als bestuursrechter. In dit overzicht worden enkele vragen geformuleerd die de rechtspraak oproept. De coherentie van de rechtspraak wordt bemoeilijkt door de complexiteit van de rechtsbronnen. Het zou naar de toekomst toe goed zijn als er meer klaarheid zou komen in de relatie tussen het beginsel van effectieve rechtsbescherming en het effectiviteits- of doeltreffendsbeginsel. Als achtergrond voor de bespreking van de rechtspraak hierna, wordt eerst kort stilgestaan bij de bronnen en de twee genoemde beginselen.


Dr. L.Y.M. Parret
Dr. L.Y.M. Parret is raadslid en kamervoorzitter, Belgische Raad voor de Mededinging, en universitair docent, Tilburg University.
Artikel

Kaderwetgeving en de verstrooiing van de wetgevende macht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden kaderwetgeving, delegatie, snelheid en slagvaardigheid, primaat van de wetgever
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren heeft zowel de Raad van State als de Eerste Kamer zich herhaaldelijk met klem verzet tegen het vermeendelijk toegenomen gebruik van kaderwetgeving vanwege de inbreuk die kaderwetten al snel zouden maken op het primaat van de wetgever. Het belangrijkste bezwaar tegen kaderwetten lijkt het gevaar dat het parlement als medewetgever buiten spel wordt gezet door te kiezen voor open normen in wetgeving en veelvuldige delegatie van regelgevende bevoegdheid naar het bestuur of het overlaten van nadere normstelling aan private regelgevers. Een vaak genoemd motief voor het gebruik van kaderwetten is het streven naar meer snelheid en slagvaardigheid in het wetgevingsproces. De vraag is echter of snelheid wel het daadwerkelijke motief is achter de inzet van kaderwetgeving, aangezien de tijdwinst die ermee wordt geboekt, vaak twijfelachtig lijkt. Denkbaar is ook dat veeleer sprake is van een verstrooiing van de wetgevende macht mede als gevolg van het tanende gezag van het parlement als medewetgever. Daarnaast lijkt de invloed van Europa belangrijke gevolgen te hebben voor het gebruik van kaderwetgeving en valt op dat het fenomeen kaderwet zeker geen nieuw of louter nationaal verschijnsel is. Het gebruik van kaderwetgeving lijkt populair in tijden van crisis en komt zowel op Europees niveau (kaderrichtlijnen) als in de ons omringende landen (lois-cadres, Rahmengesetze, skeleton bills, enzovoort) regelmatig voor.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

De Europese patiëntenrichtlijn: van privileges naar rechten voor alle patiënten in Europa?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden mobiliteit patiënten, richtlijn, zorg, patiëntrechten, vrij verkeer
Auteurs Mr. dr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna drie jaar nadat de Europese Commissie haar voorstel had gepubliceerd,1x Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. is de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg onlangs door het Europees Parlement en de Raad aangenomen.2x Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45. Op zichzelf is deze periode niet eens zo verbazingwekkend, gezien de ‘gevoeligheid’ van het onderwerp. Gezondheidszorg is bovendien een terrein waarop de lidstaten primair bevoegd zijn en de Europese Unie, volgens artikel 6 VWEU en artikel 168 lid 7 VWEU, slechts een ondersteunende en coördinerende rol vervult.Maar met de arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van de Verdragsbepalingen betreffende het vrije dienstenverkeer op grensoverschrijdende zorg werd al lang vóór de totstandkoming van deze richtlijn de weg vrijgemaakt voor Europese regelgeving op dit terrein. In dit artikel staat de patiëntenrichtlijn centraal en het belang van deze richtlijn voor de ontwikkeling van patiëntenrechten in Europa.

Noten

  • 1 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.

  • 2 Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45.


Mr. dr. S.A. de Vries
Mr. dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Titel

Register NtEr 2006

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 13 2006
Trefwoorden Onderwerpen-, jurisprudentie-, besluiten- en auteursregister 2006
Auteurs Pijpers, C.T.M., Helmer, C.Y.M.

Pijpers, C.T.M., Helmer, C.Y.M.

H. de Waele
Jurispudentie en Praktijk

Supranationaal recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 04 2006
Trefwoorden Kort geding, Spoedeisend belang, Belangenafweging, Geldvordering, Curator, Vader, Zekerheidstelling, Beslaglegger, Schuldeiser, Gemeente
Auteurs M. Zilinsky

M. Zilinsky
Artikel

Delegeren is een kwestie van vertrouwen

De nieuwe EU-delegatiesystematiek onder het Verdrag van Lissabon

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden comitologie, Europese Unie, delegatie, uitvoeringsregels
Auteurs Prof. dr. W.J.M. Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel betreft de betekenis van de nieuwe delegatiesystematiek van het Verdrag van Lissabon (artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, verder: VWEU). Het is goed dat er een structuur is gekomen die het verouderde systeem van artikel 202 EG-Verdrag vervangt, ook al blijven er vragen over de verhouding tussen handelingen onder artikel 290 en 291 VWEU. Zoals de vraag wat een verstandige manier is om de lidstaten te betrekken bij de door de Commissie in delegatie vast te stellen regels (comitologie) of de vraag of de overdracht van bevoegdheid tot het vaststellen van uitvoeringshandelingen met een algemene strekking ook een handeling is die door artikel 290 VWEU wordt bestreken. Het zijn lastige vragen maar ook institutioneel betwiste vraagstukken. Er loert daarmee een groter gevaar op de achtergrond: de verschillen van inzicht tussen het Europees Parlement, de Commissie en de Raad over de wijze waarop controle moet worden uitgeoefend over het vaststellen van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen. Het dreigt een onder-boven-spel te worden tussen de Raad en het Europees Parlement, waartussen de Commissie (weer eens) vermalen zou kunnen worden. Zeker als de Raad de comitologiereflex niet weet te onderdrukken en het Europees Parlement in alle gedane voorstellen het comitologiespook meent te herkennen, kan dat verlammend gaan werken op de effectiviteit en slagvaardigheid bij het vaststellen van gedelegeerde regels. Misschien is ook hier, net als in andere EU-beleidsdomeinen, eerst een goede crisis nodig voordat we weer verder kunnen komen.


Prof. dr. W.J.M. Voermans
Prof. dr. W.J.M. Voermans is hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en rector van de Europese academie voor Recht en Wetgeving. w.j.m.voermans@law.leidenuniv.nl
Jurisprudentie

Zijn er nog grenzen aan gelijkheid? – De spanning tussen gelijke behandeling van Unieburgers versus de bevoegdheidsverdeling tussen Unie en lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Europees burgerschap, Unieburgerschap, Onderwijs, non-discriminatie op grond van nationaliteit
Auteurs Mr. H. Van Eijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Gelijke behandeling en Unieburgerschap gaan hand in hand. Dat betekent onder andere dat de toegang tot onderwijs aan Unieburgers op gelijke basis moet worden verleend, ook als de onderwijssystemen zelf ongelijk zijn. Voor studenten die zijn uitgeloot voor opleidingen in hun eigen lidstaat biedt dit mogelijkheden; voor de Unieburger die in zijn eigen lidstaat wil blijven studeren en de lidstaten zelf levert dit een minder positief beeld op. Hoe verhoudt de gelijke behandeling van Unieburgers zich tot de bevoegdheid van lidstaten om onderwijssystemen vorm te geven? Is het tijd om de bakens te verzetten?


Mr. H. Van Eijken
Mr. H. van Eijken is promovenda bij het Europa Instituut (Universiteit Utrecht).
Artikel

Ambtshalve toepassing van gemeenschapsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2006
Trefwoorden Europees recht, openbare orde, lidstaat, hof van justitie EG, rechtstreekse werking, burgerlijk recht, voorwaarde, algemene voorwaarden, ambtshalve toetsing, beding
Auteurs H.B. Krans

H.B. Krans
Artikel

Uitleg van gemeenschapsrecht

HvJ EG 10 maart 2005, C-336/03 (Easycar)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2005
Trefwoorden hof van justitie EG, consument, uitleg, Europees recht, overeenkomst, overeenkomst op afstand, auto, leverancier, rechtspraak, vermogensrecht
Auteurs H.B. Krans

H.B. Krans
Toont 1 - 20 van 42 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.