Zoekresultaat: 95 artikelen

x
Discussie

Fear of drowning by numbers?

Omzetberekeningen van synthetische-drugsproductie in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Drug trafficking, Organized Crime, Turnover Estimates
Auteurs Judith van Valkenhoef en Pieter Tops
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2018 we published a report on the production of synthetic drugs in the Netherlands. We calculated the turnover of synthetic drugs produced in the Netherlands in 2017; we estimated it to be at least 18.9 billion euro (worldwide, street prices). In this article, we will discuss how these calculations were executed and on which assumptions they were based. We describe the responses to these calculations, nationally and internationally. Finally, we describe problems we encountered when performing a repetition of the calculations for the year 2018. Our central message is: drug turnover calculations can be an important addition to scientific and political discussions about illicit drugs, provided they are presented in a transparent way and acknowledging the inherent limitations of these calculations.


Judith van Valkenhoef
J.M. van Valkenhoef MSc is wetenschappelijk onderzoeker aan de Politieacademie.

Pieter Tops
Prof. dr. P.W. Tops is bijzonder hoogleraar ondermijningsstudies aan de Universiteit Leiden, bijzonder hoogleraar Data Science en ondermijning bij JADS in Den Bosch en lector aan de Politieacademie.
Redactioneel

Drugscriminaliteit in de Lage Landen

De omvang(schatting) van de drugseconomie en de verwevenheid van de drugsindustrie met de wettige wereld in Nederland en België

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Drug trafficking, Drug production, Subversive crime, Drug economy, Narco state
Auteurs Robby Roks, Edward Kleemans en Arjan Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    As drug producing countries and logistical hubs, the Netherlands and Belgium are topping the worldwide charts in the field of international drug trafficking. For this reason, the Netherlands – and to a lesser extent Belgium – is depicted as a ‘narco state’ in the media and the political arena. Another term that is frequently used when it comes to crime problems related to drugs is ‘subversive crime’. In this introduction of the special issue on drug crime, the authors elaborate on two themes that are central to the terms ‘narco state’ and ‘subversive crime’: the size and estimates of the drug economy and the embeddedness of the drug industry in the legal world in the Netherlands and Belgium.


Robby Roks
Dr. R.A. Roks is universitair docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Edward Kleemans
Prof. dr. E.R. Kleemans is hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Het grensgebied als waterbed voor drugscriminaliteit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden displacement, cross-border crime, organized drug crime, policy effectiveness, balloon effect
Auteurs Rik Ceulen, Stephan Van Nimwegen en Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper concerns the question whether in the period 2011-2017 displacement effects occurred from the Netherlands to Belgium in the context of synthetic drugs production, cannabis cultivation, and retail of illicit drugs, and if so, how these may be explained. We conclude that displacement took place in modi operandi of retail drug dealers. This is explained foremost by the policy of banning non-residents from Dutch coffeeshops in border region municipalities. Dealers and traffickers responded by switching to local distribution in Belgium as well as deliveries by drug couriers. The synthetic drugs and cannabis cultivation markets show minor changes in modi operandi, but no changes occurred in choosing production locations. Displacement effects in the context of organized drug crime must be explained from a range of factors. Reality is therefore more complex than assuming that government interventions are the main cause of a balloon effect.


Rik Ceulen
R. Ceulen MSc. is criminoloog bij de gemeente Tilburg.

Stephan Van Nimwegen
S.J.M. Van Nimwegen MCI is operationeel specialist/onderzoeker bij de Nationale Politie.

Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie bij de Tilburg University.
Artikel

Financiën: een risicofactor voor delictgedrag?

Een onderzoek naar de complexiteit van financiële problematiek onder reclasseringscliënten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2020
Trefwoorden financiële problematiek financial problems, Schulden Debts, Delinquentie Delinquency, Reclassering Probation
Auteurs Gercoline van Beek MA, Dr. Vivienne de Vogel en Prof. dr. Dike van de Mheen
SamenvattingAuteursinformatie

    The relationship between debts and delinquency is still unclear and knowledge about the prevalence and scope of debts among delinquents, which is needed to systematically explore this relationship, is lacking. The present study contains a systematic and scoping literature review on this relationship and analyzed data from risk assessment and client files (N = 250) from the Dutch probation service. Results show that debt and crime are strongly related and that debts among probation clients are highly prevalent and complex and underline the importance of inquiring more knowledge about debts as a potential risk factor for relapse during supervision.


Gercoline van Beek MA
Gercoline van Beek MA is onderzoeker en docent aan de Hogeschool Utrecht. Zij doet momenteel promotieonderzoek naar financiële problematiek onder reclasseringscliënten.

Dr. Vivienne de Vogel
Dr. Vivienne de Vogel is lector Werken in justitieel kader aan de Hogeschool Utrecht en onderzoeker bij De Forensische Zorgspecialisten in Utrecht.

Prof. dr. Dike van de Mheen
Prof. dr. Dike van de Mheen is hoogleraar Transformaties in de zorg bij Tranzo, het wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Access_open Jeugdhulpverlening ‘met zachte drang’: duidelijkheid vereist

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden drangkader, jeugdhulpverlening, vrijwillig, jeugdbescherming
Auteurs Mr. D.S. Verkroost
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen de jeugdhulpverlening is een kader ontstaan waarbinnen gezinnen bewogen worden om ‘vrijwillig’ mee te werken aan de hulpverlening. Dit ‘drangkader’ is niet wettelijk geregeld, met onduidelijkheden over de rechten, plichten en verantwoordelijkheden van betrokkenen tot gevolg. Dit artikel geeft de huidige stand van zaken weer.


Mr. D.S. Verkroost
Mr. D.S. Verkroost is als onderzoeker en docent verbonden aan de afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden. Zij werkt aan een proefschrift waarin de positie van het recht in de Nederlandse jeugdhulpverlening wordt bezien vanuit een rechtshistorisch perspectief, een internationaal kinder- en mensenrechtenperspectief en een uitvoeringsperspectief.
Boekbespreking

Speaking truth to power?

Hoe regering en parlement wetenschappelijke kennis gebruiken

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2017
Auteurs Dr. Marianne van Ooyen-Houben
Auteursinformatie

Dr. Marianne van Ooyen-Houben
Dr. M.M.J. van Ooyen-Houben is wetenschappelijk medewerker bij het WODC, afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen, van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

De verschuiving van illegale drugsmarkten van Nederland naar België

Perceptie of realiteit?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2017
Trefwoorden drug policy, drug markets, Displacement, the Netherlands, Belgium
Auteurs Dr. F. De Middeleer en Dr. B. De Ruyver
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent figures indicate that certain drug markets, or at least parts of it, shift from the Netherlands to Belgium. However, it is still unclear whether it is a displacement of some parts of the illicit drug markets or whether it should be seen as a diversification of certain parts of some illicit drug markets in terms of spreading of risks and taking profit of new opportunities. In this respect, this article contributes to an ongoing research (DISMARK) by providing an overview of drug policy measures most recently taken by the Netherlands, from a Belgian point of view, and by trying to link these developments to drug-related trends in Belgium. It is clear that both countries will have to invest in a common approach of their common drug problems. However, it is not yet possible to draw any profound conclusions on the actual displacement of illicit drug markets.


Dr. F. De Middeleer
Freja De Middeleer MSc. is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) van de Universiteit Gent.

Dr. B. De Ruyver
Dr. Brice De Ruyver is als hoogleraar Strafrecht verbonden aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) aldaar.
Artikel

Drugsafval in Brabant

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2017
Trefwoorden synthetic drug waste, synthetic drugs, organized crime, environmental crime, criminal networks
Auteurs Drs. Y.M.M. Schoenmakers en S.L. Mehlbaum MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Synthetic drug waste dumpings are a growing concern in the Netherlands, particularly in the southern region. During the production process of ecstasy (MDMA) and speed (amphetamine), large quantities of chemical residue are released, that the illegal manufacturers need to get rid of. According to police statistics the chemical waste is mostly dumped in barrels in rural areas, and recovered as such by authorities. However, an unknown quantity of synthetic drug waste is also directly being discharged into sewer, soil or natural surface waters. The phenomenon embodies environmental crime as well as organized crime. From the viewpoint of environmental crime, both ecological and social harm are evident. The article also illustrates the operations of serious organized crime groups behind the scenes.


Drs. Y.M.M. Schoenmakers
Drs. Yvette Schoenmakers is werkzaam als zelfstandig onderzoeker en adviseur (www.yvetteschoenmakers.nl).

S.L. Mehlbaum MSc
Shanna Mehlbaum MSc is als onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht en daarnaast werkzaam als zelfstandig onderzoeker.
Redactioneel

Experimenten in de criminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Auteurs Prof. dr. Christianne de Poot, Dr. Jan-Willem van Prooijen en Prof. dr. Jan de Keijser
Auteursinformatie

Prof. dr. Christianne de Poot
Prof. dr. C.J. de Poot is hoogleraar criminalistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie en senior onderzoeker bij het WODC.

Dr. Jan-Willem van Prooijen
Dr. J.W. van Prooijen is als Universitair Hoofddocent verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, sectie Sociale & Organisatiepsychologie, en is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Jan de Keijser
Prof. dr. J.W. de Keijser is hoogleraar aan de afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Het besloten club- en het ingezetenencriterium voor coffeeshops

Een natuurlijk experiment

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden natural experiment, realist evaluation, policy evaluation, causality
Auteurs Dr. Marianne van Ooyen-Houben, Drs. Bert Bieleman, Prof. dr. Dirk Korf e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The retail sale of cannabis in coffee shops is tolerated in the Netherlands, provided that certain criteria are met. Two criteria were added in 2012: the private club and the residence criterion. The plan was to implement them first in the southern provinces and later in the other provinces. This created an opportunity for a natural experiment. In an experimental group of seven municipalities in the south and a matched comparison group of municipalities in the other part of the country pre- and post-measurements were conducted. The size of the drug tourism, the number of visits to coffee shops, the illegal cannabis consumer market and the nuisance experienced in the direct vicinity of coffee shops was assessed. Robust changes occurred in the experimental group after implementation of the new criteria. Initial differences between the groups and variation in local implementation caused doubts about drawing causal conclusions. This article analyzes whether such conclusions can be drawn. We conclude that due to the broad design of the research it appears that the observed changes can be attributed to the new criteria despite the methodological shortcomings in the study.


Dr. Marianne van Ooyen-Houben
Dr. M.M.J. van Ooyen-Houben is wetenschappelijk medewerker bij het WODC, afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen, van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Drs. Bert Bieleman
Drs. B. Bieleman is directeur van Bureau Intraval, gevestigd in Groningen en Rotterdam.

Prof. dr. Dirk Korf
Prof. dr. D.J. Korf is hoogleraar criminologie aan het Bonger Instituut voor Criminologie van de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. Kristof De Witte
Prof. dr. K. De Witte is bijzonder hoogleraar aan Maastricht University, Top Institute for Evidence Based Education Research, en universitair hoofddocent aan de Faculty of Business and Economics van de Katholieke Universiteit Leuven.
Artikel

Verdampende jeugdcriminaliteit

Verklaringen van de internationale daling

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden youth crime, crime decline, technology, crime prevention, police registration
Auteurs Drs. A.C. Berghuis en J. de Waard
SamenvattingAuteursinformatie

    Registered youth crime figures in the Netherlands show a spectacular downward trend from 2007 (minus 60%). In this article the authors show that this trend can be observed in a lot of other countries. They argue that a number of international developments has created a climate favorable for juvenile crime reduction: more (situational) crime prevention, less use of alcohol, more commitment to schooling, more satisfaction with living conditions, and changing activity patterns during leisure time. For the Netherlands this coincides with a diminished willingness of the Dutch police to follow up on suspicions that a youngster has committed a minor offense. The authors discuss the worldwide dissemination of smartphones and online games that started in 2006/2007, as well as the subsequent changes in the use of free time, which might have contributed to juvenile crime reduction.


Drs. A.C. Berghuis
Drs. Bert Berghuis was voorheen raadadviseur op het terrein van rechtshandhaving bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

J. de Waard
Jaap de Waard is als senior beleidsmedewerker verbonden aan het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Trends in de overrepresentatie van jongens en jongemannen met een Marokkaanse achtergrond in de verdachtenstatistiek

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden crime trend, recorded crime, Moroccans, the Netherlands, cultural dissonance
Auteurs Dr. R. Jennissen
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to the total youth crime, the share of Moroccan boys and men who are suspected of committing a crime is decreasing. The percentage of suspects among male Moroccan teens and early twenties declined with as much as 35% in the period from 2005 to 2015. However, the share of 12- to 24-year-old males with a Dutch background who were suspected of committing a crime, declined even more sharply. Therefore, the overrepresentation of Moroccans increased. The increased amount of cultural dissonance among Moroccan boys and young adults seems to be the most probable explanation for the increased overrepresentation of this group in recorded crime. Cultural dissonance is where migrants have to steer a middle course between two highly contrasting cultures, namely the culture of their country of origin (of their parents) and that of the country in which they are residing.


Dr. R. Jennissen
Dr. Roel Jennissen is als senior wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

Dr. Janine Jansen
Dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG) van de nationale politie, lector ‘Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties’ aan de Avans Hogeschool in Den Bosch en voorzitter van de redactie van PROCES.
Discussie

Veranderingen in de visie op druggebruik – van een strafrechtelijk naar een gezondheidsparadigma

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2016
Trefwoorden drug policy, paradigms, criminalisation, harm reduction, health problem
Auteurs drs. Franz Trautmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Various studies show that the views on the drug problem and appropriate policy responses have undergone profound changes from the 1960s onward. This article is analysing one of these changes, the decriminalisation of drug use, reflecting a fundamental change of view: understanding drug use as a health issue and not as crime. A useful heuristic to understand this type of change is Thomas Kuhn’s paradigm concept. He sees a paradigm as a set of beliefs that are shared by a scientific community and accepted by a wider community. A paradigm change is therefore a socio-psychological process rather than rooted in new scientific or research facts.
    The author analyses the change from the dominance of a crime to the dominance of a health paradigm reflecting its social-historic context, starting with the widely shared concerns about substance use related health problems in the 20th century. These concerns translated into two different views on the essence of these problems, a crime and a health paradigm. The first served as fundament of the international drug control efforts, resulting in the still governing drug prohibition. Yet, the health paradigm was also of influence from the start and gradually gained weight. From the 1970s onwards the health paradigm became more important as part of a wider reform movement. It started in the Netherlands and the UK as bottom-up process criticising criminalising the users of illicit drugs as inappropriate, detrimental for their health and inhumane. The health paradigm was seen as more appropriate.
    The author reflects on the benefits and disadvantages of the health paradigm. Its primary benefit is that it helps to understand the health problems related to drug use. A key disadvantage is its close relationship with the disease paradigm. The latter fits well with the generally negative view on drugs as dangerous or evil. It is encompassing the risk of ‘pathologising’ all forms of drug use and denying phenomena of unproblematic use for, among other things, recreational or spiritual purposes. Like the crime paradigm it can serve for control purposes. The drug user remains subject of control or disciplining policies and is not in charge of his/her own life. An additional problematic issue is that ‘softening’ the approach towards the users seems to be mirrored by a harder, more punitive approach to the producers and sellers of the substances, which are seen as villains, making available the drugs which deserve harsh punishment for ‘devastating’ the lives of users.
    The author concludes with a short discussion of the well-being paradigm as possible alternative for the health paradigm. It covers a broader spectrum than the health paradigm and helps to grasp the negative impact of (problem) drug use, reducing well-being, but is also useful in understanding the positive sides, enhancing well-being.


drs. Franz Trautmann
Drs. Franz Trautmann was Senior Drug Policy Advisor bij het Trimbos-instituut in Nederland. Hij werkte meer dan tien jaar aan harm reduction-programma’s in Amsterdam en leidde sinds 1990 tal van nationale en internationale projecten rond de ontwikkeling van preventie, behandeling en harm reduction-programma’s in verschillende landen en kwalitatief, praktijkgericht onderzoek (Rapid Assessment and Response). De laatste vijftien jaar legde hij zich tevens toe op onderzoek naar het functioneren van de internationale drugsmarkt en naar de beleidsrespons daarop. Enkele weken na het aanleveren van de laatste versie van zijn bijdrage, op 11 juni 2016, overleed hij geheel onverwacht.
Casus

Shoarma aan de rol!

Het effect van vernieuwend toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Effectstudie, gedragsbeïnvloeding, voedselveiligheid, shoarmaondernemers, NVWA
Auteurs Linda van Rooij-van den Bos, Wendy Verdonk-Kleinjan, Laurie Jansen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2011 blijkt dat 60% van de shoarmaondernemers de voedselveiligheidswetgeving naleeft. Dit naleefniveau is voor de NVWA onvoldoende en er wordt vastgesteld dat de reguliere werkwijze onvoldoende effect heeft op de doelgroep. Een gestructureerde aanpak van het probleem, via risico- en doelgroepanalyse, leidt tot een andere, meer overwogen en op de doelgroep afgestemde interventie, die nog effectief blijkt ook. Voor andere toezichthouders kan deze casus gebruikt worden als een ‘best practice’ om op een andere wijze het toezicht in te richten.


Linda van Rooij-van den Bos
Ir. L. van Rooij-van den Bos is senior inspecteur toezichtontwikkeling, divisie Consument & Veiligheid bij de NVWA.

Wendy Verdonk-Kleinjan
Dr. M.I. Verdonk-Kleinjan is coördinerend specialistisch adviseur, afdeling Staf bij de NVWA.

Laurie Jansen
Msc. L. Jansen is inspecteur toezichtontwikkeling, divisie Consument & Veiligheid bij de NVWA.

Herman Jansen
Ing. H.A.P.M. Jansen is inspecteur toezichtontwikkeling, divisie Consument & Veiligheid bij de NVWA.

Ghislaine Mittendorff
Ing. G.J.M. Mittendorff is coördinerend specialistisch inspecteur, divisie Consument & Veiligheid bij de NVWA.
Artikel

Wetgeving, empirisch-juridisch onderzoek en Legal Big Data

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden legislation, big data, empirical legal research, nudging
Auteurs Frans L. Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    A second empirical revolution in law is in full swing: legal big data have made their entrance and will play an increasingly important role in the legal field. Legal big data, for example, increase the accessibility and transparency of files. They make it easier for legislators to find out how society views proposed legislation. Using big data, all jurisprudence can be processed very easily and judicial decisions can be predicted with a high degree of certainty. The contribution concludes with a number of legal and ethical issues and methodological challenges in relation to legal big data, such as ownership, privacy and representativeness.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw is directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Tevens is hij hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaalwetenschappelijk onderzoek aan de universiteit van Maastricht. Eerder was hij onder meer directeur Doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. Hij publiceerde vele artikelen en boeken, vooral op het terrein van evaluatie.
Artikel

Thuisdealers, ritselaars en meesnoepers. Bewoners en bezoekers van grootstedelijke crackpanden

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Crack cocaine, Drug dealing, Ethnography
Auteurs Drs. Petra Houwing, Alberto Oteo Pérez MSc en Prof. dr. Dirk J. Korf
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is based on ethnographical research in 24 crack houses in Amsterdam, Rotterdam and The Hague. Crack houses were defined as the homes of crack users where crack is being sold and smoked together with other users. All crack houses were located in disadvantaged, multi-ethnic neighbourhoods. Both residents and visitors were men and women, middle-aged, of various ethnic origin and with a long history of hard drug use. In addition to economic benefits for residents (crack sales, getting crack for free from visitors) and sometimes also for visitors, crack houses predominantly serve as a safe haven for drug use and as a social meeting place. Two types of crack houses were found: dealing houses (with ‘home sellers’) and home circuits (divided into ‘fixers’ who arrange or facilitate that crack is available, and ‘users-for-free’, who allow that crack is sold or delivered and used in their apartment, in exchange for a bit of crack). To reduce the risk of discovery and closure, residents take various measures, but less if they are not a legal resident of the apartment. In comparison with the Anglo-Saxon literature about crack houses, there is less ethnic segregation, a less aggressive atmosphere and less involvement with prostitution.


Drs. Petra Houwing
Drs. Petra Houwing is antropoloog. Zij was als veldonderzoeker verbonden aan het Bonger Instituut, Universiteit van Amsterdam en is nu cliëntmanager bij de GGD Haaglanden.

Alberto Oteo Pérez MSc
Alberto Oteo Pérez, MSc, is promovendus bij het Bonger Instituut, Universiteit van Amsterdam, en trainee bij het EMCDDA te Lissabon.

Prof. dr. Dirk J. Korf
Prof. dr. Dirk J. Korf is bijzonder hoogleraar criminologie en directeur van het Bonger Instituut, Universiteit van Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 95 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.