Zoekresultaat: 55 artikelen

x
Artikel

Access_open Het teletestament: testeren op afstand onder de Tijdelijke wet COVID-19

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden uiterste wil, corona, vormvoorschriften testament, testament op afstand, notariële akte
Auteurs Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans en Prof. mr. W.D. Kolkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid is het sinds maart 2020 mogelijk een uiterste wil te verlijden zonder de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van notaris en testateur. Dit ‘teletestament’ kent enkele bijzondere voorschriften. Deze bijdrage plaatst deze voorschriften in de context van de reeds bestaande testamentsvormen.


Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans is hoogleraar Burgerlijk recht, in het bijzonder Goederenrecht en Notarieel recht, aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar algemene rechtswetenschap en familievermogensrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij Elan Notarissen.
Artikel

De beëindigde rechtspersoon en zijn opstalrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden ontbinding, rechtspersonen, vermogen, vereffening, beperkte rechten
Auteurs Mr. B. van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    Ingeval de rechthebbende van een opstalrecht een rechtspersoon is en deze rechtspersoon na ontbinding is opgehouden te bestaan, hoe kan de grondeigenaar dan van het opstalrecht op zijn grond af komen? Uit dit artikel volgt dat beëindiging mogelijk is, maar dat daarvoor meestal een uitspraak van de rechter is vereist.


Mr. B. van der Wal
Mr. B. van der Wal is docent Burgerlijk Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open Aanvaarding, verwerping en beschermingsbewind: geen automatisme na drie maanden

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden beschermingsbewind, wettelijke vertegenwoordiging, verwerping, beneficiaire aanvaarding, zuivere aanvaarding
Auteurs Prof. mr. W.D. Kolkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft wat rechtens is wanneer aan iemand wiens vermogen onder bewind staat een erfdeel toekomt. De drie mogelijkheden (zuivere aanvaarding, beneficiaire aanvaarding en verwerping) komen aan bod.


Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar algemene rechtswetenschap en familievermogensrecht RUG en adviseur bij Elan Notarissen.

Mr. M.J.P. Schipper
Artikel

De rechten en plichten van de erfgenaam die met een legaat is belast

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden legaat, legitieme portie, inbreng, keuzelegaat, verjaring
Auteurs Mr. F.W. Brans en Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers
SamenvattingAuteursinformatie

    Het komt regelmatig voor dat in een testament een legaat staat opgenomen. In dit artikel onderzoeken de auteurs wat de rechten en plichten zijn van de erfgenaam die met een legaat is belast en met welke ‘valkuilen’ de erfgenaam rekening moet houden. Speciale aandacht wordt daarbij besteed aan de positie van de legitimaris-erfgenaam en aan het (keuze)legaat tegen inbreng (van waarde). Pas wanneer duidelijkheid bestaat over wat de status is van het legaat bij de afwikkeling van een nalatenschap kan weloverwogen een keuze worden gemaakt tussen het al dan niet (beneficiair) aanvaarden van de nalatenschap, dan wel het verwerpen van de nalatenschap (al dan niet onder het doen van een beroep op de legitieme portie).


Mr. F.W. Brans
Mw. mr. F.W. Brans is senior jurist bij AD Advocaten te Amsterdam.

Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers
Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers is advocaat bij AD Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De aanwijzing aan de vereffenaar op grond van artikel 4:210 lid 1 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aanwijzing, instructie, kantonrechter, artikel 4:210 BW, vereffenaar/vereffening
Auteurs Mr. S.R. Baetens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van artikel 4:210 BW kan de kantonrechter of benoemde rechter-commissaris aan de vereffenaar aanwijzingen geven, die deze dient op te volgen. In de praktijk wordt nog tamelijk weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid de kantonrechter om een aanwijzing of instructie voor de vereffenaar te verzoeken. In dit artikel gaat de auteur in op de mogelijkheden van artikel 4:210 BW voor de kantonrechter, de vereffenaar en de belanghebbenden. Daarbij wordt aandacht besteed aan de ambtshalve aanwijzing, de vraag wie in welke situaties om een aanwijzing aan de vereffenaar kan verzoeken, en wat de status van die aanwijzing is. Voorts wordt ingegaan op de procedurele aspecten van het verzoek om een aanwijzing.


Mr. S.R. Baetens
Mr. S.R. Baetens is advocaat en vFAS-scheidingsmediator bij SCG Advocaten te Eindhoven.
Artikel

Access_open Giften aan afstammelingen en de legitieme: wil de ware legitimaris opstaan?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden gift, legitieme portie, legitimaris, toerekening
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman en Prof. mr. W.D. Kolkman
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs betogen dat indien iemand volgens de wet legitimaris is, de hem toegekomen giften onder artikel 4:67 onder d BW vallen. Ook wanneer de begiftigde verwerpt dan wel berust in zijn onterving, behoort de gift tot de legitimaire massa en staat deze bloot aan inkorting.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar Algemene Rechtswetenschap en Familievermogensrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij Elan Notarissen.
Casus

Contractonderhandelingen met een letter of intent: het opstellen van bedingen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Afgebroken onderhandelingen, culpa in contrahendo, Aansprakelijkheid, Voorovereenkomst, Intentieverklaring
Auteurs Dr. E. Pannebakker LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens contractonderhandelingen stellen partijen geregeld een ‘letter of intent’ op. De vraag in hoeverre de partijen aan dergelijke documenten zijn gebonden, staat zowel bij het opstellen van een letter of intent als bij de eventuele geschillen centraal. In deze bijdrage worden de meest voorkomende bedingen van een letter of intent onder de loep genomen en wordt een aantal aanbevelingen over het opstellen van de letter of intent geformuleerd.


Dr. E. Pannebakker LLM
Dr. E. Pannebakker LLM is universitair docent aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Privaatrecht.
Artikel

De uitsluitingsclausule in internationale gevallen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden uitsluitingsclausule, internationaal, gemeenschap, redelijkheid en billijkheid, goederenrechtelijke werking
Auteurs Mr. E.C.E. Schnackers
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoe moet worden omgegaan met een erfenis of schenking afkomstig van een niet-Nederlander aan iemand die in de huidige Nederlandse gemeenschap van goederen is getrouwd, zonder dat er een uitsluitingsclausule is gemaakt? De Hoge Raad heeft zich op 17 februari 2017 voor het eerst uitgelaten over de mogelijkheid van een materieelrechtelijke correctie op grond van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid tussen de echtgenoten. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad besproken en geplaatst in de bredere context van onderhavige problematiek, zoals de omstandigheden waaronder een beroep op de materieelrechtelijke correctie kan worden gedaan en het rechtsgevolg daarvan.


Mr. E.C.E. Schnackers
Mr. E.C.E. Schnackers is werkzaam als advocaat bij Boels Zanders Advocaten te Maastricht.
Artikel

De ‘gratis’ telefoon die niet gratis was … en dat toch werd?

Annotatie bij HR 12 februari 2016, (Lindorff/Nazier)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden koop op afbetaling, consumentenkrediet, (partiële) vernietiging, collectieve afwikkeling, belangenbehartiging
Auteurs Mr. M.R. Hebly en Mr. I. Tillema
SamenvattingAuteursinformatie

    In Lindorff/Nazier beantwoordt de Hoge Raad ‘vervolgvragen’ op Lindorff/Statia, waarin telefoonabonnementen met ‘gratis’ toestel onder meer werden gekwalificeerd als koop op afbetaling. In Lindorff/Nazier draait het om (de consequenties van) eventuele ambtshalve vernietiging van dergelijke overeenkomsten. De auteurs behandelen de wederzijdse verplichtingen van betrokken partijen na vernietiging en enkele aspecten van collectieve afwikkeling.


Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is promovendus bij de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is promovendus bij de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Is de cautio Socini in strijd met artikel 4:4 BW?

De Hoge Raad heeft in navolging van het hof en de parlementaire geschiedenis op 20 november 2015 geoordeeld dat de cautio Socini zowel naar oud als naar huidig erfrecht geldig is

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden cautio Socini, legitieme portie, overgangsrecht, uitleg testament
Auteurs Prof. mr. B.E. Reinhartz
Auteursinformatie

Prof. mr. B.E. Reinhartz
Mw. prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het renvoi-artikel van de Erfrechtverordening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Erfrechtverordening, toepasselijk recht, renvoi
Auteurs Dr. P.A.M. Lokin
SamenvattingAuteursinformatie

    Ten einde beslissingsharmonie te bereiken tussen lidstaten en derde staten die betrokken zijn bij eenzelfde erfopvolging, wordt het Europese verwijzingsresultaat in bepaalde situaties afgestemd op het verwijzingsresultaat van deze derde staten. Deze afstemming wordt ook wel aangeduid als renvoi. In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van het renvoi-artikel van de Erfrechtverordening.


Dr. P.A.M. Lokin
Dr. P.A.M. Lokin is universitair docent bij de vaksectie Burgerlijk Recht van de Radboud Universiteit en onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.
Artikel

Kwalificatie en rechtspluralisme in ‘de deeleconomie’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden deeleconomie, sharing economy, bruikleen, rechtspluralisme
Auteurs Mr. dr. R. Koolhoven
SamenvattingAuteursinformatie

    In de deeleconomie worden goederen ‘samen gebruikt’ en diensten tussen consumenten uitgewisseld. Gebruikers – eigenaren, huurders, bruikleners – vinden elkaar via internetplatforms of apps. Het samen gebruiken of uitwisselen wordt ‘delen’ genoemd, maar wat is de juridische kwalificatie ervan? De problematiek wordt uitgediept aan de hand van voorbeelden van bruikleen-, huur- en transportplatforms.


Mr. dr. R. Koolhoven
Mr. dr. R. Koolhoven is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Uitleg van een testamentaire bewindclausule

Bespreking van Hof Arnhem-Leeuwarden 16 mei 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:4123

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden uitleg testament, opheffing bewind door verwachter, peildata
Auteurs Prof. mr. B.E. Reinhartz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken hoe een bewindclausule op de verkrijging van de bezwaarde bij een tweetrapsmaking moet worden uitgelegd, die afwijkt van de wettelijke regeling. Daarna wordt beoordeeld of er reden is om het bewind op te heffen nu de rechthebbende intussen heeft laten zien verstandig met vermogen om te kunnen gaan.


Prof. mr. B.E. Reinhartz
Prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Uitleg van een uitsluitingsclausule

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden uitsluitingsclausule, Haviltex-norm, CAO-norm
Auteurs Prof. mr. B.E. Reinhartz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt uiteengezet hoe een uitsluitingsclausule bij uiterste wilsbeschikkingen en giften moet worden uitgelegd. Het onderscheid tussen de Haviltex- en de CAO-norm wordt nader uitgewerkt. Bepleit wordt een geobjectiveerde toepassing van de Haviltex-norm bij de uitleg van giften.


Prof. mr. B.E. Reinhartz
Prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

    D'après le Code civil, et ce dè s son origine, la séparation du couple marié peut donner lieu à une obligation légale de payer au conjoint, ou à l'ancien conjoint, une pension censée couvrir ses besoins. En dehors du mariage, point de lien alimentaire prévu par la loi. Depuis 1804, deux évolutions sociales majeures ont cependant changé le visage de la vie de couple. D'un côté, elle ne passe plus nécessairement par le mariage. D'un autre côté, seule sa dimension affective est censée lui donner sens, ce qui la rend éminemment fragile. La question se pose dè s lors de savoir si le lien alimentaire qui existe actuellement en droit belge entre conjoints désunis répond encore de maniè re adéquate et pertinente aux modes de fonctionnement de l'économie conjugale.
    ---
    According to the Civil code, and in view of its development, the separation of a married couple can give rise to a legal obligation to pay maintenance to the other spouse, or ex-spouse, in order to cover his or her needs. In contrast, outside marriage, no statutory maintenance is available. However, since 1804, two major social evolutions have changed the way of life of couples. On the one hand, maintenance no longer flows inevitably from marriage. On the other hand, only the ‘love’ dimension of a relationship supports the provision of maintenance, which makes this claim eminently fragile.
    The question then arises as to whether the maintenance between separated spouses which is presently provided for under Belgian law still adequately and appropriately serves the functioning of the conjugal economy.
    In addition, the absence of maintenance rights for unmarried couples also raises questions. The contribution proposes a reconsideration of the right to maintenance between all couples, married or not, on the basis of other justifications, in particular the solidarity which couples establish during their shared lives.


Dr. Nathalie Dandoy
Nathalie Dandoy is lecturer at the catholic University of Louvain. She is member of the research centre of Family Law (Cefap-UCL). Her main research area concerns the maintenance rights between family members. She is member of editorial committee of Revue trimestrielle de droit familial and Journal des Juges de paix et de police.
Jurisprudentie

Murphy’s Law bij het testeren door een erflater die geen handtekening meer kan zetten

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden ondertekening testament, lichamelijke handicap, nietigheid testament
Auteurs Prof. mr. B.E. Reinhartz
SamenvattingAuteursinformatie

    Een testament dat in tegenwoordigheid van de notaris is ondertekend door middel van een handtekeningstempel door een testateur die vanwege een lichamelijke handicap niet meer met een pen kan ondertekenen, is geldig ondertekend. Men komt dan niet toe aan de nietigheid van artikel 4:109 BW of de surrogaathandtekening van artikel 43 Wna. Dat het testament als plaats van verlijden de plaats van vestiging van het notariskantoor vermeldt en niet de plaats waar het verzorgingstehuis is gevestigd waar de testateur verblijft en het testament daadwerkelijk is gepasseerd, levert in dit geval geen grond op voor vernietiging van het testament.


Prof. mr. B.E. Reinhartz
Prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Wanneer begint de termijn van artikel 4:192 BW te lopen?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden boedelregister, termijnstelling voor aanvaarding of verwerping, formaliteiten betekening, belang onderliggende stukken
Auteurs Prof. mr. B.E. Reinhartz
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak van HR 9 november 2012, LJN BX7468, was de beschikking van de kantonrechter, inhoudende een termijnstelling voor de keuze tussen aanvaarding en verwerping, niet rechtsgeldig betekend. Desondanks was de beschikking ingeschreven in het boedelregister. De erfgenamen beriepen zich erop dat door het ontbreken van een correcte betekening de termijn nog niet was gaan lopen. Later hebben zij alsnog de nalatenschap beneficiair aanvaard. De Hoge Raad oordeelde dat zij niet konden worden veroordeeld tot betaling van een huurschuld die deel uitmaakte van de nalatenschap. Uit de onderliggende stukken kon worden afgeleid dat de inschrijving ten onrechte was geschied.


Prof. mr. B.E. Reinhartz
Mw. prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Column

Afstemming Boek 10 BW en Boek 1 BW hapert een beetje

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden IPR-werkingsomvang, vermoeden, gemeenschappelijk eigendom
Auteurs Prof. mr. B.E. Reinhartz
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari 2012 zijn twee wetten inzake de aanpassing van het huwelijksvermogensrecht (wetsvoorstellen 28 867 en 32 870) ingevoerd, tegelijkertijd met Boek 10 BW. In de afstemming tussen Boek 10 en Boek 1 BW is wel rekening gehouden met de afschaffing van artikel 1:119 BW (rechterlijke goedkeuring bij huwelijkse voorwaarden staande huwelijk), maar met de wijzigingen in artikel 1:131 en 1:94 lid 6 BW (bewijs van privégerechtigdheid na ontbinding gemeenschap door bijvoorbeeld echtscheiding en overlijden) is in Boek 10 BW ten onrechte geen rekening gehouden.


Prof. mr. B.E. Reinhartz
Mw. prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder Notarieel recht RUG en adviseur bij Elan Notarissen.
Toont 1 - 20 van 55 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.