Zoekresultaat: 64 artikelen

x
Artikel

Proosten met champagne, heel m’n libi is nu duur

Opzichtige consumptie in Nederlandse rap

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Trefwoorden opzichtige consumptie, hiphop, rap, straatcultuur, uitsluiting
Auteurs Robbert Goverts MSc en Dr. Robert Roks
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines expressions of conspicuous consumption on 19 recent releases by the most popular Dutch rap artists of 2018. In line with Veblen’s (1899/2017) notion of conspicuous consumption, our content analysis of these rap lyrics shows that Dutch rappers ‘spend’ their money on all kinds of ostentatious and eye-catching luxury goods such as designer clothing and jewelry (‘drip’), cars or holidays, but also that rappers ‘stack’ some of the money they earn by putting it aside. Our results indicate that these expressions of conspicuous consumption seem to be rooted in, and fueled by, experiences with poverty, stigmatization, and discrimination.


Robbert Goverts MSc
Robbert A. Goverts is als socioloog en criminoloog werkzaam bij de Department of Public Administration and Sociology aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Robert Roks
Dr. Robert A. Roks (RA) is als universitair docent verbonden aan de sectie Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open De renaissance van de voorlopige maatregelen in het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden voorlopige maatregel, voorlopige voorziening, last onder dwangsom, interim measure, Broadcom
Auteurs Marieke Bredenoord-Spoek en Stijn de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit overzichtsartikel beschrijft het handhavingsinstrument van de ‘voorlopige maatregel’ in het Europese en Nederlandse mededingingsrecht. De auteurs signaleren dat dit instrument aan populariteit wint bij toezichthouders.


Marieke Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

Het gebruik van een onderzoeksprotocol en de rol van de advocaat bij intern onderzoek nader bezien

Noot bij ECLI:NL:TAHVD:2019:181

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden onderzoeksprotocol, intern onderzoek, feitenonderzoek, hoor, wederhoor
Auteurs Mr. J.C.G.T. Starmans en Mr. V.S.Y. Liem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze noot bij de uitspraak van het Hof van Discipline ’s-Hertogenbosch van 4 november 2019 wordt ingegaan op de normering die de tuchtrechter hanteert bij het oordelen over het handelen van een advocaat die feitenonderzoek verricht en werkzaam is voor een kantoor dat een onderzoeksprotocol heeft opgesteld.


Mr. J.C.G.T. Starmans
Mr. J.C.G.T. Starmans is werkzaam als advocaat bij Van Doorne N.V. in Amsterdam.

Mr. V.S.Y. Liem
Mr. V.S.Y. Liem is werkzaam als advocaat bij Van Doorne N.V. in Amsterdam.
Artikel

Naar een maatschappelijk effectieve schuldenrechter

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2020
Trefwoorden judiciary, debt collection cases, local experiments, reorganization, legislation
Auteurs Prof. mr. Nick Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    The corona crisis can be seen as an opportunity to facilitate a much wider access to the courts for a clean slate in the case of personal insolvency. This access was provided by the 1998 Dutch law on debt rescheduling Wsnp. After explaining the relapse of the law and the problems of the present system, an overview is given of the societal activities to turn the tide. The judiciary has started several local experiments to help overindebted citizens. Using the concept of societally effective courts the Council of the judiciary has backed this development. In the concluding part the author discusses several paths to improve the situation. First, the courts should organize themselves in such a way that debt collection and debt help are coordinated. Second, the courts must abandon their strict attitude towards the formalities for access that are now in place. The municipal assistance institutions should be given the possibility to suggest to the courts that their clients are ripe for a fresh start.


Prof. mr. Nick Huls
Prof. mr. N.J.H. Huls is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Oververtegenwoordiging van jongeren met een migratieachtergrond in de strafrechtketen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden disproportionate minority contact, DMC, juvenile justice, ethnicity, adolescents
Auteurs Dr. Albert Boon, Melissa van Dorp MSc en Drs. Sjouk de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In the United States, the term disproportionate minority contact (DMC) is used to refer to the disproportionate number of minority youth who come into contact with the juvenile justice system. Statistics on DMC in the United States put the issue on the political agenda and measures have been taken to reduce the inequality. In the Netherlands, there are some studies on the representation of ethnic minority groups in suspect statistics, but data regarding all ethnic groups at various stages of the juvenile justice chain are lacking. Due to this lack of information, DMC is not mentioned in Dutch research literature and is not a political issue. Therefore, the purpose of this article was to explore whether DMC existed in the Netherlands and whether elements of the US policy could be applied to the Dutch situation. To investigate this, the likelihood (odds ratio (OR)) was calculated for young people with a migration background to be registered and held as a suspect, to participate in an alternative punishment program (Halt) and their likelihood of incarceration. It turned out that the OR for young people with a non-Western migration background to be registered as a suspect was more than three times as high, with an OR of 5 or higher for some ethnic groups. The chances of a Halt-settlement were much lower for young people with a non-Western background. The odds of ending up in a youth prison was over six times higher for youngsters with a non-Western background compared to their Dutch native peers. For young people of Caribbean and Moroccan origin the likelihood was more than ten times higher. These results showed that DMC is present at all examined stages in the Dutch juvenile justice chain. The large overrepresentation of young people with a migration background (especially of Moroccan and Caribbean origin) shows that further research is needed in order to develop programs to reduce DMC. To establish this, it is important to register the ethnic origin of the individuals at all stages of the juvenile justice chain.


Dr. Albert Boon
Dr. A.E. Boon is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij Curium-LUMC, de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie Universiteit Leiden.

Melissa van Dorp MSc
M. van Dorp, MSc is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij de Academische Werkplaats Risicojeugd.

Drs. Sjouk de Boer
Drs. S.B.B. de Boer is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep).
Artikel

Access_open Over meelifters, gelukzoekers en rechters die problemen maken als partijen die niet hebben

Beschouwingen naar aanleiding van de Fortis/Ageas-schikking

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden massaschade, WCAM-schikking, freeriders, belangenbehartigers
Auteurs Mr. M.L.A. Rijndorp en Mr. I. Tillema
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam beslist dat het (eerste) schikkingsvoorstel in de Fortis/Ageas-zaak niet verbindend kan worden verklaard. De auteurs bespreken het voorstel en de tussenbeschikking en duiden deze binnen het kader van het freeriderprobleem. Daarnaast bespreken zij het huidige juridische kader voor (toetsing van) de vergoeding aan belangenbehartigers en werpen zij enkele aandachtspunten op voor de verdere ontwikkeling daarvan.


Mr. M.L.A. Rijndorp
Mr. M.L.A. Rijndorp is student-assistent aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is promovenda aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Griffierechten vanuit rechtseconomisch oogpunt

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden griffierechten, rechtseconomie, gedragseconomie, toegang tot de rechter, ongefundeerde vorderingen
Auteurs Mr. drs. T. Vleeschhouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Griffierechten in civiele zaken vormen een bron van debat. Voorstanders wijzen erop dat griffierechten ongefundeerde vorderingen tegengaan. Tegenstanders vrezen ervoor dat de toegang tot de rechter belemmerd wordt. Dit artikel bespreekt de totstandkoming van het Nederlandse griffierechtensysteem en ontwikkelt daarnaast een rechtseconomisch model op basis van gedragseconomische inzichten om te beoordelen of griffierechten inderdaad de toegang tot de rechter beperken. Deze analyse laat zien dat het Nederlandse griffierechtenstelsel degressief is; bij vorderingen met een hogere geldwaarde wordt relatief minder griffierecht geheven. Het rechtseconomische model voorspelt juist dat een progressief stelsel, waarbij de griffierechten laag zijn bij lage vorderingen en relatief steeds hoger worden bij hogere vorderingen, de toegang tot de rechter het minst beperkt. Het verdient dan ook aanbeveling om het stelsel te heroverwegen.


Mr. drs. T. Vleeschhouwer
Mr. drs. T. Vleeschhouwer is advocaat-stagiair bij Houthoff te Rotterdam.

Philip Traest
Prof. dr. Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering aan de Universiteit Gent (faculteit Recht en Criminologie, vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht).
Artikel

Enkele kanttekeningen bij het wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, bestuurdersaansprakelijkheid stichting, decharge-problematiek, one-tier board, raad van commissarissen
Auteurs Prof. mr. S.M. Bartman, Mr. C. de Groot, Mr. J. Nijland e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het wetsvoorstel voor de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen wordt beoogd de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen te verbeteren. In dit artikel bespreken de auteurs kort enkele aspecten van het wetsvoorstel in het licht van de doelstelling en de bruikbaarheid in de praktijk.


Prof. mr. S.M. Bartman
Prof. mr. S.M. Bartman is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is universitair docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. drs. I.S. Wuisman
Prof. mr. drs. I.S. Wuisman is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Hof van Justitie eist in de cementzaken een steviger fundament onder inlichtingenverzoeken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden Mededinging, Inlichtingenverzoek, motivering, zelfincriminatie, 1/2003
Auteurs Mr. J.W. Fanoy en Mr. T. Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    In de cementzaken concludeert het Hof van Justitie dat de Europese Commissie haar inlichtingenverzoek onvoldoende had gemotiveerd. In dit artikel wordt de verwachte impact van deze uitspraak besproken. Daarnaast gaan auteurs in op (rechts)vragen die het arrest oproept.


Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. (Joost) Fanoy is partner binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

Mr. T. Raats
Mr. T. (Tim) Raats is advocaat-medewerker bij Maverick Advocaten.
Artikel

De eerste klap is een daalder waard; de torpedo in de (internationale) procespraktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2015
Trefwoorden torpedo, EEX-Verordening, kartelschade, Engeland, litispendentie
Auteurs Mr. D.J. Beenders en Mr. W. Hofstee
SamenvattingAuteursinformatie

    Het procesrecht kan dienend zijn bij het maken van strategische keuzes. Een voorbeeld hiervan betreft het lanceren van een zogenoemde ‘torpedo’, op basis waarvan een procespartij (preventief) kan beïnvloeden voor welk forum een procedure gaat lopen. In dit artikel analyseren de auteurs dit fenomeen in de kartelschadepraktijk en concluderen zij dat rechters in Nederland, Duitsland en Engeland niet snel genegen lijken te zijn om torpedoacties een halt toe te roepen.


Mr. D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. W. Hofstee
Mr. W. Hofstee is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Het voorontwerp van de implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2015
Trefwoorden privaatrechtelijke handhaving, Europees mededingingsrecht, schadevergoeding, inbreuk op het mededingingsrecht
Auteurs Mr. dr. E.J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorontwerp van de implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht is ter consultatie gepubliceerd. Het voorontwerp strekt tot omzetting van de richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht. In deze bijdrage bespreekt de auteur aan de hand van het voorontwerp de voorgestelde wijzigingen in het BW en Rv.


Mr. dr. E.J. Zippro
Mr. dr. E.J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Pleiten, schikken of slikken

Een economische analyse van de Richtlijn inzake schadevorderingen bij inbreuken op het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Richtlijn inzake schadevorderingen, schadevergoeding, boetes, civielrechtelijke handhaving, bestuursrechtelijke handhaving
Auteurs Peter van Wijck en Jan Kees Winters
SamenvattingAuteursinformatie

    De Richtlijn inzake schadevorderingen beoogt de ‘civielrechtelijke handhaving’ van het mededinginsgrecht te bevorderen door schadevergoedingsacties te stimuleren. De schade die door (met name) een kartel is veroorzaakt, dient geheel te worden vergoed. Economisch gezien betekent dit een extra financiële belasting bovenop de bestuursrechtelijke boete. Het lijkt dan aannemelijk dat de afschrikwekkende werking op kartelgedrag wordt vergroot. Of dat zo is, hangt af van diverse factoren, zoals de boete, pakkans, mogelijkheid tot schikken en de kans op het feitelijk verkrijgen van een schadevergoeding.


Peter van Wijck
Dr. P.W. van Wijck is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.

Jan Kees Winters
Dr. J.K. Winters is principal bij RBB Economics.
Artikel

Lundbeck en pay-for-delay schikkingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Lundbeck, pay-for-delay, schikking, farmaceutische industrie, Actavis
Auteurs Mr. J. Fanoy en Mr. T. Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    In januari 2015 publiceerde de Europese Commissie de boetebeschikking in de zaak Lundbeck. Lundbeck werd samen met een aantal producenten van generieke geneesmiddelen beboet voor pay-for-delay schikkingen die zij hadden getroffen. Door middel van deze schikkingen kwamen de betrokken producenten van generieke geneesmiddelen overeen dat zij markttoegang zouden uitstellen in ruil voor een betaling. In dit artikel wordt de Lundbeck-beschikking besproken en een vergelijking gemaakt met de beoordeling van pay-for-delay schikkingen door de Amerikaanse mededingingsautoriteit en rechter.
    Commissie beschikking nr. C(2013) 3803 final, zaak AT.39226 (19 juni 2013)


Mr. J. Fanoy
Mr. J. (Joost) Fanoy is partner binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

Mr. T. Raats
Mr. T. (Tim) Raats is medewerker binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.
Artikel

De onderzoeksbevoegdheden van de Commissie scherpgesteld

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden mededinging, onderzoeksbevoegdheden Verordening (EG) nr. 1/2003, recht op eerbiediging privé-, familie- en gezinsleven, motivering, rechterlijke toetsing
Auteurs Mr. Y. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt, mede aan de hand van het arrest Deutsche Bahn van het Gerecht en het arrest Delta Pekárny van het EHRM, ingegaan op de vraag of de Commissie een voorafgaande rechterlijke machtiging nodig heeft voor het verrichten van inspecties onder Verordening (EG) nr. 1/2003. Ook worden de arresten Nexans, Prysmian en Schwenk besproken, die inzicht geven in de effectiviteit van de rechterlijke controle die de Unierechter uitoefent over het gebruik van de onderzoeksbevoegdheden van de Commissie. Deze arresten verduidelijken de rechten en plichten van ondernemingen en de Commissie bij inspecties en verzoeken om inlichtingen onder Verordening (EG) nr. 1/2003.
    Gerecht 6 september 2013, gevoegde zaken T-289/11, T-290/11 en T-521/11, Deutsche Bahn, ECLI:EU:T:2013:404, EHRM 2 oktober 2014, nr. 97/11, Delta Pekárny/Tsjechische Republiek, Gerecht 14 november 2012, zaak T-135/09, Nexans, ECLI:EU:T:2012:596, Gerecht 14 maart 2014, zaak T-306/11, Schwenk, ECLI:EU:T:2014:123


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is Senior Director Antitrust bij Philips International B.V.
Praktijk

Private enforcement van het mededingingsrecht: de toekomst van schadevergoedingsprocedures voor kartelschade in Nederland

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden private enforcement, private handhaving van het mededingingsrecht, civiele schadevergoedingsacties wegens kartelschade
Auteurs J. Houdijk en T. Schäfers
SamenvattingAuteursinformatie

    De handhaving c.q. afdwinging van (de normen van) het mededingingsrecht kent een duale uitwerking. Deze kenmerkt zich namelijk door een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke dimensie. De publiekrechtelijke handhaving is in handen van de nationale mededingingsautoriteiten, zoals de Autoriteit Consument & Markt in Nederland, en van de Europese Commissie binnen de Europese Unie. Publiekrechtelijke interventie heeft tot dusver steeds voorop gelopen binnen de Europese Unie en binnen de EU-lidstaten. Privaatrechtelijke handhaving, dan wel private enforcement, is echter aan een opkomst bezig: het betreft hier de toepassing van mededingingsrechtelijke normen in geschillen tussen private partijen, in het bijzonder in procedures die draaien om schadeverhaal ten aanzien van schade die een onderneming heeft geleden door de kartelgedragingen van andere marktpartijen. De opkomst van het fenomeen van private enforcement van het mededingingsrecht is recent kracht bij gezet door nieuwe regelgevingsinitiatieven van de Europese Commissie. In de Nederlandse rechtspraak zijn inmiddels de eerste schadevergoedingszaken vanwege (gestelde) kartelschade aanhangig. Ondanks deze initiatieven staat private enforcement van het mededingingsrecht in Nederland nog in de kinderschoenen: er zijn nog veel onduidelijkheden en nog vele stappen te zetten alvorens het is uitgegroeid tot een volwassen rechtsgebied. Denk hierbij aan de vaststelling c.q. berekening van geleden schade. Ook op het vlak van de organisatie en financiering van claim(procedure)s zijn interessante ontwikkelingen gaande in de vorm van voorstellen tot nieuwe Nederlandse wetgeving op het gebied van de ‘class action’.


J. Houdijk
Mr. dr. J. Houdijk is advocaat bij AKD te Brussel, Praktijkgroep Europees en Mededingingsrecht.

T. Schäfers
Mr. T. Schäfers is advocaat bij AKD te Brussel, Praktijkgroep Europees en Mededingingsrecht.
Artikel

The food label as governance space: free-range eggs and the fallacy of consumer choice

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden food label, free-range eggs, animal welfare, regulatory governance
Auteurs Christine Parker
SamenvattingAuteursinformatie

    In a neoliberal age governments, NGOs, food producers and retailers all state that the food system can be governed via consumer choice aka voting with your fork. This makes the retail food label an important space for contests between different actors who each seek to govern the food system according to their own interests and priorities. The paper argues that this makes it crucial to ‘backwards map’ the regulatory governance networks behind the governance claims staked on food labels. The paper uses the example of the contested meaning of ‘free-range’ claims on animal products in Australia to propose and illustrate a methodology for this backwards mapping.


Christine Parker
Christine Parker is a Professor of Law at Monash University, Melbourne Australia. She conducts socio-legal research on business regulation enforcement and compliance and lawyer ethics. Her books include The Open Corporation (2002), Explaining Compliance (edited with Vibeke Nielsen, 2011), and Inside Lawyers Ethics (with Adrian Evans, 2014).
Recent

De (definitieve) richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken, Kartelschade, Private handhaving van het mededingingsrecht, Courage/Crehan, Passing-on
Auteurs Mr. Tim Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken aangenomen. Deze richtlijn vormt het sluitstuk van een traject dat reeds in 2001 is ingezet met het Courage/Crehan-arrest. In deze signalering staat de definitieve tekst van de richtlijn centraal. Na een korte bespreking van de inhoud van de richtlijn gaat de signalering met name in op de wijzigingen van de definitieve tekst van de richtlijn ten opzichte van het in 2013 gepubliceerde richtlijnvoorstel.


Mr. Tim Raats
Mr. T. Raats is advocaat bij de sectie mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.
Artikel

Kwantificering van schadevorderingen in mededingingszaken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden schadevordering, Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op bepalingen van het Europese mededingingsrecht, artikel 101 en 102 VWEU, kwantificering, schade
Auteurs Prof. dr. Wim Driehuis
SamenvattingAuteursinformatie

    De recentelijk aanvaarde Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen wegens inbreuken op artikel 101 en 102 EU in nationale civiele rechtszaken wordt vergezeld van een gids voor het kwantificeren van de schade. De gids behandelt de meest gangbare methoden en technieken, maar spreekt geen expliciete voorkeur uit aan de hand van hun voor- en nadelen. Dit artikel bespreekt de inhoud van de gids en komt tot de conclusie dat de Commissie wel degelijk een bepaalde rangorde prefereert.


Prof. dr. Wim Driehuis
Prof. dr. W. Driehuis is emeritus hoogleraar Toegepaste Economie aan de UvA en verbonden aan ACLE (Amsterdam Center for Law and Economics, UvA).
Artikel

De Richtlijn betreffende schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden wetgeving, Richtlijn, civiele handhaving, mededingingsrecht
Auteurs Mr. Edmon Oude Elferink en Mr. Bram Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie aangenomen (Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014). Deze richtlijn brengt met zich dat de lidstaten dienen te waarborgen dat het verhaal van schade in verband met schending van het kartelverbod en het verbod van misbruik van economische machtspositie wordt gefaciliteerd. In dit artikel wordt enerzijds een toelichting gegeven op de totstandkoming van de richtlijn en anderzijds besproken welke wetswijzigingen, if any, de Nederlandse wetgever dient door te voeren teneinde aan de verplichtingen uit hoofde van de richtlijn te voldoen.
    Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014.


Mr. Edmon Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is advocaat bij CMS.

Mr. Bram Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en tevens promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 1 - 20 van 64 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.