Zoekresultaat: 48 artikelen

x
Artikel

De rol van intermediairs in het Nederlandse prostitutiebeleid

Top-down toepassen of bottom-up aanpassen van regels?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden regulatory intermediaries, Social Working theory, Regulatory Intermediary Target model, prostitution policy
Auteurs Nicolle Zeegers
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to the more current Regulator Intermediary Target (RIT) model, Griffiths’ Social Working (SW) theory points to the relevance of intermediaries for explaining rule following behavior. In this article, the author applies both theories (RIT and SW) concerning the role of intermediaries in rule following to explain developments in Dutch prostitution policy: the non-implementation of the emancipatory, sex workers’ rights based approach, and its replacement by a more repressive policy of closing down sex facilities. The analysis shows that although both theories contain useful starting point for explaining these developments, the SW theory’s special value is its acknowledgement of how regulatory intermediaries operate in a social field with existing social rules and a specific balance of power. Such rules and power relations have put barriers to the implementation of the Dutch prostitution policy as formulated in 1999. As illustrated in the article, the SW- theory offers more tools than the RIT- model for an analysis of how legal rules work in practice.


Nicolle Zeegers
Nicolle Zeegers is universitair docent politicologie bij de vakgroep Transboundary Legal Studies (TLS), Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. In haar onderzoek richt zij zich op vraagstukken over invloed en macht in de totstandkoming en werking van wetgeving. In augustus 1998 werd zij lid van de vakgroep Rechtstheorie waarvan John Griffiths de voorzitter was. Zij heeft verschillende malen over de sociale-werkingstheorie gepubliceerd (zie Weyers & Stamhuis 2003 en Zeegers, Witteveen & Van Klink 2005).
Artikel

Een inkijk in het leiderschap van Cannabis Social Clubs in België: criminelen, activisten, modelburgers?

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Cannabis, Cannabis Social Club, Leadership, Cannabis movement, Stigma
Auteurs Dr. Mafalda Pardal
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, Cannabis Social Clubs (CSCs) are understood as being social movement organizations advocating for the legalization of a closed, cooperative and non-profit model for cannabis supply among adult users. Drawing on qualitative data collected in Belgium, this paper analyses how one becomes a leader of a CSC as well as the functional role assumed by those individuals. It further unveils how Belgian CSC leaders’ engagement in those organizations and in the wider cannabis movement is perceived. We identify and discuss the techniques employed by those key activists to manage cannabis-related stigma drawing on a framework developed by Lindblom and Jacobsson’s (2014). While CSCs might contribute to normalizing cannabis use and supply, our analysis suggests that CSC leaders face some degree of stigmatization, shifting between conformist and confrontational techniques to manage the perceived cannabis-related stigma. Building on the case of Belgian CSC leaders, this paper makes a contribution to the understanding of an under-researched movement, and the role of the leaders within it, expanding also the application of Lindblom and Jacobsson’s (2014) framework to a novel area of activism.


Dr. Mafalda Pardal
Mafalda Pardal Postdoctorale onderzoeker BOF, Universiteit Gent mafalda.pardal@ugent.be
Artikel

Access_open Met recht een zorg

Lokale sociale professionals als poortwachters van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Sociaal domein, Wmo 2015, wijkteams, Juridische kennis, besluitvorming
Auteurs D. Claessen MSc, Mr. dr. Q.A.M. Eijkman en Dr. M. Lamkaddem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van één casestudy van een wijkteam in Amersfoort gaat dit artikel in op de mate van juridische kennis van lokale sociale professionals over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Ook komen knelpunten aanbod, die zij ervaren in de uitvoering van de juridische procedure. Als hulpverlener dienen ze de belangen van hun cliënt te behartigen. Tegelijkertijd bepalen ze als poortwachter, onder mandaat van de gemeente, wie in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening op basis van de Wmo 2015. Deze dubbele pet heeft onbedoelde consequenties voor geschillenbeslechting. Professionalisering is nodig om de kwaliteit van besluitvorming door sociale professionals te verbeteren en de rechtspositie van mensen met een beperking sterker te waarborgen.


D. Claessen MSc
D. (Dorien) Claessens is docent/onderzoeker bij het lectoraat Toegang tot het Recht van de Hogeschool Utrecht.

Mr. dr. Q.A.M. Eijkman
Mr. dr. Q.A.M. (Quirine) Eijkman is lector Toegang tot het Recht en Ondervoorzitter van het College voor de Rechten van de Mens (haar bijdrage is op persoonlijke titel geschreven).

Dr. M. Lamkaddem
Dr. M. (Majda) Lamkaddem is docent/senior onderzoeker bij het lectoraat Toegang tot het Recht van de Hogeschool Utrecht.
Artikel

De empathische Belastingdienst

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2018
Trefwoorden vertrouwen, adequate klantinteractie, redzaamheid, inclusiviteit
Auteurs Drs. E.M. Nijenhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Om regels na te kunnen leven hebben mensen het nodig vertrouwen te stellen in de overheid: de wetgever en de uitvoeringsinstantie. Basis voor het zich houden aan afspraken is wederzijds vertrouwen. Empathie voedt dit vertrouwen. Zonder begrip voor situaties en emoties die ontstaan bij het (niet-)nakomen van regels of het verkrijgen van rechten keldert het vertrouwen en daarmee de grond voor vrijwillige naleving. Een empathische Belastingdienst leert van belastingplichtigen wat ze nodig hebben bij het zakendoen met de Belastingdienst én trekt zich daar wat van aan. Zo hoopt de Belastingdienst de fiscale redzaamheid te versterken. Uit onderzoek blijkt hoe door die kennis processen verbeteren, waardoor mensen met meer zekerheid hun aangifte doen en toeslagen aanvragen. Ook blijkt wat er lastig is aan het toepassen van die kennis en waar grenzen aan het empathisch vermogen zitten vaak door wet- en regelgeving.


Drs. E.M. Nijenhuis
Drs. E.M. (Edith) Nijenhuis is psycholoog en statisticus en als senior onderzoeker werkzaam bij de afdeling Onderzoek van de Belastingdienst. Zij houdt zich voornamelijk bezig met fiscale redzaamheid. Ze onderzoekt verschillen tussen zelfredzamen, hulpvragend redzamen en onredzamen en hoe de Belastingdienst adequaat op bestaande behoeften en mogelijkheden kan aansluiten. Ze is betrokken bij divers onderzoek onder belastingplichtigen naar meningen over, ervaringen met en motieven bij hun interactie met de Belastingdienst.

    Nederlandse kinderen lijken minder te weten over kinder- en mensenrechten dan andere kinderen in Europa. Om die reden zien beleidsmakers, wetenschappers en maatschappelijke organisaties een noodzaak om formele educatie op deze onderwerpen te introduceren in alle onderwijsniveaus. Wat denken middelbare leerlingen zelf hier echter over? Dit artikel onderzoekt het rechtsbewustzijn van kinderen in drie Nederlandse middelbare scholen ten aanzien van hun specifieke rechten als kinderen. Het wordt duidelijk dat kinderen ideeën en meningen hebben over hun rechten en daarmee een rechtsbewustzijn hebben, ook als zij geen rechtenjargon gebruiken. Hun rechtsbewustzijn bestaat uit moraliteit, wat verklaart dat zij bepaalde rechten zelf bedenken: sommige thema’s vinden zij zo belangrijk dat zij voelen dat ze deel uitmaken van hun fundamentele rechten als kinderen. Het integreren van mensenrechteneducatie in het schoolcurriculum zou een nodige, maar is een onvoldoende oplossing voor het ‘probleem’ dat voor ons ligt. Het is namelijk niet bewezen of meer kennis op deze onderwerpen ook leidt tot verandering van gedrag. De kinderen maakten namelijk ook bewuste keuzes om níet hun rechten in te roepen, maar om hun problemen anderszins op te lossen. Dit moet worden meegenomen om interventies effectief te laten zijn, zodat niet het tegenovergestelde van wat gewenst is, wordt bereikt. En effectieve interventies dienen daarnaast aan te sluiten bij het dagelijks leven van de kinderen. Volgens de leerlingen zijn kinderrechten vooral ook iets dat we moeten doen en oefenen.
    Dutch children seem to be less informed about children’s and human rights than their peers in other European states. Therefore, policy makers, academics and CSOs recognise a need to introduce formal education on these matters in all levels of schooling. But what do secondary school children themselves think about this? This article explores the legal consciousness of children in three Dutch schools on their specific rights as children. It has been evidenced that children have ideas and opinions about their rights and therefore have a legal consciousness, though without using the language of the law. Their legal consciousness consists of morality, which explains their ‘invention’ of certain rights: some themes are of such importance that they feel these are part of their fundamental rights as children. Integrating human rights education into the school curriculum may be a necessary, but is an insufficient solution to the ‘problem’ at hand. It has not been evidenced whether more knowledge changes their behavior. The children made informed decisions to not invoke their rights, and to solve their problems differently. Effective interventions need to take this into account in order to relate to their everyday lives and avoid having the opposite effect of what is intended. According to the students, children’s rights are mostly something to be done or practiced.


Carrie van der Kroon LL.M.
Carrie van der Kroon works as a programme officer on girls’ rights in the Global South at Defence for Children International – ECPAT the Netherlands. She obtained her masters in Legal Research (Cum Laude) at Utrecht University in the Netherlands, specialising in international children’s rights from a socio-legal perspective.
Artikel

Uitgebalanceerd compromis voor personenvennootschappen: drie maal is scheepsrecht?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden personenvennootschap, VOF, CV, maatschap, wetsvoorstel
Auteurs Mr. M. Alzafari en Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    In september 2016 is het rapport Modernisering personenvennootschappen van de Werkgroep Personenvennootschappen aangeboden aan de minister van Veiligheid en Justitie. Hierin is een nieuwe wettelijke regeling voor personenvennootschappen opgenomen. In dit artikel bespreken de auteurs de belangrijkste thema’s van het wetsvoorstel en geven zij een reactie op opvallende wijzigingen. De minister heeft aangegeven dat hij het rapport zal meenemen in zijn plannen tot vernieuwing van het ondernemingsrecht. Het zal dan ook naar alle waarschijnlijkheid leiden tot indiening van een wetsvoorstel.


Mr. M. Alzafari
Mr. M. Alzafari is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Social theory and the significance of free will in our system of criminal justice

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden free will, determinism, communicative action, legitimacy, social theory
Auteurs Dr. Rob Schwitters
SamenvattingAuteursinformatie

    Free will is a key assumption of our system of criminal justice. However, the assumption of a free will is questioned by the rapidly growing empirical findings of the neuro and the brain sciences. These indicate that human behavior is driven by subconscious forces beyond the free will. In this text I aim to indicate how social theory might contribute to this debate. This text is an attempt to demonstrate that social theory does not automatically side with the deterministic attacks on free will. The denial of the free will is to a great extent based on a flawed interpretation of free will, in which it is seen as a capacity of separate individuals. I will suggest that it is the sociological realization that free will is embedded in intersubjective relations that helps to clarify which value is at stake when we deny free will. Free will presumes social practices and social relations that facilitate moral and political discourse. As long as we see human actors as capable to evaluate these practices and contexts in moral and political terms, we cannot deny them a free will. My argumentation will build on the theories of Peter Strawson, Anthony Giddens and Jürgen Habermas.


Dr. Rob Schwitters
Rob Schwitters is Associate Professor of Sociology of Law and connected to the Paul Scholten Centre at the University of Amsterdam. He publishes on tort law, responsibility and liability, the welfare state and compliance.
Casus

Macht aus dem Rechtsstaat keinen Gurkensalat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden rechtsstaat, rechtsstatelijkheid, empirische data, bronnenonderzoek, rechtswetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel en Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op het artikel ‘De rechtsstaat: van sluitpost naar “Leitmotiv”’ van Zouridis, Wierenga en Niemeijer in het Nederlands Juristenblad, waarin kritiek wordt geleverd op het eerste hoofdstuk van het jaarverslag van de Raad van State. De Raad waarschuwt daarin voor het zien van rechtsstatelijke overwegingen in de politiek als een soort van sluitpost. Zouridis, Wierenga en Niemeijer vragen zich af op basis van welke empirische feiten de conclusies van de Raad van State zijn gebaseerd en of deze wel de juiste oorzaken voor het afkalven van de rechtsstaat in het vizier heeft. De auteurs van deze reactie vragen zich op hun beurt echter af of het betoog in dat artikel op zijn beurt wel op voldoende empirische onderbouwing steunt. Het gaat de auteurs daarbij met name om de onderbouwing van de stelling dat bestuur en wetgever ‘regelverslaafd’ zijn, de vraag wat het aantal wettelijke regels zegt over het rechtsstatelijke gehalte van de samenleving en welke rol overheidsjuristen vervullen bij het bewaken van rechtsstatelijke normen. Aan het slot van de bijdrage gaan de auteurs in op de vraag of er niet sprake is van een bredere trend, die twijfels oproept over de wijze waarop binnen het rechtswetenschappelijk onderzoek met empirische data en bronnenonderzoek wordt omgegaan.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Cannabis Social Clubs through the lens of the drug user movement

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Cannabis Social Clubs, supply, cannabis policy, self-organization, drug user movement
Auteurs Mafalda Pardal MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Cannabis Social Clubs (CSCs) are a model of non-profit production and distribution of cannabis among a closed circuit of adult cannabis users. The CSC model can thus be seen as a middle-ground option between prohibition and full (legal) commercialization. Initially founded in Spain during the 1990s, this form of collectives has emerged elsewhere in Europe (notably in Belgium), mainly as a result of grassroots initiatives and self-regulation. Uruguay remains the only jurisdiction to have legalized and regulated the CSC model. This paper discusses the goals and practices of CSCs against the backdrop of the drug user movement. Our goal is to draw a comparison to other drug users’ organizations and to identify knowledge gaps to be addressed in future research into CSCs. In this analysis, we rely on a review of the relevant literature in this field and on preliminary findings from an ongoing study examining CSCs in Belgium. A preoccupation with reducing the harms associated with drug use seems to be an underlying guiding principle for CSCs and other drug users’ organizations, but further research into CSCs’ practices is needed to understand whether and how those are implemented. We found other common points between the broader drug user movement and the efforts of CSCs, both in terms of potential pitfalls and areas for positive impact. We suggest that the model warrants additional attention from both the research and policy-making community.


Mafalda Pardal MSc
Mafalda Pardal, MSc, is onderzoekster en doctoraatskandidate aan het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek, Universiteit Gent, België). Momenteel werkt zij aan een driejarig onderzoeksproject rond de cannabis social clubs in België. Daarvoor werkte zij als analiste bij RAND Europe, waar ze onderzoek deed rond drugsbeleid, migratie en strafrechtelijk beleid.
Artikel

Een algemene bepaling of preambule voor de Nederlandse Grondwet – gerommel in de marge?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Grondwet, preambule, algemene bepaling
Auteurs Mirjam von Meijenfeldt en Roos Molendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De regering heeft voorgesteld een algemene bepaling aan de Grondwet toe te voegen waarin staat dat de Grondwet de kernwaarden democratie, rechtsstaat en grondrechten waarborgt. In reactie op het door Adams en Leenknegt geschreven artikel wordt betoogd dat zowel een algemene bepaling als een preambule bij de huidige constitutionele stand van zaken slechts gerommel in de marge is. Het voorstel gaat voorbij aan waar het daadwerkelijk om gaat: een fundamentele herbezinning op de Grondwet en diens plaats in de samenleving.


Mirjam von Meijenfeldt
Mirjam von Meijenfeldt volgt de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.

Roos Molendijk
Roos Molendijk volgt de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.

Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is fellow aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lid van de redactie van TMD.

Dr. G.C.C. Lewin
Jurisprudentie

Ontvankelijkheid klagers advocatentuchtrecht

Annotatie bij Raad van Appel 10 maart 2015, zaaknr. 1/2015, 2/2015 en 3/2015

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. mr. F.A.W. Bannier
Auteursinformatie

Prof. mr. F.A.W. Bannier
Prof. mr. F.A.W. Bannier is oud-advocaat, oud-deken van de Amsterdamse Orde en emeritus hoogleraar Advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam.
Discussie

Law is again

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden legal anthropology, legal pluralism, anthropology of law
Auteurs Barbara Oomen
Auteursinformatie

Barbara Oomen
Barbara Oomen holds a chair in the Sociology of Human Rights at Utrecht University and is the Dean of University College Roosevelt, one of the first Liberal Arts and Sciences Colleges in the Netherlands. She previously held an endowed chair in Legal Pluralism at the University of Amsterdam. Her most recent book is Rights for Others: the slow home-coming of human rights in the Netherlands (Cambridge: Cambridge University Press, 2014).

Tobias Arnoldussen
Artikel

Buitencontractuele opzegging duurovereenkomst voor bepaalde tijd

Knelt het keurslijf van Mondia/Calanda?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2014
Trefwoorden opzegging duurovereenkomst, Mondia/Calanda, Auping/Beverslaap, onvoorziene omstandigheden, verschillen bepaalde tijd onbepaalde tijd
Auteurs Mr. M. Raas en Mr. J.E. Polet
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken een recente beschikking van het Hof Arnhem-Leeuwarden over een buitencontractuele opzegging van een duurovereenkomst voor bepaalde tijd. Ze vergelijken de sterk verschillende opzeggingsregimes die gelden voor duurovereenkomsten voor bepaalde tijd en onbepaalde tijd en gaan in op de vraag of het regime voor bepaalde tijd nog houdbaar is.


Mr. M. Raas
Mr. M. Raas is advocaat-medewerker binnen de procespraktijk van Simmons & Simmons LLP in Amsterdam.

Mr. J.E. Polet
Mr. J.E. Polet is partner binnen de procespratktijk van Simmons & Simmons LLP in Amsterdam.

Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen legt zich na zijn pensionering als ambtenaar van het ministerie van Justitie toe op de bestudering van de verhouding tussen overheden en levensovertuigingen in de negentiende en twintigste eeuw. Hij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.

    Wordt een door de pandhouder en pandgever overeengekomen alternatieve wijze van verkoop in de zin van art. 3:251 lid 2 BW beheerst door de strenge regels van verrekening in (het zicht van) een faillissement? In navolging op zijn eerdere arrest ING/Hielkema q.q. oordeelt de Hoge Raad van niet en verbreedt en verduidelijkt genoemd kader. Een beschouwing van het belang van recht van executie bij een overeengekomen afwijkende wijze van verkoop tussen pandgever en pandhouder.


Mr. A.W.N. Oomen
Mr. A.W.N. Oomen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Mentorschap: onbekend maakt onbemand

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2013
Trefwoorden mentorschap, beschermingsmaatregel, mentor, niet-vermogensrechtelijke belangen
Auteurs Mr. Noris van Lis-Donata en Dr. Earney Francis Lasten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft het resultaat weer van een evaluatieonderzoek naar de toepassing van de Wet mentorschap in Aruba. Deze wet biedt bescherming aan meerderjarigen die tijdelijk of duurzaam niet in staat zijn hun niet-vermogenrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. In een onderzoek gaf het merendeel van de respondenten aan geen of weinig kennis te hebben van de Wet mentorschap. Advocaten en de civiele rechter hebben de Wet mentorschap niet toegepast in de eerste tien bestaansjaren van deze wet. Toch onderkennen alle geïnterviewde vertegenwoordigers van hulpverlenende organisaties dat er behoefte is aan mentorschap in de thuiszorg van bejaarden en andere meerderjarige hulpbehoevenden met lichamelijke of geestelijke beperkingen. Mentorschap wordt ook beschouwd als een alternatieve beschermingsmaatregel voor drugsverslaafden. De onbekendheid met het mentorschap werkt belemmerend op de toepassing van de Wet mentorschap. Nadere regels betreffende de taken en bevoegdheden van de mentor, onder supervisie van een coördinatiecentrum, zullen de benoemingen van mentoren gunstig beïnvloeden.


Mr. Noris van Lis-Donata
Mr. Noris van Lis-Donata is onderzoeker aan de Universiteit van Aruba.

Dr. Earney Francis Lasten
Dr. Earney F. Lasten was tot in 2012 docent/onderzoeker aan de Universiteit van Aruba; hij is momenteel verbonden aan de Universiteit EAN van Bogota, Colombia.
Toont 1 - 20 van 48 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.